POSTUUM

Zij verzonnen, maar hij was de geluidsarchitect

Februari 1967. John Lennon heeft een liedje geschreven gebaseerd op een circusposter uit de negentiende eeuw. Hij zegt tegen producer George Martin dat het liedje een 'kermissfeer' moet hebben, dat je het 'zaagsel op de vloer' moet kunnen ruiken. Of Martin dat even wilde regelen.

Van links naar rechts: Paul McCartney, George Harrison, Ringo Starr, George Martin en John Lennon. Beeld getty
Van links naar rechts: Paul McCartney, George Harrison, Ringo Starr, George Martin en John Lennon.Beeld getty

Martin aan de slag. Draai- en stoomorgels, een versneld opgenomen Hammondorgel, hij kon het gewenste effect niet vinden, waarop Martin opnameleider Geoff Emerick opdracht gaf de tapes te verknippen en in willekeurige volgorde weer aan elkaar te plakken.

En ziedaar, het tollende geluid van Being For The Benefit Of Mr. Kite!: flarden van pierementen, schijnbaar van alle kanten tegelijk. Kermis. Martin had het hem weer geflikt. Well done, George.

Zo ging dat veel vaker. The Beatles konden geen noten lezen en van techniek hadden ze geen verstand. Hun muziek klonk zoals die klonk dankzij de visionair in de studio: ze vertelden wat in hun hoofden hoorden - en Martin, de 'Vijfde Beatle', ging ermee aan de slag.

Dinsdag overleed Sir George Martin (sinds 1996 'Knight Bachelor') op 90-jarige leeftijd, na een lang en gelukkig leven met zijn vrouw Judy en vier kinderen. Zo'n rijk mensenleven, daar past best een vrolijke emoji bij, moet voormalig Beatles-drummer Ringo Starr gedacht hebben toen hij het nieuws als eerste bekendmaakte, via Twitter.

De geboren Noord-Londenaar George Henry Martin leerde pas echt een instrument bespelen (piano en hobo) toen hij de twintig al voorbij was. Als kind vond hij zijn pianolessen maar niets en tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij (in 1943) dienst genomen bij de Royal Navy. Hij hoefde nooit op gevechtsmissie.

Na de oorlog voltooide hij zijn muziekopleiding, maar werd hij studioproducer aan de slag, eerst bij de BBC, daarna bij EMI en het dochterlabel Parlophone, waar hij vooral klassieke muziek, lounge en komieken als Peter Sellers en Bernard Cribbins op plaat zette.

Verschillende planeten

In februari 1962 kwam hij in contact met Brian Epstein, manager van The Beatles. Toen Martin de demo-opnamen beluisterde, begreep hij meteen waarom Decca de groep kort daarvoor had afgewezen, maar toch charmeerden The Beatles hem: ze hadden iets ruws en de samenzang stond hem aan. Martin vond dat drummer Pete Best moest worden vervangen (en zo geschiedde), maar wilde het wel een kans geven.

Ze leken afkomstig van verschillende planeten, de vier schoffies uit Liverpool en de nette, al 36-jarige Londenaar Martin, maar er was wederzijds respect, Martin schonk The Beatles een contract en omdat debuutsingle Love Me Do een hitje werd, mochten ze een album opnemen.

Vroege Beatles-albums als Please Please Me (1962) en A Hard Day's Night (1964) springen nog altijd jubelend uit de luidsprekers, maar waren nog wel rechttoe-rechtaan producties. Wie wil horen hoe Martin ze precies liet klinken, moet de mono-versies beluisteren.

Geluidsarchitect

Martin baarde opzien door de orkestraties in liedjes als Yesterday (1965) en Eleanor Rigby (1966) prachtig weids te laten klinken, de beperkte studiomogelijkheden ten spijt, maar het genie en het haast oneindige improvisatievermogen van de producer openbaarden zich pas echt in volle glorie toen de muziek van The Beatles na 1965 complexer, experimenteler en ambitieuzer werd.

Vanaf het baanbrekende album Revolver (1966) gingen alle registers open. George Harrison raakte in de ban van mystieke Indiase klanken, The Beatles experimenteerden met hallucinogene drugs als LSD en wilden met geluid doen wat Salvador Dalí met verf deed. Het is bijna ongelooflijk dat het rijk gearrangeerde en georkestreerde Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967) door Martin uit een viersporenrecorder werd getoverd.

Tot diepe teleurstelling van Martin besloten de uit elkaar groeiende Beatles (met name Paul McCartney) dat het op het album Let It Be maar eens heel anders moest. George Martin werkte wel mee aan de opnamen, maar de Amerikaan Phil Spector mocht het geheel 'herproduceren' en van zijn signatuur voorzien.

Sir George Martin, zijn zoon Giles Martin, en zijn vrouw Judy Lockhart-Smith (L) in 2008. Beeld epa
Sir George Martin, zijn zoon Giles Martin, en zijn vrouw Judy Lockhart-Smith (L) in 2008.Beeld epa

Versmolten

Martin zou als Beatles-producer alsnog het laatste woord krijgen: de zwanenzang Abbey Road (die overigens eerder dan Let It Be zou verschijnen) nam de groep for old time's sake met Martin op. Vooral op de tweede plaatkant, een totaalproductie van in elkaar grijpende, orkestrale songs, laat hij horen wat hij allemaal in zijn mars had en hoe onwaarschijnlijk The Beatles én de popmuziek zich aan zijn hand ontwikkeld hadden in amper zeven studiojaren.

De naam van George Martin is zodanig met die van The Beatles versmolten dat je bijna zou vergeten dat hij ook anderen produceerde, van sixtiesartiesten als Cilla Black en Gerry & The Pacemakers tot, in later jaren, Ultravox, Cheap Trick en Céline Dion. Hij produceerde de James Bond-hit Goldfinger van Shirley Bassey (1964) en de aan Princess Diana opgedragen heropname van Elthon Johns Candle In The Wind (1997). Als producer had hij dertig nummer één-hits in Groot-Brittannië en 23 in de VS.

Meer dan de ex-bandleden bleef hij Beatle: hij produceerde hun soloplaten, verrichtte het monnikenwerk in de archieven dat tot restcompilaties The Beatles Anthology leidde en smeedde in 2006, als tachtigjarige, nog een mash-up van Beatles-muziek voor de theaterproductie Love in Las Vegas, geassisteerd door zijn zoon Giles, die het vak van zijn vader leerde en hem hielp naarmate zijn gehoor slechter werd.

Hoe belangrijk George Martin voor The Beatles was? In knorrige buien wilde John Lennon wel eens zeggen dat zijn rol niet overschat moest worden, maar op betere dagen was ook hij er duidelijk over: 'George Martin leerde ons de taal van de muziek en maakte ons in de studio tot wat we waren. Hij kon onze ideeën vertalen naar geluid.'

George Martin naast een standbeeld van John Lennon. Beeld ap
George Martin naast een standbeeld van John Lennon.Beeld ap

George Martin-producties

Gerry & The Pacemakers: Ferry Cross The Mersey (1964)

Een vroeg voorbeeld van orkestratie in een eenvoudig Brits popliedje, onder leiding van George Martin. De partijen voor de strijkers, gracieus maar geen moment te nadrukkelijk aanwezig, werden door Martin geschreven en gearrangeerd, Hij dirigeerde zelf het orkest en produceerde de uiteindelijke single produceerde.

The Beatles: In My Life (1965)

George Martin speelt in een aantal Beatles-songs zelf mee. Voor het middenstuk van In My Life componeerde hij op verzoek van John Lennon een 'barok-achtig' pianostuk (geïnspireerd door Bach, zei Martin zelf), dat hij zelf inspeelde. Hij nam het op halve snelheid op, zodat het, op normale snelheid afgespeeld, klonk als een klavecimbel.

The Beatles: Strawberry Fields Forever (1966)

John Lennon kon niet kiezen tussen de 'kale' en de georkestreerde versie en zei tegen Martin: 'Doe maar een beetje van beide.' Een onmogelijke opgave, want de versies verschilden van tempo en toonhoogte, maar Martin versnelde de ene, vertraagde de andere en smeedde er een bedwelmend totaal van.

The Beatles: Tomorrow Never Knows (1966)

Indiaas moest het klinken, met sitar en een aanhoudende drone op een tenpura. Maar de sound moest ook hallucinerend en druggy zijn - en dus zette George Martin in John Lennons Tomorrow Never Knows opnamen van drumbekkens en gitaren achterstevoren, zodat het nummer prachtig rondzingt. Die krijsende meeuwen? Dat is menselijk gelach, versneld afgespeeld. Het publiek wist letterlijk niet wat het hoorde.

The Beatles: I Am The Walrus (1967)

Topzware orkestratie wilden The Beatles en die kregen ze van Martin, met veel cello, klarinet en koper. En: een opname van een lezing uit Shakespeares King Lear, die klinkt alsof hij suizend als een transistorradio komt. Dat was ook zo: de opname was van Lennon. George Martin verwerkte hem in een popcollage waarin zo veel te horen was dat het de luisteraar van 1967 geduizeld moet hebben.

'Producer én bindmiddel'

Toen de Volendamse band The Cats in 1966 in de Bovema-studio in Heemstede ging opnemen, wisten ze dat ze daar precies het type recorder en mengtafel hadden die The Beatles in die periode gebruikten.

'Dat vonden we natuurlijk prachtig', zegt Arnold Mühren (72), behalve bassist en songschrijver (drie Nederlandse nummer één hits in 1968 en 1969) ook het bandlid met de grootste belangstelling voor opnametechniek. In 1972 opende hij zijn eigen Studio Arnold Mühren en produceerde hij zelf andere artiesten.

'Het studiogeluid van The Beatles in 1966, 1967, dat was niet te bevatten. Het nodigde enorm uit om te experimenteren zoals George Martin dat met The Beatles deed. En hij schreef er natuurlijk de prachtigste arrangementen bij.'

Arnold Mühren in 2008. Beeld Marion Golsteijn
Arnold Mühren in 2008.Beeld Marion Golsteijn

Mühren noemt het Cats-liedje I Walk Through The Fields uit 1970. 'We namen de zang op en draaiden daarna de tape als het ware om, zodat in het liedje de galm vóór de zang uitkomt. Die spirit, dat soort experimenten: George Martin.'

Martin was, naar Mührens inschatting, ook in andere opzichten van immens belang voor The Beatles. 'The Beatles waren piepjong en wisten niets van opnemen, zoals wij dat ook niet wisten. Een producer moet zo'n band bij de hand nemen en behoeden voor uitglijders, maar tegelijkertijd open staan voor hun muzikale ingevingen, hoe onorthodox die ook zijn. Dat heeft Martin fabelachtig goed aangevoeld en ik denk dat hij, als oudere man, ook een mentor was: een bindende factor die de ego's wist te verenigen. Ook in dat praktische opzicht is hij van cruciaal belang geweest.'

Meer over