Zo opzwepend, zo niet van deze wereld

De 13Th Floor Elevators waren nagenoeg vergeten, maar blijken nu van grote invloed te zijn geweest op de muziekgeschiedenis. Ze maakten verzengende, psychedelische rock ‘n’ roll, bewijst hun verzamelde werk....

‘Okay, je zat thuis met die kruik in je handen en dacht, waarom gebruik ik dit niet als instrument.’ In de stem van presentator Ron Chapman van de Sumpin’ Else TV Show klinkt enige spot.

Het is 1966 en in de studio van WFAA Channel 11 in Houston treedt de rockband 13th Floor Elevators op. Chapman wilde van bandlid Tommy Hall van de 13th Floor Elevators weten waar toch die duggaduggadugga-geluiden vandaan komen. ‘Ik dacht dat het een overstuurde elektrische bas is, maar dat is niet zo, toch?’

Nee, die rare hoge bibbertoon komt uit een van aardewerk gemaakte whisky-kruik, een jug, antwoordt Hall. Hij kent het instrument uit de traditionele country- en folkmuziek. Door in de hals te blazen of anderszins met de mond geluiden te produceren krijg je een merkwaardige, gedempte fluittoon. Hall geeft het een extra effect door zijn microfoon tegen de kruikwand te houden, zodat het geproduceerde geluid in volume kan wedijveren met de elektrisch versterkte gitaar en de zang.

Presentator Chapman: ‘Wat is je bijdrage aan het volgende liedje, Fire Engine, dat jullie gaan spelen?’

Hall: ‘Ik schreef het.’

Hij zet de kruik aan zijn mond, waarna er een toon door de studio loeit die het geluid van brandweersirenes knap benadert. Gitarist Stacy Sutherland zet de openingsakkoorden in, de ritmesectie volgt en dan klinkt zanger Roky Erickson: ‘Let me take you to the empty place in my fire engine. It can drive you out of your mind.’

De toon is krachtig, op het hysterische af. De band dendert vol gas door het liedje en dwars erdoorheen snijdt de bibberende fluittoon van Hall. Die toon noemen we 43 jaar later psychedelisch.

Hier staat niet zomaar een bandje wat liedjes te spelen, dit zijn vijf muzikanten met een missie: zichzelf en hun luisteraars naar een hoger bewustzijn te voeren, weg van het aardse. En dat is precies wat Tommy Hall, student filosofie en psychologie aan de Universiteit van Texas, in Austin, voor ogen heeft: rock ’n’ roll als voyage to the beyond. Een instrument bespelen kon hij niet, de kruik bood uitkomst.

De opnamen, te horen op de pas verschenen box The 13Th Floor Elevators: Sign Of the 3 Eyed Man, weten nog altijd te verbijsteren. Zo opzwepend, zo niet van deze wereld zal weinig rock ’n’ roll in die tijd hebben geklonken. Het is onvoorstelbaar dat deze band het niet ver geschopt heeft. Het was immers 1966. De VS waren net bekomen van de ‘British Invasion’. Onder aanvoering van The Beatles en The Rolling Stones hadden tal van Britse rockbands de Amerikaanse popcultuur ingrijpend veranderd. Overal in het land doken bandjes op die allemaal als The Kinks, The Animals, The Who of The Beatles wilden klinken.

Ook de 13Th Floor Elevators hadden liedjes van The Kinks en de Fab Four op hun repertoire, maar bij hen klonk The Word (van de Beatles-lp Rubber Soul, 1965) vooral als een smeekbede, een schreeuw naar de ultieme vrijheid: Say the word and you’ll be free.

John Lennon kon een krachtig snerende stem opzetten, maar zo onontkoombaar als Erickson zijn hartenkreet liet klinken, kon niemand het. Dat bewijzen vooral de liveopnamen die door journalist Paul Drummond bij elkaar zijn gesprokkeld voor de tien cd’s telllende Sign Of the 3 Eyed Men.

Drummond lijkt van de band uit Texas, die eigenlijk maar twee jaar (1966-1967) glorieerde, zijn levenswerk te hebben gemaakt. Twee jaar geleden publiceerde hij een dik, uitputtend boek over de band: The Saga of Roky Erickson and The 13Th Floor Elevators – The Pioneers of Psychedelic Sound. Nu, na acht jaar onderzoek in archieven en opnamestudio’s, verschijnt (in een gelimiteerde oplage van vierduizend) een immense doos met een prachtig geïllustreerd boek over een band die in 1970 al bijna uit de rockgeschiedenis leek weg gegumd.

Want successen bleven uit, hoe verbijsterend de opnamen hier verzameld ook klinken, en hoezeer de alles verzengende rock ’n’ roll van 13Th Floor Elevators achteraf ook gehakt maakt van bijna alle muziek die eind jaren zestig voor psychedelisch doorging. De enige keer dat ze een klein beetje indruk maakten op radiostations buiten hun eigen Texas, was begin 1966 met You’re Gonna Miss Me, hun eerste single. Die bereikte de 55ste plaats in de Billboard Charts. Zelfs dit liedje, dat inmiddels te boek staat als een van de bepalende Amerikaanse rocknummers van de jaren zestig, zou uit de herinnering verdwenen zijn als het in 1972 niet was opgenomen op Nuggets, de legendarische compilatie met Amerikaanse garage-punk uit de sixties, samengesteld door toenmalig rockjournalist (en later gitarist in de band van Patti Smith) Lenny Kaye.

Deze dubbel-lp verscheen in 1972, precies op het moment dat de opwinding uit de rockmuziek leek weggesijpeld. De opwindende oerkreet van jongens en meisjes die hun kont tegen de krib wilden gooien, begon plaats te maken voor bedachtzame, breed uitgesponnen composities met veel ruimte voor demonstraties van muzikale virtuositeit.

Nuggets moest aantonen dat popmuziek zes jaar eerder wel opwindend had geklonken. De meeste bandjes die in de suburbs allemaal hun best deden als Mick Jagger, John Lennon of Eric Burdon te klinken hadden het nooit verder geschopt dan één single. Maar daar klonk wel een intensiteit in door die Kaye miste bij de symfonische rockbands die begin jaren zeventig opdoken.

Zijn compilatie schudde de rock ’n’ roll weer even wakker. Ze zou een paar jaar later van grote invloed zijn op de punkbeweging.

Tussen al die onehitwonders, door Kaye zo onberispelijk verzameld, bevond zich dus ook You’re Gonna Miss Me van The 13Th Floor Elevators, een band die in 1972 al een paar jaar ter ziele was. De bandleden waren of verslaafd geraakt aan heroïne (gitarist Stacy Sutherland), of leefden het bestaan van een kluizenaar (jug-speler en geestelijk leider Tommy Hall) of zaten vast in een inrichting (zanger Roky Erickson).

Onderzoek van Drummond heeft uitgewezen dat de band niet alleen steeds op het verkeerde moment de verkeerde beslissingen heeft genomen, maar ook dat hij door domme pech achtervolgd is. Wat zou er bijvoorbeeld gebeurd zijn wanneer niet een klein, betrekkelijk onervaren platenlabel als het in Texas gevestigde International Artists zich over hen ontfermd had, maar een groot label als Elektra?

Misschien hadden ze beter wat langer in San Francisco kunnen blijven, de stad waar ze in 1966 naartoe waren gevlucht. Vrijgesproken van cannabisbezit trok de band, die hangende het onderzoek zes maanden Texas niet mocht verlaten, onmiddellijk naar de Westkust. Daar hadden ze dankzij Janis Joplin (die ook uit Austin was vertrokken – waar ze naar verluidt van Roky Erickson precies had geleerd hoe ze haar kenmerkende schreeuw kon opzetten zonder haar stembanden te beschadigen) de nodige contacten. De band trad er regelmatig op in de Avalon Ballroom, een van de belangrijkste clubs in die tijd, en maakte grote indruk op de ontkiemende psychedelische muziek- en flowerpowerbeweging.

De muzikanten van The Grateful Dead, die toch ook niet keken op een lsd-tablet meer of minder, stonden er versteld van hoe energiek de 13Th Floor Elevators onder invloed konden spelen. Wie de moeite neemt de muziek van tijdgenoten van Ericksons band uit San Francisco te beluisteren, zoals die bijvoorbeeld verzameld is op de cd-box Love Is The Song We Sing – San Francisco Nuggets 1965-1970 (Rhino, 2007) moet vaststellen dat de psychedelica daar van latere grootheden als Jefferson Airplane en de Grateful Dead vooral klonk als elektrisch versterkte folk-muziek, en in niks leek op de snoeiharde muziek van 13Th Floor Elevators.

Ze waren hun tijd echt vooruit, en hadden als ze iets langer aan de Westkust waren gebleven, aansluiting kunnen vinden bij de vanaf begin 1967 opbloeiende scene. Maar hun platenlabel wilde graag profiteren van de landelijke aandacht die You’re Gonna Miss Me inmiddels gekregen had. De band moest terugkomen om een elpee op te nemen. Zo geschiedde. The 13Th Floor Elevators zouden Texas nooit meer verlaten.

Doodzonde, want Newsweek, dat even later een groot verhaal publiceerde over San Francisco als het ‘Liverpool van het Westen’, noemde The 13Th Floor Elevators als een van de belangrijkste nieuwe bands.

Maar onhandige timing was niet het enige dat succes in de weg stond. De bandleden, Erickson en Hall voorop, waren steeds enthousiaster drugs gaan gebruiken, wat uiteindelijk toch niet bevorderlijk bleek voor de muzikaliteit. Waar gitaristen Erickson en Sutherland elkaar aanvankelijk zo goed wisten te vinden, raakten ze elkaar steeds makkelijker kwijt. En waar Tommy Hall, met al zijn verwijzingen naar oosterse filosofen, spiritualisten en andere drugsgoeroes uit de Timothy Leary-school, begin 1966 nog vooral een positieve invloed had, verloor hij zich een jaar later steeds meer in door druggebruik geïntensiveerde paranoia-aanvallen.

Wat ook niet hielp, was het drugsbeleid van de staat Texas. Het roken van een wietsigaretje was strafbaar, maar het gebruik van lsd niet. De band werd na de eerdere vrijspraak voortdurend in de gaten gehouden, en Erickson werd uiteindelijk ook betrapt en opgepakt. Om gevangenisstraf te ontlopen, claimde hij geestelijk ontoerekeningsvatbaar te zijn. Hij verbleef daarop vanaf 1968 vier jaar in een gesloten inrichting en werd blootgesteld aan meerdere elektroshocks.

Hij zou er na zijn vrijlating in 1972 nooit meer echt bovenop komen. Diverse keren probeert hij terug te komen, met zijn band The Aliens of solo, maar zijn latere werk kan niet in de schaduw staan van de platen die hij met de 13Th Floor Elevators opnam.

De eerste, The Psychedelic Sounds Of... is mede dankzij het schreeuwerige hoesontwerp (geen bandfoto) een sixties cult-object, maar vooral het tweede van drie studio-albums, Easter Everywhere, blijkt in de vorm waarin Drummond c.s. het in de box opnieuw uitbrengt, een openbaring.

Van geen van de platen waren originele masters vindbaar. Voor optimaal geluid is op zoek gegaan naar de best mogelijke vinylplaten, zowel in mono- als in stereoversie. Net als bij de Beatles op dit moment de discussies hoog oplaaien over wat beter en authentieker klinkt, mono dan wel stereo, zijn ook bij de 13Th Floor Elevators beide versies steeds te vergelijken. Mono wint het keer op keer. Paul Drummond heeft becijferd dat er tot het verschijnen van zijn box negentien verschillende cd-uitgaven van The Psychedelic Sounds Of zijn verschenen, maar nooit in mono. Even exclusief is de monoversie van Easter Everywhere, als elpee extreem zeldzaam. Het is juist deze plaat waarop de talenten van Hall, Erickson en Sutherland het meest benadrukt worden. Echt een vergeten meesterwerk, zoals de plaat nu wordt afgeleverd. Lange, slepende, veelgelaagde songs als Slip Inside This House liepen vooruit op het werk van Pink Floyd en zelfs van The Beatles. De plaat schreeuwt om een even verfijnde afzonderlijke uitgave als hier in de box wordt gepresenteerd.

Sign Of The 3 Eyed Men is een monumentale uitgave van een band die meer tegenslag dan voorspoed gekend heeft, maar muziek heeft opgenomen die zijn tijd ver vooruit was. Zo vanuit de tenen schreeuwen als Erickson deed, is nooit meer vertoond. Je kunt niet anders dan je hieraan overgeven. Of, zoals Erickson het uitschreeuwt in maart 1996, op het podium van de New Orleans Nightclub in Austin: ‘Come on you’ve got to open up your mind and let everything come through.’

Meer over