ColumnSplinter Chabot

Wij zijn een nieuwe generatie. Een generatie die niet meer vraagt om respect, maar respect zal eisen – van iedereen

In de weken dat we de Pride moeten missen steekt Splinter Chabot in zes columns de lhbti’ers een hart onder de riem.

Lichtjes gingen langzaam aan, vorige week, toen ik begon aan mijn wandeling. Dat deed ik vaker, zo’n ronde langs de grachtenpandenpolonaise. Mijn loopje had iets weg van een burgemeesterswandeling: een kleine inspectie van de stad om te controleren of alles nog stond zoals het hoorde te staan. Tot mijn geruststelling kon ik vaststellen dat ze er goed bij lag vanavond. Als een diva met sieraden en make-up had ze de dag overleefd, en als een diva ging ze de avond tegemoet. De met krullen en trapgevels versierde huizen gaven Amsterdam een sprookjessluier.

‘Ik moet ophangen’, zei de vriend met wie ik al wandelend belde vrij abrupt, toen ik bij het Rembrandtplein aankwam.

‘Shit, ik ben nu net in het drukkere gedeelte van de stad’, liet ik mij ontvallen, voordat onze verbinding werd verbroken. Het voelde onverwachts eenzamer. Kwetsbaarder. Alsof een iets te enthousiaste winkelbediende opeens het gordijn wegtrekt waarachter je rustig kleren staat te passen. Ergens was ik bang voor wat kon of ging gebeuren, zonder dat ik wist wat dat precies was.

Verderop, op de Kloveniersburgwal, leken de lampen verlegen te worden. De lichtjes waren vanavond niet in staat de donkerte weg te schijnen. De stad was rustig hier, opvallend rustig.

Er kwam een auto naast me rijden. Zonder opzij te kijken hield ik hem in de gaten, terwijl hij stapvoets met me meereed. Maar niet als een zorgzame ouder die je naar school brengt; daarvoor voelde het te dreigend. Langzaam ging het raam open.

Een pesterige opmerking, gevolgd door een overdreven ‘Haaaaaaaaai’ en een hand die slap heen en weer bungelde. Ik keek op, en verbrak de oogverbinding direct. Kort daarop werd het gaspedaal gelukkig ingedrukt.

Heel even schaamde ik me voor wie ik was en voor het roze jasje dat ik droeg. Het kwetsende en denigrerende ‘Haaaaaaaaai’ zorgde ervoor dat ik me vernederd voelde. Terwijl de auto wegreed, wandelde Dominique Jackson, ster van de Netflix-serie Pose en transgender, mijn hoofd binnen. In een speech over mensenrechten zei ze ooit: ‘Nooit zal ik iemand vragen respect te hebben voor mij. Ik zal het eisen.’ Haar stem daverde in mijn hoofd. Gelijk had ze.

Wij zijn een nieuwe generatie. Een generatie die niet meer vraagt om respect, maar respect zal eisen – van iedereen. Die strijdbare middelvingermentaliteit hebben we hard nodig. Al die kleine en grote pogingen tot vernederingen vormen druppels in een grote, onstuitbare Roze Rivier. En elke blokkade, elke hobbel, elke dam zal door de roze waterval omver worden geblazen. Om op die manier te laten zien wat verliefdheid en vrijheid zijn.

Jackson had gelijk, besefte ik eens te meer, en ik rechtte mijn rug om mijn wandeling te vervolgen. Dieper en dieper de stad in.

Meer over