Wonder

In Amerika bracht het boek over de schooltijd van de misvormde August de discussie over pesten op gang

Alsof junior high al niet eng genoeg is voor gewone kinderen, voor niemand kan het enger zijn dan voor August. Hij is geboren met een onbekende combinatie van twee zeldzame genetische afwijkingen, die een ravage hebben aangericht in zijn gezicht. Zijn ogen hangen op zijn wangen, zijn mond is een chirurgisch bijgewerkte rafel en hij eet 'als een moerasmonster'. Wie hem niet kent, noemt hem achter zijn rug een freak. En soms niet eens achter zijn rug.

August heeft tot zijn twaalfde thuisonderwijs gehad van zijn moeder, maar die vindt dat het nu tijd is voor de echte wereld. Overtuigd door de vriendelijke en humoristische rector Aarsman - hij weet, zeg maar, een beetje hoe het voelt - zegt August toe. En dan begint de zwaarste tijd van zijn toch al niet gemakkelijke leven.

Wonder, het in Amerika bejubelde debuut van schrijfster R. J. Palacio, volgt August, zijn klasgenoten en familie tijdens dat eerste jaar op de middenschool, vergelijkbaar met groep zeven van de Nederlandse basisschool. De leerlingen staan op de drempel van de puberteit en zijn bepaald niet in hun meest altruïstische levensfase.

Ook Augusts medeleerlingen zijn - gelukkig voor het boek - maar gewone mensen. Het begint met steken onder water, maar al snel komt hij er achter dat ze een spelletje spelen dat Pest heet: wie hem aanraakt, moet binnen een minuut zijn handen wassen. In Leven van een loser van Jeff Kinney, de razend populaire tienerreeks waar Wonder een aantal keer naar verwijst, heet een vergelijkbaar spelletje Kaastik. Het kan erger in de echte wereld, lijkt Palacio te willen zeggen.

Het pesten raakt niet alleen August. Klasgenoot Jack krijgt de vraag om een beetje naar 'Auggie' om te kijken en raakt al doende zijn vrienden kwijt. Maar het zwaarst heeft zijn grote zus Olivia het, die zo gewend is dat haar leven en haar gezin als een planetenstelsel om August draait, dat ze volledig uit haar baan raakt als ze besluit om een tijdje te doen alsof hij niet bestaat.

Zo invoelbaar, zo pijnlijk, zo echt. Sterk dat Palacio, voordat ze op de optimistische toer gaat, wat dieper durft te graven in de dubbele gevoelens die een ernstig gehandicapte klasgenoot op kan roepen. Uit liefde en fatsoen worden grote offers gebracht.

Om Wonder is in Amerika niet voor niets een hoop te doen geweest. Er werd een grote actie tegen pesten op touw gezet (Choose Kind) en kinderen met een vergelijkbare afwijking spreken zich in weblogs uit. Wel jammer dat al die doe-mee-marketing er zo dik bovenop ligt. Je bent meteen een rotzak als je verder kijkt dan de goede bedoelingen van het boek.

Toch is dat wel nodig. Want de fans die in dit bij vlagen indringende verhaal vol zwaarbevochten overwinningen ook een geslaagde literaire roman willen zien, hebben het mis. Palacio is daarvoor veel te druk bezig met het 'ontzieligen', haar zinnen zijn stilistisch te weinig indrukwekkend en het beeld dat ze schetst van personages en de school blijft zwart-wit en clichématig. Dat dit tienerboek ook in een aparte editie voor volwassenen verschijnt, is misplaatst en overdreven.

Vooral het feelgoodeinde met vriendschappen voor het leven, medailles en staande ovaties maakt Wonder na alle pogingen tot nuance toch nog onverwacht plat.

De kracht van het boek blijft achter in het midden, waar de lezer nog niet weet dat het allemaal goed komt. Daar doet Palacio ervaren hoe moeilijk het soms is om gewoon aardig te zijn en meer te voelen dan mededogen. Knap om het te durven opschrijven, nog knapper om het zelf te durven onderkennen.

Meer over