tv-recensiearno haijtema

Wie een moeder heeft of had, moet kijken naar ‘In de beste families’ van Coen Verbraak

null Beeld

In een statig pand langs de IJssel, symbolisch voor het stromende leven, onderzoekt meesterinterviewer Coen Verbraak deze week in zijn NTR-reeks In de beste families het moederschap. Want in familieverhoudingen (waarvan hij eerder die tussen broers en zussen uitbeende) neemt de moeder als vruchtdrager een belangrijke, zo niet de belangrijkste plek in. Ze kan, blijkt uit de eerste twee afleveringen van veertig minuten die ik bekeek, voor haar nakomelingen een boom zijn die houvast biedt, maar ook een donkere schaduw werpen.

Het programma is een toonbeeld van zorgvuldigheid. Dat begint bij de selectie van de moeders, die een breed palet aan karakters vormen. Van de dwingende, warme Surinaamse moeder die haar weinig gedisciplineerde zoon in zes jaar van vmbo naar hbo begeleidt, tot de moeder die haar dochter verliet toen die 7 was. En van de moeder die háár moeder aan kanker verloor toen ze 17 was en zelf drie keer dezelfde ziekte doorstond, tot de echtgenote die door haar man werd mishandeld en, eenzaam, haar dochter tot enige vriendin maakte, die daardoor een loden last torste.

Van de moeders komt telkens één nakomeling aan het woord. De zoon en dochters die tegenover de thee schenkende Verbraak plaatsnemen zijn zonder uitzondering goedgebekt, met voldoende emotionele afstand tot de soms heftige materie. In de montage worden de interviews gestapeld: een paar minuutjes een moeder, een fragment met de zoon, een langer fragment met een tweede moeder, een gesprek met een dochter, terug naar de eerste moeder, enzovoorts. Zo ontstaat een caleidoscopisch en niettemin glashelder geheel, waaruit wel blijkt dat ‘de moeder’, ook zij die het grootste deel van haar dochters leven afwezig is geweest, niet allesbepalend maar wel richtinggevend is voor levensgeluk.

Coen Verbraak in In de beste families. Beeld NTR
Coen Verbraak in In de beste families.Beeld NTR

De moeder die vluchtte uit een ongelukkig gezinsleven in Den Haag vertelt Verbraak dat ze in Denemarken ‘in een andere dimensie’ terechtkwam toen ze uit de trein stapte en een goddelijke stem had gehoord die haar vertelde dat ze nú geluk kon vinden, op voorwaarde dat ze alles wat ze liefhad zou achtergelaten. Aldus geschiedde. Decennia later is het contact met haar gekwetste dochter hersteld, op initiatief van die laatste.

Verbraak stelt zijn korte vragen zonder voorbehoud, een houding die wordt beloond met grote openhartigheid. Maar hoe kritisch hij de moeder die vertrok ook aan de tand voelt, ze blijft uitstralen dat het leven zonder gezin haar is overkomen, in plaats van daar zelf verantwoordelijkheid voor te nemen. Daar bij de rivier deed ze denken aan Nijhoffs voorbijvarende vrouw in De moeder de vrouw: ‘En wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren/ O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer/ Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.’ De huiveringwekkende boodschap die haar dochter voor het leven meekreeg.

Wie een moeder heeft of had, moet kijken.

Meer over