Zelfs de tune van het programma behoort tot het nationaal erfgoed

In 1959 zond de publieke omroep voor het eerst samenvattingen van sportwedstrijden uit. Tv-registratie leverde een grote bijdrage aan de popularisering van topsport....

Om kwart voor één, te laat naar zijn zin, arriveert Frank Snoeks in het stadion. ‘Tot aan München-Oost’ op de ringweg vastgezeten’, bromt hij bij binnenkomst. Nu resteren hem minder dan twee uur voor het eerste fluitsignaal.

De voorbereiding op een sportwedstrijd dient in alle rust te verlopen. ‘Ik moet fit aan een wedstrijd beginnen, net als de spelers.’

Frank Snoeks gaat vanmiddag de wedstrijd tussen PSV en FC Groningen van commentaar voorzien. ‘Ik moet het er mee doen’, had de 54-jarige Snoeks door de telefoon gezegd. Belangwekkend voetbal valt vandaag niet te verwachten in Eindhoven, terwijl zijn status daar wel naar is.

In de geschiedenis van Studio Sport, bijna net zo oud als Snoeks zelf, zijn er legendarische botsingen geweest tussen voetbalcommentatoren met kwetsbare ego’s. Maar Frank Snoeks is daarvoor te melancholiek van aard. De afspraken zijn destijds gemaakt en PSV, de club die hem werd toegewezen, heeft zich vervolgens in de vingers gesneden. Het zij zo.

Zijn voorbereiding zal er niet minder secuur om zijn. In de aktetas die hij meezeult, zitten twee flesjes frisdrank die het mondvocht straks op peil moeten houden, en een paar A4’tjes met belangwekkende informatie. De selectiespelers van beide ploegen zijn daarop tot op het bot uitgebeend. ‘Doe ik allemaal zelf. Ik wil gewoon alles weten.’

Het liefst is hem de zijdelingse informatie, weetjes die buiten de algemene voetbalwetenschap vallen. ‘Wist je dat Feyenoord het hartstikke goed doet in avondwedstrijden en juist niet in wedstrijden die ’s middags om half één beginnen?’

Overigens komt dergelijke informatie eerder in aanmerking voor een rechtstreeks uitgezonden wedstrijd dan voor één in samenvatting. Maar je weet nooit.

Als het formulier met de 22 spelers worden uitgedeeld, haalt hij een groot blocnote te voorschijn en rangschikt ze in twee vermoedelijke opstellingen. Een vel met plakkertjes ligt paraat om eventuele wijzigingen netjes te corrigeren.

Frank Snoeks ziet tot zijn genoegen dat PSV de piepjonge Zakaria Labyad laat debuteren. ‘Ik zag een foto van hem en Afellay op bezoek bij een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Afellay haalde ik er met enige moeite uit, maar hem niet.’ Misschien komt die foto nog wel van pas in het verslag.

Frank Snoeks kwam op z’n 28ste in dienst bij Studio Sport, gescout door veteraan Theo Reitsma die stukjes van hem las in de IJmuider Courant. Sportcommentatoren waren halverwege de jaren tachtig nog op één hand te tellen. Nederland kende geen commerciële zenders en de zendtijd was beperkt. ‘Het was een beroep zo zeldzaam als astronaut.’ Nu is Frank Snoeks de eerste onder ontelbaar meer gelijken en dat in de twee best bekeken sporten, voetbal en schaatsen.

Aan de andere kant van het spectrum staat Koos Postema (77) die min of meer aan de basis stond van wat in 1959 begon onder de naam Sport in Beeld. Postema, die zou uitgroeien tot een beeldbepalende figuur van de Nederlandse tv, was in 1960 door de VARA aangetrokken als radioverslaggever. ‘Met als bijkomende taak de nabeschouwing van het voetbal’, voegt hij er grinnikend aan toe.

Nederland was destijds in levensbeschouwingen opgedeeld en zelfs het voetbalcommentaar had behoefte aan een katholieke, liberale of socialistische grondtoon. ‘De NCRV deed niet mee, want die was tegen voetbal op zondag.’ Postema grinnikt weer.

Elk weekeinde verdeelden de omroepen de wedstrijden voor hun afzonderlijke nabeschouwingen. Zo kon het gebeuren dat een wedstrijd een paar uur na afloop werd besproken.

Postema: ‘Alle zendtijd was keurig opgedeeld. Eerst kwam op zondag de KRO om vier uur met zijn sportprogramma. Daarna nam de AVRO het over en om zes uur was de VARA aan de beurt. Als wij de beurt hadden, mocht de KRO alleen de uitslag melden. Vervolgens moest de luisteraar geduld hebben totdat ik mijn licht over die wedstrijd liet schijnen.’

Ook de sportverslaggeving op televisie stond in de beginjaren onder het toezicht van ‘de gezamenlijkheid’, zoals het samenwerkingsverband van omroepen heette. Kort na zijn aanstelling bij de VARA schoof Postema namens die omroep door naar de betreffende werkgroep. ‘Dat werd door de collega’s van de radio niet echt op prijs gesteld. Wie voor de televisie ging werken, was een verrader.’

Een jaar voor Postema’s komst naar Hilversum beleefde Sport in Beeld zijn debuut. Die eerste zondag van de maand april in het jaar 1959 speelde Ajax tegen Feyenoord. Een selecte club Nederlanders kon daarvan ’s avonds met het bord op schoot een samenvatting zien.

De wedstrijd werd met één camera opgenomen en de verslaggever moest de cameraman een seintje geven als het spannend leek te worden. Ajax won met 5-0, de filmploeg had drie doelpunten gemist en één bijna. De ramp was te overzien, want voetbal moest de schaarse zendtijd delen met sporten als hockey en tafeltennis.

Camera en microfoon waren in die eerste jaren een welkome gast in de stadions. In Volendam lag altijd een pondje paling te wachten op de gasten uit Hilversum. De KNVB verlangde een financiële genoegdoening voor de geleverde waar, maar de omroepen deden met succes een beroep op het adagium van de vrije nieuwsgaring.

De gezamenlijke geschiedenis van voetbal en televisie begon bij dezelfde club waar Frank Snoeks zondagmiddag tien minuten voor aanvang zijn plaats opzoekt. De ontwikkeling van televisie was in handen van Philips en het elektronicaconcern onderkende het belang van voetbal in een vroeg stadium.

In 1950 werd de derby tussen PSV en Eindhoven op camera vastgelegd met commentaar van Jan Cottaar. De beelden werden vertoond in de bestuurskamer van de thuisclub en alle aanwezigen verdrongen zich voor een scherm met een diameter van 22 centimeter. Na afloop zei Anton Philips: ‘Het is 10-1 voor de televisie.’

Maar ook de sport had belang bij tv-registratie. Kunstrijdster Sjoukje Dijkstra was een van de eersten die daarvan profiteerde. Om maar niets te hoeven missen van haar opzienbarende pirouettes verzamelden alle straatbewoners zich in een huiskamer met televisie. Minder gelukkige Nederlanders verdrongen elkaar voor elektronicawinkels. Het kunstrijden beleefde een hoogtepunt op de Winterspelen van 1964.

Het huwelijk dat sport en televisie in de vorige eeuw aangingen, groeide uit tot het gelukkigste in de moderne geschiedenis. Sport werd dankzij televisie big business en zijn uitblinkers werden iconen van hun tijd. Grote toernooien en wedstrijden leveren de best bekeken programma’s op en zijn dus een goudmijn aan reclame-inkomsten.

Voetbalwedstrijden van het nationale team zijn sociale gebeurtenissen van jewelste en de televisie speelt daarin een centrale rol. Nooit is de nationale identificatie zo groot als bij tv-uitzendingen van belangrijke wedstrijden.

Al binnen een paar jaar had televisie beslag gelegd op belangrijke sportwedstrijden die dankzij televisie voortleven in het collectieve geheugen. De Elfstedentocht van 1963 kon legendarisch worden dankzij de rechtstreekse tv-uitzending. Koos Postema deed de presentatie en rookte er onbekommerd een sigaret bij.

Een paar maanden later stelde Hilversum alles in het werk om de return van het Europese treffen tussen Feyenoord en Benfica op het scherm te krijgen. Het was de eerste keer dat een Nederlandse voetbalclub tot de halve finale in de Europa Cup reikte.

Om de beelden van de Portugese televisie naar Nederland te krijgen, moesten straalzenders op de hoogste toppen van de Pyreneeën worden geplaatst. Technici van PTT en NTS, de voorloper van de NOS, trokken met muilezels over de nog onverharde wegen.

In 1966 kwam de NTS tot het besef dat het beroep op vrije nieuwsgaring niet langer stand hield. In ruil voor 250 duizend gulden mochten elke zondag drie wedstrijdverslagen worden uitgezonden. Veertig jaar later betaalden John de Mol, RTL en Versatel 69 miljoen euro voor drie seizoenen.

Twee keer raakte Studio Sport de voetbalsamenvattingen kwijt. In 1996 was er het kortstondige avontuur met betaalzender Sport 7 en in 2005 koos het betaald voetbal voor de nieuwe zender Talpa. Zoveel kijkers haakten af dat de clubs twee jaar geleden weer bij Studio Sport aanklopten. Football’s coming home, juichte de publieke omroep en de kijkcijfers onderschrijven dat.

Vorig jaar liet Studio Sport zichzelf bij het gouden jubileum onderzoeken en het programma blijkt jong en oud prima te bevallen. Negen van de tien kijkers roemen de kwaliteit en deskundigheid, de tune van het programma behoort tot het nationaal erfgoed.

Frank Snoeks foetert op de televisie voor zijn neus. Het schelle daglicht staat een goed zicht in de weg en de bibberende doelpalen duiden op een matige ontvangst.

Voor de zes minuten die hem voor de uitzending van vanavond zijn toegewezen, spreekt hij zijn commentaar rechtstreeks in. Hij vertrouwt voornamelijk op eigen waarneming. Hij kijkt alleen naar de tv-monitor als Eredivisie Live, het werkverband dat de uitzendingen beheert, de spannende momenten herhaalt.

Frank Snoeks is geen man van grote woorden. Een goed commentaar is wat hem betreft niet meer dan het betrappen van de werkelijkheid. ‘Maar soms moet je de kijker even helpen met wat hij ziet.’ Dat betekent dus ook snel en gedecideerd oordelen over wat er gebeurd. Wie fit is en goed voorbereid kan dat volgens Snoeks. Als de jonge Labyad scoort, kan hij de klassenfoto in zijn commentaar verweven.

In de 25 jaar dat Snoeks voor Studio Sport werkt, is een hoop veranderd. In zijn begintijd werd alleen op zaterdag en zondag uitgezonden. Dat waren louter registraties van wedstrijden. Nu is Studio Sport een perpetuum mobile met elke dag wel een paar uitzendingen waarin het om veel meer gaat dan de wedstrijd.

Bij zijn aantreden telde de redactie van Studio Sport hooguit 15 leden. Nu is de afdeling sport van de NOS een onafzienbare kantoortuin in het mediapark. Het hele spectrum van televisie tot teletekst wordt door 150 fte’s en 50 freelancers verzorgd.

Het huwelijk van sport en televisie is een ingewikkelde driehoeksverhouding geworden, waarin ook de sponsor een rol speelt. Zonder tv geen reclame geen topsport.

Maarten Nooter, in 2004 aangetreden als hoofdredacteur, benadrukt echter de onafhankelijkheid van zijn rubriek. Verslaggeving in het buitenland wordt op eigen kosten verricht en programma’s zijn niet te koop.

‘De ijshockeybond heeft bij RTL zendtijd gekocht. Bij ons komt ijshockey pas in beeld als ze aan de play-offs toe zijn en zelfs dat is niet zeker.’

Meer over