Zonder Moog geen gabbers of ‘Space Odyssey’

Ze waren duur en namen veel ruimte in. Toch zorgden de Moog-synthesizers voor een revolutie in de pop, jazz en klassieke muziek....

Zijn vondst transformeerde de pop, gaf exotische tinten aan jazz en klassieke muziek, bracht revoluties teweeg in de geluidsstudio’s van film en televisie; ze sublimeerde en vulgariseerde de klank van de 20ste eeuw.

Robert Moog, uitvinder van de ‘Moog-synthesizer’. Zondag stierf hij in het stadje Asheville in het Amerikaanse North Carolina, waar zijn bedrijf Moog Music symbolisch genoeg gevestigd was naast de plaatselijke ijzerhandel.

Moog, maker van muzikale hardware, leed aan hersentumor. Hij werd 71. Van zijn klanten gingen sommigen hem al voor: George Harrison. Jim Morrison van The Doors. John Cage. De cineast Stanley Kubrick, van 2001: A Space Odyssey. Andere spraakmakende gebruikers leven nog – op z’n minst in de herinnering van liefhebbers met een zwak voor de piloten in de rock-cockpits van de jaren zeventig. Zie Yes, zie Pink Floyd. Keith Emerson van Emerson, Lake and Palmer. Flodder-deuntjes die de filmmaker Dick Maas inspeelde op een eigen keyboard, zouden ondenkbaar zijn zonder het soldeerwerk dat Moog in de jaren 1960 verrichtte in een werkplaats in New York. Zonder het voorwerk van Moogs voltage-controlled synthesizer modules waren er ook geen gabbertjes.

Maar de term Moog staat ook voor Kraftwerk, voor Public Enemy en voor een generatie techno-componisten. Conservatoria die de Moog ooit weerden omdat er een klaviertje aan vast zat, wat het vrije denken in zaagtandgolven dreigde te blokkeren, hebben hun veto’s op elektronica met toetsen ook al lang laten varen.

Moog werd in 1937 geboren in New York. Hij studeerde er natuurkunde, en begon een bedrijfje waarin hij theremins bouwde, elektronische instrumenten wier toonhoogte verandert door handbewegingen in de nabijheid van een antenne. De Beach Boys gebruikten er een in Good vibrations. Maar toen had Moog zijn eerste synthesizers al gebouwd.

Ze waren duur, namen veel ruimte in en hoorden tot het speelgoed van rijke producers als van The Monkees. De doorbraak kwam in 1969, toen Walter Carlos (tegenwoordig Wendy Carlos) de Moog inzette als elektro-orkest voor een LP met Bach-inspelingen, Switched-on Bach. Waarbij een bepruikte Sebastian de hoes sierde temidden van schakelpanelen.

De compacte Minimoog die sinds 1970 het instrument betaalbaar maakte, bracht de maker weinig fortuin. Moog moest in 1973 zijn bedrijf verkopen. De analoge ‘synth’ werd voorbijgesneld door digitale neefjes van merken als Yamaha. Maar in de jaren negentig bleken techno-toondichters het Mooggeluid toch het best te vinden. Moog zelf slaagde er in 2002 in het recht op zijn bedrijfsnaam terug te krijgen. Hij had er niet lang plezier van.

Meer over