Winkeldroom uit 1935 moet weer glazen paleis worden

Wie foto's ziet van Peutz' schepping uit 1935, kan zich enigszins voorstellen hoe aantrekkelijk, licht en modern het Glaspaleis er ooit uitgezien moet hebben....

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

HEERLEN/MAASTRICHT

Peutz zag zijn, door het Nieuwe Bouwen geïnspireerde, paleis als een aantal op elkaar gestapelde markten die door een grote glasmantel tegen het weer werden beschermd. Elegante kolommen droegen de dunne vloeren. De lucht circuleerde via een ingenieus, natuurlijk ventilatiesysteem. Het winkelpubliek kon koffiedrinken op het dakterras (met palmen), en op de bovenste verdieping zetelde mijnheer Schunck zelve in zijn luxueuze penthouse met uitzicht over de hele mijnstreek.

Van dat winkelparadijs is niets meer over. In het centrum van Heerlen staat nu een vervallen, op een aantal 'kraakwachten' na verlaten pand met zonwerende ramen en een aluminium pui. De prachtige kolommenconstructie is door het bruine glas amper te ontwaren. Witte radiatoren staan pontificaal voor het raam. De etalages op de begane grond zijn grotendeels dichtgemetseld. Een enkele dumpzaak probeert er nog wat te verkopen - vergeefs, zo lijkt het.

De architect Jo Coenen schreef het al in 1974 in zijn afstudeerscriptie: 'Wordt het Glaspaleis verkracht, is dit historisch besef?' Van de 'modernisering' van het Glaspaleis in 1975 - 'Een nieuw centrum van bedrijvigheid in het hartje van Heerlen' - heeft nu iedereen spijt. Zoveel spijt, dat Jo Coenen en Wiel Arets in opdracht van het Bouwfonds Vastgoedontwikkeling samen een ontwerp hebben gemaakt voor de restauratie van het Glaspaleis. Het gebouw wordt zoveel mogelijk in oude glorie hersteld en zal vanaf het jaar 2000 als 'Muzisch Centrum' onderdak bieden aan onder meer museum de Stadsgalerij, de muziekschool en een filmhuis.

Dertig miljoen gulden moet de verbouwing kosten. De gemeente Heerlen, die het Glaspaleis vorige week dinsdag officieel heeft gekocht, ontbreekt het nog aan tien miljoen. Maar wethouder R. Seijben van cultuur acht het 'realistisch' dat dat bedrag er komt. In oktober moet de financiering rond zijn. Daarna zal de opdracht, omdat er meer dan 22 miljoen mee is gemoeid, volgens de regels Europees moeten worden aanbesteed, aldus Seijben. Ook al is dat 'zonde van de energie en tijd die de architecten er al in hebben gestopt'.

Wiel Arets en Jo Coenen, inmiddels architecten met internationale bekendheid, komen uit Heerlen en hebben als jongetjes nog pantalons gekocht met hun moeder in het Glaspaleis. Maar dat is slechts 'sentiment', benadrukken ze onafhankelijk van elkaar op hun bureaus in Maastricht en Heerlen. Ze zijn beiden als student geïntrigeerd geraakt door Peutz' - een architect die moeilijk in een hokje is onder te brengen omdat hij in zeer verschillende stijlen bouwde: van het aan de Rotterdamse Van Nelle Fabriek gerelateerde Glaspaleis tot meer traditioneel vormgegeven kerken. Mede daarom heeft hij nooit de bekendheid en erkenning gekregen die hij verdiende.

Wiel Arets heeft Peutz eind jaren zeventig min of meer 'ontdekt'. Als student bracht hij dagenlang door in de bibliotheek van de TU in Eindhoven, maar hij kon er geen letter over Peutz vinden. 'Gepassioneerd en nieuwsgierig' als hij naar eigen zeggen is, besloot hij na een weekeinde bij zijn ouders niet terug te gaan naar de universiteit, maar op maandagochtend in Heerlen aan te bellen bij Jan Peutz, zoon van Frits en ook architect. Het complete archief van Peutz bleek er in de kelder te liggen.

Arets: 'Het was een goudmijn. Waanzinnige tekeningen, eerste drukken van Brinkman en Berlage, Duitse architectuur-theoretische geschriften, alles. Peutz was een heel erudiet man, die zelfs Egyptische hiërogliefen kon ontcijferen, en ook toneelstukken en romans schreef. Hij had een groot inzicht in de architectuurgeschiedenis, beschikte over een enorm vakmanschap. Ieder detail van zijn gebouwen klopt.'

Arets publiceerde, met twee collega's, in 1981 een biografie over Peutz. Dat was het begin van een geleidelijke herwaardering van zijn werk. Jo Coenen bewondert hem vooral omdat hij zo'n 'kameleon' was, zegt hij: 'Hij kon net zo goed een kerk maken als een school of een gymzaal. Steeds met groot gevoel voor detail: hoe hij een raampartij plaatst, richting geeft aan een trap, hij had een enorm repertoire.' Veelzijdigheid wordt vaak negatief geïnterpreteerd, maar Coenen herkent zich er wel in: 'Als je tegenwoordig een zuil in een hoek wilt zetten, krijg je het verwijt dat dat ''niet consistent'' is, maar ik ben juist heel gelukkig als ik niet consistent ben.'

De gedeelde liefde voor Peutz dreigde even rivalen van de architecten te maken. Coenen kreeg zo'n twee jaar geleden van een Zweedse belegger, indertijd de eigenaar van het Glaspaleis, de opdracht het pand een 'winkelbestemming' te geven. De gemeente wilde het pand echter liever een culturele functie geven, en Coenen zelf uiteindelijk ook.

Tegelijkertijd werkte Arets aan een eigen ontwerp voor een cultureel centrum in het Glaspaleis. Ook hij overlegde hierover met de gemeente. In de pers werd de suggestie gewekt dat de architecten elkaar de loef af probeerden te steken. Daarop besloten ze 'de beste krachten te bundelen'. Coenen: 'Een competitie leek ons niet verstandig.' Arets: 'We wilden en willen geen strijd voeren, uit liefde voor het gebouw.'

Wie de computersimulatie van hun gezamenlijke plan ziet - je zweeft door het gebouw, bekijkt het van binnen en buiten - kan niet anders dan onder de indruk zijn. Er komt een royale entree. Een glazen lift brengt je naar boven, naar de stadsgalerij, waar de schilderijen in daglicht baden. Nog een verdieping hoger is ook het voormalige penthouse tot museum omgebouwd - met beeldentuin op het dakterras. Vlieg je vervolgens naar beneden, dan kom je in de ondergrondse muziekschool, en via een gang onder het belendende plein door in het filmhuis, een losstaand paviljoen. Vandaar heb je uitzicht op de achterkant van het gebouw, waar drie etages 'overhellen': als stralend voorproefje van wat er binnen allemaal gebeurt, want 's avonds zijn de etalages verlicht. Het zal een 'technische puzzel' worden, zegt Coenen, om het Glaspaleis zo te verbouwen dat het voldoet aan de stringente hedendaagse voorschriften, en toch zoveel mogelijk wordt terug gebracht in de oorspronkelijke staat - zonder dubbel glas dus, en zonder verlaagde plafonds. Voor alles moet de 'transparantie' terugkomen. De winkeldroom uit 1935. Arets: 'Ik weet zeker dat als het in 2000 opengaat, mensen denken dat het een hypermodern gebouw is.'

Meer over