Essay

Zoektocht naar de ziel van de Volkskrant

Een jonge vrouw leest de krant in Nijmegen, donderdagochtend. Beeld Marcel van den Bergh
Een jonge vrouw leest de krant in Nijmegen, donderdagochtend.Beeld Marcel van den Bergh

Vandaag bestaat de Volkskrant als dagblad honderd jaar. Een eeuw geleden ontstond de krant uit strijd, destijds voor de katholieke arbeider. Maar wat is nu de ziel van de Volkskrant?

Honderd jaar bestaat onze krant vandaag, dat is een eeuwigheid en tegelijkertijd een lichtflits in de geschiedenis, maar ze is er, en hoe, en in meer verschijningsvormen dan ooit tevoren. Alles verandert en de kern blijft, dat leer je met de tijd, maar die kern is vaak bedolven onder dagelijkse beslommeringen.

Dus leg de Volkskrant op de divan, en wat zie je dan? Wat is de ziel van onze krant?

***

De Volkskrant is een vader die over de schouder van de samenleving meekijkt, altijd redelijk, zorgzaam wanneer nodig, betrokken, betrouwbaar en soms stiekem trots’ (Pepijn de Lange, 26, onlineredacteur sinds september 2020)

‘De krant met een koel hoofd en warm hart heeft één ziel: laat duizend bloemen bloeien’ (Peter de Waard, 66, verslaggever, correspondent en columnist sinds 1988.)

***

De wieg van de Volkskrant is strijd: ze is ‘de vlag van ons leger’, staat op de allereerste voorpagina, destijds voor de katholieke arbeiders, later voor de linkse, ontzuilde generatie. Daarna liet de krant haar geschiedenis los, werd meerstemmiger, lichter van toon, kleurrijker, neoliberaler zelfs; net als de PvdA schudden wij onze ideologische veren af.

Of niet?

Mijn krant bestaat een eeuw, ik ­besta een halve eeuw en ben een kwarteeuw bij de krant, en dan nog is die kernvraag een onmogelijke. Dus de oude journalistieke truc is dan een paar betrokkenen te vragen de ziel van de Volkskrant te beschrijven in één zin – zo leg je de verantwoordelijkheid elders.

***

‘Ze (de Volkskrant is een dame) is wankelmoedig en heeft soms de neiging lichtzinnig achter de laatste mode aan te huppelen en onder het gehuppel haar roeping te vergeten, maar wanneer het er echt op aan komt, staat ze pal voor de achtergestelden, de ­onderdrukten en iedereen die onrecht is aangedaan’

Sheila Sitalsing, 53, columnist, bij de krant sinds 2001.

***

De eerste dag op de redactie opende zich een wereld. Er werd gefluisterd dat het een ‘soldatenkamer’ was, maar de gestaalde verslaggevers haalden vriendelijk koffie voor de stagiair, en chef nacht troonde me na sluitingstijd mee naar ‘de overkant’, de drukkerij, waar hij eigenhandig nog wat lijntjes trok en een drukplaat regelde van de eerste voor­pagina met een stukje van mezelf erop. Het was adembenemend.

Alles veranderde, de voorpagina doet er minder toe, de krant is een website en een app geworden, en op de vloer leren we nu een redactie­systeem hanteren met een ‘publish’-knop, maar krantenmaken is nog steeds een avontuur. Het is een emotionele onderneming, er staat veel op het spel, en waar anders is het mogelijk de draden van de samenleving los te trekken, op een ministerie, in een wijk, of diep in Jemen, en dan verslag te doen. Doorspitten totdat je weet hoe het zit, van het kleinste nieuwsbericht tot een longread op de website tot een liveblog, van spectaculair eigen nieuws tot een bijhoudertje, elke dag, soms elke minuut opnieuw.

De krant is meer dan een dienstverband, ze is het leven. De krant is, wat hoofdredacteur Pieter Broertjes vaak benadrukte, een familie, maar wel een rare. Een ongesorteerde groep eigenzinnige types vol verhalen, onafhankelijke mensen die de wereld op hun duimpje kennen, of de vrijheid hebben die te leren kennen, vaklui wat taal betreft, schrik der gezagsdragers zonder dat ze naast hun schoenen lopen. Draagt ­iemand een pak dan is het de hoofdredacteur, of iemand die hoofdredacteur wil worden, of iemand onderweg naar de premier. Daar komen we liever niet, liever komen we op straat en in de wandelgangen, en zelfs de datajournalisten gaat het niet om de data maar om de journalistiek, de opwinding, soms de gekte van de krant met altijd het gevoel iets bij te dragen.

(Dit is licht geromantiseerd, maar Volkskrant-journalisten zijn romantici.)

Toch praten we ter redactie weinig over wat ons bindt. Journalistiek is elke dag opnieuw de finish halen, en met de opkomst van online zijn deadlines continu. In de machine­kamer van het nieuws heeft iedereen aan een paar woorden genoeg, en ­bovendien is het ongemakkelijk op de divan liggen zonder psychiater.

Kortgeleden was Ronald van Raak uitgenodigd om over de ziel van de Volkskrant te praten – hij is hoog­leraar Erasmiaanse waarden aan de universiteit van Rotterdam en stamt uit een katholiek arbeidersgezin, ‘de krant heeft mij intellectueel opgevoed’, dus dat beloofde wat. Hij had moeite de redactie te vinden, ‘weggemoffeld in een bedrijfsverzamel­gebouw’ boven de gemeentelijke afvaldienst, en merkte op dat de naam ‘Volkskrant’ nauwelijks zichtbaar was bij de receptie, tussen alle verwijzingen naar de uitgeverij, DPG Media, ‘niemand weet wat dat is’.

Een krant heeft een ziel nodig, zei hij, anders is het geen krant, ‘als jij het niet zelf doet, worden de waarden voor jou bepaald’. Maar wat voor ziel dat was, of moest zijn, daar ging hij zich niet aan branden.

De krant wil vooral eerlijk en breed en goed informeren, bracht Pieter Klok in, de hoofdredacteur, en Van Raak zei ‘dat is het beeld dat je zelf wil uitstralen, maar het is niet hetzelfde als de waarden die je hebt’.

Alles zonder waarden is waardeloos, maar wat zijn ze dan?

***

‘Ooit de krant van Lücker en Romme, later van Opland en Blokker, nu van Sitalsing en Righton – is samenvallen met de tijd niet het eerste geheim van honderd worden?’ (Mark Rutte, 54, premier)

***

Sommige kranten huldigen hun reden van bestaan met een ondertitel: ‘Lux et Libertas’ (NRC), ‘Vrij, Onverveerd’ (Het Parool), ‘Spraakmakend de grootste!’ (De Telegraaf). En wat hebben wij? ‘World’s best designed newspaper | European newspaper of the year’.

Trots op, maar meer dan dat we van oudsher geloven in de mooiste vormgeving en het beste beeld – de fotografie is al decennia ongeëvenaard – zegt het niet.

Het statement ‘Katholiek dagblad voor Nederland’ verdween in 1965, en er kwam niets voor terug, behalve de blauwe streep die Pieter Broertjes introduceerde bij zijn aantreden in 1995: kleur op de voorpagina, een hint naar verbreding en verluchtiging die, met de komst van kleurenfoto’s, tot een felle plenaire redactievergadering leidde, want kleur was meer iets voor De Telegraaf.

Dus wat zou nu de juiste ondertitel zijn bij de krant? De huidige hoofd­redacteur Pieter Klok huldigt het fraaie ‘koel hoofd, warm hart’, maar maakte het nooit tot officiële leus. Misschien omdat het toch iets te netjes en afgemeten is voor een krant van de straat.

Gummbah afdrukken en dat vieren met de kop: ‘Kut, Gummbah staat al 25 jaar in de Volkskrant’ – dat komt al dichter bij de kern. Maar ook is dit de krant die ongemakkelijke feiten boven tafel tilt, die bericht over sprinkhaankapitalisten op de huizenmarkt, gewone mensen laat vertellen hoe de overheid ze in ellende stort, vluchtelingen opzoekt die zich te pletter lopen tegen Fort Europa.

De ziel van de Volkskrant is licht zetten op momenten in de stroom die je belangrijk vindt.

***

‘De Volkskrant is voortdurend op zoek naar haar ziel. Wat die ziel is, verschilt per tijdsgewricht, wat het zoeken niet eenvoudiger maakt. Bovendien hebben we de afgelopen jaren gedaan alsof je beter geen ziel kunt hebben: dat schept maar verwachtingen. Ik heb de indruk dat de zoektocht inmiddels met volle kracht is hervat en dat we uitkomen bij een progressieve, links-liberale ziel’ (Bert Wagendorp, 64, columnist, in dienst vanaf 1988.)

‘Het is een krant van meneren én mevrouwen, met het hart op de juiste plaats: links van het midden’ (Gerda en Louis Weltens, 79 en 81, ruim vijftig jaar ‘lid’ van de krant ‘dus we hebben wel enig recht van spreken’.

***

Het enige officiële, notarieel bekrachtigde document omtrent de ziel van de krant is het redactiestatuut, artikel 3: identiteit. Geen redacteur heeft het paraat, maar naast het algemene ‘onafhankelijk, zorgvuldig en zo veelzijdig mogelijk’ glimt er tussen die zinnen iets anders: ‘In de emancipatoire geest van haar oprichter, de katholieke arbeidersbeweging, wil zij maatschappelijk betrokken en vooruitstrevend zijn.’

Het scheelde weinig of de krant had die ziel weggestreept. Bij de ­modernisering van het statuut in 2016 sneuvelden de historische (1975) woorden: ‘Mede daarom wil zij vooruitstrevend zijn en vooral opkomen voor verdrukten en ontrechten.’ Die beslissing leidde tot niet meer dan een kleine rimpeling in de vijver: slechts een handvol redacteuren maakte zich druk over het verlies van de oude identiteit. Maar hun stem was luid genoeg om de ziel van de krant te redden met een moderner formulering: minder activistisch, maar nog steeds betrokken.

Zo activistisch was die krant geweest! Tijdens de inhuldiging van de koning, 2013, zat ik in de Nieuwe Kerk voor een reportage, stevig voorbereid; ik had ook het stuk gelezen dat de legendarische verslaggever Kees Bastianen schreef bij de kroning van Beatrix in 1980. Een spectaculair verhaal: hij had een zakflacon sterke drank meegenomen want het zou saai worden, deze ‘poppenkast’ voor de ‘elite’, en gelukkig was alles snel voorbij.

Twintig jaar later bracht de krant een kleurenbijlage over het huwelijk van de kroonprins. Wij publiceerden ook als eerste de naam van zijn vriendinnetje, over zes kolommen op de voorpagina, en waren trots op die scoop. Misschien leken wij meer op De Telegraaf dan we dachten, al kwam onze krant een dag later al bij de kern van de zaak: haar vader.

***

‘Ik waardeer de Volkskrant. Het is een onderzoekende krant, ­kritisch, onafhankelijk maar ­zeker niet objectief (geen krant is dat) en een tikje zuur, al is het niet meer de azijnbode van weleer. De Volkskrant is door de jaren heen ook dichter bij de lezer gaan staan, het geheven vingertje is ­ingeruild voor een ruimere blik, waarbij plek is voor verschillende maatschappelijke geluiden. Dat staat nu met oprukkend woke-activisme in de kolommen wel onder druk’ (Paul Jansen, 54, hoofdredacteur van De Telegraaf.)

***

Zo’n vierhonderd mensen maken elke dag de krant, vast en flex, vaker links dan rechts, een bijzonder huishouden van vormgevers, beeld­makers, sitecoördinatoren, eind­redacteuren, schrijvers, denkers, doeners, correspondenten, cijferaars, regelaars, columnisten – het blijft een jongleeract om dat voor elkaar te krijgen. De automatisering heeft het werk eenvoudiger gemaakt maar ook ingewikkelder, want uiteindelijk blijft alles in de journalistiek handenarbeid. Het is elke dag kantklossen, de hartslag daalt naarmate de stress toeneemt (dat is ­wetenschappelijk onderzocht), en op de brug staan de chefs Nacht tot laat kalmte uit te stralen (hoe kalmer de chef, hoe groter de zorgen).

Iedereen is zich bewust van de rol die de krant speelt in een volwassen democratie, en veert op bij elke onthulling, bij kleine en grote gebeurtenissen, de nieuwsmachine rust nooit.

Niet voor niets is de organisatie van onze krant zo plat mogelijk: het is een plek waar iedereen gelijk is als het gaat om vakmanschap. Al die eigenzinnige mensen! De ziel van de krant hangt van persoonlijkheden aan elkaar, en van toevallig­heden, en van wat ze over ons denken, want identiteit bestaat alleen ten opzichte van de ander. En toch weten we allemaal wel zo’n beetje wat er op de voorpagina hoort.

***

‘Tijdens mijn studie ben ik fan van de Volkskrant geworden, dat leidde wel tot gefronste wenkbrauwen bij mijn ouders. De Volkskrant trok mij altijd vanwege de positieve en open kijk op de wereld. Een krant die je helpt het leven beter te begrijpen, maar dan met een goed gemoed’ (Erik Roddenhof, 49, bestuursvoorzitter van DPG Media.)

***

‘Wij hebben reden tot dankbaarheid’, waren de allereerste woorden op de allereerste voorpagina, dat geldt nog steeds want het bestaan van een krant is niet vanzelfsprekend: de ­economie is grillig en journalistieke onafhankelijkheid broos.

Onze krant is onderdeel van een uitgever die er brood in ziet en de ­salarissen betaalt, lang was dat de Perscombinatie, die het in de lucht houden van onafhankelijke, kritische media als een kerntaak zag, maar op een dag stond er een Rolls-Royce-cabriolet op de parkeerplaats behorend aan investeringsfonds Apax, dat ons had opgekocht. Een nieuw aangestelde bestuurder liep ongehinderd de redactievloer op en vroeg ‘of er nog iets te snijden valt hier’, en zo geschiedde: het bedrijf werd uitgebeend en we gingen bijna failliet.

De redding kwam van de Persgroep, een Belgisch familiebedrijf met fiducie in ‘dode bomen’, zoals de kranten toen graag werden genoemd. Dat groeide hard, kocht allerhande kranten erbij maar ook andere bedrijven en heet nu DPG Media – het woord ‘pers’ is uit de naam verdwenen. Binnen dat concern zijn wij een ‘merk’, of: ‘het grootste kwalitatieve multimediale nieuwsmerk van Nederland’. Tegelijk is DPG Media zo vertakt geworden, dat de Volkskrant wat wegvalt tussen al die andere ‘merken’, van Independer, Libelle, ­AutoTrack, Qmusic tot de Donald Duck.

Marketeers kijken anders naar de ziel, ze doen aan ‘branding’. Voor onafhankelijke journalisten is dat lastig, want wat wij maken wortelt in diepe grond, vinden we zelf, al weten we ook niet precies hoe diep. Dus is er ophef als het bedrijf alle e-mailadressen gelijk wil trekken (uiteindelijk niet gebeurd), of generieke visitekaartjes verstrekt met een eigen leus erop (‘passie voor media’, destijds). Het zijn kleine gebeurtenissen die bewijzen hoe graag de Volkskrant vasthoudt aan haar ziel, en hoe bang ze soms is die te verliezen.

***

‘Natuurlijk heeft de Volkskrant een warm, kloppend hart, maar de ziel is soms zoek. Verkocht aan de duivel, denk ik dan boos en ­bevreesd. Maar die wanhopige gedachte maakt de krant ook spannend en onmisbaar. Het is vooral een krant van de straat die, schuldbewust van alle kwaad en ellende op aarde, een zwak heeft voor wereldverbeteraars. En dan moeten de doorgewinterde redacteuren als onverwoestbare pilaren de tempel overeind houden. Het kon ­onheilspellend stormen, maar de ziel werd altijd weer, soms zelfs op het nippertje, gered en ging niet verloren. Misschien dat ik daarom zielsveel van die korzelige Volkskrant hou’ (Peter Brusse, 85, correspondent in Londen 1964-1985, verslaggever en columnist tot 2009.)

***

Honderd jaar later is onze krant een plek om in vrijheid de wereld te verbeelden, niet gehinderd door politieke macht, angst, vooroordelen, geld of opportunisme. Dat is wezenlijker dan het klinkt, want er zijn steeds minder vrijplaatsen als de onze. Alles is communicatie geworden, en communicatieprofessionals vormen een leemlaag om de feiten en de mensen heen. Overheden, ­bedrijven en instellingen huren journalisten in om hun boodschap aan de man te brengen. Burgers bedrijven ‘burgerjournalistiek’.

Het wantrouwen in journalisten is ongehoord: het verbaast me niet eens meer als mensen op straat ­vragen hoe ik mijn stukken laat goedkeuren door de overheid. Voor het eerst neem ik deel aan een veiligheidstraining voor verslaggevers ‘in het veld’, en dan bedoelen ze niet een oorlogsgebied.

Dat maakt het werk niet moeilijker, maar wel anders.

Zolang wij willen weten hoe het zit, waar het gebeurt, zolang wij erbij willen zijn omdat we geloven dat het belangrijk is, blijft de ziel van onze krant bestaan. De ziel van de Volkskrant, dat zijn wij.

Toine Heijmans, 52, sinds 1994 bij de krant als verslaggever en columnist, en huidig voorzitter van de redactieraad.

Meer over