TV-RECENSIEJulien Althuisius

Zomergasten met openhartige Typhoon bleef een beetje abstract

De ideale tv-avond van hiphopartiest Typhoon was een ode aan de verbeeldingskracht en het streven naar vrijheid.

De ideale televisieavond van Glenn de Randamie (die natuurlijk Typhoon is, Neerlands bekendste hiphopartiest en de man van het fantastische album Lobi da Basi, dat in 2014 een genreoverstijgend succes werd) begon met een fragment uit de film Copying Beethoven. Daarin verliest de protagonist (u kent hem wel, Ludwig van Beethoven) zijn gehoor en zoekt hij de natuur op om inspiratie op te doen. Het leidde onmiddellijk tot een mooi gesprek tussen De Randamie en presentator Janine Abbring, over de vele uren die hij als kind in het bos doorbracht, de verbinding zocht en vond met de bomen: ‘chillen met God’ zoals De Randamie het noemde. ‘Als je goed luistert’, zei hij over zijn bostrips, ‘hoor je nieuwe dingen’. De stilte tussen twee noten, vertelde de muzikant, daar zit de muziek.

Vanaf het allereerste moment vertoonde De Randamie een onverzettelijke, optimistische en aanstekelijke energie. Hij had zijn schoenen uitgedaan, ze onder de tafel gelaten en sprak met grote, twinkelende ogen en een welhaast permanente grijns over al die dingen die hem inspireerden. Over de film Hook, met Robin Williams, die hij veertig keer had gezien, een viering was van de verbeeldingskracht en appelleerde aan zijn wens als klein jongetje om speciaal te zijn. ‘Ik voelde me toch wat anders’, herkende De Randamie zichzelf in Peter Pan, ‘laat me dan maar kunnen vliegen’.

Vliegen deed hij, met zijn muziek en vooral na het succes van Lobi da Basi. Hij stortte ook weer neer, kreeg een burn-out en vond zichzelf opnieuw uit. Dankzij therapie, maar ook dankzij religie. De Randamie wordt gedreven door een niet te onderdrukken neiging helemaal vrij te zijn. Die zucht naar totale vrijheid kwam steeds weer terug in de fragmenten die hij had uitgekozen. In de muziek van Miles Davis hoorde De Randamie de vrijheid terug die Davis in zijn dagelijks leven niet had. In een documentaire over Blue Note Records zei iemand: ‘Ik moet wel muziek maken, anders ga ik dood’, waarin De Randamie zich herkende. ‘Muziek is leven voor mij.’ Hij verklaarde zijn liefde voor hiphop aan de hand van een citaat van rapper KRS One: ‘Hiphop is the courage for you to be you’.

Glenn de Randamie (Typhoon) aan tafel bij Zomergasten.Beeld VPRO

Na een fragment uit As it is in heaven, een film over een dirigent die zijn koorleden probeert kennis te laten maken met hun innerlijke muziek, kwamen de tranen. Het was een film over een witte Zweedse gemeenschap, maar De Randamie herkende er de strijd tegen racisme in, omdat het ging over ‘vrijheid, zelfbeschikkingsrecht, zijn wie je wilt zijn, wie je mag zijn’. Hij vond het verschrikkelijk dat er nu, anno 2020, nog steeds zoiets gezegd moet worden als ‘black lives matter’. ‘Dat komt er bij mij echt niet in, het zou zo vanzelfsprekend moeten zijn.’

De Randamie toonde zich een charmante, openhartige, gevoelige en integere Zomergast, maar vanaf het laatste uur begon de uitzending wat te trekken. Omdat, zoals hij zelf ook aangaf, de gesprekken een beetje in een rondje liepen en telkens weer op hetzelfde neer kwamen. Maar ook omdat het vaak wat abstract bleef. Niet alleen bij het onderwerp van racisme, maar ook over De Randamies jeugd, zijn burn-out en zijn muzikaliteit werd het weinig concreet. Zo kroop Zomergasten wat stilletjes naar de nacht, maar kreeg het met een uitvoering van Amazing Grace door Aretha Franklin het einde waarin alles - muziek, zwarte cultuur, de stilte tussen twee noten, vrijheid, God en genade - daverend samenkwam.

Meer over