ModeMondkapje van Viktor en Rolf

Zelf maken: het mondkapje van Viktor & Rolf

Door de coronapandemie móéten wel: Nederlanders zijn massaal achter de naaimachine gekropen. In deze serie helpen Nederlandse topontwerpers je op weg met een zelfmaakpatroon dat niet kan mislukken. Deze week: Viktor & Rolf.

Viktor (rechts) & Rolf (links) omringd door hun meest recente couturecollectie ‘Change’Beeld Jaap Scheeren

Wat is het eerste handwerk dat jullie ooit maakten?

Rolf: ‘Ik was vroeger altijd aan het kruissteekborduren, van die voorgeprinte lappen. Toen was ik een jaar of 8.’

Viktor: ‘Ik kan me niet heugen dat ik zo jong al aan het borduren was. Handwerken mochten we niet op school, handenarbeid moest het zijn. Ik herinner me een dienblad met een gevlochten rand van pitriet, zo lelijk! Ik kan me ook herinneren dat we vroeger een verkleedkist hadden en het mooiste van alles vond ik een oud laken met gaten, dat drapeerde ik op alle mogelijke manieren om me heen.’

Maakten jullie moeders zelf kleren of andere handwerkdingen?

Rolf: ‘Mijn moeder maakte altijd al mijn kleding zelf, en ze was altijd aan het breien. Dat heb ik ook wel eens geprobeerd, maar ik vond het niks. Niet omdat ik het geduld niet had, want borduren vergt ook veel geduld, maar ik denk dat ik gewoon te onhandig was.’

Viktor: ‘Mijn moeder was niet zo handwerkerig. Maar mijn ouders hielden allebei van mooie kleren, dat wel.’

Wat is jullie oudste textiele jeugdherinnering?

Viktor: ‘Ik herinner me seventiesgordijnen, met grote halve cirkels, we hadden ze in het groen met crème en oranje met crème. In de zomer moesten we naar bed als het nog licht was, en dan zag je die print heel goed. Ik zie ze nog voor me. Het voelde zó oneerlijk dat we al moesten gaan slapen als de dag nog niet echt voorbij was.’

Rolf: ‘Mijn ouders hadden een grote ingelijste Maria aan de wand hangen, een combinatie van foto en stof, wit met crème en goud, een soort 3D-sculptuur die ik als kind al prachtig vond. Ik denk dat die door nonnen gemaakt is. Ik wilde die Maria als kind al hebben, en nu hangt ze inderdaad bij mij thuis.’

Welke ontwerpers of kunstenaars hebben jullie als kind geïnspireerd?

Viktor: ‘Ik had een vriendinnetje met een moeder die allemaal wandkleden maakte, en als ik daaraan terugdenk herinner ik me dat ze ontzettend mooi geappliceerd waren. Die wandkleden maakten veel indruk op mij als kind. Hun hele huis, eigenlijk: het was een soort interieur dat ik niet kende.’

Rolf: ‘Ik had een oom die kunstenaar was en als we daar gingen spelen in zijn atelier dan dacht ik: dit wil ik later ook wel. Ik mocht bij hem etsen en schilderen. Heel inspirerend.’

Wie zijn jullie handwerkhelden?

Rolf: ‘Ons team hier! Wij zijn zelf al heel pietluttig, maar we staan vaak versteld van de perfectie die ze hier bereiken. Dan is het voor ons al goed genoeg, maar dan gaan zij nog een paar stappen verder.’

Viktor: ‘Echt tot het gaatje. We hebben elk seizoen weer een nieuwe technische uitdaging. Er zit dit seizoen wel minder handwerk in de collectie omdat we letterlijk veel minder handen hadden die eraan konden werken. Normaal hebben we een heel leger internationale stagiairs en die zetten heel veel werk weg, maar toen de pandemie uitbrak gingen die logischerwijs naar huis.’

Is er een bepaald land of een bepaalde folklore waarvan jullie het handwerk heel mooi vinden?

Rolf: ‘We hebben voor onze najaarscollectie uit 2007 allerlei technieken uit Volendam gebruikt. Smokwerk, verf, beschilderde klompen. We hebben het door lokale ambachtsmensen laten uitvoeren, het kostte nog behoorlijk wat moeite om die te vinden.’

Wat is jullie lievelingsmateriaal?

Viktor: ‘Grote gemene deler is dat het altijd compacte stoffen zijn, stoffen met ‘stand’, waar je een vorm heel duidelijk in kunt neerzetten. Daar werken we liever mee dan met dunne stoffen, dat is niet onze sterkste kant.’

Als jullie naar een onbewoond eiland zouden afreizen, welke naaispullen zouden jullie dan meenemen?

Viktor: ‘Naaispullen? Ik neem liever een goed boek mee!’

Rolf: ‘Ik laat het handwerk ook liever thuis, maar een schetsboekje moet wel mee. Want als ik niks bij me heb om te tekenen, komen we terug met losse schetsen op het briefpapier van het hotel.’

Hoe kiezen jullie je materialen? Met de ogen of de handen?

Viktor, met instemmend geknik van Rolf: ‘Handen.’

Waaraan, behalve aan het label, kun je zien: ja, dat is typisch Viktor & Rolf?

Viktor: ‘Onze stijl is strak barok, kort samengevat. Er zit altijd iets uitbundigs in, maar tegelijkertijd heel grafisch. We zoeken altijd naar een duidelijk silhouet, dat we heel extreem uitwerken. En bij een grafisch beeld horen ook stevige kleuren die die vorm ondersteunen.’

Wat is het meest tijdrovende stuk dat jullie ooit hebben gemaakt?

Viktor: ‘Dat zouden we aan ons hoofd atelier Martin van Dusseldorp moeten vragen. Waarschijnlijk de jurk uit de voorjaarscollectie van 2010, met de grote gaten in het tule. Dat lijkt makkelijk, maar omdat-ie uit allemaal lagen bestaat was het een crime om alles precies aan te laten sluiten en de plooitjes overal gelijk te krijgen.’

Waarom hebben jullie gekozen voor een mondkapje?

Viktor: ‘Omdat het the smartest new accessory of the season is. In roze satijn, het materiaal waarvan we ooit een hele collectie hebben gemaakt. De eerste keer dat we zelf kapjes gedragen hebben was op het pontje over het IJ in Amsterdam, of all places. Nee, het is geen feest om zo’n ding op te hebben. Maar in deze uitvoering wel!’

Het mondkapje volgens Viktor & Rolf

Een mondkapje dragen is geen pretje, maar met een roze satijnen designerkapje loop je er in elk geval nog glamoureus bij.

Werkbeschrijving

1. Knip het patroon hiernaast uit of download het van de website (volkskrant.nl/zomeratelier) en print het op ware grootte uit, thuis of bij de copyshop.

2. Knip alle delen (behalve het hart van het de strik) uit voeringstof of bovenstof, zoals aangegeven op de patroondelen (patroon is inclusief aangegeven naadtoegift). Vouw voor het knippen de stof dubbel, zodat je gespiegelde delen krijgt.

3. Leg eerst de voering met de goede kanten op elkaar en stik de naad middenvoor. Knip de naad af tot 0,4 mm en strijk ’m één kant op. Doe daarna hetzelfde met de bovenstof.

4. Leg voering en bovenstof met de goede kanten op elkaar.

5. Stik de zijkanten op 1 cm van de rand, knip op 0,4 mm af, keer binnenstebuiten en strijk de kreukels eruit.

6. Maak een hulpstiksel aan de boven- en onderkant op 0,4 cm van de rand. Je hebt nu de basis van het mondmasker.

Voor de bies

7. Knip diagonaal twee linten van 3 cm breed. Je hebt twee biezen van 110 cm lang nodig. Je kunt ze iets korter knippen: rek ze wat uit, zodat je later het stiksel niet stuk trekt.

8. Strijk het lint in de lengte dubbel, strijk het vervolgens aan beide zijden 0,75 cm naar binnen zodat je een gevouwen bies van 0,75 cm breed overhoudt.

9. Vouw de bies om de boven- en onderkant van het masker en stik ’m door. Let op: speld de bies vanuit het midden zodat de linten aan beide zijden even lang zijn.

Voor de strik

10. Leg de stof voor de strik met de goede kanten op elkaar.

11. Speld de patronen voor de lussen en de vanen (op het patroon aangeduid als: ‘2 x knippen rechter’, ‘2 x knippen links’) op de stof. 

12. Stik langs het patroon en laat open waar dat staat aangegeven.

13. Keer de vanen. 

14. Knip de patronen op 0,3/0,4 mm uit langs de stiksels. 

15. Keer de gestikte delen binnenstebuiten en strijk ze. Je hebt nu 2 lussen en 2 vanen.

16. Knip het patroon van het hart uit enkele stof. 

17. Vouw het, zoals aangegeven, aan beide kanten 1 cm naar binnen en vouw zoals aangegeven op het patroon de plooi in het hart. 

18. Bevestig de rood gemarkeerde punten op elkaar (zoals aangegeven op de patronen), met de hand of de met de naaimachine en met de vanen tussen de lussen zoals in het voorbeeld. 

19. Vouw het hart om de strik en bevestig het aan de achterkant. 

20. Bevestig de strik op het masker met een handstiksel door de bovenstof.

Patroon voor het mondkapjeBeeld Viktor&Rolf
Meer over