boeken

‘Zonder Plato, dat gaat toch niet’: de tanende aandacht voor Griekse en Latijnse literatuur

Het is de Week van de Klassieken, maar de aandacht voor de Griekse en Latijnse literatuur lijkt de laatste jaren afgenomen en rond nieuwe vertalingen blijft het opvallend stil. Hoe is dat te verklaren – en misschien te keren?

Emilia Menkveld
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Voor het eerst in dertig jaar verscheen vorig jaar een nieuwe, integrale vertaling van het belangrijkste werk van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus, de Annalen (‘Jaarboeken’), 584 pagina’s dik. Van de smerige strijd om de macht na de dood van keizer Augustus in het jaar 14 tot het slappe bewind van de stotterende Claudius en de uitspattingen van de tirannieke Nero: Tacitus (ca. 55-120) beschrijft het nietsontziend, met een inktzwarte blik op het verleden. Een meesterwerk, ook door de kenmerkende, grillige stijl.

En het was niet zomaar een vertaling. Classicus Vincent Hunink is al jaren een autoriteit in het vak; zijn vertaaloeuvre beslaat de bekendste teksten van Caesar, Cicero en Seneca, maar ook graffiti uit Pompeii en preken van de heilige Augustinus. Voor de Annalen koos hij een radicaal andere aanpak dan zijn voorgangers, die vooral de historische inhoud vooropstelden. Zonder aarzelen knipt Hunink lange zinnen op, lidwoorden en zelfs persoonsvormen laat hij vaak achterwege. Alles om de samengebalde stijl te benaderen. Hetzelfde deed hij al in zijn vertaling van de Historiën uit 2010, Tacitus’ andere grote geschiedwerk.

Dát boek bleef bepaald niet onopgemerkt. Overal in de pers verschenen recensies en interviews met de vertaler, die zijn overwegingen uitgebreid mocht toelichten (‘Tacitus schreef een bijna experimenteel proza’). Critici roemden Huninks gedurfde keuzes, de Volkskrant noemde de vertaling ‘een meesterstuk van ongekende klasse’.

En bij het verschijnen van de Annalen, iets meer dan tien jaar later? Stilte. Geen interviews, geen recensies in landelijke kranten. Nee, ook niet in de Volkskrant: het bleef op de stapel liggen, ‘misschien nog iets mee doen’. Zoals een paar jaar geleden de nieuwe vertaling van Herodotus’ Historiën – nog zo’n groot geschiedwerk – nauwelijks is opgemerkt. Ook Ik verlang en sta in brand – Van Sapfo tot Sulpicia, een bundel met poëzie van dichteressen uit de oudheid, is niet bepaald met aandacht overstelpt. Net zomin als Monument van mijn denken van de filosoof en redenaar Isocrates, dit jaar genomineerd voor de Homerusprijs. En vooralsnog is geen van deze boeken herdrukt.

Van 10 tot 20 maart is het de Week van de Klassieken. Zijn de Griekse en Latijnse literatuur uit de gratie aan het raken? Heeft dat met de tijdgeest te maken? En waarom zouden we een auteur als Tacitus blijven lezen?

Uitgebreid gepromoot

Huninks Historiën verschenen tegen het einde van een ware hausse aan Griekse en Latijnse vertalingen in Nederland. Vanaf het begin van de jaren negentig kreeg een nieuwe generatie vertalers, met namen als Gerard Koolschijn en Marietje d’Hane Scheltema, ruim baan om de ene na de andere klassieker uit te brengen. De boeken verschenen bijvoorbeeld in de chique Baskerville-reeks van Athenaeum Polak & Van Gennep, of bij Ambo-Klassiek. Ze werden uitgebreid gepromoot en konden steevast op een grote belangstelling rekenen.

null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Dat is nu wel anders, ziet boekhandelaar Roel Salemink. Hij beheert voor Athenaeum Boekhandel in Amsterdam de uitgebreide afdeling Klassieke Oudheid – inmiddels een unicum in Nederland. ‘Klassieke vertalingen worden een stuk minder verkocht dan toen ik hier begon, in 2013.’ Zeker, er zijn een paar eversellers: boeken als de Ilias en Odyssee van Homerus, Cicero’s handboek over de ideale redenaar, een paar teksten van Plato en Sophocles. ‘Maar als er iets nieuws verschijnt, is het niet meer vanzelfsprekend dat we er meteen een grote stapel van verkopen. Ook van Tacitus’ Annalen had ik een stuk meer verwacht.’

Uitgevers zijn ook voorzichtiger geworden, zegt Salemink. ‘Athenaeum-Polak & Van Gennep, de uitgever van de Annalen, heeft altijd veel aan Griekse en Latijnse literatuur gedaan, maar zelfs daar lijkt het minder te worden. Ambo Anthos is er volgens mij helemaal mee gestopt. Kleinere uitgeverijen als Damon en de Historische Uitgeverij gaan trouw door, maar die bedienen toch meer een nichepubliek.’

Het is een beeld dat Sander van Vlerken, sinds tweeënhalf jaar uitgever van Athenaeum-Polak & Van Gennep, deels kan onderschrijven. (Boekhandel en uitgeverij hebben sinds kort weer dezelfde eigenaren, maar voeren hun eigen beleid.) Ja, tien of twintig jaar geleden werd er meer vertaald uit het Latijn en Grieks, ‘maar er waren toen ook meer teksten nog nooit gedaan. En van veel werken is nu nog een goede, eigentijdse vertaling beschikbaar.’

Daarbij heeft uitgeverij Athenaeum de blik de afgelopen tijd verbreed, met literatuur die ‘niet alleen het Westen wil weerspiegelen’. Van Vlerken: ‘Ik vind het van belang voor onze uitgeverij, gespecialiseerd in klassieken als wij zijn, dat wij klassieken van over de hele wereld uitgeven.’ Zo verschijnt er deze maand een Japans samoerai-epos uit de 14de eeuw in vertaling, De val van de taira.

Het is zeker niet de bedoeling om de Grieken en Romeinen voortaan over te slaan, volgens Van Vlerken. Net verschenen: Zeven mijlen langs de limes, de lezing die auteur Christiaan Weijts schreef voor de Week van de Klassieken. ‘We proberen in iedere aanbiedingscatalogus een titel op te nemen die verband houdt met de klassieke oudheid. Hetzij een nieuwe vertaling, hetzij een geschiedenisboek.’ Wel zijn de geschiedenisboeken aanzienlijk populairder; als mensen over de oudheid willen lezen, kiezen ze eerder voor een titel van Mary Beard of Tom Holland dan voor Tacitus.

null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Er is één duidelijke uitzondering op de huidige tendens: de stoïcijnen. Werken van filosofen als Seneca, Marcus Aurelius en Epictetus doen het de laatste jaren opvallend goed. Salemink: ‘Dat zijn vaak dunne boekjes met kernachtige teksten, die mensen direct op hun eigen leven kunnen betrekken.’ De filosofie van de Stoa – althans, enkele hapklare lessen daaruit – bleek precies waaraan mensen behoefte hadden tijdens de pandemie: wat te doen bij tegenslagen, hoe om te gaan met onzekerheid en negatieve emoties?

Ook verschijnen er veel boeken die een inclusievere blik op de oudheid bieden. Bij uitgeverij Verloren kwam afgelopen week de essaybundel De huid van Cleopatra uit, over etniciteit en diversiteit in oudheidstudies.

Erg populair zijn hervertellingen van klassieke mythen en epen, vaak vanuit vrouwelijk perspectief. Britse en Amerikaanse schrijvers als Pat Barker, Natalie Haynes en Madeline Miller bereiken veel jonge lezers, onder meer doordat hun boeken worden aangeraden via #BookTok op videoplatform TikTok. Salemink: ‘Maar het is niet dat ik die lezers direct terugzie op de klassieke afdeling om de Griekse of Latijnse teksten erbij te pakken. Ze houden het bij het Engels.’

Publieke debat

Er zijn tal van redenen te bedenken waarom Griekse en Latijnse literatuur momenteel weinig aansluiting vindt bij het brede publiek. Het elitaire imago helpt niet mee, net zomin als de extreem-rechtse types die zich er graag mee associëren. Als klassieke auteurs al een rol spelen in het publieke debat, komen ze er meestal niet best vanaf. Gaat het over slavernij? In de Romeinse wereld was het een doodgewone zaak. #MeToo? Blader door een boek als de Metamorfosen van Ovidius en overal stuit je op seksueel geweld.

Tel daarbij het effect op van de algehele ontlezing, de geslonken ruimte voor literatuur in Nederlandse media en de lage prioriteit die de klassieken in die media genieten – en het hoeft niet te verbazen dat een schrijver als Tacitus nu minder lezers vindt dan tien jaar geleden.

Zelf maakt Vincent Hunink zich er niet te druk om, al was hij natuurlijk wel teleurgesteld dat het zo stil bleef rond de Annalen. ‘Ik ga al wat langer mee en je ziet dat de aandacht voor de oudheid altijd in golven komt. Het is de natuurlijke gang der dingen.’ Ook hij merkt dat het medialandschap is veranderd, dat lezers zijn veranderd, minder geneigd zijn ‘om zich langdurig met een groot boek te engageren’. Maar nee, hij is niet bang dat de klassieke literatuur helemaal naar de marge zal verdwijnen. ‘Dat denken classici al eeuwen, maar het is nog steeds niet gebeurd. Kun je je voorstellen dat we geen Homerus meer lezen? Geen Plato? Dat gaat toch niet. De grote auteurs komen altijd weer terug.’

null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Wie weet zal ook voor Tacitus het tij weer keren. Tenslotte heeft hij, met een paar andere schrijvers, ons beeld van de Romeinse keizertijd grotendeels bepaald. ‘Er is meer – inscripties, munten, standbeelden – maar deze teksten blijven dé bron waarop alle verhalen, boeken en films gebaseerd zijn.’

Denk aan de beeldvorming rond keizer Nero, nog altijd favoriet vergelijkingsmateriaal voor ontspoorde 21ste-eeuwse leiders. In de Annalen beschrijft Tacitus hoe in het jaar 64 een grote brand uitbreekt in Rome, ‘door toeval of boze opzet van de keizer’. Op de ruïnes zal Nero een gouden paleis laten bouwen. De christenen krijgen alle schuld van de ramp. Hunink: ‘Als Nero met Poetin of Trump wordt vergeleken, deugt daar feitelijk niet veel aan. De verschillen in politieke en culturele context zijn enorm. Maar als classicus denk ik: mooi, de oudheid wordt in elk geval als spiegel gebruikt.’

Hunink voelt niet de neiging om, tegen de tijdgeest in, de klassieke cultuur te verdedigen, zoals collega-classici wel doen in debatten of opiniestukken. ‘Ik zie dat niet als mijn taak. Ik probeer op mijn manier een bijdrage te leveren door deze teksten toegankelijk te houden voor een relatief breed publiek. Voor de mensen die weleens willen weten waar dat negatieve imago van Nero vandaan komt. Het moet een levende literatuur blijven.’

Hoe hij Tacitus levend houdt in zijn vertalingen? Nou, bijvoorbeeld door er ‘oude woorden uit te knikkeren, ook al zijn die al door honderd voorgangers gebruikt. Of ik gooi er weleens wat Engels door; Engels is een onderdeel van het Nederlands geworden, dus ik vind dat je dat gewoon moet kunnen gebruiken.’

Ook belangrijk: niet te veel voorkauwen voor de lezer. Hunink: ‘Tacitus schrijft met een soort ingehouden woede over de vroegere keizers, die de Romeinse cultuur in zijn ogen hebben laten verpieteren. Daarbij gebruikt hij nauwelijks verbindende voegwoorden als ‘maar’ of ‘want’. Die moet je als vertaler dus ook niet aanvullen, vind ik. De lezer moet zelf de verbanden leggen.’

Zo wordt een stad in nood in het jaar 64 ineens weer levensecht: ‘Verwarring compleet uiteindelijk. Waar niet naartoe? Waar wel? Straten dichtgeslibd, velden vol volk. Mensen die alles kwijt waren, zelfs het dagelijks eten, anderen beheerst door liefde voor familie die ze hadden moeten achterlaten: de uitweg lag open, ze vonden de dood.’

Week van de Klassieken

Van 10 tot 20 maart vindt de vijftiende editie van de Week van de Klassieken plaats rond het thema propaganda, met lezingen, workshops en andere activiteiten door het land. Op zaterdag 12 maart spreekt NRC-columnist en schrijver Christiaan Weijts de Homeruslezing uit in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. Daar wordt ook de jaarlijkse Homerusprijs uitgereikt, voor het boek dat het beste een brug weet te slaan tussen de klassieke oudheid en het heden. (Ook digitaal te volgen, zie: rmo.nl)

null Beeld Athenaeum-Polak & Van Gennep
Beeld Athenaeum-Polak & Van Gennep

Tacitus: Annalen. Uit het Latijn vertaald door Vincent Hunink. Athenaeum-Polak & Van Gennep; 584 pagina’s; € 45.

null Beeld Athenaeum-Polak & Van Gennep
Beeld Athenaeum-Polak & Van Gennep

Christiaan Weijts: Zeven mijlen langs de limes – Homeruslezing. Athenaeum-Polak & Van Gennep; 48 pagina’s; € 5.