tv-recensieJulien Althuisius

Woorden opgraven kan mooi én enorm pijnlijk zijn, leert een avondje Brommer op zee en Nieuwsuur

null Beeld

Zondagavond zat P.C. Hooft-prijswinnaar Alfred Schaffer aan tafel bij boekenprogramma Brommer op zee. Nuchter, bescheiden maar ook bevlogen vertelde hij over zijn eigen werk. Op een zeker moment stelde presentator Ruth Joos voor een gedicht van Schaffer aan hem voor te lezen. Het heet ‘En dan stopt het’.

‘Wil je een wijntje’, vroeg copresentator Wilfried de Jong, alsof hij al wist wat er aan zat te komen. Doe maar rood. ‘Daar staat mijn vader’, las Joos voor, ‘maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader.’ Ze had, voor zover dat mogelijk is, precies de juiste toon, de juiste cadans, het juiste volume te pakken. Schaffers mond plooide zich in een voorzichtige glimlach, maar zijn ogen glansden. Het gevoel dat de dichter eens, jaren geleden, in die woorden begroef, kwam zomaar, op een verloren zondagavond, weer aan de oppervlakte. Zo mooi en doeltreffend kan eenvoudige televisie zijn.

Dichter Alfred Schaffer te gast bij Brommer op zee. Beeld
Dichter Alfred Schaffer te gast bij Brommer op zee.

Ook om te huilen, op een volstrekt andere, troosteloze manier, was een reportage in Nieuwsuur waarin werd teruggeblikt op het rapport dat de Klimaatcommissie 25 jaar geleden presenteerde aan de Tweede Kamer. Er kwamen fragmenten voorbij waarin wetenschappers tijdens het parlementaire onderzoek al zeiden dat er ‘wezenlijke winst’ kon worden geboekt bij het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen.

Aan de andere kant mocht een klimaatscepticus roepen dat de Kamerleden hun tijd beter konden besteden. ‘Als het echt misgaat, hebben we tegen die tijd wel een technologie om er wat aan te doen.’ Bovendien, al die CO2 is goed voor de plantjes. Tegelijkertijd dreigden belangenorganisaties dat klimaatmaatregelen wel leuk moesten blijven, anders konden bedrijven Nederland wel eens verlaten. ‘Natuurlijk moet er iets gebeuren, maar...’ et cetera.

De aanbevelingen dat Nederland in 2020 30 tot 40 procent minder CO2 zou moeten uitstoten, werden, zoals we weten, niet gehaald. Klimaatwetenschapper Bart Verheggen: ‘Als de aanbevelingen van deze commissie waren overgenomen, waren we in feite goed op weg geweest.’ Met andere woorden: dan hadden we nu niet tot aan onze middel, maar slechts tot aan onze enkels in het water gestaan. Ondertussen heeft Nederland per hoofd van de bevolking een van de hoogste CO2-emissies van Europa.

De conclusie van Ferd Crone, initiatiefnemer van de Klimaatcommissie en voormalig PvdA-Kamerlid, was zo ongenadig als het licht in de studio van Nieuwsuur: ‘We liepen toen voorop, nu hobbelen we achteraan. Nederland moet zich schamen.’ Dat er niet meer is gedaan, is volgens Crone te wijten aan de mensen die het hebben tegengehouden. ‘Werkgeverlobby’s maar ook politieke partijen die nog steeds in de Tweede Kamer zitten.’

‘Enig altruïsme is wel nodig’, besloot Eimert van Middelkoop, destijds voorzitter van de Klimaatcommissie, de reportage. Hij bedoelde dat maatregelen die we nu nemen effect hebben voor toekomstige generaties en niet voor de huidige beleidsmakers zelf, die voorbij hun eigen leventjes moeten kijken.

Ik moest denken aan Mark Rutte, die jaren geleden zei dat we in Nederland af moeten van ‘de grote dikke-ik-mentaliteit’. Toch fijn dat hij zelf het goede voorbeeld heeft gegeven.

Meer over