InterviewMdou Moctar

Woestijnrocker Mdou Moctar uit Niger is de Jimi Hendrix van zijn tijd. De wereld ligt aan zijn voeten

Woestijnrocker Mdou Moctar heeft de wereld aan zijn voeten liggen. Maar hoe gevaarlijk het ook voor hem is in Niger, hij zal nooit zijn geboortegrond verlaten.

Mdou Moctar, met in het midden gitarist Mahamadou Souleymane en tweede van links bassist Mikey Coltun. Beeld WH Moustapha
Mdou Moctar, met in het midden gitarist Mahamadou Souleymane en tweede van links bassist Mikey Coltun.Beeld WH Moustapha

Platenzaken zijn schaars in de Sahara. Bands konden bekend worden in de regio doordat hun fans geheugenkaarten vulden met lokale gitaarmuziek en in hun Nokia stopten. Tijdens hun eindeloze tochten door de woestijn, op zoek naar werk of andere kansen, reden de jongeren in colonne, waarbij een van de chauffeurs als dj diende en de rest zijn signaal opving door middel van bluetooth. Met deze streaming avant la lettre werd elke autorit een feestje. De Amerikaan Christopher Kirkley van het platenlabel Sahel Sounds spoorde de beste bands op en gaf ze een prominente plek op het verzamelalbum Music from Saharan Cellphones.

Uit de plaat bleek voor mensen buiten de woestijn voor het eerst dat het in de Sahara krioelt van opwindende gitaarbands. Ze worden doorgaans geleid door Toeareg, leden van de nomadenstam die het hele gebied van Mauritanië tot Ethiopië bestrijkt en waarvan de mannen zich kleden in lange djellaba’s en hun hoofd hullen in gezichtssluier en tulband.

De opwindendste band heet Mdou Moctar, genoemd naar de leider van de band, een fenomenale gitarist met een volstrekt unieke manier van spelen. Hij speelt repeterende patronen door met vliegensvlugge vingers kleine extra accenten op de snaren te leggen, zodat het lijkt alsof zijn partijen een beetje zweven en het hypnotiserende karakter van de muziek extra wordt benadrukt. Zo nu en dan doorbreekt hij dat patroon met een vlammende gitaarsolo.

De elektrische gitaar is in de Sahara populair onder de jeugd, die wordt geteisterd door werkloosheid. Eerst konden ze werk vinden in het toerisme. Toen die bron opdroogde, zochten ze hun toevlucht in de mensensmokkel. Onlangs heeft Europa al zijn macht aangewend om de migratiestroom te doen stoppen. In die barre omstandigheden is de elektrische gitaar hét instrument van de revolutie, precies zoals dat halverwege de jaren zestig het geval was tijdens de hoogtijdagen van de Angelsaksische rockmuziek. Ze houden er van de gitaar, ‘zoals ze elders van voetbal houden’, zegt Mdou Moctar. Het is een manier om te ontsnappen aan de problemen waar ze dagelijks mee te maken hebben; het helpt hen overleven.

Zijn ouders, streng religieus, wilden nooit dat Mdou Moctar muziek ging maken. Een elektrische gitaar kreeg hij daarom niet, ook al smeekte hij erom – nog los van het feit dat zulke muziekinstrumenten in zijn thuisland Niger niet zomaar te koop zijn. Als jongeman besloot hij er zelf een te bouwen van een stuk hout en remkabels die hij van oude fietsen had gesloopt. De hals van zijn zelfgemaakte gitaar was zo dun dat er maar plaats was voor vijf remkabelsnaren.

Kirkley was zo gefascineerd door het levensverhaal van Moctar dat hij er een speelfilm over maakte met de gitaarheld in de hoofdrol, vrij naar Purple Rain van Prince, een van de helden van Mdou. Omdat Toeareg geen woord voor ‘paars’ hebben, kreeg de film de naam Akounak Tedalat Taha Tazoughai (Regen in de kleur van rood met een klein beetje blauw erin).

Mdou Moctar maakt naam tot in de Verenigde Staten, waar hij inmiddels een platencontract heeft en meespeelde op een single van Bonnie ‘Prince’ Billy, maar zijn muziek hoort onlosmakelijk bij de woestijn en haar bewoners.

‘Steeds meer mensen komen erachter hoe opwindend het is om naar een plaat van Mdou Moctar te luisteren,’ zegt Mikey Coltun, de Amerikaan die sinds 2018 basgitaar speelt in Moctars band. ‘Maar het is helemaal niets vergeleken bij een optreden op een bruiloft in Niger. Dan gaan alle remmen los. De eerste keer wist ik niet wat ik meemaakte. Jong en oud danst, als in een trance.’

Niger ligt zo ongeveer in het midden van de Sahara. Mdou laat weten dat het land nauwelijks is geraakt door covid. ‘We dragen hier geen mondmaskers. In de woestijn bestaat het virus niet.’ Op een bevolking vergelijkbaar met die van Nederland zijn er sinds de uitbraak van het virus volgens de WHO 195 dodelijke slachtoffers gevallen.

Mdou Moctar heeft er geen hinder van ondervonden. In september staat de volgende tournee van de band door de Verenigde Staten op stapel, en daarbij is het grootste probleem voor Coltun, behalve bassist ook producer en tourmanager, niet het virus maar het visum. ‘Het is van de zotte: komend uit Niger hebben ze een visum nodig voor zo’n beetje elk land buiten Afrika, terwijl ik mijn paspoort afgeef en voor een paar honderd dollar een jaar lang in Niger kan verblijven. Een bekend Amerikaans platenlabel en de ongelooflijk goede pers helpen gelukkig enorm. Maar ik ga pas juichen als ze voorbij de douane zijn.’

De toon van de muziek van Mahamadou Souleymane, zoals Mdou Moctar echt heet, is altijd hypnotiserend, soms lieflijk als folk en af en toe agressief als zwaardere rock. Net zoals hijzelf nu, aan de telefoon vanuit Agadez, een stoffige stad met een vermaarde moskee in het midden van Niger. Enthousiast praat hij over zijn westerse gitaarhelden. ‘In 2014 hoorde ik voor het eerst een nummer van Jimi Hendrix, Hey Joe. Ik vond het ongelooflijk. Ik wist niet dat er mensen bestonden die zo gitaar speelden. Ik ben ook linkshandig. Ik wilde hem heel graag ontmoeten, maar toen begreep ik dat hij allang dood is.’

Een andere grote held is een geboren Nederlander: Eddie van Halen. Opvallend is dat Mdou Moctar de door Van Halen geperfectioneerde techniek, het ritmisch met de vingertoppen de snaren op de hals duwen, al toepaste voordat hij van hem had gehoord, laat staan van diens muziek. ‘Ah, tapping’, verzucht hij. ‘Krankzinnig knap. En totaal eigen. Vijf jaar geleden liet een vriend van mij zijn muziek horen, omdat hij vond dat mijn stijl van spelen wel wat weg had van de zijne. Hij heeft me allerlei oude concerten van Van Halen laten zien. Echt fenomenaal.’

Met zijn muziek verkondigt Mdou Moctar een boodschap van liefde en verbroedering, herhaalt hij meermalen aan de telefoon. ‘Maar ik zeg niet alles op de plaat, het is goed dat journalisten contact met me opnemen, zodat ze meer kunnen horen over waar ik mee zit en waarover moet worden gepraat.’ Aanleiding is het titelnummer van zijn laatste plaat, Afrique Victime. Het kolonialisme, betoogt hij, is nooit gestopt. ‘Als we stil blijven, zal het ons einde betekenen’, zingt hij strijdbaar.

Mdou Moctar Beeld WH Moustapha
Mdou MoctarBeeld WH Moustapha

Zijn woede snijdt dwars door de statische ruis van de wrakke telefoonverbinding heen, ook al bevindt hij zich op zo’n 5.500 kilometer afstand. Mdou is kwaad. Op de Fransen die zijn regio hebben leeggeplunderd, zonder daar iets tegenover te stellen. Op de Fransen, die, ook al lijken de tijden van koloniale uitbuiting voorbij, nog steeds de volkeren in de Sahara leegzuigen. Ze nemen, nemen en nemen, en geven nooit iets terug. Het is het ergste land van de hele wereld, aldus Mdou Moctar. ‘Er bestaat ook ongelijkheid en racisme in andere Europese landen en in de VS, maar Amerika heeft jarenlang een zwarte president gehad. Is er ooit een zwarte president in Frankrijk geweest?’ En nu spreken wij met elkaar dus Frans, de taal van de onderdrukker. ‘Het is niet anders’, zegt Mdou. ‘Maar de taal is natuurlijk niet het probleem.’

Zijn woede komt ergens vandaan. Mdou Moctar groeide op in Arlit, een stad die in de jaren zestig werd gesticht om het aanwezige uranium te delven. Natuurlijk zagen vooral de voormalige kolonisten hier brood in. De Fransen sloten een deal met de Nigerese regering, met veel loze beloften. ‘Als kind was het leven goed in Arlit, later begreep ik dat het hele dorp radioactief is, ook het water is vervuild. Dat is al zeker veertig jaar aan de gang.

‘Toen ik volwassen was, en meer van het land had gezien, drong het pas echt tot me door dat de mensen in Arlit lijden. Sommigen hebben niet eens elektriciteit en schoon water, velen worden ziek door de vervuiling van de mijn. Inwoners krijgen kanker en rare ziekten. Als je het dorp binnenkomt, ben je meteen moe en wil je eigenlijk alleen maar slapen. Dat komt door de radioactiviteit.’

Hij verheft zijn stem. ‘De mijnwerkers zijn moderne slaven. Het is 2021, maar toch is het zo. Media en overheden doen net alsof ze dat niet begrijpen. Frankrijk heeft die mijn gebouwd en deze situatie hier gecreëerd. In Frankrijk sterven er geen mensen van de honger. Hier wel, elke dag weer. Frankrijk duwt zo mensen richting terrorisme. Feitelijk zijn het dus de Fransen die de terroristen financieren.’

De Sahararegio is al lange tijd instabiel, eigenlijk al sinds de moord op Moammar Kadhafi in 2011, de toenmalige dictator van Libië, tevens beschermheer van de Toeareg. ‘Niet alleen van de Toeareg, van álle nomadenvolken. Hij begreep de woestijn en hield van de woestijn, Kadhafi begreep wat het is om daar te moeten lijden. In zijn tijd was het leven minder duur. Toen kon je makkelijk naar Libië reizen om te werken en dingen te kopen.’

Het is een kwestie van perspectief. De meesten in het Westen haalden opgelucht adem bij de dood van Kadhafi: weer een nare dictator minder. Maar voor de Toeareg stierf een weldoener, die scholen en moskeeën liet bouwen, zonder er iets voor terug te vragen. ‘Ja, ik heb begrepen dat Europa blij was toen hij overleed. Europa is altijd blij als er een Afrikaan sterft die opkomt voor Afrika. Terwijl heel Europa voor zijn welvaart afhankelijk is van grondstoffen uit Afrika. Kijk maar naar Frankrijk, dat ons uranium gebruikt. Wat is dat voor gerechtigheid dat Europa alles neemt, al het uranium, het goud? En dat de Afrikanen niets wordt gegund?’

Maar weet het Westen eigenlijk wel iets over Afrika? Wíllen ze er wel iets ervan weten? Mdou Moctar betwijfelt het: ‘De hele wereld moet het weten als er een aanslag wordt gepleegd op Charlie Hebdo. Dat ging niet om veel mensen. In Afrika worden massaal vrouwen vermoord door terroristen en wordt er nooit ingegrepen. De meeste mensen weten er niets van, omdat we Afrikanen zijn. Weet je hoeveel mensen sterven in de woestijn? Weet je hoeveel vrouwen hun kind moeten baren onder een boom?’

Niger geldt als het armste land ter wereld, met een inkomen van een euro per dag per hoofd van de bevolking. Er wonen zo’n 2,5 miljoen Toeareg, goed voor 10 procent van de bevolking. Als je Toeareg googlet, krijg je eerst tientallen hits van het gelijknamige type Volkswagen. Een aantal jaar geleden had Agadez nog de dubieuze reputatie van smokkelhoofdstad van noordelijk Afrika, vanwaar migranten naar de Libische kust trokken. Maar die tijden zijn veranderd. Onder druk van het Westen zijn er steeds minder reizigers op doortocht. Daarnaast is het levensgevaarlijk geworden om door de woestijn te reizen, dus doet haast niemand dat meer.

Niger leeft tegenwoordig met de dreiging van de terreurgroep Boko Haram, wier doel het naar eigen zeggen is de islam te ‘reinigen’. Muziek wordt gezien als een frivoliteit die niet kan worden getolereerd. ‘Het is zeer riskant voor iedereen, maar nog het meest voor artiesten. De terroristen houden helemaal niet van artiesten, van mensen die weleens tegen hen in zouden kunnen gaan. Anderen worden gemarteld, maar van muzikanten gaat meteen het hoofd eraf. Toch blijf ik in Niger. Mijn familie woont hier. Hier ben ik thuis. Maar ik kan niet meer spelen op bruiloften. Te gevaarlijk.’

Hoe heeft het zo uit de hand kunnen lopen, vraagt Mdou Moctar zich af. Wie heeft de wapens van de terroristen gemaakt? ‘Niet Boko Haram. Niet de Afrikanen. Alle problemen die we hebben komen hier door buitenlandse overheden. Vertel me eens, waarom worden vliegtuigen gebruikt om bommen te gooien op burgers en niet om humanitaire hulp te geven aan mensen die het hard nodig hebben?’

Op de hoes van Afrique Victime staat pontificaal een roofvogel afgebeeld. In zijn bek heeft hij Afrika. ‘Die vogel is mijn symbool’, zegt Mdou Moctar. ‘Ik ben die vogel. Hij leeft in de woestijn, net als ik. De vogel heeft wit en zwart op zijn lijf: voor mij zijn zwart en wit, als ze bij elkaar zijn, mooi. Ik heb een afkeer van racisme en grenzen. Ik zou willen dat iedereen, zwart en wit, verbonden was en vrij om te bewegen, net als die vogel.

‘Stel je eens een leven voor zonder grenzen en racisme. Stel je dit leven eens voor zonder Frankrijk. En dan bedoel ik niet zonder de Fransen, laat dat duidelijk zijn, maar zonder de Franse overheid. Het is tijd voor verandering. Muziek kan daarbij helpen, verhalen vertellen die de media niet brengen en die niet in boeken staan. Maar makkelijk zal het niet worden – het is zo ongelijk.’

Mdou Moctar: Matador/Beggars

Topplaat

Vijf sterren gaf poprecensent Robert van Gijssel Afrique Victime van Mdou Moctar toen het album uitkwam in mei. ‘Het album zindert van de urgentie en klinkt dankzij de rauwe en ronkende productie fantastisch.’ Van Gijssel roemde het sprankelende spel van Moctar en een nummer als Ya Habibti, hoorde een onweerstaanbaar refrein in het liefdesliedje Layla en was onder de indruk van het nummer Afrique Victime ‘dat uitmondt in een elektrisch rockend pandemonium en een aanklacht is tegen de uitverkoop van Afrika. Wat een topplaat.’

Meer over