'Zingen is nog altijd heerlijk'

Joan Baez (67) is net begonnen aan een nieuwe Europese tour. In 2009 zit ze vijftig jaar in het vak....

De oudere dame die de hal van hotel Clarence komt binnengelopen heeft een pet op. Eronder vandaan komen plukjes zwart haar, waardoor ze wat jonger oogt dan een avond eerder, toen op het podium van het Vicar theater in Dublin haar kapsel vooral grijs leek. ‘Hi, I’m Joan’, zegt ze terwijl ze voorgaat naar de lobby om een rustig plekje te zoeken.

Joan Baez (New York, 1941) is in Dublin voor de eerste twee optredens van een Europese tour die haar zondag naar het Utrechtse Vredenburg zal voeren. Ze heeft net weer een nieuwe plaat gemaakt, Day After Tomorrow, geproduceerd door Steve Earle, en is blij dat de kop er af is.

‘Ik speel nu al bijna vijftig jaar, ben veel in het buitenland geweest, maar elke keer verbaas ik me weer over het Ierse publiek, en over de vanzelfsprekendheid waarmee ze als een echt koor mijn liedjes meezingen. Een heerlijk begin.’

Baez laat zich op de tournee begeleiden door drie jonge muzikanten, op allerhande akoestische snaarinstrumenten, met wie ze nooit eerder heeft gespeeld. ‘Een kwestie van vertrouwen, mijn management zoekt tegenwoordig de juiste mensen uit om mee te spelen.’

Baez viert volgend jaar haar vijftigjarig jubileum als zangeres. Ze maakte begin jaren zestig naam als protestzangeres, was een tijd lang het liefje van Bob Dylan van en met wie ze veel liedjes zong en is ook na haar commerciële piek in de sixties altijd door blijven gaan met platen maken en optreden. ‘Soms deed ik jaren niet veel, of bracht ik platen uit die niemand te horen kreeg, maar echt gestopt ben ik nooit. Zingen is nog altijd heerlijk.’

Dat vindt ook het publiek in Dublin dat de kans krijgt mee te zingen met liedjes als Lily Of The West, Suzanne en Diamonds & Rust, die al decennia op het repertoire staan. Dat staat ook Bob Dylans With God On Our Side. ‘Ik was even bang dat ik de tekst niet meer zou kennen, want hoewel ik het wel duizend keer gezongen heb, zijn er ook twintig jaar voorbij gegaan dat ik het niet heb gespeeld. Het is immers een protestliedje tegen de oorlog en tegen het establishment, en er moet wel een reden voor zijn om het te zingen.’

En die is er nu, vindt Baez. ‘Heb je het debat tussen de presidentskandidaten gezien? Awful. Ik ben een groot Obamafan, en ik hoopte maar dat hij een keer tegen McCain iets zou roepen als you lying son of a gun. Maar daar is hij te netjes voor, dat moeten wij voor hem doen. En die McCain steeds zijn praatjes besluiten met my friend. Wat nou vriend! Echt, ik kon het niet langer dan twintig minuten aanzien. McCain en zijn shotgun Sally uit Alaska: ik gruwel van ze.’

In het deftige zaaltje in de Clarence kijkt een oudere heer op van zijn Financial Times. Baez knikt verontschuldigend naar hem en praat zachtjes verder.

‘Die liedjes van vroeger zijn op een vreemde manier voor mij nog altijd actueel, en ik verbaas me erover dat er zo weinig nieuwe liedjes zijn die de belabberde staat waarin de VS verkeren beschrijven. Ik krijg regelmatig cd’s toegestopt van fans. Hier mevrouw, een cadeautje. Daar staan dan goedbedoelde maar slechte liedjes op.’

Aan welke criteria moet een goed protestliedje volgens Baez dan wel voldoen? ‘Het moet niet te nadrukkelijk over een gebeurtenis gaan, er moet gevoel voor understatement in zitten, en wat meestal het moeilijkst is: het moet meezingbaar zijn. Dan krijg je liedjes die volksliedje kunnen worden. Zoals in de jaren zestig Blowin’ in the Wind bijvoorbeeld. Zo’n soort liedje heeft deze tijd nog niet opgeleverd.’

Maar dicht in de buurt komt, vindt Baez, Day After Tomorrow van Tom Waits. Het gaat over een soldaat die in een brief schrijft over zijn verlangen snel weer thuis te komen. ‘Het gaat over Irak of Afghanistan, maar de gevoelens en verlangens erin zijn universeel. Toen dit liedje me werd aangereikt voelde ik me weer even thuis, en had ik weer zin me in allerlei andere liedjes te verdiepen.’

Daarin kreeg ze flinke steun van Steve Earle, die haar plaat niet alleen produceerde en erop meespeelde, maar ook zelf een paar liedjes voor Baez componeerde.

Baez herkent in Earle veel van mensen met wie ze bijna een halve eeuw geleden in de hoogtijdagen van de folkbeweging in aanraking kwam. ‘Was hij tien jaar ouder geweest dan was hij nu een legende zoals Phil Ochs, Fred Neill, en Dylan. Hij is echt een schrijver van de oude school. Hij heeft een melodietje in zijn hoofd en gaat dan net zo lang aan het werk tot er een tekst bij is. Heel ambachtelijk.’

Baez en Earle kenden elkaar al, Baez had zelfs al een liedje van hem op haar repertoire, Christmas in Washington. ‘Mensen om me heen waarschuwden me aanvankelijk voor hem. Hij geniet blijkbaar een reputatie als nukkig en onhandelbaar. Maar de beer bleek een zachtaardig poesje.’

Op het podium vertelt Baez in Dublin liefdevol over Earle maar de naam Bob Dylan valt niet een keer, terwijl ze naast With God On Our Side ook diens Love Is A Four Letter Word speelt en, haar eigen, over hem geschreven, Diamonds & Rust beide avonden het hoogtepunt vormt.

‘Weet je, ik ben het zat steeds maar weer over Bob te praten, en dat ben ik nu al een jaar of dertig. Ik hou van zijn werk, nog altijd hoor, maar altijd komt er weer die vraag over wat er tussen ons gebeurde in de jaren zestig. Om daar van af te zijn heb ik meegewerkt aan Martin Scorseses documentaire No Direction Home. Ik leg uit hoe we elkaar ontmoetten, wat een rund ik was dat ik dacht dat we samen een mooi zangduo konden worden, en dat ik me nog altijd rot voel over die Britse tournee in 1965.’

Baez bedoelt de door D.A. Pennebaker voor de documentaire Don’t Look Back gefilmde tour, waarin ze deel uitmaakt van Dylans gevolg, in de hoop door de zanger uitgenodigd te worden mee te zingen, wat niet gebeurt.

‘Nu kan ik tegen journalisten zeggen: heb je No Direction Home gezien? Ja? Dan weet je hoe het zat. Nee? Kijk er dan naar. Tegen Scorseses filmploeg zei ik ook al zoiets: Ik weet dat ik slim genoeg ben om nooit te zullen begrijpen wat er zich precies in zijn hoofd en teksten afspeelt.’

Contact heeft ze al jaren niet meer met Dylan. ‘Nee, hij belt me niet op vanuit een telefooncel in de Midwest’, zegt ze met een knipoog naar haar eigen liedje Diamonds & Rust. Nee, hij heeft ook niets van zich laten horen na de film, en ja, ik zou hem helpen wanneer hij erom vroeg, maar ik geloof niet dat hij me nodig heeft. Zullen we nu een ander onderwerp bepreken?’

Joan Baez zelf bijvoorbeeld. Haar nieuwe album is opgedragen aan haar moeder, die nu 95 jaar is. ‘Ze woont bij mij. Of liever gezegd in Californië. De kamer die ooit van mijn zoon was, hebben we uitgebouwd tot haar eigen vleugel. Ze heeft het mooiste uitzicht, en leeft er als een soort patriarch. Ik moet elke keer door haar vertrek als ik thuiskom. Het valt me zwaar haar zoals nu alleen te laten, maar ik zei nog tegen haar: er moet ook geld verdiend worden, moeder.’

Los van de financiën: Baez heeft er sinds een paar jaar weer echt zin in. ‘Alle groten, van Elvis tot de Eagles, maken een soort artistieke crisis door. Dan voel je dat de tijden zijn veranderd en dan weet je niet meer hoe je verder moet. Ik heb dat ook lang gehad. Ik was natuurlijk een heel verwend meisje, op haar 19de al beroemd. Aan de andere kant had ik al heel vroeg last van allerlei angstaanvallen, had ik vanaf mijn 15de al een therapeut, die me van podiumangst en vliegangst moest afhelpen. Hoe zelfverzekerd ik op het podium ook oogde, ik gierde vaak van de zenuwen.’

Nu niet meer, eigenlijk sinds ze begin jaren negentig gedwongen werd goed na te denken over haar toekomst. ‘Er kwamen steeds minder mensen naar mijn shows, en platen verkocht ik ook al niet. Ik had er nooit over nagedacht, alles leek me altijd aan te komen waaien. Ik heb in mijn leven nooit hoeven vechten voor een baan.’

Alle beslissingen had ze altijd zelf genomen, maar ze voelde dat ze het niet meer aankon en dus, zo legt Baez uit, ging ze op zoek naar een goed management. Dat haar tours konden begeleiden, de juiste muzikanten om haar heen kon zoeken en haar aan de juiste producers kon koppelen.

Het werkte. ‘Ineens was ik van mijn podiumangst af. Ik ontmoette nieuwe mensen door wie ik me kon laten inspireren.’

En zo zit ze dan volgend jaar vijftig jaar in het vak. Een gebeurtenis die in elk geval zal worden opgesierd met een documentaire, waar Baez nu middenin zit.

‘Het is een film over mijn leven, maar er zit geen verteller in. De film moet aan de hand van gesprekken die ik voer met vrienden en familieleden mijn verhaal vertellen. Zo praatte ik vorige week met Jackson Browne en Bonnie Raitt over muziek en actie voeren, en was ik ook op bezoek in Praag bij mijn oude vriend Vaclav Havel.’

Baez heeft nog geen flauw idee hoe het allemaal uit zal pakken maar ze heeft er wel lol in. ‘Het toeval wil dat ik twee jaar geleden na de dood van mijn vader zijn huis opruimde en er dozen vol 8 milimeter filmpjes vond waarvan ik niet wist dat ze nog bestonden. Daar zit prachtig materiaal bij van mij en mijn zusjes Mimi en Pauline. Ook dat wordt gebruikt.’

Mimi, haar jongste zus, overleed zes jaar geleden. Zij speelde in Joans Greenwich Village tijd, in de vroege jaren zestig, een belangrijke rol. ‘We woonden in Boston maar gingen samen de clubs af als we naar New York kwamen. We waren ook eigenlijk een soort rivaal van elkaar. Maar ik was te veel met mezelf bezig om dat in te zien. Mijn ego was domweg te groot om Mimi als concurrent serieus te nemen, terwijl ze wel degelijk ambitie had.’

Mimi zou trouwen met de in 1966 verongelukte Richard Fariña, met wie ze ook een paar platen opnam. ‘Mimi was gewoon mijn kleine zusje, pas veel later begreep ik hoe graag ze zelf ook een echte zang carrière had gehad. Ik weet ook nog dat ze jaren na de dood van Richard me een keer vroeg of ze het solo ook zou kunnen maken. Nee, zei ik toen, mensen zullen je altijd als het zusje van Joan zien. Die schaduw boven je is veel te groot. Daar heb ik spijt van, ik had haar natuurlijk moeten aanmoedigen.’

Er volgt een stilte. ‘Misschien komt dat ook wel uit die documentaire, mijn egoïstische aard. Ik heb nu eenmaal geleerd alles zelf te doen, en altijd moeite gehad echt iets met anderen te delen. Wel in het groot, vandaar al mijn activiteiten in protestbewegingen voor burgerrechten en nu voor het milieu. Maar niet in het klein. Ik ben ook maar een keer getrouwd geweest en dat is al dertig jaar geleden. Tja, en nu ben ik oud. Maar ik zag in de zaal veel mensen met grijs haar. Ik ben dus niet de enige.’

Meer over