TV-RECENSIEArno Haijtema

Zomergast Nazmiye Oral praatte veel, lang en gedreven, maar toonde iets te weinig beelden

Wie een actrice, theatermaker en columnist uitnodigt als Zomergast op het dak van haar caravan, kan erop wachten tot die de regie van het drie uur durende programma overneemt. Dat gebeurde zondag prompt, bij het begin van wat Nazmiye Orals ideale televisieavond werd. Ze overhandigde VPRO-presentator Janine Abbring, naar mooi Turks gebruik, een cadeautje; een gebaar dat meteen ontwapenend was. Oral had het initiatief en gaf dat niet meer uit handen. Wat de interviewer, met respect voor de goed ingevoerde en empathische Abbring, dwong in de rol van regieassistent.

De in Hengelo in een Turks gezin geboren Oral (51) is een bevlogen theatermaker, die ook op het caravandak het grote gebaar niet schuwde. Haar kunst staat in dienst van de verbinding, waarbij ze veelvuldig woorden als ‘oprechtheid’, ‘gelijkwaardigheid’ en ‘samen’ bezigde, en ‘mensen’ tot een werkwoord verklaarde. Persoonlijke ervaringen vormden vaak het uitgangspunt. Het gezin waarin ze opgroeide. De verhouding met haar moeder, met wie ze een veelgeroemde voorstelling heeft gemaakt (waarvan we helaas niets kregen te zien). Haar eenzaamheid toen ze van haar 6de tot haar 10de bij haar grootouders in Turkije leefde. Met tot gevolg dat ze, terug thuis, alleen ‘ja, nee en lang zal ze leven’ in het Nederlands kon zeggen.

Nazmiye Oral in Zomergasten.

Het ging veel over Turkije. Met een tv-filmpje vol adoratie voor Kemal Atatürk. Met een populair misdaadprogramma waar een, aldus Oral, ‘blonde, moderne, rijke, witte, gestudeerde’ presentatrice het ‘feodale Turkije’ luidkeels duidelijk maakt waarom het een schande is dat een volwassen vent een 14-jarig meisje ontvoert om haar tot een huwelijk te dwingen. Misdadigers op de vlucht melden zich bij het programma omdat ze door de talrijke kijkers in het nauw worden gedreven.

Abbring bekende met ambivalente gevoelens naar het fragment te hebben gekeken: het deed denken aan een volkstribunaal. Een bezwaar dat Oral vlot van het klaptafeltje schoof: ‘Oké, het is lelijk, maar wel effectief’, in een land waar geldt: ‘De stilste vrouw is de mooiste vrouw.’ Lachend: ’Dat geldt niet voor mij.’

Oral vertelde over haar omgang met een PVV-stemmer, die ze ‘oprecht wilde begrijpen’. Over de man uit een Utrechtse volksbuurt die dreigde een azc in brand te steken. Bleek iemand die zich in zijn angst voor asielzoekers niet gehoord voelde, maar later spijt had van zijn dreigement. Hij kon op meer begrip rekenen dan de Duitse journalist Günter Wallraff, die zich in 1985 als Turkse gastarbeider vermomde om uitbuiting te onthullen: ‘Tenenkrommend.’ Wallraff praatte wel over Turken, ‘maar geeft ze geen stem’. Bovendien: Wallraff hekelde het vieze werk, terwijl Orals vader juist vond dat hij ‘er lekker veel geld mee verdiende’. En bovendien: ‘Vies werk is ook viriel.’

Veel en langdurig ging het over persoonlijke groei en het verwerken van trauma. Met een te breedsprakige Oral en te weinig tijd voor fragmenten. Onvermijdelijk bij iemand die zich een sjamaan noemt: ‘Ik doe het voor ons allemaal.’

Meer over