BoekrecensieVerheven koninkrijk

Yaa Gyasi toont de schrijnende realiteit van een jonge zwarte vrouw ★★★☆☆

Na de ambitieuze familiesaga Weg naar huis beperkt Yaa Gyasi zich in haar tweede roman tot een moeder en een dochter. Schrijnend is het racisme waarmee zij kampen, al blijft de toon wat afstandelijk.

Beeld De Bezige Bij

Heel even, in een van de eerste hoofdstukken van Verheven koninkrijk, is er een glimp van een gelukkig gezinsleven. De moeder van hoofdpersoon Gifty is duidelijk verliefd op haar man, die op zijn beurt dol is op zijn vrouw, hun babyzoontje Nana is de lieveling van het dorp.

Maar we weten dan al dat Gifty’s moeder aan een ernstige depressie heeft geleden en daar nu opnieuw last van heeft, we hebben al kunnen begrijpen dat de vader is verdwenen en het duurt niet lang voor we ook lezen dat Nana is overleden aan een overdosis heroïne, toen hij 17 was en Gifty 11. ‘Toen we met z’n vieren waren, was ik te jong om dat op waarde te schatten’, concludeert ze.

Yaa Gyasi (1989) was 26 toen ze debuteerde met het ambitieuze Homegoing (vertaald als Weg naar huis), een familiesaga die vele generaties besloeg, speelde in West-Afrika en de Verenigde Staten en raakte aan grote thema’s als de slavenhandel, de slavernij in de VS en rassendiscriminatie. Voor haar tweede roman beperkte Gyasi, die geboren werd in Ghana en opgroeide in de Verenigde Staten, zich tot een veel kleinere setting, tot (vooral) de band tussen een moeder en een dochter.

De volwassen Gifty, 28 inmiddels, is in Californië bezig te promoveren in de neurowetenschappen. Ze probeert met muizenonderzoek te achterhalen hoe je verslaving of depressie zou kunnen voorkomen en genezen. Gifty vertrouwde vroeger op religie om de wereld te begrijpen, is na de dood van haar broer van haar geloof gevallen en rekent sindsdien op de wetenschap – hoewel ze zich realiseert dat die óók niet alle antwoorden geeft. Zoals ze naar haar muizen kijkt, kan ze ook kijken naar haar jeugd, naar de tijd vlak na het overlijden van haar broer bijvoorbeeld: ‘Wij twee, moeder en dochter, waren in die tijd een experiment op zich. De vraag was, en is nog altijd: gaan we het redden?’

Die vraag is er nog altijd, omdat het zo slecht gaat met de moeder (ze heeft geen naam in het boek) dat Gifty haar in huis heeft genomen. Daar ligt ze in Gifty’s bed en weigert te eten of op haar dochter te reageren. Elke ochtend laat Gifty haar moeder achter in dezelfde positie als ze haar ’s avonds weer vindt: in bed, met haar gezicht naar de muur.

Gifty is een allenige vrouw, iemand die ook in haar privéleven observeert, zoals ze dat in het laboratorium doet. Het maakt de toon van Verheven koninkrijk afstandelijk, ondanks alle tragiek.

Discriminatie

Schrijnend zijn wel de beschrijvingen van de discriminatie waarmee het gezin in Alabama, waar Gifty opgroeit, te maken heeft. De moeder, die werkt in de thuiszorg, verzorgt oudere Amerikanen die haar openlijk racistisch bejegenen. De vader, een lange, trotse man, maakt zich klein als hij naar de Walmart loopt, waar hij binnen vier maanden drie keer wordt beschuldigd van diefstal. En Nana, de broer, raakt verslaafd als hij na een basketbalblessure van de dokter oxycodon krijgt, een sterke pijnstiller die tot een epidemie van verslavingen heeft geleid in de VS. Maar in de witte, evangelische kerk waarvan Gifty’s moeder een meer dan trouw lid is – ze heeft zich erbij aangesloten, omdat ze dacht dat de God in Ghana dezelfde was als die in Amerika –, hoort Gifty twee kerkgangers zeggen dat ‘die lui’ niet van drugs lijken af te kunnen blijven.

Zelf begrijpt ze al jong dat ze altijd iets zal moeten bewijzen en dat ze daar alleen in zal slagen door een briljante uitblinker te worden. Er was, en is, schrijft ze aan het eind van het boek, weinig belangstelling voor de realiteit van zwarte mensen. Verheven koninkrijk is een verhaal dat iets aan die leemte doet.

Yaa Gyasi: Verheven koninkrijk. Uit het Engels vertaald door Nicolette Hoekmeijer. De Bezige Bij; 319 pagina’s; € 23,99.

Meer over