ZELFBEWUST AAN HET IJ

De plattegronden en profielen uit de Gouden Eeuw in het boek Het aanzien van Amsterdam neigen naar kunst. Op de afbeeldingen blaast de wind geluk en welvaart in de zeilen....

Het laatste geschreven portret van Amsterdam moet ‘Afscheid van Amsterdam’ uit Een voetreis naar Rome van Bertus Aafjes zijn. Het is een lyrische vertegenwoordiger van het genre.

‘Amsterdam, o stad van De Keyser,/ voor wie aan uw grachten ontlook/ schoner, vriendelijker en grijzer/ dan welke stad ter wereld ook.’ Dat is het begin van de lofzang op de grootheid van de stad, die zich seizoensgewijs in haar schoonheid laat kennen.

Aafjes’ grote en onvermoeibare voorganger en voorzanger was natuurlijk Vondel, die in 1613 – hij is dan 26 jaar – bij de prent van Abraham de Koninck, Allegorie op de welvaart van de Republiek en Amsterdam (de welvaart is de scheepvaart, zoals een overvol IJ op de prent laat zien) zijn eerste lofzang op scheepvaart en Amsterdam maakt. Het is de opmaat van zijn verheerlijkende beschrijvingen van Amsterdam, dat, mede door de mythologische vergrotingen, een aanzien krijgt dat nog imponerender was dan de werkelijkheid. Vondel was ook een groot propagandist. Het geschreven stadsportret – de stad werd, zie ook de aanroep van Aafjes, als een persoon, met een uiterlijk voorkomen en een innerlijk, de burgers, ervaren – heeft een heel oude traditie en daarmee veel gelijke karaktertrekken, kenmerkend voor de spiraalvorm die eeuwen oudere literatuur laten zien; herhaling en toe-eigening.

In een uitvoerige studie, opgenomen in het boek Het aanzien van Amsterdam, Panorama’s, plattegronden en profielen uit de Gouden Eeuw – het begeleidt de gelijknamige tentoonstelling in het Stadsarchief van Amsterdam – behandelt Boudewijn Bakker de geschreven stadsportretten, waarover literatuur bestaat, om vanuit hun belangrijkste aandachtspunten de stadsportretten uit de beeldende kunst, waarover weinig of geen literatuur is, naar de inhoud te karakteriseren. De studie is een fraaie parallel met een eerder in het boek opgenomen essay De stad in beeld/ Het stadsportret als genre in de beeldende kunst van dezelfde auteur. Dit essay is een belangrijke verkenning; ‘stadsportret’, het woord zelf wordt hier binnen de beeldende kunst voor het eerst gebruikt – het onderscheidt zich, mede door zijn documentair karakter van het vertrouwde ‘stadsgezicht’.

De tentoonstelling laat het stadsportret van Amsterdam nagenoeg uitsluitend in de grafiek zien, vaak zeer grote panorama’s, profielen, kaarten ook, al of niet met teksten, zich ophoudend tussen cartografie en beeldende kunst. Ze zijn voor een deel van uitzonderlijk formaat, vijf van de mooiste zijn in uitklapbare (en natuurlijk verkleinde) vorm in het boek opgenomen. Een van de mooiste en meest intrigerende bijzonderheden zijn de zeer grote oplagen waarin ze gedrukt zijn, duizenden en duizenden. De vier uitleggingen die Amsterdam in een eeuw kende, hebben natuurlijk mede aan enorme aantallen meegewerkt, het beeld van de stad was weinig stabiel en dat eiste vernieuwde uitbeelding.

De prenten, zoals ik ze maar even noem, moeten in veel huizen hebben gehangen en zo ontstaat het door de auteur bedachte meesterlijke beeld van het stadsportret als zelfportret. De functie ging veel verder dan een administratieve of illustratieve, die ze ook hadden. De panorama’s, plattegronden en profielen werden bijvoorbeeld zorgvuldig ingekleurd; ze bleven realiteit maar neigden naar de kunst. Bakker komt tot de conclusie ‘dat zo’n voorstelling aan de wand of op de hand bekeken, voor de eigenaren veel meer moet hebben betekend dan alleen als een nuttige informatiebron voor de fysieke kenmerken van de desbetreffende stad. Ze moeten ook gezien en genoten zijn als de bevestiging van hun trots als burger van hun eigen stad met haar eigen bijzondere eigenschappen en geschiedenis. Het is niet overdreven te spreken van zelfportretten, niet van één persoon maar van een stedelijke gemeenschap’.

De trotse burger keek naar zijn trotse stad, die zich aan het IJ ‘opendeed’: heel veel van de panorama’s zijn vanaf de overzijde van het IJ gezien; over een water vol schepen – de wind blaast geluk en welvaart in de zeilen, de wimpels triomferen aan de masten – kijkt men op de stad, die de wereldzeeën beheerst, maar ook de torens naar God laat verwijzen. Triomfantelijke allegorische voorstellingen hangen soms als wolken boven de stad. Amsterdam is zichzelf en zijn ideaalbeeld, zijn werkelijkheid en zijn zichzelf toegekende aanzien. De prenten zijn meesterstukken van zelfbewustzijn (en natuurlijk van een uiterst groot vakmanschap). Veel platen zijn op zich een ‘lof der scheepvaart’.

Tussen de twee essays van Bakker staat een zeer informatief essay over de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam in de zeventiende eeuw, de auteur is Jan Evert Abrahamse. Amsterdam krijgt de zo bewonderde gestalte die het meest praktische stedenbouwkundige werk van Europa moet zijn. Het andere essay is van Deirdre Carasso. Kroniek van het Amsterdamse stadsportret 1540-1740 heet het en het kan de concrete kunsthistorische pendant van de iets meer theoretische (en soms licht speculatieve) stukken van Bakker worden genoemd.

Het tweede deel van het boek is de catalogus. De platen zijn in soorten verdeeld, de afbeeldingen zijn vaak schitterend (hoewel ze natuurlijk niet op zullen kunnen tegen hun werkelijkheid op de tentoonstelling), de teksten, van verschillende auteurs, heel informatief. Een der boeiendste teksten is die bij de ets – de plaat is ook een van de vijf uitklapbare grootheden – van een uit de hoogte gezien IJ, gemaakt door de Florentijnse schilder en architect Pier Maria Baldi. Hij maakte deel uit van het gezelschap van Cosimo de Medici, die in 1667 en 1668 – in totaal zes weken – de stad bezocht. De prins werd met veel eerbetoon ontvangen (al was hij incognito); waarschijnlijk op verzoek van het stadsbestuur schreef Vondel een huldegedicht, met overdrijvingen als ‘Een godtheit daelt, als uit de wolken,/ Om laegh in ’t vrye Nederlant.’

Het aanzien van Amsterdam, de dubbelzinnigheid is mooi. We kijken naar de stad en tegelijk naar haar grootheid. Het gaat ook om een veroverd aanzien: het onderzoeksgebied van het getekende stadsportret is nagenoeg buiten de wetenschap gebleven. Veel ervan wordt hier voor het eerst zichtbaar. Stadsarchief en de auteurs hebben de ogen van de Amsterdammers geopend. En een schitterend boek dat meer is dan een herinnering aan de tentoonstelling, bezorgd.

Meer over