Zhang Yimou maakt hedendaags sprookje

Een van de films op het 56ste festival van Venetië die unanieme lof krijgt, is Not One Less. Onder die titel wordt hij wereldwijd gedistribueerd door de Hollywood-major Columbia Pictures, maar hij komt toch echt rechtstreeks uit China....

Not One Less was eerst aangeboden aan Cannes, maar Zhang trok hem terug omdat hij vond dat de Fransen de film te veel vanuit een politieke optiek benaderden. Hij bestreed fel dat hij een politieke film had gemaakt. Zodoende kon ook niemand de bewering van de Fransen controleren dat het gewoon een slechte film was.

Alberto Barbera, de directeur van Venetië, zag hem en wreef in zijn handen. Not One Less is een juweel en bovendien geschikt voor een wereldwijd publiek, dat met behulp van Columbia ook te vinden moet zijn. De Fransen hadden ongelijk.

Het verhaal van Not One Less is ontleend aan een boek, dat op de werkelijkheid is gebaseerd. De onderwijzer van een dorpsschool in een afgelegen streek van China moet een maand weg omdat zijn moeder stervende is. Het dorpshoofd kan geen andere vervanger vinden dan een 13-jarig meisje, niet veel ouder dan de 28 schoolkinderen. Dat moet dan maar, als het maar rustig op school blijft. Het meisje krijgt een premie als er na die maand nog steeds 28 leerlingen zijn.

Een 10-jarige jongen wordt door zijn arme ouders naar de stad gestuurd om wat geld te verdienen. De kleine juf gaat hem daar zoeken, als de dood dat haar premie aan haar neus voorbij zal gaan. Dat is het raamwerk waarin nog van alles gebeurt. Zhang Yimou vertelt het verhaal als een geestig en leerzaam hedendaags sprookje over zaken als de onderwijssituatie in de Chinese provincie, kinderarbeid, problemen van jongeren in de grote stad en aan het slot ook nog de rol van de televisie.

Terloops worden deze thema's ingevoegd, want Not One Less is geen moeizaam educatief lesje, maar een ontroerend sprookje met licht-sentimentele momenten, dat toch op geen enkel moment afglijdt in sentimentaliteit, dankzij zijn krachtige, heldere beelden, de precieze montage en het schitterende acteren van met name dat 13-jarige meisje.

Voor alle rollen zijn amateurs gekozen die hun eigen naam dragen en een personage spelen dat zij in werkelijkheid ook zijn. Het dorpshoofd in de film is ook echt een dorpshoofd, zoals de busconducteur in de film in werkelijkheid ook busconducteur is. Zhang Yimou gaf hen geen scenario, maar vroeg hen steeds wat ze in een bepaalde situatie zouden doen en hield zoveel mogelijk de camera verborgen, zodat iedereen zo natuurlijk mogelijk zou optreden. Dat is wonderwel gelukt.

Hoe je niét moet omgaan met sentimentaliteit laat Wes Craven zien, de horrorregisseur die voor het eerst een 'gewone' film maakte, Music of the Heart. Meryl Streep speelt daarin een door haar man verlaten vrouw die of all places in de zwarte wijk East Harlem gaat wonen en kinderen daar viool leert spelen. Wedden dat deze dappere vrouw daar in slaagt? Je mond valt open van de valse noten waaruit Wes Craven een symfonie van het hart pretendeert te componeren. Eén ding kun je ervan leren: die horrorwereld van Wes Craven bestaat uit kinderlijke zielen die realisme verwarren met sentiment en kinderachtigheid.

Dat geldt niet voor Abbas Kiarostami, die met Le vent nous emportera zijn geestige en zinnige portretten van het leven in zijn geliefde Iran vervolgt. Zodra het eerste prachtige landschap op het scherm verschijnt, denk je: 'Daar gaat hij weer' en jawel: een man rijdt door dat kale landschap en vraagt de weg naar een dorp, waarna hij met hulp van een pientere jongen verschillende mensen ontmoet, hen vragen stelt en na wat belevenissen weer weg gaat.

Kiarostami maakt steeds ongeveer dezelfde film. Zijn vorige, The Taste of Cherry, was nogal gesloten. Deze weer bloedmooie aflevering heeft het door zijn luchtigheid en humor in zich om een breder publiek te bereiken.

Intussen blijft de discussie over film en seks gaande op het festival, vooral door de Italiaanse bijdrage Guardami. Directeur Barbera heeft het mooi opgebouwd. Eerst was er dus Kubricks Eyes Wide Shut, met een orgiescène waarvan je je afvraagt waarom die voor het Amerikaanse publiek zo nodig moest worden afgedekt. Daarna kwamen een paar films waarin bekende sterren als Harvey Keitel en Kate Winslet opmerkelijk openhartige seksscènes spelen. Toen kwam de beste in de reeks, de Koreaanse Lies, die in de Italiaanse kranten tot 'het schandaal van Venetië' werd verheven, terwijl het absoluut geen pornofilm is.

En nu Guardami ('Kijk naar mij'), wel regelrechte porno. Hij gaat over een porno-actrice, die door regisseur Davide Ferrario wordt benaderd als een vrouw die gewoon een vak heeft als elk ander vak. En een gewoon leven, met liefde en pech. Omdat zij werkt met haar lichaam, is dat natuurlijk ook te zien, en wel tijdens het uitoefenen van haar beroep. 'Functionele porno', moet kunnen. Maar dat lichaam heeft kanker en dat komt goed uit voor Davide Ferrario's geklets. Want, zegt hij: 'Film gaat, zoals we weten, over het tonen van de dood.' Weetjewel?

Smoesjes. De pornoscènes zijn er niet alleen wanneer de actrice haar werk doet, maar ook wanneer ze thuis de liefde bedrijft. Al het gefilosofeer dient alleen om porno een quasi-artistiek gouden randje te geven. Guardami is bovendien erbarmelijk slecht gemaakt, een paar van de vele pornoscènes zijn nog het enige dat hem de moeite waard maakt. En zo heeft Barbera een boeiende mini-tentoonstelling ingebouwd over porno. De nieuwe film van Ian Kerkhof had er bij gekund voor een brede maatschappelijke discussie over film en seks.

De overige Italiaanse films in het programma zijn evenmin van een kwaliteit om er op in te gaan. Er is ook niet een echte lijn te ontdekken die tot uitspraken zou kunnen leiden dat in bepaalde landen de film dood is of juist springlevend.

Opnieuw, zoals ook op andere recente festivals, een paar aardige kleine Franse films zonder een meesterwerk. En opmerkelijk kwaliteit uit Azië, met de Koreaanse Lies als interessantste film tot nog toe en het sprookje van Zhang Yimou als hoogtepunt.

Meer over