Zijn haar zat nooit netjes

Sommige auteurs beginnen dermate veelbelovend, dat het succes van hun debuut hen gedurende de rest van hun loopbaan als een molensteen om de nek hangt....

Dat zijn tragische gevallen. Veel soevereiner is het om na een eerstesucces simpelweg te stoppen met schrijven, of in elk geval publiceren.

Tot die categorie behoort bijvoorbeeld Harper Lee, die haar fans na ToKill A Mockingbird (1960) vergeefs liet wachten op nieuw werk.

Ook Keri Hulme (The Bone People, 1985) kan onderhand tot de soortworden gerekend, en als we haar interview-uitspraken mogen geloven gaat hetmet Arundhati Roy (The God of Small Things, 1997) dezelfde kant op.

Het heeft er lang naar uitgezien dat ook Marilynne Robinson (alweereen vrouw) er na haar juichend ontvangen debuut het zwijgen toe zou doen.In 1981 publiceerde ze Housekeeping, het verhaal van twee meisjes dieopgroeien op het platteland van Idaho.

Het boek richtte zich op thema's als in het reine komen met verlies,volwassenwording en het ontstijgen aan het alledaagse. Vooral in datlaatste aspect kwamen de religieuze overtuigingen van de auteur naar voren.

Robinson plaatste haar verhaal tegen de achtergrond van een ode aanhet landschap van de noordwestelijke Verenigde Staten - zijn bergen,bossen, meren en prairies - en ontving een bekroning met de PEN/FaulknerAward en een nominatie voor de Pulitzer Prize. Housekeeping kreeg de statusvan een moderne klassieker.

Hoewel Robinson in recente jaren nog een religieus getinteessaybundel (The Death of Adam, 1998) en een polemisch geschrift tegen hetdumpen van kernafval publiceerde (Britain: the Welfare State and NuclearPollution, 1989), leek het er sterk op dat haar literaire activiteiten zichvoortaan zouden beperken tot het doceren van creative writing aan deuniversiteit van Iowa, de staat waar ze tegenwoordig woont.

De publicatie van Gilead, in 2004, kwam dan ook als een verrassingen voor sommigen misschien als een opluchting. Robinson ontving de PulitzerPrize 2005 (en een nominatie voor de PEN/Faulkner Award) voor dezeonmodieuze, verstilde, spirituele roman, waarin de lyriek van hetalledaagse en de lof van het platteland - ook als het niet speciaalpittoresk is - wordt gezongen.

De titel bevestigt wat we op basis van haar eerdere werk al haddenkunnen vermoeden: ook Robinsons tweede roman heeft een religieuzestrekking.

De term verwijst naar het bergachtige gebied in noordwesten van hethuidige Jordanië, en wordt in het Oude Testament genoemd als onder meerde locatie van een aantal bloedige veldslagen, waarbij onder meer deIsraëlische koning Achab sneuvelde.

Ook wordt Gilead genoemd als een plek waar geneeskrachtige kruidenvandaan komen, waaronder 'de balsem van Gilead'.

In de roman verwijst 'Gilead' in eerste instantie naar hetgelijknamige boerendorpje in Iowa, waar hoofdpersoon John Ames woont. Bijdeze 76-jarige is onlangs angina pectoris geconstateerd ('wat een haastreligieuze klank heeft, zoals misericordia'), en de verwachting is dat hijniet lang meer te leven heeft.

Met dit in het achterhoofd, begint Ames een lange brief te schrijvenaan zijn pas 7-jarige zoontje, een brief die deze als hij is opgegroeid zalkunnen lezen.

Op die manier hoopt Ames, na zijn dood, toch nog een zeker contact metzijn zoon te hebben, en hem de gelegenheid te geven zijn vader althansenigszins te leren kennen.

John Ames is de derde in een geslacht van predikanten. Ook zijn vaderen grootvader waren verkondigers van het geloof. Ames verloor zijn vrouwen kind bij de bevalling en bleef vervolgens het grootste deel van zijnleven ongehuwd, ondanks talrijke pogingen van zijn gemeente om hem van eennieuwe echtgenote te voorzien.

Pas op zijn 67ste, toen een onbekende vrouw zijn kerk kwambinnenwandelen, werd hij opnieuw verliefd. Het kind dat uit deze liefdevoortkwam, beschouwt hij als een godsgeschenk.

De brief die Ames aan zijn zoon schrijft - het verhaal speelt in 1956- is een combinatie van dagboekaantekeningen, vaderlijke goede raad,herinneringen en bespiegelingen.

Fascinerend zijn de verhalen over zijn vader en grootvader. Inbewoordingen die associaties oproepen met Melville's kapitein Achab (uitMoby Dick, en vernoemd naar de bijbelse koning), beschrijft Ames zijngrootvader als 'beschadigd en gekweld', 'iemand die voor eeuwig getroffenis door de bliksem, zodat zijn kleding altijd vaal was en zijn haar nooitnetjes zat en zijn oog een blik vol droeve schrik had, als hij niet sliep.Hij was de meest rusteloze mens die ik ooit ontmoet heb'.

Deze grootvader Ames trok in de periode voor de AmerikaanseBurgeroorlog naar Kansas, waar hij radicaal-abolitionistische (dus tegende slavernij gerichte) preken hield. Hij was gelieerd aan de historischemilitante, later door generaal Robert E. Lee ter dood veroordeeldeabolitionist John Brown, stond dikwijls gewapend op zijn geïmproviseerdekansel, stal van de rijken om de opbrengst aan de armen te geven en raaktein de Burgeroorlog een oog kwijt.

Als reactie op de fanatiek-miltante benadering van het christelijkegeloof werd de zoon van grootvader Ames een overtuigd pacifist. Dit leiddeuiteraard tot heftige confrontaties tussen beiden, die dan vervolgens minof meer ritueel - maar nooit al te diep - werden begraven.

' ''Heb ik u op enigerlei wijze gekwetst, eerwaarde', vroeg mijn vaderdan.

Waarop zijn vader antwoordde: 'Nee eerwaarde, u hebt mij op generleiwijze gekwetst, geenszins.'

En mijn moeder placht dan te zeggen: 'Jullie beginnen niet opnieuw,hoor!'' '

Een belangrijke episode is die waarin Ames vertelt hoe zijn vaderhem meeneemt op een zoektocht naar het graf van grootvader, die tijdens eenvan zijn missies is overleden.

In een verre van sentimentele maar des te ontroerender scène maakt hijons (en naar hij hoopt straks zijn zoon) getuige van een postume verzoeningtussen vader en zoon.

Vaders en zoons vormen de rode draad in deze roman, en de bijbelseallusies zijn legio. Zo is er de bevriende buurman, Boughton, wiens'verloren zoon' na jaren van afwezigheid terugkeert, een twijfelachtigeband met Ames' veel jongere vrouw krijgt (anticipeert hij op diensaanstaande overlijden?) en vervolgens, als zijn vader op sterven ligt,opnieuw het hazenpad kiest.

'Het was iets wat alleen zijn vader hem kon vergeven', aldus Ames, diedaarmee tevens de grenzen van zijn eigen vergevingsgezindheid ontdekt.

En natuurlijk speelt in de hele geschiedenis die andereVader-Zoon-relatie, waarin voor Marilynne Robinson de essentie van haarhele roman - 'de balsem van Gilead' - ligt besloten.

Hans Bouman

Marilynne Robison: GileadVertaald uit het Engels door Henk SchreuderDeArbeiderspers227 pagina's 18,95ISBN 90 295 6316 8Vertaald uit het Engelsdoor Henk SchreuderDe Arbeiderspers227 pagina's 18,95ISBN 90 295 63168

Meer over