Boeken

Zes spraakmakende debuten uit de vaderlandse literatuurgeschiedenis

Van het wiegeliedje van Annie M.G. Schmidt in het vrouwenkatern van Morks Magazijn tot het in een café achtergelaten typoscript van W.F. Hermans: zo verliepen de debuten van de groten in de Nederlandse literatuur.

null Beeld Thomas Nondh Jansen
Beeld Thomas Nondh Jansen

De ambitieuze moeder van Annie M.G. Schmidt stuurde gedichten van haar rond, die overal lof oogstten

Annie M.G. Schmidt, die thuis op de pastorie in het Zeeuwse Kapelle Zus werd genoemd, was bijna als peuter gedebuteerd. Als 13-jarige hbs-scholiere had zij een versje, dat toepasselijk ‘Wiegeliedje’ heette, opgestuurd naar het weekblad Jong Nederland. De hoofdredactrice schreef haar in januari 1924 terug: ‘Wat vind ik je versje alleraardigst en dat voor zóo’n jonge peuter nog.’ Toch werd het niet geplaatst, ‘al spijt het me heusch heel erg’, omdat ze nog te jong was.

De ambitieuze moeder van Annie stuurde nog meer gedichten van haar dochter rond, die overal lof oogstten. De oude dichter Willem Kloos ontwaarde ‘waarachtigen aanleg’. Anderhalf jaar later drukte Zij, het vrouwenkatern van maandblad Morks Magazijn, het wiegeliedje af. Zus was gedebuteerd. Net 15.

Annie bleef versjes publiceren. En die versjes werden steeds beter. Toch zou het maar liefst 25 jaar duren voordat haar debuut in boekvorm verscheen. Nadat Schmidt haar moeder en Zeeland was ontvlucht, en na de oorlog haar bestaan als bibliothecaresse had verruild voor een baan als chef documentatie bij Het Parool, werd ontdekt dat de schuwe, bebrilde en muizige vrouw uitdagende, eigenzinnige gedichten kon schrijven en cabaretteksten die klonken als een klok.

In 1950 kreeg Reinold Kuipers van uitgeverij Em. Querido de kans om haar eerste, volwassen bundel te publiceren: Het Fluitketeltje en andere versjes. Daarin stonden klassiekers als ‘Dikkertje Dap’ en ‘Het fluitketeltje’: ‘Ik moet fluiten, zolang als ik kook/ en ik kan het niet helpen ook!’ De debuutbundel van Annie M.G. Schmidt blijft eeuwig jong.

null Beeld rv
Beeld rv

In de zomer van 1940 liet Gerard een elftal gedichten in vijftig exemplaren vermenigvuldigen

‘Het schijnt een traditie te zijn, volgens welke elke beoefenaar van de schone letteren, ook degene die zich tot prozaïst of dramaschrijver ontwikkelt, zijn carrière begint met het schrijven van gedichten.’ Dit schreef Gerard Reve in de verantwoording bij zijn Verzamelde Gedichten.

Voor de Volksschrijver gold hetzelfde. Zijn officiële debuut is niet De Avonden, de aangrijpende ‘roman van een generatie’ die insloeg als een bom, bekroond werd met de Reina Prinsen Geerligsprijs en in 1947 onder het pseudoniem Simon van het Reve bij uitgeverij De Bezige Bij verscheen.

Nee, zijn officiële debuut is Terugkeer, een elftal gedichten die de 16-jarige Gerard K. van het Reve in de zomer van 1940 ‘op aanraden van anderen (ik weet niet meer wie)’ eigenhandig uittikte en in vijftig exemplaren liet vermenigvuldigen bij ‘Copieerinrichting DE KAMEEL, Meeuwenplein 9 Amsterdam Noord Telefoon 60990’.

Gerard verkocht de geniete velletjes aan zijn vrienden voor een kwartje per exemplaar. Een aantal van de getypte gedichten in het bundeltje in Terugkeer had hij al eens als poëtisch aanzoek gestuurd aan Christina Amende, de dochter van een communistische partijgenoot van zijn vader. In die tijd moet Gerard Christina ook per brief formeel ten huwelijk hebben gevraagd. Christina nam het niet serieus.

Misschien waren de regels uit het gedicht ‘Correspondentie-verontschuldiging’ wel aan haar gericht: ‘Hij meende het in volle ernst;/ Veel brieven en ook verzen schreef hij haar,/ Met letters, woorden, zinnen achter elkaar/ meende hij iets te kunnen uiten.’

null Beeld rv
Beeld rv

‘Nog zo naïef als een kind’ zond Hella S. Haasse haar gedicht in voor de Studentenalmanak

Hella S. Haasse werd op slag beroemd nadat zij een novellewedstrijd van de CPNB had gewonnen en Oeroeg, haar verhaal over de teloorgang van de vriendschap tussen een Nederlandse en Indonesische jongen, diende als Boekenweekgeschenk van 1948. Maar het eerste wat zij publiceerde was een titelloos gedicht.

Op drie koele jaren in Holland na bracht Hella haar jeugd door in Indië. Als meisje van 12 zette zij zich al aan een historische roman, Het Huys met de Meermin, en op het lyceum in Batavia schreef ze ook gedichten. Eentje begon met de regels ‘Ik hief mijn hand op tussen mij en ’t licht / en zag het dieprood schijnen van mijn bloed’.

In de zomer van 1938 moest zij tot haar onuitsprekelijke verdriet afscheid nemen van de Indische droomwereld om in Nederland te gaan studeren. Ze nam het gedicht mee in haar koffer op de boot. Als lid van het Amsterdamse corps, woest aantrekkelijk en intelligent ‘maar nog zo naïef als een kind’, zond ze het in voor de Amsterdamsche Studentenalmanak voor het jaar 1939. Het werd geplaatst.

In 1945 nam Haasse het op in de bundel Stroomversnelling die bij Querido verscheen. ‘Dat er iets blijft van mij – al zal mijn hand / diep in het stof tot kleurloos stof vergaan’ luiden de twee laatste dramatische regels. De jonge debutante leek wel op haar latere oeuvre te preluderen. ‘Toch was dat niet zo’, zei Haasse tegen mij in 2004. ‘Ik heb nooit bedacht om schrijver te worden. Dat is gewoon vanzelf gebeurd.’

null Beeld rv
Beeld rv

‘Jonge schrijver, verlies de moed nooit!’, schreef W.F. Hermans. ‘Oud worden is het grote geheim!’

In 1943, midden in de oorlog, had W.F. Hermans het manuscript van zijn eerste roman, Conserve, gereed. Hij bood het aan bij uitgeverij J.M. Meulenhoff, waar het werd geweigerd na het advies van de criticus D.A.M. Binnendijk, die het ‘mislukt’ vond. Hermans herschreef het manuscript en gaf het aan Geert van Oorschot. ‘Oorschot las, schrok en weigerde.’

Na de bevrijding verschenen hoofdstukken van Conserve in het tijdschrift Criterium. Daarna durfde W.L. Salm & Co. uitgave van de roman wel aan. In 1946 gaf Salm Hermans een contract en 800 gulden voorschot. De debutant in spe hoorde lange tijd niets. Wat bleek? Salm had zijn tas in een café laten staan. Mét het typoscript van Conserve erin.

Daarop vroeg Salm aan Hermans om zijn enige doorslag ervan. Dat kreeg hij pas, nadat Hermans hem een verklaring had laten tekenen dat hij tienduizend gulden schadevergoeding zou betalen als hij die doorslag ook kwijtraakte. ‘Had hij het maar weer zoekgemaakt!’, verzuchtte Hermans in Mandarijnen op zwavelzuur. Maar dat deed Salm niet. Hij gaf het boek uit op inferieur oorlogspapier. Het werd slecht verkocht.

Twaalf jaar later, toen Hermans een berucht en succesvol schrijver was geworden, besloot Geert van Oorschot – die eerst ‘schrok en weigerde’ – tot een herdruk van Conserve. ‘Jonge schrijver, verlies de moed nooit!’, schreef Hermans. ‘Oud worden is het grote geheim! Nederland verdraagt niet dat de carrière van een schrijver anders zou verlopen dan die van een commies, een stationschef, een officier of een Goudse kaas.’

null Beeld rv
Beeld rv

Geerten Meijsing en Keith Snell toostten bij uitgevers op een contract dat nog beklonken moest worden

Zonder afspraak drongen Geerten Meijsing en Keith Snell (die eigenlijk gewoon Kees Snel heette) van het schrijverscollectief Joyce & Co zich op een mooie dag in 1972 binnen bij uitgever Theo Sontrop van J.M. Meulenhoff in Amsterdam. De jongens stonden erop dat Sontrop hun vertaling van William S. Burroughs’ The Naked Lunch zou uitgeven. En wel meteen.

‘Wij kwamen zijn kamer binnen’, herinnerde Meijsing zich, ‘pakten glazen uit een koffer en een whiskyfles, en toen Sontrop tegensputterde dat hij ’s ochtends absoluut niet dronk, ook een fles jus d’orange, schonken iedereen in en toostten op een contract dat nog beklonken moest worden. Diezelfde scène hadden wij (uit Haarlem met de trein gekomen, en via telefoonboek en stadsplattegrond de ligging van vijf willekeurige uitgeverijen gedetermineerd hebbend) die ochtend al enkele malen eerder opgevoerd. In één dag zouden we het voor elkaar krijgen.’

De opzet slaagde. Naakte lunch verscheen bij Meulenhoff. En toen Joyce & Co het eerste deel van de Erwin-trilogie gereed had, feitelijk Meijsings romandebuut, boden ze dat opnieuw aan bij Sontrop, inmiddels uitgever van De Arbeiderspers, maar óók aan de rijke, decadente uitgever Johan Polak. Toen Erwin bij De Arbeiderspers verscheen, zei Polak tegen Sontrop: ‘Cher maître, waarom heb je in godsnaam dat Erwin-boek uitgegeven? Meijsing is een geweldige aansteller, een gymnasiast.’ ‘Als je zo jong bent en je zo goed aanstelt’, zei Sontrop, ‘dan zal je het nog ver brengen.’

null Beeld rv
Beeld rv

In barokke stijl stelde A.F.Th. van der Heijden zichzelf voor als Patrizio Canaponi

In 1977 reisde A.F.Th. van der Heijden door Italië, waar hij intensief zat te schrijven op goedkope pensionkamertjes. Hij wilde per se iets van zijn werk ter publicatie opsturen naar Nederland. ‘In een pension in Napels had ik een scherpe droom waarin Kellendonk en Oek de Jong voorkwamen. Toen ik wakker werd wist ik: het moet De Revisor worden.’

Van der Heijden schreef een lange brief aan de redactie van dat tijdschrift (‘Arrigento, (Sicilia), lunedi 19 dicembre ’77), waarin hij zichzelf in barokke stijl voorstelde als de Nederlands-Italiaanse schrijver Patrizio Canaponi. Bij de brief voegde hij twee hoofdstukken uit de roman Knapensluimer en het verhaal ‘Bruno Tirlantino of de bruiloft van prinses Ann’. Vervolgens voegde hij nóg een brief bij, van drs. A. Egberts – de latere held uit Van der Heijdens romancyclus De Tandeloze Tijd – die Canaponi zogenaamd onder zijn hoede had genomen.

Die hele zending kwam in Amsterdam terecht bij de redactie van De Revisor en op het bureau van Querido-uitgever Reinold Kuipers. ‘Bij terugkeer in Nederland’, vertelde Van der Heijden, ‘tastte ik volledig in het duister over het lot van mijn verhalen. Tussen de post zaten twee brieven. Eén van De Revisor: ze wilden ‘Bruno Tirlantino’ plaatsen. En één van Querido: of ik nog meer werk had en dat eens wilde opsturen.’

In 1978 debuteerde Patrizio Canaponi bij Querido met de verhalenbundel Gondel in de Herengracht. ‘Ik durfde die mystificatie alleen maar te lanceren omdat ik wist dat dat werk ook een tegenwerk zou krijgen. Ik zou daarna onder een andere, Nederlandse naam bij een andere uitgever debuteren. Maar daar is nooit iets van gekomen. Ik ben bij Querido begonnen aan De Tandeloze Tijd.’

null Beeld rv
Beeld rv
Meer over