reportage

Wie kust dit prachtige, maar vervallen naoorlogs icoon wakker?

Het is een uniek icoon van vroeg-naoorlogs modernisme, het amfitheater de Lichtenberg in Weert. Maar het staat al jaren op instorten. ‘Straks is het alleen nog voer voor archeologen.’

Bob Witman
De Lichtenberg in Weert, amfitheater met toneelgebouw Beeld Loes van Duijvendijk
De Lichtenberg in Weert, amfitheater met toneelgebouwBeeld Loes van Duijvendijk

Ondanks zijn ruïneuze staat is de architectonische rijkdom van het voormalige campuscomplex de Lichtenberg overdonderend. De verzakte muren van het steil oplopende amfitheater, de bemoste colonnades van het theaterhuis en een deplorabel regiehuisje op een ranke betonnen poot die aan architect Le Corbusier doet denken: het vormt bij elkaar een glorieuze herinnering aan modernistisch vooruitgangsgeloof uit de jaren vijftig. Een schoolcampus waar licht, lucht, kennis en cultuur de katholieke jeugd een nieuwe tijd in moesten helpen.

De Lichtenberg is om meer dan één reden een geheimtip. Allereerst vanwege de relatieve onbekendheid: dit groots opgezette naoorlogse icoon is al jaren in onbruik, ligt verscholen achter een aarden wal en is niet openbaar toegankelijk. Wie er toch in geraakt, kan zelf vaststellen dat de campus ondanks het mos, uitdijend struikgewas en de gescheurde muren, nog altijd getuigt van de krachtige vormentaal van de Weertse architect Pierre Weegels en de kunstenaar Harrie Martens. ‘De Lichtenberg is een zeldzaam voorbeeld van een vroeg-naoorlogs complex waarin religie, sport en cultuur integraal worden benaderd’, schreef een geïmponeerde commissie van de Rijksdienst voor Monumentenzorg toen ze in 2005 rapport opmaakte van dit katholieke wederopbouwwonder.

Luchtfoto openluchttheater Beeld GAW Beelddocumenten, gemeente Weert
Luchtfoto openluchttheaterBeeld GAW Beelddocumenten, gemeente Weert

Maar hoe lang blijft het rijksmonument de Lichtenberg nog overeind? ‘Als je nog een paar jaar wacht, is het alleen nog maar voer voor archeologen’, zegt Jan Nies van de stichting Behoud de Lichtenberg somber. Deze club van bezorgde bewoners van Weert en omstreken luidt de noodklok omdat de Lichtenberg na decennialange verwaarlozing op instorten lijkt te staan. Alleen de kleine Mariakapel en de tennisbanen zien er goed uit – die laatste omdat de lokale tennisclub de gravelbanen met hun intieme natuurstenen ommuring al jaren in gebruik heeft. Het zwembad is lang geleden dichtgestort en verdwenen onder de bramenstruiken. Slechts de startblokken piepen nog boven het maaiveld uit en herinneren aan de tijd dat jongens hier zwemwedstrijdjes deden onder toeziend oog van gerokte priesters.

Mariakapel op het terrein van De Lichtenberg Beeld Loes van Duijvendijk
Mariakapel op het terrein van De LichtenbergBeeld Loes van Duijvendijk

Een van die jongetjes was architect Rob Langeslag, die in de jaren zestig als leerling van het Bisschoppelijk College op de Lichtenberg kwam. ‘Dit noemden ze het brevierpad’, zegt hij terwijl hij voor gaat op een overwoekerd weggetje. De naam verwijst naar de gebedenboeken die priesters voor dagelijks gebruik bij zich droegen. Het pad eindigt voor de kapel. ’Zomers begon de dag hier met een stichtelijk woord van de leraar-priesters, mannen van aanzien. We spraken ze aan met professeur.’

De goed geproportioneerde kapel met uitwaaierende luifel van beton heeft abstracte glas-in-loodvensters met bijpassende mozaïeken van kunstenaar Martens. Een lantaarn laat via het dak daglicht binnen. Ook hier is duidelijk dat architect Weegels de modernisten een warm hart toedraagt. ‘Je ziet verwijzingen naar Le Corbusiers beroemde bedevaartkapel in Ronchamp’, zegt Langeslag, die besloot om architect te worden toen hij op de Lichtenberg in aanraking kwam met de vele moderne gebouwen.

Het regiehuisje staat op één betonnen poot waardoor het lijkt te zweven Beeld Loes van Duijvendijk
Het regiehuisje staat op één betonnen poot waardoor het lijkt te zwevenBeeld Loes van Duijvendijk

De campus Lichtenberg is het geesteskind van ambitieuze priester-vernieuwers van het Bisschoppelijk College in Weert. Provisor – rector – Jules Nabben had niet alleen de visie en het netwerk, maar was ook een handige zakenman die intern wonende priester-leraren wist te bewegen een deel van hun salaris af te staan voor de bouw. Zo creëerde hij een groene en besloten schoolcampus naar Amerikaans voorbeeld. Het nieuwe internaat, de lerarenwoningen en de schoolgebouwen zouden later volgen, althans, dat was het plan. Maar de Lichtenberg zette de toon met sport en cultuur. Mens sana in corpore sano: een gezonde geest in een gezond lichaam.

Het openluchttheater is in een kunstmatige heuvel ingegraven Beeld Loes van Duijvendijk
Het openluchttheater is in een kunstmatige heuvel ingegravenBeeld Loes van Duijvendijk

Er passen 2.200 toeschouwers in het amfitheater. Op het hoogste punt kijk je 13 meter naar beneden naar het enorme speelvlak. ‘Kippenvel als je daar stond’, herinnert organisator Peter Verkennis zich, die het festival Bospop in 1985 voor het eerst naar de Lichtenberg haalde. ‘De campus was toen al jaren verlaten, er was geen stroom of water, dus veel improvisatie. Maar de plek was magisch.’

Het amfitheater dat in een kunstmatige heuvel is ingegraven, is een werk waarmee de relatief onbekende architect Weegels zichzelf overtrof. Het heeft een mix van modernistische stijlmiddelen – zoals het regiehuisje – met klassieke elementen: de uit natuursteen opgetrokken ommuring van het theater. Het toneelhuis is imposant met zijn 9 meter hoge betonnen kolommen en in de achterwand afbeeldingen van kunstenaar Martens in sgraffito, een techniek waarbij in natte mortel tekeningen en vlakken worden aangebracht.

Kunstenaar Harrie Martens ontwierp de mozaïekramen van de Mariakapel Beeld Loes van Duijvendijk
Kunstenaar Harrie Martens ontwierp de mozaïekramen van de MariakapelBeeld Loes van Duijvendijk

Hoe bijzonder deze campus was, trof ook de vier experts van de Rijksdienst voor Monumentenzorg die in 2005 de Lichtenberg nauwgezet in kaart brachten. ‘Het complex als geheel vertoont hoogwaardige architectonische kwaliteiten die een zeer hoge waardering op landelijk niveau rechtvaardigen.’ In hun rapport schemert bewondering door over de ‘gaafheid’ van het ontwerp, maar ook bezorgdheid over de staat van verval. Het amfitheater is sinds de jaren zeventig, doordat de school zijn koers verlegde, nog nauwelijks gebruikt. ‘De eerste keer dat we daar gingen spelen, moesten we bomen in de tribunes wegkappen’, herinnert Bospop-directeur Verkennis zich. Acht jaar heeft hij het steeds uitdijende festival daar georganiseerd, toen werd het openluchttheater te klein.

Bospop in De Lichtenberg (1985)  Beeld Bospop
Bospop in De Lichtenberg (1985)Beeld Bospop

Die lange staat van verval baart ook zorgen op het gemeentehuis van Weert: ‘Het complex was lange tijd te jong om een status van rijksmonument te krijgen’, zegt Marian Arts van de gemeente Weert. De stichting Behoud de Lichtenberg en de stad lobbyden hard voor een beschermde status, wat uiteindelijk lukte in 2014, via een omweggetje. Vier jaar daarvoor had Weert al in een gemeentelijke beleidsnota opgeschreven dat de Lichtenberg ‘wakker gekust moest worden’. Maar ondertussen gebeurt er bar weinig, constateert stichtingsbestuurder Nies. ‘Dit complex is zo kwetsbaar, het is zo’n omvangrijke klus om alles op te knappen en een nieuwe bestemming te geven. Er is een overheidshand nodig om de Lichtenberg te redden.’

De overheid is hier echter op afstand en stuurt via bestemmingsplannen en omgevingsvisies. Het eigendom berust bij Horne Quartier Weert, een private investeerder. Weert vindt dat de gemeente niet de aangewezen partij is om de risico’s op zich te nemen die met herstel en vernieuwing gepaard gaan. Wel heeft Weert vastgelegd dat de eigenaar het verval op de Lichtenberg tot staan moet brengen en wil de stad dat het openluchttheater weer toegankelijk en programmeerbaar wordt.

Alleen de tennisbanen op het terrein verkeren in goede staat Beeld Loes van Duijvendijk
Alleen de tennisbanen op het terrein verkeren in goede staatBeeld Loes van Duijvendijk

Directeur Paul van den Heuvel van Novaform – die het terrein ontwikkelt voor de eigenaar – kondigt aan dat waarschijnlijk na 1 september een cascorestauratie van het amfitheater van start kan gaan. ‘Dat is nog geen restauratie om het theater in oude luister te herstellen, maar het voorkomt wel verdere verzakking en beschadiging.’ Er wordt nagedacht over de komst van een restaurant of andere nieuwe toevoeging. ‘Het is een prachtig terrein, er moet weer meer reuring in komen. Maar het is ook een rijksmonument, dus ben je beperkt in wat er kan.’

Tijd lijkt inmiddels niet in het voordeel van de Lichtenberg: het theaterhuis heeft geen ramen meer, de daken lekken, straatverlichting is weggerot. Er zijn overal sporen van vandalisme. ‘Kijk.’ Architect Langeslag wijst op diepe gaten in het kostbare geglazuurde baksteen waarmee in de hoge zijwand van het theaterhuis een mozaïek is gemetseld. ‘Iemand heeft hier een keer stijgijzers voor een klimmuur in gehakt. Onbestaanbaar hoe hiermee is omgegaan. Het is echt droevig.’

De Lichtenberg in Weert Beeld Loes van Duijvendijk
De Lichtenberg in WeertBeeld Loes van Duijvendijk

Architect Pierre Weegels

De architect Pierre Weegels (1904-1966) heeft een aantal kerken op zijn naam staan, waaronder de fraaie Fatimakerk in Weert (1953). Buiten zijn geboorteregio valt zijn naam zelden, maar het bouwbedrijf Weegels geniet nationale faam omdat hun gietijzeren putdeksels met de naam erop door het hele land liggen. Het familiebedrijf werd na de oorlog groot met beton. Dat was een materiaal dat Pierre Weegels goed kende toen hij begin jaren vijftig aan de Lichtenberg begon. Vooral de gedurfde sierlijke poot van het regiehuisje in het amfitheater verraadt kennis van het materiaal. Weegels combineerde moderne betonconstructies heel naturel met klassiek Duits natuursteen dat in een groot deel van de ommuring van het theater en tennisbanen zichtbaar is.

Bisschoppelijk College

De oude sombere gebouwen van het Bisschoppelijk College – een vooropleiding voor priester en internaat – stroomden na de Tweede Wereldoorlog vol nadat de priesterschool in Rolduc zijn vooropleiding naar Weert had overgeheveld. Toenmalig directeur Petrus Moors, de latere bisschop van Roermond, was een progressieve priester die samen met provisor Jules Nabben de deuren voor Limburgse katholieken naar de buitenwereld wilde opengooien. Het Nieuwe Bouwen met veel aandacht voor licht en glas, paste daar goed bij. De Lichtenberg is naar Amerikaans campusidee tussen 1954 en 1961 ontwikkeld, lag toen buiten de bebouwde kom en was onderdeel van een veel groter uitbreidingsplan, waarvan uiteindelijk alleen een school werd gebouwd door de Maastrichtse architect Theo Boosten (1962). Eind jaren zestig werd het oude internaat in Weert gesloten en verdwenen ambitieuze uitbreidingsplannen in een la. Daardoor raakte ook de Lichtenberg snel in onbruik.

Meer over