DE GIDSBOEKEN

Zomaar een detective om zeep helpen zit er voor succesvolle thrillerauteurs niet in

Rob van ScheersBeeld Sabine Van Wechem

De Italianen, nog maar net bekomen van het overlijden van maestro Ennio Morricone, kregen deze week weer een klap te verwerken. Op 16 juli verscheen Riccardino (Sellerio Editore Palermo; € 14,25), het allerlaatste deeltje over de geliefde commissaris Salvo Montalbano. Dertig miljoen boeken werden van deze Siciliaanse Columbo verkocht, verschenen in 35 landen, ook in Nederland (bij de Italiëspecialisten van Serena Libri). We hebben het hier al eerder gehad over deze mopperkont om van te houden, met zijn nukken, zijn scherpe inzichten en dito culinaire voorkeuren.

Zijn schepper Andrea Camilleri was al op 17 juli 2019 op 93-jarige leeftijd overleden, maar hij had nog wel bedacht dat het hem niet ging gebeuren dat een ghostwriter zijn reeks overneemt – zoals dat zo vaak gebeurt in thrillerland. Wat Camilleri deed: ook al uit angst om getroffen te worden door alzheimer pende hij reeds in 2005 de laatste episode bij elkaar. Hij gaf het manuscript aan zijn uitgever, en zei: ‘Leg het in een la. Publiceer het pas als ik geen zin meer heb in Montalbano of er zelf niet meer ben.’

Beeld Sellerio

Vervolgens tikte hij vrolijk voort en kwam met nog eens achttien delen, al die tijd wist Camilleri hoe het uiteindelijk zou aflopen. ‘Ik ben een ordentelijke man en hou niet van losse eindjes.’ Wat zeker is: commissaris Montalbano komt aan zijn eind. Hoe precies, dat is nog even afwachten. Iedereen die Italiaans spreekt, neemt nu een beslissende voorsprong, al zal dit wereldnieuws nog voor de Nederlandse vertaling al wel doorsijpelen. 

In 2015 verklapte de auteur voor de camera van SBS Italië: ‘Ik weet dat Sherlock Holmes na zijn dood nog terugkwam. Dat zal in het geval van Montalbano onmogelijk blijken. Het is écht zijn laatste boek. Het is afgelopen met hem. Sorry.’

Sir Arthur Conan Doyle had na zes jaar en zo’n vijftig verhalen en twee romans wel genoeg van zijn consulting detective, gevestigd aan 221B Baker Street, Londen. Hij dacht slim te zijn door in The Final Problem (1893) Holmes met zijn eeuwige rivaal, de diabolische professor James Moriarty, in de kloof van de Zwitserse Reichenbachwaterval te laten storten. Opgeruimd staat netjes. Kon hij eindelijk eens aan zijn historische romans beginnen. 

Maar Doyle had buiten zijn lezerspubliek gerekend, dat eiste op hoge toon een comeback. Na acht jaar gaf hij toe: The Hound of the Baskervilles (1901), al is deze roman nog vóór The Final Problem gesitueerd. Uiteindelijk maakte Holmes in 1903 zijn echte rentree: die val in de kloof was slechts een list geweest, en in de tussentijd had hij contemplatie gezocht in Tibet.

‘Yes!’, riepen de lezers, die hij alles op hun mouw had kunnen spelden. ‘Meer, meer, meer!’ Doyle bleef tot 1927 over Holmes schrijven, zij het met de nodige tegenzin. Om zijn trouwe volgers te pesten, raakte Holmes – bij ontstentenis van nieuwe zaken – uit verveling steeds meer verslingerd aan opium en cocaïne, en zijn passief-agressieve houding jegens vrouwen valt ook zijn sidekick Watson op.

Beeld Luitingh-Sijthoff

Maar het kan altijd nog erger. Agatha Christie haatte haar Belgische detective Hercule Poirot op zeker moment zodanig dat ze hem in 1975 heel treurig laat sterven aan een hartaanval (Curtain: Poirot’s Last Case). 

Nu hebben we de zaak-Jack Reacher, deze ex-militair zwerft door de thrillers van de Britse auteur Lee Child, met evident succes. Reacheris vuistgevaarlijk, vuurgevaarlijk ook, altijd komt er onheil op zijn pad. Zijn fans dragen hem op handen: alleen al in Nederland en Vlaanderen zijn er bijna een miljoen exemplaren verkocht. 

De waarheid is dat Lee Child (65) het wel gezien heeft met Reacher; hij mag ’m eigenlijk niet eens zo, zei hij onlangs tegen The Guardian. Een heldendood lag in het verschiet, tot zijn vijftien jaar jongere broer Andrew vroeg of hij Reacher mocht hebben. Dat mocht. Dus zullen er nog vele boeken volgen, met Andrew als auteur en Lee als adviseur.

Meer over