Wit binnenlandschap

Abelardo Morell bouwt woonruimten om tot camera obscura. Zo probeert hij greep te krijgen op de tijd. Matthew Pillsbury probeert dat ook....

Je beweegt meer dan je denkt tijdens dat halve uurtje NOS Journaal of Sex and the City. Je strekt je arm uit naar een kopje thee, gaat verzitten, liggen, rekt je uit, sprint heen en weer naar de wc. Sommige mensen doen nog veel meer in die tijd, ze strijken, sporten, bedrijven de liefde. Bij hen staat de televisie aan uit gewoonte, als achtergrondgeluid of bij wijze van verlichting. Kijken doen ze met maar één oog, het tweede houdt zich bezig met andere zaken. Het rekt de tijd als het ware, zodat er van dat halfuur geen minuut verloren gaat.

Fotograaf Matthew Pillsbury (Parijs, 1973) probeert die voorbijtrekkende tijd te vangen. Dat doet hij met een groot formaat camera (8x10 inch) en een lange sluitertijd. Screen Lives heten de zwartwitfoto's die hij op die manier maakt: opnamen van diverse huiskamers waarin 's avonds televisie- en computerschermen de belangrijkste blikvangers zijn. Door de lange belichtingstijd (net zo lang als een tv-programma, of het aantal uren doorgebracht achter de computer) stralen de schermen op de foto's wit licht uit, en verworden de bewoners tot doorzichtige geesten die het vermogen lijken te bezitten op verschillende plaatsen tegelijk te zijn.

Pillsbury probeert 'de ervaring van de tijd die mensen doorbrengen in de gloed van oplichtende schermen te pakken te krijgen, zowel op een fysieke als op een psychologische manier'. Daarmee bedoelt hij dat zijn foto's letterlijk laten zien welke bewegingen iemand maakte gedurende een bepaalde tijd, en dat ze tegelijkertijd méér zijn dan alleen een document van die tijd. 'Elk beeld uit de serie', zegt hij, 'is een reflectie op onze complexe relatie tot de technologie, cultuur en tot elkaar'.

Het aantal mensen dat nog slechts via hun computerscherm met de buitenwereld communiceert, groeit immers met de dag. En het is zelfs zo ver gekomen, zegt Pillsbury in een gesprek dat, geheel in de stijl van zijn betoog, per email wordt gevoerd dat de solitaire bezigheid van het kijken naar dezelfde televisieprogramma's de enige activiteit is die mensen nog met elkaar delen.

Dat klinkt nogal cynisch, maar dat is wel het laatste wat Pillsbury wil zijn. Zelf spendeert hij ook behoorlijk wat tijd achter zijn computer en voor de televisie - en met veel plezier. Hij wil alleen de discussie aanzwengelen over 'het belang van televisie en computer in het dagelijkse leven' en 'de groeiende rol van de technologie'.

Pillsbury's Screens zijn ten dele geïnspireerd op de zwartwitfoto's die de Japanse fotograaf Hiroshi Sugimoto vanaf de jaren zeventig maakt van diverse bioscooptheaters. Ook hij gebruikt een lange sluitertijd (die net zo lang is als een voorstelling), waardoor het filmscherm op elke foto verandert in een hallucinerend gat van lichtgevend wit, net als de kleinere schermen op de foto's van Pillsbury.

Maar anders dan Sugimoto, wiens opnamen steeds dezelfde 'tijdloze', frontale compositie zonder menselijke aanwezigheid tonen, laat Pillsbury zich leiden door de toevalligheden die hij tegenkomt in een door individuen bewoonde ruimte. 'Mijn foto's neigen naar voyeurisme', zegt hij. 'De kijker betreedt een privé- vertrek en kan blijven hangen bij de kleinste details.' Een tafel met de restanten van een afhaalmaaltijd, een schilderij boven het bed, een doos tissues op het nachtkastje, beeldjes op de vensterbank - misschien achteloos en 'voor even' daar neergezet, maar nu voor altijd gevangen op een foto.

In de combinatie van een lange belichtingstijd, het gebruik van het aanwezige licht, en zwartwitopnamen heeft Pillsbury zijn eigen fotografische 'taal' gevonden, die hij ook gebruikt voor andere projecten. Het zijn simpele, 'oer'-fotografische toepassingen waarmee 'bekende, doodgewone situaties kunnen worden getoond op een buitengewone manier'. Bewegingen worden gevangen in de tijd, een computerscherm wordt voor even een romantisch nachtlampje, een televisie een tijdelijk baken in de nacht.

'Deze schermen zijn een ongelooflijk mooie bron van verlichting in ons leven die we voor lief nemen', schrijft Pillsbury. 'Net als bij een open haard of een kaars is het licht niet constant, het flikkert en danst door de kamer.' Toch wordt het in het echt nooit zo mooi als op zijn tijdsopnamen, wanneer dat geflikker is veranderd in wit licht, de enige constante in een leven vol hectiek.

Meer over