Zeven procents-norm Nuis ontleed in hoorzitting juristencollege 'Als het maar geen politieke prestigestrijd wordt'

Staatssecretaris Nuis van Cultuur mag zijn nieuwe maatregel dat de symfonieorkesten 'zeven procent Nederlandse muziek' moeten spelen nog steeds 'in de roos' vinden; de Süddeutsche Zeitung heeft er inmiddels met opmerkelijk fijn geheugen op gewezen dat de laatsten die de Nederlandse orkesten iets dergelijks oplegden, de Duitse bezetters waren....

Van onze verslaggever

Roland de Beer

ZOETERMEER

OCW gaat 'Nederlandse procenten' in de concerten van orkesten en ensembles berekenen aan de hand van het aantal live gespeelde minuten per seizoen. Wie niet aan de norm voldoet, wacht een korting op de subsidie. Ofwel een boete - menen de orkestdirecties.

'Maar in de Europese regelgeving zitten we ijzersterk', zegt Willem Wijnbergen, directeur van het Concertgebouworkest. Met een advocate zit hij te wachten in de hal van het OCW-departement in Zoetermeer. Tot in de VS heeft Nuis' muziek van eigen bodem-minutage de krant gehaald, weet Wijnbergen. In eigen gelederen ving hij het woord 'Kultuurkamer' op.

Het Concertgebouworkest heeft zich tot 'kop van jut' gemaakt, en heeft protest aangetekend bij de Commissie Bezwaarschriften - een nieuw college dat deels de taken heeft overgenomen van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State.

Bij de orkesten en de ensembles - de laatsten kregen een norm van tien procent aan de broek - werd lacherig gereageerd, toen de maatregel in september 'uit de lucht viel'. Maar het lachen is verstomd, bij het uitzicht op de kortingen die bijna ieder orkest in de komende kunstenplanperiode te wachten staan. 'Ik hoop niet dat het een politieke prestigestrijd wordt', zegt Wijnbergen. Zijn orkest haalt gemiddeld een norm van '1,8 procent' - in het komende seizoen een zuinige 1,3.

Maar een politieke prestigestrijd is het al.

Het wachten in Zoetermeer is op commissievoorzitter prof. mr. C. Kortman, hoogleraar bestuursrecht. Hij moet uit Nijmegen komen en staat in de file.

Mag een regering de Nederlandse muziek 'stimuleren' door musici te verplichten haar te spelen? En mag ze sancties uitoefenen als de betrokkenen het aan hun laars lappen - zoals Nuis de Tweede Kamer deze week opnieuw voorhield?

'Morele kwesties spelen hier geen rol meer. Het gaat om zaken waarmee we als niet-juristen soms nauwelijks rekening houden', zegt toehoorder Rudolf Wolfensberger van het Contactorgaan Nederlandse Symfonieorkesten. Gepokt en gemazeld in 'onbehoorlijk bestuur'-procedures uit het orkestenfusietijdperk van ex-minister Brinkman.

De Commissie voor de Bezwaarschriften verstrekt Nuis advies. Nuis kan het naast zich neerleggen. Dan wacht alsnog de Raad van State. Of het Europese Hof.

Voorzitter Kortman blijkt een muziekliefhebber; de file heeft hem in staat gesteld een passie-uitzending aan te horen. De juristen Broeckx en Zoontjens lachen niet mee, als het Nederlands repertoire aan de orde komt, en Kortman zich even niet in bedwang houdt ('Dit is geen juridische lach').

Mr. P. de Koning betoogt namens het Concertgebouworkest dat Nuis' maatregel geen wettelijke grondslag heeft. Het is ook zó algemeen aanvaard dat de overheid zich niet moet bemoeien met de inhoud van de cultuur, dat er geen reden voor is dit in de wet te verankeren, zegt ze.

Haar troefkaart is het Europees recht, dat 'discriminerende' subsidieregelingen 'kwetsbaar' maakt. Een spraakmakende auteursrechtprocedure van de Britse popartiest Phil Collins in Duitsland maakte dat al duidelijk. Een verbod op Griekse staatsbevoordeling van de Griekse filmsector zou het eens te meer hebben uitgewezen.

In de stijl van een eigen-huisbezitter die aan de hand van een hypotheek kan concluderen dat een zonnebad in zijn achtertuin hem 245 gulden per keer kost, rekent Wijnbergen uit dat één concertminuut met Nederlandse muziek bij het Concertgebouworkest op tweeëneenhalf duizend gulden komt. Gehoorzaming zou tot gevolg zou hebben dat het Concertgebouworkest voor 1,3 miljoen per jaar méér aan Nederlandse muziek zou besteden dan het nu doet, becijfert hij.

Zijn aas is de Code Cultuursponsoring. Als sponsors (die 10 procent van zijn begroting financieren) niets mogen zeggen over de programmering, en de gemeente Amsterdam (35 procent) daar niets over te zeggen wíl hebben, wat denkt OCW dan te mogen, met zijn 20 procent subsidieverantwoordelijkheid? 'Hoe moet ik dat rijmen?'

Wijnbergens programmering ligt tot 2001 al voor een goed deel vast. Wijnbergen ziet zichzelf niet bij dirigenten Solti en Harnoncourt aankomen met Nuis' subsidiebrief. En het Concertgebouworkest heeft de afgelopen jaren toch aardig wat Nederlandse stukken in première gebracht of opgediept.

OCW-ambtenaar Frits den Haring betoogt dat Nuis geen voorkeuren najaagt in de trant van 'Ik hou van Stravinsky en Chopin'. 'De bedoeling is een relatie te leggen tussen het subsidiëren van de scheppende toonkunst en het uitvoerende muziekleven'. En misschien wordt de sanctie 'niet in haar scherpste vorm' gehanteerd. 'Maar je moet de sanctie wel hebben.'

Wijnbergens score van gemiddeld 1,8 procent heeft Den Haring 'verrast'. OCW dacht dat het veel meer was. Het Nederlandse-muziekbeleid van het Concertgebouworkest gold bij het departement als een aardig voorbeeld. 'Wij zijn uitgegaan van de statistieken van de stichting Donemus. Misschien zit de discrepantie in het tellen van minuten, in plaats van het aantal uitvoeringen.'

Voorzitter Kortman verlangt helderheid over wat een Nederlandse componist is. Tellen De Fesch en Hellendaal mee, die in Engeland werkten? Tellen de buitenlanders mee die in Nederland werken? Stel, dat Nuis om 'Randstedelijke componisten' zou vragen?

OCW zegt 'geen behoefte' te hebben aan een 'catalogus'.

Kortman vindt de 'opzet' van Nuis' subsidiebeschikking 'merkwaardig'. Eerst iets 'verzoeken'. Dan een 'uitleggend verhaal'. En, in dezelfde brief, een 'sanctie': 'Is dat een gebruikelijke manier van beschikken?'

Den Haring: 'De subsidiebrief beoogt duidelijkheid te geven.'

Kortman: 'En die spreiding van de concerten van het Concertgebouworkest buiten Amsterdam. Is dat een voorwaarde?'

Den Haring: 'Het is een voorwaarde, zonder sancties.'

Kortman: 'Dus wensen kunnen tevens voorwaarden zijn?' Den Haring: 'Wensen kunnen spijkerhard of minder spijkerhard zijn.'

Meer over