WILD GITAARMONSTER

Lef tonen. Dat is de enige manier de blues levend te houden, vindt Joe Bonamassa (28). 'Vrijwel alle bluesplaten van nu klinken te veilig in mijn oren.'..

Meisjes komen niet luisteren naar Joe Bonamassa. 'Laatst speelde ik in Engeland voor vijfhonderd mensen. Mijn manager heeft vanaf het balkon twaalf vrouwen geteld. En die waren natuurlijk tegen hun zin door hun vriendjes meegesleept.' Blues is mannenmuziek. Dat is het enige cliché waar Joe Bonamassa zich bij neerlegt. 'Meisjes gaan liever naar een band waar ze op kunnen dansen. Of naar ingetogen liedjes luisteren.'

De muziek van Bonamassa is verre van ingetogen. De 28-jarige Amerikaan is een wild gitaarmonster met een verbluffende techniek. Hij speelt zware, razende blues die verwijst naar Stevie Ray Vaughan en John Mayall. En hij verafschuwt alles waar de term blues langzamerhand voor is gaan staan. 'Middelbare mannen met oversized zwarte T-shirts en een biertje in de hand die in een rokerige tent door eentonige muziek heen staan te ouwehoeren. Dat is zo saai.'

De doorsnee bluesmuzikant en zijn publiek staan bekend als oerconservatief. Geen wonder dat jonge hond Bonamassa door velen wordt beschouwd als de brenger van broodnodige frisse wind. Op zijn achtste speelde hij voor het eerst in het voorprogramma van B.B. King - dat doet hij ook weer op 15 september in Ahoy. Hij is bestuurslid van de Blues Foundation in Memphis en hij is actief in het educatieve project Blues in the Schools. Bonamassa is vrijwel continu op tournee. Deze week geeft hij vier praktisch uitverkochte concerten in Nederland. Eerder was hij in Amsterdam voor interviews.

'Je denkt misschien dat blues in de Verenigde Staten nog populair is, maar net als in Europa is het een vastgeroeste boel. In mijn wereld is blues nooit hip geweest. Op school werd er in de muziekles vijf minuten aan besteed, tegenover urenlange dissertaties over Abba en The Carpenters.' Dat Bonamassa een bluesfreak is geworden, heeft hij te danken aan de platenkast van zijn vader, eigenaar van een gitaarwinkel, waar hij zich vanaf zijn vijfde jaar in onderdompelde.

'Mijn voorkeur ging uit naar Britse muzikanten als John Mayall en Jeff Beck. Zij hebben een verfijnde, melodieuze benadering. Ik ben dol op Robert Johnson, de Amerikaanse grondlegger van de blues. Hij is een onderschatte poëet en een vernieuwer. Maar na vijf van zijn nummers raak ik verveeld. Ze klinken in feite allemaal hetzelfde. Ik luister liever naar Cream, dat een hele nieuwe interpretatie gaf aan zijn nummer Crossroads.'

Lef tonen, dat is de enige manier om het oergenre levend te houden. 'Vrijwel alle bluesplaten van nu klinken te veilig in mijn oren. Netjes volgens de regels. Ik ben het zwarte schaap dat iets anders probeert. Of je mijn muziek nu leuk vindt of niet, het lijkt me in elk geval van belang dat er iemand is die de grenzen oprekt.' Bonamassa doet dat onder meer door een energie in zijn spel te leggen die je doorgaans alleen in punk- en hardrockbands meemaakt. Daarnaast heeft hij een superdik, kamerbreed geluid en maakt hij gebruik van tempowisselingen en alternatieve akkoorden en klankkleuren. Zijn nieuwe cd You & Me mag voor de doorsnee luisteraar gewoon als een fris ruige, afwisselende bluesplaat klinken, voor die-hards is hij behoorlijk onconventioneel.

'Kun je nagaan,' zegt Bonamassa. 'Het is misschien niet leuk om over die clichés te klagen. Maar ze zijn zo hardnekkig, ik maak me er echt kwaad over. Het is werkelijk schokkend, hoe er over bluesmuzikanten wordt gedacht. Het maaiveld wordt streng in stand gehouden, onder meer op internet. Zo is het nog steeds een wijdverspreide gedachte dat als je niet arm en ellendig bent, je niet ''authentiek'' genoeg bent om de blues te spelen. Niemand gaat slechter spelen als hij gewoon zijn huur kan betalen.'

Wonderkind Bonamassa is het in zijn jeugd voor de wind gegaan. Dankzij B.B. King speelde hij overal in Amerika terwijl een privéleraar met hem meereisde om zijn schoolprestaties op peil te houden. In zijn tienerjaren speelde hij voor zalen met duizenden mensen met Bloodline, een rockband met zonen van bekende muzikanten: Waylon Krieger van Robby Krieger (The Doors), Erin Davis - de drummende zoon van Miles - en de zoon van de bassist van The Allman Brothers. Toen hij na zes jaar in Bloodline een solocarrière begon, kwam hij met beide voeten op de grond. 'Toen mijn eerste cd net was verschenen, speelde ik voor het eerst onder mijn eigen naam in Memphis. Er kwam niemand. Alleen tegen het einde vijf dronken mensen die ergens anders moesten zijn. Dat voelde als een pak slaag. Het enige wat ik kon doen, was stug door blijven gaan en zo veel mogelijk spelen. Dat heeft uiteindelijk gewerkt.'

Bonamassa is volwassen geworden. Wat daarbij heeft geholpen is zijn ontwikkeling tot een prima zanger met een verbazend doorleefd klinkende, rauwe stem. 'Het is geen truc, zo klinkt ik in een bepaald register', zegt de Amerikaan met een tedere spreekstem. Ook hier gaat het bluescliché van whisky drinken en roken niet op. 'Ik train keihard met een zangcoach.' Op de vraag wat het belangrijkste in een nummer is, antwoordt de gitarist: 'De tekst. En de melodie. Maar tien jaar geleden had ik je nog een ander antwoord gegeven.' Ooit speelde hij 'achttienhonderd noten in vijfenveertig seconden'. Nu zoekt hij de twee uit die iets betekenen. 'Er zijn mensen die naar me komen luisteren voor de snelle, spectaculaire dingen. Als ik dat helemaal niet meer zou doen, zou ik ze teleur stellen. Maar de laatste twee jaar heb ik niet meer zo'n haast. De eerste helft van de show leg ik niet al mijn kaarten op tafel. Aan het einde ga ik wel keihard los, natuurlijk.'

Meer over