'Zijn oeuvre is in een klap met 25 procent toegenomen'

Federico Mompou (1893-1987) is een componist van horen zeggen, de maker van een klein oeuvre vooral voor piano. Na de dood van zijn weduwe werd ineens nog meer werk gevonden....

‘Ik ben nu op een leeftijd dat ik ga kijken wat echt de moeite waard is’, zegt pianist Marcel Worms (58), ‘en dan is de muziek van Mompou een van de dingen die overeind blijft. Ik kreeg ooit van mijn eerste pianoleraar een paar stukjes van hem. Dat vond ik al wel mooi, maar ik werd pas echt verliefd op die muziek in 1991, toen Herbert Henck in de IJsbreker Música Callada speelde. Dat vond ik geweldig, en dacht meteen: dat stuk wil ik ook uitvoeren.’

Nog altijd, 22 jaar na zijn dood, is de Catalaan Federico Mompou (1893-1987) een componist van horen zeggen, die de meeste mensen via-via leren kennen. Dat heeft zo zijn oorzaken. In de eerste plaats was Mompou gespeend van enig gevoel voor zelfpromotie. En verder bestaat zijn oeuvre voornamelijk uit korte, geciseleerde miniaturen van enkele minuten waarvan het overgrote deel is geconcipieerd voor een instrument, de piano.

Kort voor de Eerste Wereldoorlog liet Mompou voor het eerst van zich horen, met muziek die gedeeltelijk in de voetsporen van Debussy en Ravel treedt. Maar er valt ook verwantschap met Chopin en Skrjabin op in zijn verfijnde, vaak op de doorklinkende pianoklank toegesneden akkoorden, waarin ook metalige boventonen doorgonzen. Worms: ‘Zijn weduwe vertelde me dat hij een hele dag bezig kon zijn met het schaven aan een akkoord: een andere ligging, een omkering, een nootje weg, een noot erbij... Hij werkte als een soort diamantslijper.’

Hoewel Mompou wel 94 is geworden, is zijn oeuvre niet groot. Naast pianomuziek schreef hij liederen, wat kamermuziek en een oratorium. Binnen korte tijd had Worms de stapel dan ook compleet op zijn vleugel liggen – dat dacht hij althans. Om zijn interpretatie te verfijnen trok hij in 2002 naar Barcelona en speelde Música Callada voor aan Mompou’s weduwe Carmen Bravo, die zelf een uitstekende pianiste was. Ze was zijn klankbord en zijn muze’, vertelt Worms. ‘Alles wat hij na 1941 heeft gecomponeerd is in zekere zin aan haar te danken.’

Música Callada betekent om en nabij ‘muziek van de stilte’. Maar dat moet volgens Worms niet al te letterlijk worden opgevat: ‘Wat Carmen Bravo me duidelijk heeft gemaakt is dat het zich lang niet allemaal tussen piano en pianissimo afspeelt. Nee, het is de muziek die in je ziel of in je onbewuste naar boven komt als je de durf hebt om introspectief naar jezelf te luisteren. Mompou was een heel teruggetrokken man, maar ik denk dat het bij hem onder de oppervlakte ongelooflijk te keer ging. Omdat er uit die muziek ook zo’n hartstocht spreekt.’

Carmen Bravo overleefde haar man twintig jaar; ze stierf in april 2007. Het appartement waar zij en Mompou tientallen jaren lang gewoond hadden werd het hoofdkantoor van de mede door haar opgerichte Fundació Mompou. En daar werd, een jaar na haar dood, een verrassende ontdekking gedaan: boven op een kast lagen drie mappen met manuscripten van Mompou. Bij elkaar waren het meer dan tachtig stukken – vooral pianocomposities, maar ook liederen en kamermuziek.

‘Escombraries, had Carmen erop geschreven’, weet Worms. ‘Dat is Catalaans voor ‘afval’. Maar dat moet wel enigszins ironisch bedoeld zijn, want als Mompou ergens niet tevreden over was, gooide hij het weg, dat is me van verschillende kanten verteld. Dit is eerder wat zijn vriend Xavier Montsalvatge de nevera noemde – de ijskast van de componist, waar hij dit soort stukken even tot rust laat komen, voor later. Ik maak me sterk dat Carmen Bravo zelf niet meer wist van het bestaan van deze muziek. Ik ben naar Barcelona gegaan en ik kreeg het hele pak zo mee op een usb-stick.’

Waar elke herontdekte krabbel van Bach of Mozart golven van publiciteit teweegbrengt, leidde deze vondst slechts tot rimpelingen, wat Worms bevreemdt. ‘Er zitten onvoltooide composities bij, een aantal doublures met bekend werk, en ook een paar stukken van mindere kwaliteit, maar ik durf wel te zeggen dat het merendeel van deze stukken van hetzelfde niveau zijn als zijn bekende werk. Zijn oeuvre is in een klap met 25 procent toegenomen.’

In Spanje hebben de pianisten Jordi Masó en Mac McClure al een aantal van de herontdekte werken uitgevoerd, maar Worms is de eerste die ze in Nederland ten gehore brengt. Bovendien heeft hij bij het label Zefir Records een cd uitgebracht, waarmee hij ook de plaatprimeur heeft. ‘Het was te veel voor een cd, ik heb met pijn in het hart een paar stukken opzij moeten leggen.’

Ter illustratie duikt hij achter de vleugel, waarop drie stevige stapels muziek prijken. ‘Het is voor het overgrote deel werk uit de jaren 1911-1919. Hier, een mooi stuk over het verglijden van de tijd. En over een meisje dat touwtje springt bij een rivier. Tegelijkertijd zie je dat hij veel stukken later een volkomen andere titel geeft, wat aantoont dat hij eerst de muziek schreef, dus niet uitging van een verhaaltje.’ Bladerend: ‘En hier, verrassend, een blues en en tango. Dus dan zie je dat Mompou niet ongevoelig was voor de tijdgeest en wel degelijk ook een wereldse kant had.’

Meer over