achtergrond

Zeeschilders Willem van de Velde en zijn zoon waren zelfs geliefd in Engeland

In Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam is nu een overzichtstentoonstelling te zien van Willem van de Velde de Oude én de Jonge. Wat maakt het werk van deze zeeschilders zo bijzonder?

The Burning of the Royal James (Later in the Day). Thomas Poyntz en Willem van de Velde de Oude. Geweven na 1685. Beeld
The Burning of the Royal James (Later in the Day). Thomas Poyntz en Willem van de Velde de Oude. Geweven na 1685.

Een voltreffer: op het schilderij van Willem van de Velde de Jonge (1633-1707) ramt een Nederlands branderschip (een schip met ontvlambaar materiaal) de Royal James. Of eigenlijk ligt het rammen alweer achter ons: het grootste schip van de Frans-Engelse vloot staat geheel in lichterlaaie. Vlammen klimmen in de zeilen, vlammen jagen de opvarenden van het dek, vlammen spiegelen in het water, dat de kleur krijgt van lava. Waar veel vlammen zijn, gaat de Royal James ten onder. Zo begon het einde van de Slag bij Solebay, maar dat einde bleek van elastiek.

Wakkere lezers als u dreunen de kale feiten van die zeeslag (de eerste van de Derde Engels-Nederlandse Oorlog) natuurlijk moeiteloos op, maar ik geef ze hier voor de zekerheid toch: op 7 juni 1672 (het Rampjaar) voerde de Nederlandse vloot onder leiding van Michiel de Ruyter in de Solebay (bij Suffolk) een verrassingsaanval uit op de daar gestationeerde Frans-Engelse vloot. De opperbevelhebber van de Engelsen, de hertog van York (de latere koning Jacobus II) was van plan geweest de Nederlandse thuishavens te blokkeren. Het doel van De Ruyter was dat plan op voorhand af te breken. 2500 Engelsen gingen daarbij naar de haaien, tegenover ‘slechts’ een paar honderd Nederlanders. Die laatsten leden dan weer meer materieel verlies. Een festijn van verspilling, wat u zegt. De slag eindigde onbeslist.

Niet dat de strijdende partijen daar prat op gingen. Geheel volgens de wetten van de oorlogspropaganda claimden zowel de Hollanders als de Britten de overwinning. In de Republiek werd gevierd dat de Staatse vloot een blokkade had weten te voorkomen. Aan de overzijde van het Kanaal hield men het erop dat een sluwe verrassingsaanval van de oude vijand was afgeslagen. Koning Karel II was hierover zo opgetogen dat hij ter herinnering aan de slag het jaar erop een set van zes wandtapijten liet ontwerpen door Willem van de Velde de Jonges vader, Willem van de Velde de Oude (1611-1693). Die was het jaar ervoor ooggetuige geweest van de gevechten, de laatste keer dat hij met de Nederlanders meevoer voor hij en zijn zoon naar Engeland verkasten.

Aan dit illustere tweetal wijdt Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam nu een overzicht, een riante, knap opgezette presentatie. De langverwachte expositie, samengesteld door hoofd collecties Jeroen van der Vliet, ontstond in nauwe betrekking met het National Maritime Museum in Greenwich, dat ruimhartig uitleende. De vorig jaar aangekochte wandtapijten van de Slag bij Solebay, hier in hun eigen zaaltje, vormen het hoogtepunt van de expositie, al klinkt ‘hoogtepunt’ een beetje raar bij zulke stille, onbeweeglijke objecten. Biografietechnisch lijken ze in ieder geval de schroef waar de loopbanen van de Van de Veldes omheen draaien, vooral die van De Oude.

Zijn wording als kunstenaar is frustrerend vaag. De eerste keer dat zijn signatuur opduikt (op een ere-gravure van Maarten Harpertszoon Tromp) heeft hij de in de 17de eeuw alleszins gerijpte leeftijd van 29. Toen had hij al veel getekend. Vaststaat dat hij van jongs af aan vertrouwd was met het leven op zee in het algemeen en schepen in het bijzonder. Van de Veldes vader was een Leidse kaagschipper, die zich tijdens de Tachtigjarige Oorlog bezighield met het verplaatsen van de schutters naar het slagveld. Het schip van Van de Velde de Oudste figureert op een prent van de tekenaar Cornelis Liefrinck – wellicht leerde hij Van de Velde de knepen van het vak. Als gezegd, het blijft allemaal speculatief. Op zijn 24ste verhuist Van de Velde de Oude in elk geval met vrouw en zoontje, nog een Willem, naar Amsterdam om zijn geluk te beproeven als scheepstekenaar.

Detail uit Episode op de slag bij de Sont, met links Willem van de Velde de Oude in zijn galjoot. Beeld
Detail uit Episode op de slag bij de Sont, met links Willem van de Velde de Oude in zijn galjoot.

Velen uit Holland verdienden indertijd hun brood met het produceren van ‘zeetjes’, en de expositie bloemleest ze voorbeeldig. Hendrick Cornelisz. Vroom, die de gevechten op zee tijdens de Nederlandse opstand schilderde als waren het episoden uit de Odyssee. Hans Savery de Oude, bij wie de Oost-Indiëvaarders zich een weg banen door golven die gemaakt lijken van uithardend beton, en die er zijn hand niet voor omdraaide om een paar zeeduivels in de mix te gooien. Simon de Vlieger, de zeer getalenteerde leermeester van Willem van de Velde de Jonge. Van de Velde de Oude nam binnen deze club een heel eigen positie in. Hij maakte penschilderijen: gedetailleerde inkttekeningen op met krijtstof bedekt paneel of doek. Aanvankelijk waren ze klein, met afbeeldingen van individuele schepen; later groter, met, tamelijk spectaculair, complete zeeslagen. Glorieuze zeeslagen, voor de Hollanders dan.

De werken, die in trek waren bij de admiraliteit, werden geroemd vanwege hun accuratesse. Van de Velde stelde er eer in om de schepen en gevechtssituaties zo getrouw weer te geven als menselijkerwijs mogelijk was: je moest van de vaartuigen niet enkel kunnen zien of je van doen had met een fluitschip of een fregat, maar ook uit welke stad het vaartuig precies kwam, en hoe de tuigage en het houtsnijwerk op de spiegel eruitzagen. Van de Velde maakte daartoe duizenden tekeningen in de Staatse rederijen. Om de posities van de schepen correct weer te geven sprak hij de betrokken bevelhebbers, maar al snel begreep hij dat zulke verhalen tekortschoten. Hij wilde het conflict met eigen ogen zien.

Episode op de slag bij de Sont, Willem van de Velde de Oude, circa 1660. Beeld
Episode op de slag bij de Sont, Willem van de Velde de Oude, circa 1660.

Als ‘teeckenaer van de vloote’ reisde Van de Velde de Oude tussen 1652 en 1672 minstens zes keer mee met de Staatse vloot. Hij was onder meer getuige van de Slag bij Ter Heijde, de Slag in de Sont en Slag bij Lowestoft. Dat hij daarvoor permissie kreeg dankte hij aan zijn reputatie als kunstenaar, en ook aan zijn privécontacten. Zijn zwager, Jacob Agges, was commissaris op het Vlie namens de admiraliteit, waardoor Van de Velde een direct lijntje had naar de mannen die beslisten over al wie te varen gingen.

Men stelde hem een galjoot ter beschikking, een klein zeilschip dat onder meer werd gebruikt voor het doorseinen van vlagsignalen van het admiraalsschip aan de vloot. Zijn kapitein kreeg de orders om de kunstenaar te vervoeren ‘soodanich als hij voor sijne te doene teckeninge sal dienstich oordeelen’. Bij sommige zeeslagen fungeerde Van de Velde de Oude waarschijnlijk ook als boodschapper, getuige notities als: ‘Doen ick met het gallijoodt in zee ging met brieven / aen den admirael tromp op vrijdach na middach ten 2 urren op den 8 august 1653.’ Luitenant-admiraal Jacob van Wassenaer Obdam, met wie Van de Velde aan de vooravond van de Slag bij Lowestof dineerde op het vlaggenschip Eendracht, verbaasde zich dat ‘iemand uit konstliefdigheid zig zoo na by ’t gevaar dorst te begeven’.

Die tochtjes met de Armada waren inderdaad niet zonder gevaar. De galjoot waarmee Van de Velde voer nam weliswaar niet actief deel aan de gevechten, maar dat betekende niet dat hij in het vuur van de strijd niet door een verdwaalde kogel of rondvliegende houtsplinter kon worden geraakt. Van de Veldes eigen kranigheid lijkt hem van enige trots te hebben vervuld. Om zijn publiek te herinneren aan het waarachtige karakter van zijn penschilderijen liet Van de Velde zichzelf tussen het strijdgewoel vaak een cameo maken. Op Episode op de slag bij de Sont ziet u links voorin een bootje met een mannetje in de weer met tekenpapier. Dat is Willem.

In Het Scheepvaartmuseum treft u een hele wand met zulke penschilderijen, waaronder dus Episode op de slag bij de Sont (circa 1660). Op dat penschilderij vechten de Nederlanders voor de verandering eens niet tegen de Engelsen, maar tegen de Zweden: schepen, al dan niet tot wrakhout geschoten en/of op weg richting de zeebodem; sloepen, overlopend van de bemanning; kruitwolken, zo omvangrijk dat ze de horizon aan het gezicht onttrekken. Het is, zoals bij alle penschilderijen van Van de Velde, een ontzagwekkend gezicht. Eerder imponerend dan aangrijpend, eerlijk gezegd. Misschien is het iets persoonlijks, maar de overstelpende hoeveelheid objecten en figuren op zo’n penschilderij, en de hysterische mate van exactheid waarmee alles is uitgewerkt, stemmen een beetje onrustig. Nou ja, je hoeft natuurlijk niet alles te bekijken.

Het moeilijke van het maken van zo’n penschilderij is de haast tegengestelde eisen waaraan het moet voldoen. Enerzijds moet het een waarheidsgetrouwe weergave zijn van een chaotische situatie, anderzijds een coherent en aantrekkelijk geheel. Van de Velde laveerde tussen het authentieke en het mooie, waarbij hij qua insteek per zeeslag varieerde. Voor De zeeslag bij Nieuwpoort (1653) besloot hij bijvoorbeeld om als een soort zeemeeuw boven de gevechten te gaan hangen, om zo de immense omvang ervan te benadrukken, maar op zijn verbeelding van de Vierdaagse Zeeslag licht hij één specifieke episode uit: de inname door de Nederlanders van de op een zandbank vastgelopen Royal Prince. Op die manier maakte Van de Velde de Oude de actie enigszins behapbaar voor de kijker.

Het verzamelen van de Nederlandse vloot voor de Vierdaagse Zeeslag, / Willem van de Velde de Jonge, 1670. Beeld
Het verzamelen van de Nederlandse vloot voor de Vierdaagse Zeeslag, / Willem van de Velde de Jonge, 1670.

Het werk van de zoon, Willem van de Velde de Jonge, was heel anders. Hij werkte met olieverf, in kleur, in een, zoals Jacob Campo Weyerman schreef, ‘schoone, doorschijnende, en vrolijke schilderwijze’. Ook Willem junior bekwaamde zich in het maritieme genre, maar qua onderwerpskeuze lijkt hij lang niet altijd op zijn oudeheer. Hij schilderde meestal niet het conflict, maar wat er voor of na gebeurde: schepen op een rede bij Wieringen, schepen met badende mannetjes – altijd schepen, dat wel. Het kan stormen in Van de Velde de Jonges schilderijen, maar vaker zijn zijn haven- en zeegezichten verstild. Met hun honingkleurige licht en rimpelloze water doen ze vaag denken aan het werk van Aelbert Cuyp. Het beeld van Van de Velde als een zeewaardige Cuyp is passend, want net als de Dordtenaar groeide hij in de 18de eeuw uit tot een idool voor Britse schilders. ‘This made me a painter!’, zou Joseph Mallord William Turner bij het zien van een van Willems schilderijen zelfs hebben uitgeroepen.

Dat Turner Van de Veldes werk goed kende had een eenvoudige reden: in de winter van 1672 vestigden de Van de Veldes zich permanent in Engeland. Op invitatie van koning Karel II, die als balling had geroken aan de Europese hofcultuur, en nu, teruggekeerd in zijn vaderland, iets vergelijkbaars op poten wilde zetten, compleet met zeilpartijen, wandkleden, schilderijen, waaronder die van de Van de Veldes.

Ons komt die overstap misschien een tikje opportunistisch voor, maar de schilders zullen er geen moment schaamte over hebben gevoeld. Het was tenslotte de 17de eeuw, vaderlandsliefde in de moderne zin van het woord bestond nog amper. Dat vaderland, de Republiek, was zelf een precaire aangelegenheid. Bovendien zagen de van oorsprong Vlaamse Van de Veldes zichzelf eerst en vooral als zeeschilders. Thuis, redeneerden zij, was de plek waar zij de beste opdrachten konden krijgen, en in Engeland belandden ze in een gespreid bedje. Karel gaf de zeeschilders een ruime werkplaats in Queen’s House in Greenwich (het huidige National Maritime Museum in Greenwich), plus jaargeld keer twee. Met het avontuur van weleer was het echter gedaan. Voortaan maakte de De Oude enkel nog ceremoniële tochten. Hij avonturierde slechts nog in het atelier, waar hij nu werkte aan ontwerpen voor de tapijten van de Slag bij Solebay. Er waren complicaties. Van de Velde beleefde de slag aan Hollandse zijde, maar wist niet hoe het er bij de Britten aan toeging. Daarom werd de voornoemde hertog van York, die indertijd het bevel voerde over de vloot, erbij gehaald om de kunstenaar te informeren over de manoeuvres van de schepen. De set tapijten werd uiteindelijk door Francis en Thomas Poyntz geweven in de koninklijke weverijen van Mortlake, bij Londen. Het setje kleden dat tien jaar later werd bijbesteld, een geschenk voor een admiraal, is nu te zien in Het Scheepvaartmuseum.

Het linkertapijt laat zich goed lezen: het toont de brandende Royal James tegen de achtergrond van elkaar bestokende Staatse en Engelse schepen. Maar het rechtertapijt heeft historici voor raadsels gesteld: wat zien we precies? We zien de Engels-Franse vloot in een linie, een opstelling die de indruk wekt dat de slag nog moet beginnen. Gezien de geblakerde staat waarin de zeilen verkeren is dat echter onmogelijk. We kijken dus naar de volgende ochtend. De Engels-Franse vloot heeft zich gehergroepeerd en maakt zich op voor een nieuwe ronde. De Staatse vloot, weergegeven als streepjes aan de horizon, doet hetzelfde. Twee zwaargewichten die op onvaste benen staan te wachten tot die ander nog een stoot uitbrengt, dat is wat we hier eigenlijk zien. Van de Velde de Oude en zijn tekeningen waren toen al lang en breed op weg terug naar huis.

Willem van de Velde & Zoon, Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam, t/m 27/3 2022.

Catalogus: Jeroen van der Vliet: Willem van de Velde & Zoon. Uitgeverij Thoth; 176 pagina’s; € 29,95.

Bij de vleet

De liefdeslevens van de Van de Veldes hadden een hoog soapgehalte. Van de Velde de Jonge trouwde jong, maar scheidde ook jong: een storm van overspel en nachtelijke scheldpartijen zou daaraan zijn voorafgegaan. Zijn vader, Van de Velde Oude, hield er een al even rommelig liefdesleven op na. Hij was een klassieke schuinsmarcheerder, verwekte meerdere buitenechtelijke kinderen, en verruilde de echtelijke woning soms voor onbepaalde tijd voor die van zijn minnares. Zijn huwelijk hield evenwel stand, en zijn vrouw volgde hem naar Engeland.

Van de Velde de jongste

Willem van de de Velde de Oude en zijn zoon waren niet de enige twee schilderende Van de Veldes. Ook zijn tweede zoon, Adriaen van de Velde, had talent: deze jong gestorven kunstenaar kennen we vandaag de dag van zijn strandgezichten en schilderijen met ossen en paarden. Daarnaast was er nog de zoon van Willem van de Velde de Jonge, Cornelis van de Velde, die werkte in het Engelse atelier van zijn vader, die hij navolgde en vaak ook domweg kopieerde.

Meer over