FilmrecensieThe Human Voice

Ze is uitgekotst, maar bij Almodóvar heeft de verlaten vrouw wel een ontvlambaar vermogen tot verzet

Het negentig jaar oude toneelstuk La voix humaine (van Jean Cocteau) blijft regisseurs inspireren. Dit keer verfilmde Pedro Almodóvar de beroemde wanhopige monoloog-aan-de-telefoon. Maar dan wel op zijn manier: van vrouwelijk slachtofferschap wil de Spaanse regisseur niets weten.

Tilda Swinton in The Human Voice van Pedro Almódovar. Beeld
Tilda Swinton in The Human Voice van Pedro Almódovar.

Ze lijkt het niet bij een eerdere suïcidepoging te willen houden, de naamloze heldin van Jean Cocteaus solotoneelstuk La voix humaine (1930). De man die jarenlang haar geliefde was, en met wie ze in het stuk een allerlaatste telefoongesprek voert, is ervandoor met een ander. Tijdens de conversatie doorloopt de vrouw verschillende stadia van woede, hoop, rouw en ontreddering, om verslagen te eindigen in haar bed, de telefoon aan de borst geklemd. ‘Ze wikkelt de draad om haar hals’, schrijft Cocteau voor. Alsof de vrouw, zodra de verbinding definitief verbroken is, zichzelf zal wurgen.

Dat zal het door Tilda Swinton gespeelde hoofdpersonage niet snel doen in The Human Voice, de dertig minuten durende, even compacte als barokke liefdestragedie die de Spaanse cineast Pedro Almódovar (Hable con ella, Los abrazos rotos, Dolor y gloria) vrij naar La voix humaine maakte. Almodóvar is een groot bewonderaar van Cocteaus monoloog (de minnaar blijft onhoorbaar en onzichtbaar), een zeer geliefde toneelklassieker waarmee actrices hun meest dramatische, expressieve kant kunnen etaleren. Denk alleen al aan de iconische vertolking door Halina Reijn, die onder regie van Ivo van Hove tien jaar lang rondreisde met het stuk en het wereldwijd meer dan 180 keer opvoerde.

Ook Swinton haalt het onderste uit de kan in The Human Voice, dat vorig jaar in première ging op het filmfestival van Venetië en nu te zien is via Picl. Maar de fatalistische slachtofferpositie waarin Cocteau zijn heldin plaatst, daar wilde Almodóvar van af. ‘Al mijn vrouwelijke personages hebben iets gemeen, of ze nu een een huisvrouw zijn, een oppas, een model of een arme moeder’, zegt hij in het nagesprek dat op de film volgt. ‘Ze beschikken altijd over een zekere morele autonomie. Dat wilde ik bij dit personage ook. Ik vind het belangrijk dat iemand kan besluiten om te overleven.’

Dus koopt de vrouw in The Human Voice een bijl; de rode stickers op het gereedschap steken giftig af tegen haar turquoise Balenciaga-pak. Het almodóvariaans bonte kleurenpalet blijft in de film steeds opstandig en krachtig. Uitgekotst en afgedankt als ze is, beschikt de vrouw nog altijd over een hoogst ontvlambaar vermogen tot verzet. ‘Ik sta in brand’, zegt ze tegen haar ex-geliefde.

Met The Human Voice grijpt Almodóvar al voor de derde keer terug op La voix humaine (zie kader). En hij is bepaald niet de enige cineast die zich door Cocteaus eenakter liet inspireren. Sinds Roberto Rossellini’s oerversie uit 1948 duikt er om de zoveel jaar een andere film- of televisieversie van La voix humaine op. Dat zijn vaak getrouwe adaptaties zoals die met Ingrid Bergman (1967), Liv Ullman (1979), Sophia Loren (2014), Elsa Zylberstein en Rosamund Pike (beide uit 2018), maar ook veel vrijere varianten, van de tragische homoseksuele geliefde uit O que arde cura (2012) tot Noud Heerkens’ Last Conversation (2009), rond een in de auto bellende Johanna ter Steege. De cinema heeft een obsessie met La voix humaine.

Dat is niet vreemd, alleen al vanwege de universaliteit van het basisgegeven. ‘Iemand die door zijn of haar geliefde is verlaten: het is de moeder van alle situaties. De essentie van alles’, zei Almodóvar tegen cultuurwebsite Vulture.

La voix humaine haalt bovendien het maximale uit een prototypische scène die doorgaans in films tot enkele minuten beperkt blijft. De cinema barst van personages die wanhopige telefoongesprekken voeren met hun geliefde, maar zelden dalen ze af tot zulke dramatische diepten als in La voix humaine. Het stuk biedt regisseur en acteur een totale onderdompeling in de tragiek van de (falende) menselijke communicatie. En dat zonder afleiding, op kleine, verstikkende schaal.

Tilda Swinton in The Human Voice van Pedro Almódovar. Beeld
Tilda Swinton in The Human Voice van Pedro Almódovar.

De coronacontext verleent een nog benauwendere sfeer aan een stuk dat altijd al aanvoelde als een psychische quarantaine. Almodóvar draaide The Human Voice in Madrid, in de laatste twee weken van juli 2020, vlak na het einde van de eerste Spaanse lockdown. De opnamen vonden coronaproof plaats, met piepkleine bijrollen voor familieleden van Almodóvar. Zo speelt broer en producer Agustín de man die in de doe-het-zelfzaak de bijl aan de heldin verkoopt. Tot haar belangrijkste tegenspeler hoefde Swinton geen anderhalve meter afstand te bewaren: dat was de eveneens gedumpte hond Dash.

Binnen haar liefdeslockdown krijgt Almodóvars heldin veel meer bewegingsvrijheid dan die van Cocteau. Al is dat vaak slechts schijn. Zo wisselt ze in de eerste drie minuten drie keer van kostuum, beginnend bij een adembenemende scharlaken hoepelrok, eveneens van Balenciaga, zonder dat ze zich daarmee ook van haar radeloosheid kan ontdoen. Waar de heldin van La voix humaine in haar gang en wandel wordt belemmerd door een ouderwetse draaitelefoon, kan de vrouw in The Human Voice met haar oortjes door de hele woning flaneren. Maar nog altijd valt op cruciale momenten de verbinding weg.

En dan dat luxe, zonnige appartement. Het voelt aanvankelijk groot en ruim, als een schatkist vol kunst, design, boeken en films. Sommige meubels zijn, net als de melodieën van Alberto Iglesias’ soundtrack, souvenirs uit eerder werk van Almodóvar. ‘Ik dacht: ik hou zo van dit schilderij, van deze muurkleur, van dit meubelstuk, ik stop het er allemaal in’, zei de regisseur tegen Vulture. Het is een gewoonte die vaak in zijn films opsteekt, maar hier bijzonder goed werkt: Almodóvars persoonlijke smaak straalt af op zijn hoofdpersoon, zodat deze woning echt als haar thuis voelt, als de enige plek waar ze zichzelf kan hervinden.

Dezelfde golflengte

The Human Voice is de eerste Engelstalige productie van Pedro Almodóvar en ook de eerste die hij maakte met de Britse actrice Tilda Swinton, een groot liefhebber van zijn werk. In het Zoom-nagesprek bij The Human Voice belooft Almodóvar, tot Swintons zichtbare blijdschap, dat hij opnieuw een film met haar zal maken. ‘Tilda en ik zitten volledig op dezelfde golflengte’, aldus Almodóvar. ‘Als ik – sorry, Tilda, dat ik die term gebruik – een instrument vind dat zich zo goed naar mijn handen voegt, dan zou ik gek zijn als ik daar niet opnieuw mee ging werken.’
Maar vóór Swinton zijn eerst opnieuw Almodóvars oude muzen Penelope Cruz en Rossy de Palma aan de beurt, in het moederdrama Madres paralelas, dat momenteel in de steigers staat.

Totdat het appartement een surrealistisch decor blijkt te zijn. Een fabricage, midden in een grauwe theaterloods. Het balkonterras biedt uitzicht op een akelige grauwe betonmuur. De spullen die de vrouw uit het raam smijt, slaan stuk op de bühnevloer. Herhaaldelijk filmt cameraman José Luis Alcaine haar van bovenaf, zodat je ziet dat de kamers geen plafond hebben maar op elkaar aansluiten als de mazen van een labyrint.

De vrouw dwaalt uiterst rusteloos door dat labyrint. Vaak loopt ze terwijl ze belt, soms ligt ze op het bed of zit ze aan de salontafel. Nu eens spreekt ze beheerst, dan weer schreeuwt en gebaart ze alsof haar ex tegenover haar zit. Intussen levert de ruimte stil commentaar: de metalen hoofd- en armloze paspop die achter de vrouw te zien is, als een somber, onthand spiegelbeeld; het robijnrode glazen hart, net zo opgloeiend als haar satijnen hemd.

Zulke dingen vallen misschien pas op als je The Human Voice nog eens kijkt. De eerste keer wordt je aandacht al snel opgeslokt door Swintons gezicht. The Human Voice is verzot op het gelaat van het hoofdpersonage, net als de meeste eerdere La voix humaine-verfilmingen. Eenmaal op een filmscherm lijkt Cocteaus stuk te smeken om close-ups waarin lippen, ogen, voorhoofd en kin een contrapunt met de woorden aangaan. Nog meer dan in de toneelversies, waarbij je als publiek altijd op zekere fysieke afstand van het personage blijft, voltrekt de mentale worsteling van de protagonist zich in de films ook op haar gezicht. The Human Face – dat had net zo goed de titel kunnen zijn.

Tilda Swinton in The Human Voice van Pedro Almódovar. Beeld
Tilda Swinton in The Human Voice van Pedro Almódovar.

Dus kijk hoe de wenkbrauwen van de vrouw opspringen, tegelijk met een ultrakorte glimlach, vlak nadat ze ‘Ik hield zo veel van jou’ heeft gezegd. Zie Swintons listige blik, wanneer haar personage liegt dat ze de afgelopen dagen volop naar buiten is gegaan. En wat gebeurt er in diezelfde ogen, als ze bekent dat ze een flinke dosis pillen heeft geslikt (‘dertien stuks, ik heb ze geteld’) – misschien toch een glimp van vertwijfeling, bij die haast warm uitgesproken woorden? Ziet ze voortdurend haar verloren minnaar voor zich, of staart ze in het niets?

In het nagesprek bij The Human Voice vraagt de Engelse filmjournalist Mark Kermode aan Almodóvar en Swinton of ze als hulpmiddel ook de tekst van de ex-geliefde hebben bedacht. ‘Nee’, antwoordt Swinton. ‘Er bestaat zelfs een kleine kans dat er helemaal niemand is aan de andere kant van de lijn. Wellicht is dit wat ze tegen hem zou willen zeggen als ze de gelegenheid had.’

Als de vrouw uit The Human Voice ergens haar weg uit de crisis vindt, dan is het in haar woorden. En dan doet het er eigenlijk niet toe of ze wordt gehoord. Swinton: ‘Ze moet het uitspugen en dan verder gaan.’

The Human Voice

Drama

★★★★☆

Regie Pedro Almodóvar.

Met Tilda Swinton.

30 min., te zien via Picl (en voor Cineville-leden ook te zien op Vitamine Cineville). Inclusief nagesprek met Pedro Almodóvar en Tilda Swinton, door filmjournalist Mark Kermode (The Observer).

DRIEMAAL LA VOIX HUMAINE IN FILMS:

L’amore (Roberto Rossellini, 1948)

De Italiaanse cineast Roberto Rossellini bracht met L’amore een dubbel hommage aan de acteerkunst van levende legende Anna Magnani, tevens zijn toenmalige geliefde. In het tweede segment van de film is ze een naïeve geitenherder die denkt een heilige te hebben gezien; in het openingsdeel La voce umana speelt ze als allereerste filmactrice Cocteaus verlaten, telefonerende geliefde. Deze allereerste filmversie van La voix humaine volgt grotendeels het origineel, met een bijtende, ongeremde solo voor Magnani. Rossellini’s camera laat de vrouw intussen nooit los, en perst met de close-ups van haar uitgeputte gezicht doelbewust alle lucht uit de film. Pijnlijk: twee jaar na L’amore werd Magnani zelf door Rossellini verlaten, toen hij een relatie kreeg met Ingrid Bergman – die op haar beurt óók de verloren vrouw uit La voix humaine speelde, in Ted Kotcheffs televisieversie uit 1967.

Mujeres al borde de un ataque de nervios (Pedro Almodóvar, 1988)

Nadat Almodóvar het stuk van Cocteau had gelezen en het al voorbij had laten komen in La ley del deseo (1987), wilde hij er in Mujeres al borde de un ataque de nervios echt mee aan de slag gaan. Tijdens het schrijven van het script hielden zijn heldin en haar ex-geliefde zich echter al snel niet meer aan Cocteaus tekst: het komt in Mujeres... steeds maar niet van dat laatste telefoongesprek; de vrouw, gespeeld door Carmen Maura, is veel te sterk en ongedurig om zich werkelijk door haar liefdesverdriet te laten verlammen. Cocteaus liefdestragedie veranderde dankzij Almodóvars temperament in een heerlijk chaotische, kakelbonte screwballcomedy, waarbij hoogstens wat flarden dialoog en rekwisieten (de in de hoek van de woning gestalde koffer van de man) nog aan La voix humaine herinneren.

The Human Voice (Patrick Kennedy, 2018)

De versie van Patrick Kennedy dikt de oorspronkelijke theatermonoloog in tot zeventien minuten, terwijl de regisseur veel dichter bij de oorspronkelijke tekst blijft dan Pedro Almodóvar. Erg leuk om hun bewerkingen achter elkaar te kijken, niet alleen vanwege het contrast tussen de twee vertolkingen – die van Swinton bedrieglijk beheerst, die van Rosamund Pike eerder koortsachtig – en de thematische zwaartepunten (Pikes personage liegt veel meer), maar ook om het verschil in stijl. Tegenover Almodóvars felle kleurenpalet plaatst Kennedy een verduisterde hotelkamer, een schemerzone waarin het dieprood van de bedsprei en de groene voet van de lamp op het nachtkastje de laatste tekens van leven (en liefde) lijken. Pike wordt ook van veel dichterbij gefilmd, met extreme close-ups van haar smachtende mond, of van haar handen die vol heimwee grijpen in de achtergelaten handschoenen van de geliefde. Alsof je de vrouw daadwerkelijk uit elkaar ziet vallen.

Meer over