Zeeën van tijd en de horizon de deadline

Het degelijke National Geographic komt niet alleen meer met 'fraaie foto's van vogels', het is in de loop der jaren ook steeds journalistieker geworden....

WAAROM ZOU EEN dictator een fotograaf van National Geographic laten vastzetten? Die fotografeert toch vooral zandduinen in de woestijn en misschien wat kleurig geklede nomaden? Dat vroeg ik me af toen de Frans-Iraanse fotograaf Reza mij vanuit zijn hotel in Asjchabad opbelde om te laten weten dat hij door de geheime dienst van Turkmenistan was opgepakt. Of ik de collega-journalisten in Moskou niet op de been wilde brengen?

Ik had Reza net leren kennen, bij de viering van onafhankelijkheidsdag. President Nijazov opende bij die gelegenheid een reusachtig overdekt sportstadion, een van de vele megalomane voetsporen die hij in de stad achterliet.

Om te voorkomen dat wij journalisten belangstelling voor de verkeerde onderwerpen zouden ontplooien, stuurde het ministerie van Buitenlandse Zaken ons op een gedwongen excursie naar een verlaten dorpje waar Nijazov de grootste moskee van Centraal-Azië uit het zand had laten verrijzen.

Reza had het tochtje overgeslagen en werd nog diezelfde middag ergens in de stad onder de arm genomen door Nijazovs agenten. Zijn straf viel wel mee: drie dagen hotelarrest en dan nog in een van de beste hotels van Asjchabad. Bovendien mocht hij eruit voor een diner met de Franse ambassadeur, die meteen kwam aangesneld om de fotograaf te redden.

Het was voor mij als een spoedcursus 'de betekenis van National Geographic'. De dictator en de ambassadeur hadden allebei hun keurmerk gegeven: de een 'gevaarlijk', de ander 'belangrijk'. Sommige mensen mogen dan denken dat het blad vooral fraaie foto's van zeldzame vogels afdrukt, kennelijk wordt er in Turkmenistan anders over gedacht. Per slot van rekening, zo weet men ook in Turkmenistan, heeft het blad bijna tien miljoen abonnees en wordt het over de hele wereld gelezen.

Wat nog meer indruk maakte, was de achteloze wijze waarop Reza meedeelde dat hij van het blad bijna een half jaar de tijd had gekregen om een fotoreportage over de Kaspische Zee en de landen eromheen te maken. Het blad had zelfs een appartement voor hem gehuurd in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan.

En dan de jaloers makende deadline: Reza's prachtige foto's verschenen dit voorjaar - anderhalf jaar na zijn avontuur met de agenten van Nijazov. Uiteindelijk bevatte zijn reportage maar één foto uit het land van Nijazov: ironisch genoeg een plaat van de opening van het stadion.

'Zoveel tijd geven we een fotograaf bijna nooit', zegt adjunct-hoofdredacteur Robert Poole in het statige hoofdkwartier van de National Geographic Society, midden in Washington. Voor een 'kort' verhaal (tien pagina's) krijgt een fotograaf misschien twee weken. 'Maar als het een lastige opdracht is, trekken we er meer tijd voor uit.'

Voordat het stuk in het blad komt, gaat er zeker een half jaar maar meestal een jaar voorbij. 'Dat kan niet anders. We zijn heel precies wat de feiten betreft en het kost nu eenmaal tijd om de feiten na te trekken', zegt Poole, die de verantwoordelijkheid heeft voor de tekst van het fameuze blad.

Het eerste nummer van het blad ziet er ook heel degelijk uit. Hoofdschotel van het nummer is een uitvoerige verhandeling over 'De grote storm van 11 tot 14 maart 1888' die de Amerikaanse kust teisterde. Het slaperige blad was toen nog vooral het clubblad van een select gezelschap geografen, die zich hadden verenigd om de kennis van de aarde te verspreiden.

De ommekeer kwam toen Gilbert Grosvenor in 1899 als hoofdredacteur het blad onder handen nam. Hij vond dat het blad in plaats van droge geografische feiten de 'levende, ademende, menselijke waarheid over die wereld van ons' moest vertellen.

Behalve wetenschappelijke verhandelingen begon National Geographic ook reisverslagen te publiceren. Grosvenors aanpak had succes. In twintig jaar steeg het aantal abonnees van 1400 naar ruim 700 duizend. Maar misschien was het ook wel Grosvenors marketing-inzicht: het geheim was volgens hem dat de lezers geen gewone abonnees waren, maar leden van de National Geographic Society die iedere maand hun clubblad ontvingen.

De grote doorbraak kwam in de jaren dertig toen de 35 mm camera's en de kodachrome films in zwang kwamen en de ontdekkingsreizigers die door de National Geographic Society op weg werden gestuurd naar de laatste onontdekte uithoeken van de wereld geen zware driepoten en glasplaten meer hoefden mee te zeulen. Iedereen kon over hun schouder meekijken en zich, ook in zijn behaaglijke leunstoel, een avonturier wanen.

Toen Grosvenor in 1954 opstapte, was het blad een instituut met een lezerskring van miljoenen. Hij is waarschijnlijk ook de enige hoofdredacteur die zich erop kon beroemen dat er een berg (in Alaska) naar hem is vernoemd.

Terugbladeren in de 111 jaargangen die het blad al heeft uitgebracht, brengt je naar alle uithoeken van de wereld. Maar het heeft vaak iets tijdloos: er is veel aarde, maar de geschiedenis lijkt te ontbreken.

Tot diep in de jaren zeventig schreef het blad niet over de rassenscheiding in de VS en de discrimimatie van de zwarten, als het over Zuid-Afrika ging bleef de apartheid ongenoemd. Een enkele keer sloeg National Geographic de plank helemaal mis, zoals in 1937 toen het een opgewekt artikel publiceerde over het nieuwe Berlijn dat bruiste van het leven. Op de foto's zijn overal de hakenkruizen te zien, maar het artikel zelf zwijgt over de nazi's en Adolf Hitler, laat staan over de vervolging van joden.

'Alles wat onaangenaam of onnodig kritisch is, moet worden vermeden', was lange tijd de vuistregel voor de medewerkers van het blad.

Maar volgens adjunct-hoofdredacteur Poole is die tijd al lang voorbij. Het blad is volgens hem de laatste jaren een stuk journalistieker geworden en het durft nu ook controversiële onderwerpen aan. 'We hebben hier regelmatig ambassadeurs op de stoep staan die komen klagen', zegt hij. Poole wijst trots op het openingsverhaal van het juli-nummer over de veranderingen in Iran. 'Dat is een echt actueel stuk.'

Sinds het vertrek in 1996 van de laatste Grosvenor, de achterkleinzoon van de grote man, is de National Geographic Society de weg van de commercie opgegaan: televisie, kaarten en gidsen, en Internet. Dat was nodig omdat het ledental sinds 1988 flink is gedaald.

Tegelijkertijd probeert het magazine zijn positie als het grootste clubblad ter wereld te verstevigen met het uitgeven van buitenlandse edities: in het Spaans, Hebreeuws, Grieks en Japans. Binnenkort komen daar nog Poolse, Franse en Duitse edities bij.

Poole gelooft niet dat National Geographic het zal moeten afleggen in de draaikolk van de nieuwe media. De lezers zullen volgens hem in de toekomst juist extra behoefte hebben aan een blad met een betrouwbare reputatie als National Geographic om hun weg te vinden in de informatie-chaos. 'Het is zoals de historicus Daniel Boorstin zei: ons vermogen om informatie te verzamelen blijft nu al achter bij ons vermogen om die informatie te verwerken.'

Meer over