Wij kijken niet naar pornografie

Naar porno kijken doen de meeste mensen bij voorkeur onbespied. Nu theatermakers en videokunstenaars seksfilms als inspiratiebron ontdekken, dringt zich de vraag op of je kunstporno ook zonder besmuikte voyeursblik kunt bekijken....

MARIJN VAN DER JAGT

DE MEDEWERKERS van het Utrechtse Impakt Festival keken er nauwelijks van op. Ze hadden het veel te druk om te letten op het beeldscherm in de hoek van hun kantoor. Of misschien hadden ze de parade van stijve pikken en opengesperde vagina's al vaker voorbij zien trekken. Maar de journalist die in het propvolle festivalkantoortje wat videobanden bekeek uit het Pornografie-programma van Impakt, voelde zich behoorlijk ongemakkelijk. 'Hebben jullie hier misschien ook een koptelefoon? Dan hoeven jullie niet allemaal mee te eh. . . luisteren.'

Naar porno kijken doen de meeste mensen bij voorkeur onbespied. Ook als er van die porno kunst is gemaakt. En dat gebeurt de laatste tijd steeds vaker en openlijker. Leden van de voormalige Nederlandse kunstenaarsgroep After Nature die zich uitleven op de pagina's van een zelf opgericht seksblad. Theatermakers die zelfgemaakte pornofilmpjes in hun voorstellingen gebruiken. Het officiële kunstcircuit staat momenteel stijf van de seks. Zonder enige schaamte in beeld gebracht, zoals de installatie Modern Leven van Arno Nollen die onlangs te zien was op een tentoonstelling van jonge Nederlandse kunstenaars in het Amsterdamse kunstencentrum De Appel. Een monitor met een eindeloos herhaalde loop van steeds dezelfde enthousiaste, close-up gefilmde kontneuk-scène, begeleid door het vrolijke gestamp van een Backstreet-boys-hit.

Het is een internationale trend. Onlangs nog haalde de Canadese kunstenares Angela Marshall de kunstpagina's van de kranten omdat ze een heel opmerkelijke uitverkoop hield in een Londense galerie. Alleen klanten die seks met haar wilden bedrijven konden een schilderij van haar kopen. Ook een manier om - in het spoor van beeldend kunstenaar Jeff Koons en pornoster Cicciolina - het nog jonge huwelijk tussen de officiële kunst en de pornografie te verstevigen.

Dat het Impakt Festival deze week een speciaal Pornografie-programma presenteert, zal dan ook niemand verbazen. Voor een festival dat zich al jarenlang profileert met experimentele filmpjes en tegendraadse video's is het niet meer dan een inhaalmanoeuvre. Een deel van de Pornografie-video's was al eerder in Utrecht te zien. Pickelporno bijvoorbeeld, het korte filmpje dat Pipilotti Rist in 1992 maakte, en dat op Impakt werd vertoond lang voordat Rist met haar hallucinerende video-installaties in het Stedelijk Museum stond.

Het uitgangspunt is een 'date' tussen een man en een vrouw - Liebespaar heten ze in de aftiteling. Hij staat smachtend op haar te wachten, zij trippelt op hoge hakken naar hem toe. Voor ze elkaar goed en wel in de armen hebben gesloten, zijn we het overzicht verloren, zo extreem heeft Rist al extreem ingezoomd op de diverse lichaamsdelen.

We zien ondefinieerbare welvingen, landschappen van huid en haar, scherpe groeven in strelende vingers. In één vloeiende beweging gemixt met natuuropnamen, die in vorm en structuur rijmen op de beelden van het menselijke landschap. Schaamharen en grassprieten, tepels en tropische vruchten, een stijve pik tussen langwerpige koralen en schaamlippen tussen het zeewier. Zo zie je maar: dat seks een 'natuurlijke' drang is, kun je ook anders verbeelden dan met die eeuwige lijven die luid kreunend op een bed liggen te raggen.

Pickelporno duurt zo lang als een gemiddelde wip, en bouwt in een herkenbaar ritme op naar een snelgemonteerde climax. Is het porno? Gemeten naar de strenge maatstaven die in film- en televisieland worden gehanteerd wel. Zulke expliciete beelden van bereidwillige geslachtsdelen durft zelfs Menno Büch niet te vertonen in het seksprogramma waarmee hij afgelopen seizoen de Veronica-bazen tot wanhoop dreef. Maar als je het vraagt aan de Engelse filmcriticus William Wees, een van de samenstellers van het Pornografie-programma, is er een essentieel verschil tussen echte porno en zo'n kunstenaarsfilmpje als dat van Rist. Deze openbare sekstaferelen vereisen niet die besmuikte voyeursblik waar porno gewoonlijk om vraagt. Het publiek heeft een excuus om te kijken.

Het specialisme van Wees is de zogeheten found footage-film, die is opgebouwd uit gevonden filmmateriaal van onbekende herkomst. Een kunstenaar die met pornobeelden werkt en daarbij dergelijk gevonden materiaal gebruikt, kan de schuld gedeeltelijk afschuiven. Net als de toeschouwer. 'We kijken niet naar pornografie', schrijft Wees in zijn in de catalogus van het Impakt Festival, 'we kijken naar de manier waarop een bepaalde filmmaker pornografisch materiaal heeft gebruikt voor zijn of haar eigen doeleinden.'

Wie een paar video's uit de selectie van Wees bekijkt, ziet meteen wat de criticus bedoelt. Het pornofilmpje dat de Amerikaanse Peggy Ahwesh gebruikte voor The Color of Love (1994) was aangetast door de tijd toen Alwesh het vond. Stofjes, vlekken en chemische verkleuringen ontsierden het vleselijke samenspel van twee doortastende vrouwen en één passieve man. Die aantasting heeft Ahwesh in haar bewerking uitvergroot. Steeds opnieuw wordt het beeld weggevreten door een agressief virus dat in de film zelf lijkt te zitten, en dat de ijverige vrouwen doet vervagen tot abstracte kleurenvlakjes.

Dat klinkt verantwoord artistiek, maar het resultaat is óók opwindend. In de oorspronkelijke pornofilm wordt een aantal bekende standjes in een voorspelbare volgorde afgewerkt. Ahwesh verstoort die voorspelbaarheid: secondenlang vervormt ze het beeld tot een ondefinieerbaar kleurenpalet, om de kijker plotseling te trakteren op onmiskenbaar gevinger in close-up.

Eigenlijk heeft de kunstenaar niets toegevoegd aan de pornobeelden. Ze heeft het nodige weggelaten. Dat zie je wel vaker bij de kunst-porno van tegenwoordig. Weglaten is een tegengif voor de smakeloze 'openheid' waarmee op televisie de intiemste slaapkamerfantasieën worden besproken of gedemonstreerd. Seksend Nederland blijkt stuitend fantasieloos. Van monteren hebben al die amateurs die met de handycam hun eigen verrichtingen registreren nog nooit gehoord. Het Pornografie-programma van Impakt zou 's avonds laat eens op SBS6 uitgezonden moeten worden. Komen die amateurs nog eens op ideeën.

Alleen de hoofden filmen bijvoorbeeld van masturberende of neukende bedgenoten. Dat deed de Duitse filmer Michael Brynntrup in zijn geile én geestige filmpje All You Can Eat (1993). Het bijgevoegde geluid lijkt een fragment uit de een of andere danscursus. 'One, two, three, four', telt een mannenstem lijzig af, en op een swingend muziekje zien we een keur van jongensgezichten: de mond loom geopend, de lippen vochtig, de blik op oneindig of loensend naar de buitenbeeldse activiteit. 'Now we get to more complicated rhythms', meldt de commentaarstem. Volgt een uitstalling van nog verder vertrokken gezichten die twee keer zo snel op en neer deinen, soms luid kreunend dwars door de muziek.

Ook in de film die de theatermakers Dik Boutkan en Martin van Poppel dit seizoen presenteren is het meest essentiële weggelaten. Te weten: de erectie. Niet dat deze kuis buiten beeld wordt gehouden; een regelmatige blik op het vermoeide geslacht van de twee hoofdrolspelers wijst uit dat er simpelweg geen erectie is. En dat terwijl Boutkan en regisseur Gerardjan Rijnders zo inventief in de weer zijn met uiteenlopende standjes en attributen. We doen wat we kunnen is de titel van de film. 'Echt een film voor vrouwen', schijnt mevrouw Miep Brons, die een bijrol speelt, geoordeeld te hebben. 'Vrouwen houden immers van uitstellen.'

We doen wat we kunnen wordt in theaterzalen vertoond. De beide makers zitten achter het filmdoek en verzorgen live het geluid, én de bijbehorende geuren. Zo nu en dan komen ze tevoorschijn, om brandende wierook bij het publiek neer te zetten, of - als een filmscène daarom vraagt - een stinkende pot gekookte vis.

De voorstelling is binnenkort te zien op het Utrechtse Festival aan de Werf. Daar gaat ook het nieuwe project van Boutkan & Van Poppel in première. Onder de titel Daar geilen dieren niet op wordt er in Huis aan de Werf een 'darkroom' ingericht, zo'n speciale ruimte waar de bezoekers van sommige homobars elkaar in het halfduister te lijf kunnen gaan. Wie naar de voorstelling komt kijken, wordt vooral aangespoord om een fototoestel mee te nemen. Met flits. In echte darkrooms is fotograferen uit den boze - dat zou de anoniem aanwezige nachtvlinders afschrikken. In Utrecht kan het flitslicht van een foto-apparaat de toeschouwers helpen om iets te zien. Of om achteraf op de gemaakte foto's te checken wat je ter plekke hebt gemist. En wie er nog meer in die darkroom rondliepen.

Het ongemakkelijke gevoel dat de bezoekers van het Impakt Festival kan bekruipen bij het openlijk bekijken van kunstzinnige pornofilms, kan bij een theatervoorstelling nog sterker toeslaan. Theater is veel meer dan film een sociale gebeurtenis, waar de aanwezigen elkaar in de gaten houden, beoordelen en beïnvloeden. Iedereen die in zo'n arena naar omstreden beelden kijkt, wordt zich overbewust van z'n eigen reacties. Dat wordt nog erger als de bezoekers op elkaar zitten gepakt op een veel te kleine tribune, zoals bij de brutale porno-parodie waarmee Arjan Ederveen en Tosca Niterink jaren geleden een zomerse theaterboulevard opvrolijkten. Als toeschouwer lette je evenveel op het (quasi-)erotische showgebeuren als op het omringende publiek. Luisterend naar elke ademversnelling, vastgeklemd in een massa lichamen waarin niemand kon verzitten zonder tegen een buurman aan te wrijven.

Net zo ongemakkelijk kunnen toeschouwers worden van de home movies die geregeld opduiken in de voorstellingen van Love & Orgasm, de groep van Anneke Bonnema en Hans-Petter Dahl. Bij deze wonderlijke, meditatieve theatergebeurtenissen wordt het publiek niet op elkaar gepropt, maar juist losgelaten in een lichte, open ruimte. Wie wil kan de zwevende mobiles nader bekijken, met een keur van uitgeknipte foto's van het copulerende echtpaar Anneke en Hans-Petter. Ergens opzij, tegen een muur, worden filmbeelden geprojecteerd die het wippende echtpaar van zichzelf heeft gemaakt. Je kunt zelf kiezen hoe dicht je bij deze muur gaat zitten.

Het besef dat we niet naar porno kijken, maar naar de manier waarop kunstenaars porno gebruiken, doet het ongemakkelijke gevoel niet verdwijnen. De keuzevrijheid maakt alles alleen maar gecompliceerder. Misschien vraag deze kunst juist om het omgekeerde. Om publiek dat zich laat gaan en het voorbeeld van de makers volgt, zoals bij de voorstellingen van Love & Orgasm regelmatig gebeurt. Probeer te beseffen dat je naar porno kijkt. Doe vooral alsof je thuis bent.

Pornografie in het Impakt Festival, theater 't Hoogt, Utrecht: Blue Movie Bacchanalia (vanavond 23.45 uur; zondag 22 uur), Art-Core from the Impakt Archives (vanavond 22 uur), Coming to Power (zaterdag 14.30 uur), De/Re-Constructing Pornography (zondag 14.30 en 20.15 uur). In Begane Grond, Lange Nieuwstraat 2-4, dagelijks SM-filmcollages van Karen Vanderborght. In Galerie Flatland, Lange Nieuwstraat 7, dagelijks CD-Rom presentatie van Linda Dement.

De/Re-Constructing Pornography; lezing door William Wees, maandag in De Balie, Amsterdam.

We doen wat we kunnen van Boutkan & Van Poppel, 30 en 31 mei, Festival a/d Werf, Utrecht.

Daar geilen dieren niet op van Boutkan & Van Poppel, 22 t/m 31 mei, doorlopende presentatie tijdens Festival a/d Werf, Utrecht.

Meer over