Wildplassen in het Rome van de oude keizers

Op 6 december nam Fik Meijer afscheid als hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn afscheidrede ‘Nieuwe Romeinen’ zei hij dat dit niet het einde van zijn schrijversbestaan betekende....

De verhalenbundelDe oudheid is nog niet voorbij , met daarin onder andere ‘Nieuwe Romeinen’, geeft aan dat Meijer inderdaad nog lang niet is uitgeschreven.

Doel van zijn bundel is te laten zien dat de Griekse en Romeinse Oudheid dichter bij de moderne maatschappij staan dan doorgaans wordt gedacht. Meijer toont ons hoe de Oudheid tot in latere tijden doorleeft, en legt modern en antiek gedrag naast elkaar.

De eerste manier is het makkelijkst, en wordt geïllustreerd door de voorkant van het boek, waarop een neoclassicistisch gebouwd casino te zien is. ‘Enter Caesar’s world’ staat er in neonletters boven de deur. De Oudheid, in zeer beperkte vorm, is actueel.

Op een soortgelijke manier laat Meijer in ‘Nieuwe Romeinen’ zien hoe Mussolini zich bewust als neo-Romeinse keizer presenteerde, en hoezeer de Founding Fathers van de VS de Romeinse Republiek bewonderden.

Later in die bijdrage spiegelt Meijer het Amerikaanse imperialisme aan dat uit de Romeinse keizertijd. Daarmee probeert hij de Oudheid ‘modern’ te maken. Ook andere, vergelijkbare problemen en noties worden beschreven, zoals de rol van religie en het belang van een rechtvaardige oorlog in de Verenigde Staten en Rome.

Meijer heeft ook oog voor verschillen, maar het lijkt hem er vooral om te gaan te laten zien dat veel van wat wij als typisch voor onze tijd beschouwen, al in de Oudheid op vergelijkbare wijze is gebeurd. De moderne democratie wordt naast die van Athene gelegd, Saddam Hoessein wordt met Jughurta vergeleken, en moderne zelfmoordcommando’s met vroeg-christelijke martelaren. Zelfs wildplassen komt aan bod.

Meijer verhalen zijn sprankelend en vol met interessante anekdotes. Vaak ook zijn de vergelijkingen tussen heden en verleden instructief. Maar in de beste verhalen staat de geschiedenis zelf centraal.

Zo vertelt Meijer van twee schepen die Caligula rond 40 na Christus in het meer van Nemi liet zinken. In 1446 en 1535 werden pogingen gedaan ze op te takelen, maar pas in 1930 bracht Mussolini beide schepen aan land. Vier jaar later werden ze door Duitse troepen verbrand.

Resten uit de Oudheid zijn vaak fragiel. Maar door Meijers verhalen is zelfs dat deel van de Oudheid nog niet voorbij.Olivier Hekster

Meer over