INTERVIEW

'Zo had ik mijn boek willen noemen: Kanker'

Met de roman Pussy album daverde Stella Bergsma, tevens zangeres en columniste in dit blad, dit voorjaar het literaire establishment binnen. Een gesprek over hoe achter de ferme taal een fijnzinnige stijl en grote woordliefde schuilgaan.

Arjan Peters
null Beeld Cornelie Tollens
Beeld Cornelie Tollens

Vlak voor de lunch op het terrasje aan de Amsterdamse gracht gaat de zwarte zonnebril af, om twee grote ogen vol verbazing te onthullen. 'Echt waar. Vrouwen! Vooral die hebben er moeite mee. Terwijl ik van mannen juist complimenten krijg, als ze mijn boek eenmaal hebben geleend - want kopen durven ze vaak niet - en gelezen. Totaal anders dan ik had verwacht.'

Dit voorjaar verscheen Pussy album, de eerste roman van Stella Bergsma (45), voorheen vooral bekend als zangeres van EinsteinBarbie, dichteres, columniste, twitteraarster en uitvindster van de term sletvrees (angst van vrouwen voor het uiten van hun seksualiteit) die sinds twee jaar in de Van Dale staat.

Liefhebbers van haar vocabulaire keken er niet van op, maar voor leken was het wennen, hoe vertelster Eva van Liere (37) meteen op de eerste pagina van leer trekt: 'Mannen zijn klootzakken' die in hun kruis krabben en vaak willen neuken, 'Vrouwen zijn kuthoeren, met hun jaloezie, hun emoties, hun eeuwige gezeik over hun kont en vooral de kont van een ander wijf', en kinderen zijn 'pockethitlers. Parasieten op regenlaarsjes'.

Moet dat nou, zo expliciet, kreeg de schrijfster te horen, en blijkbaar met name van vrouwen. Ze neemt een slokje van de wijn ('Alleen sancerre, anders hoeft het niet'), en knikt goedkeurend. 'Mannen begrijpen beter waarom dat inderdaad zo moet', zegt Bergsma, 'en van de vrouwen begrijpt uitsluitend een bepaald soort het.' Ze lacht. 'Laten we zeggen: slimme vrouwen.'

CV

1970 geboren op 23 augustus
1990-1995 studie wijsbegeerte en gezondheidswetenschappen
1996 Academie voor Expressie door Woord en Gebaar
1997-2000 Film- en televisiewetenschap
1999-2007 band Iuno, daarna EinsteinBarbie
2014 debuut Cupcakes (poëzie en songteksten, Lebowski). 'Een prullenbakje van alles wat ik heb gemaakt vanaf mijn jeugd, en daarom toch wel leuk. Ik denk niet dat ik een goede dichter ben. De songteksten zijn wel allemaal geslaagd.'
2014 vertaalt de tweede sectie uit de dichtbundel The Last Night of The Earth Poems (1992) van Charles Bukowski, gepubliceerd als De laatste nacht van de aarde (Lebowski). 'Fijn om te doen, een soort puzzelen, die verhaaltjes in Nederlandse schilderijtjes vertalen.'
2016 Pussy album (roman, Nijgh & Van Ditmar)

Bergsma is frontvrouw van de band EinsteinBarbie en schrijft geregeld voor het Volkskrant Magazine.

En daar zijn er niet veel van.

'Dat moet ik beamen. Vrouwen kénnen de situatie van mijn hoofdpersoon wel, namelijk wat je voelt als je grote liefde teloor is. Maar je hoort dat niet met zoveel woorden te zeggen. Fluisterzacht krijg ik soms te horen: 'Het lijkt wel of je over mij schrijft!' Hardop zegt niemand dat. Ik dacht dat alle taboes inmiddels geslecht waren, maar kijk: onder vrouwen bestaat deze schroom nog.'

Eva bevindt zich op een nulpunt in haar leven: haar grote liefde is na zeventien jaar uit haar leven verdwenen, ze verliest haar baan als lerares Nederlands vanwege een intieme verhouding met een leerling, drank en seks kunnen de neergang niet stuiten. Tegelijk kan de lezer zich laven aan stilistisch vuurwerk, met neologismen ('booskoters', 'drankdapper'), alliteraties ('de tocht tegen je tepels voelen', 'bier bij de Brinta'), harde en zachtzinnige taaltroeven. De zelfverklaarde woordfetisjiste wenst zich 'een opvangboot voor alle verstoten woorden'.

Bergsma: 'Die eerste pagina kon niet voorzichtiger. Ik wilde een beetje beginnen zoals Céline, de Franse grootmeester van het kolkende proza. Een ritmische litanie moest het zijn, bám, met de nodige haat en misantropie, want zoiets heb ik eigenlijk nog nooit bij vrouwelijke auteurs gelezen.

'Dus op die pagina's waar Eva zich voorstelt, is ze goed kwaad op mannen, vrouwen, kinderen, maar óók op dieren - 'opportunistische hufters' - én op dingen - 'kille en berekenende tyfuslijers' -, op de lezer, en uiteindelijk op het leven. Alleen de lezer die zich afvraagt waarom Eva zo te keer gaat, die niet schrikt van een schuttingwoord, en die de humor ziet, hoort haar teleurstelling achter die eerste uitbarsting van woede.'

Moeten we iets zoeken achter de naam Eva van Liere?

'Van mij niet. Eva is een prototypische vrouwennaam misschien? En mij doet Liere aan het woord liederlijk denken, een van mijn lievelingswoorden in de Nederlandse taal. Het klinkt positief, liederlijk, beetje muzikaal, maar het heeft een negatieve connotatie. Het is allebei, terwijl je het er niet aan afziet. Zo is dat met de naam Eva van Liere zelf ook. En met het leven. Liederlijk is voor mij: een lied met een zwart randje eraan. Zeg, het gaat goed met die wijn. Er kan zo nog een glas in. Geen enkel probleem.'

Vier jaar schreef Bergsma aan Pussy album. Aanvankelijk richtingloos. 'Losse stukjes, geouwehoer ook. Om daar een verhaal in te krijgen, dat was de opgave, dat leek me prettig voor de lezer, dat er een verhaal in zit. Maar dat was niet mijn intentie. Een lelijk boek wilde ik, een slecht boek.'

null Beeld
Beeld

Dat is mislukt.

'Vind ik ook. Het is een goed boek geworden.'

Voor het slapengaan luistert Eva graag naar Joseph Brodsky ( 1940-1996 ) die in het Russisch gedichten voordraagt. Volgens mij deel jij die voorkeur.

'Klopt. Naar oude opnamen van voordrachten van Brodsky luister ik vanwege de cadans, bijna alsof hij in trance is. In 1995 zag ik hem voor het eerst op tv, in de interview-serie Vertrouwd en o zo vreemd van Wim Kayzer. Dat maakte indruk op me. Brodsky vertelde dat hij gedichten uit zijn hoofd leerde, want als je op je sterfbed ligt en die gedichten opzegt, dan kun je jezelf troosten. Toen hij dat vertelde, raakte hij zelf ontroerd. Ik dacht, en denk, dat ik hem snap. Woorden zijn echt troostrijk. Ze zijn gratis en je hebt ze altijd bij je.

'Ik ben een ritme-fan. Twee jaar geleden mocht ik een deel vertalen van de laatste dichtbundel van Charles Bukowski, De laatste nacht van de aarde. Veel mensen vinden zijn gedichten helemaal niet zo goed, maar mij gaat het om het ritme: 'ik ben/ klaar. rol me/ op, verpak/ me,/ werp me/ naar de vogels van Normandië of de/ meeuwen van Santa Monica, ik/ lees/ niet langer/ ik/ pees/ niet langer/ ik/ praat tegen oude mannen boven stille/ schuttingen.'

'Ik heb ook mijn hele boek aan mezelf voorgelezen. En als het ergens niet goed liep, ben ik op die plaatsen aan de tekst gaan schaven. Het moest een bepaald ritme hebben, vergelijkbaar met de Negende symfonie van Gustav Mahler, die heftig begint en ingetogen eindigt. Hij voelde dat hij toen niet lang meer te leven had.

En Paul van Ostaijens gedicht 'Marc groet 's morgens de dingen' weerklinkt in jouw regels 'Dag kindje met je muts, dag waggelkindje. Dag vrouw met je rotte haarwortels. Dag, dag, dag, bankje bij het water.'

'Ik kende dat gedicht niet. Ik schreef het zonder te weten dat het al bestond. Iemand zei me later dat het op 'Marc groet 's morgens de dingen' lijkt, en inderdaad, het lijkt er heel erg op. 'Dag ventje op de fiets, dag stoel naast de tafel.' Het is van - hoe zei je?'

Paul van Ostaijen.

'I have no idea. Nijhoff, Slauerhoff, dat zijn de dichters uit mijn jeugd. En Gerard Reve is een held. De Avonden! Die gedragen taal, en dan ineens iets banaals zeggen. Dat vond ik heel... geil.'

In taal vertellen we wie we zijn en de taal vertelt het ons terug, laat je Eva opmerken.

'Ik vind woorden lief, ja. Met hun letters. Entiteitjes op pootjes.'

Net als Eva wil jij een opvangboot voor verstoten woorden?

'Ja, en daar kan ik deze zomer al een beginnetje mee maken. Voor het V Zomer Magazine schrijf ik afwisselend met Sylvia Witteman een column over vergeten woorden. Prakkiseren, dat is zo'n woord dat bijna niemand meer gebruikt. Stoethaspel. Wuft. Bepotelen, ook een lief en geweldig woord. Bestaat niet meer.'

Dat heet nu aanranden.

'Maar bepotelen was onschuldiger. Als er op Oudejaarsavond in Keulen vrouwen bepoteld waren, zou er geen toestand van gekomen zijn. Overigens zou ik ook sommige moderne woorden een veer in de reet willen steken. Zoals kanker. Zo had ik mijn boek willen noemen: Kanker. Maar toen ik met dat idee en een hoofdstuk uit mijn boek verschillende uitgevers benaderde, zeiden ze bij Lebowski én bij AtlasContact: ja, doei! Zo ben ik bij Nijgh & Van Ditmar terechtgekomen. De bazin daar, Elik Lettinga, vond het goed dat ik mijn roman Kanker noemde.

Pas nadat je het contract had getekend, heeft ze je bepraat?

'Handig van haar, hè. Zeer subtiel kreeg ik te horen: 'Misschien moet je toch nog eens nadenken over die titel, want die zou weleens niet kunnen verkopen.' In mijn omgeving ben ik navraag gaan doen. Aan mijn kapster vroeg ik: 'Zou jij een boek kopen dat Kanker heet?' 'Nee!', riep ze meteen. Oké, dacht ik toen, mensen nemen zóveel aanstoot aan dat woord. Maar ik had geen alternatief. Alle andere titels vond ik kut. Toen kwam mijn vriend met Pussy album. Daar was ik nooit op gekomen.

'Aan mijn kapster vroeg ik: 'Zou jij een boek kopen dat Kanker heet?' 'Nee!', riep ze meteen. Oké, dacht ik toen, mensen nemen zóveel aanstoot aan dat woord' Beeld
'Aan mijn kapster vroeg ik: 'Zou jij een boek kopen dat Kanker heet?' 'Nee!', riep ze meteen. Oké, dacht ik toen, mensen nemen zóveel aanstoot aan dat woord'Beeld

Waarom is kanker zo'n mooi woord?

'Die dubbele k-klank, het harde, het is to the point. Krachtig. Dat woord doet het precies goed. Het is kunst. Je moet applaudisseren voor dat woord. Zo goed dekt het de lading. En iedereen is maar kwaad op dat woord! Ik vind dat niet eerlijk. Het woord vertelt ons dapper wat er aan de hand is. En dan gaan mensen dáár kwaad om worden, en willen ze dat je het niet gebruikt. Alsof je het krijgt van dat woord.

'Zo flauw, een woord afkeuren dat ons met de neus op de werkelijkheid drukt. Terwijl dat woord zegt wie we zijn. Het is een beetje te vergelijken met de reacties die mijn boek hier en daar heeft opgeroepen. Het commentaar over Pussy album begon al bij de titel, die sommigen om te kotsen vinden. Of de cover.'

Hoezo? Ik zie een roos met dauwdruppels.

'Hèhè, eindelijk iemand die het snapt! Ik vind het esthetisch, en zeker niet schokkend. Ik bedoel: we hébben kanker, of we zíjn als mijn hoofdpersoon, en we hébben nare gedachtes, maar dan zou het ineens afkeer wekken, of zelfs taboe zijn, als iemand dat benoemt? Kinderachtig noem ik dat.'

Meer over