reportageCadeau, hoezo?

Wie dacht dat cadeaus geven een altruïstische bezigheid is, gaat na deze tentoonstelling wel anders kijken

Kamerscherm met bladgoud. Nationaal Museum van Wereldculturen; Kano Moritsune (1829-1866); Japan; 1855-1856; papier; bladgoud; RV-4-27. Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen
Kamerscherm met bladgoud. Nationaal Museum van Wereldculturen; Kano Moritsune (1829-1866); Japan; 1855-1856; papier; bladgoud; RV-4-27.Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Cadeaus krijg je niet voor niets. In het Tropenmuseum in Amsterdam is te zien wat giften vertellen over culturele tradities en de relatie tussen gever en ontvanger.

Dat je één keer, toen je kind was, tegen een tante zei dat je echt van geurkaarsjes hield, toen je er van haar een kreeg. En dat dat werd opgevat als een opdracht, waarna je jarenlang geurkaarsen kreeg, terwijl je alleen maar aardig wilde zijn. Ik kan me voorstellen dat koningin Juliana zich zo moet hebben gevoeld met haar ongevraagd uitdijende poppencollectie. Poppen kreeg ze al cadeau voor haar geboorte, op een gegeven moment werd ze met een gekregen pop gefotografeerd, wat vrienden en relaties gretig opvatten als een aanwijzing: Juliana kreeg voortaan poppen. Altijd poppen. Tijdens het jaarlijkse defilé en op staatsbezoeken, van de PTT en het rolschaatsballet, en zo eindigde ze met een collectie van ruim zeshonderd geschonken poppen waarvan niemand weet of ze ze ooit wilde. Maar ze zijn prachtig. Poppen in kleding van de Maori, in Koreaanse han-bok rok, poppen in sarongs en kimono’s, poppen als moeder, als mandenvlechter of als stierenvechter. Poppen, kortom, als manifestaties van de gever. Het heeft, voor wie het wil zien, ook iets seksistisch. Wie zou er ooit een koning of kroonprins een pop geven?

In het Tropenmuseum in Amsterdam is op heerlijke wijze de zin en onzin, de lol en het ongemak, en de plicht en de vrijheid van het geven van cadeaus te zien in de tentoonstelling Cadeau, hoezo?. Uit allerlei culturen zien we de tradities van schenkingen bij persoonlijke gelegenheden, in religieuze context en op staatsniveau – zie de poppen. Je kunt er zien wat een cadeau zegt over de gever, over de relatie en over de status van zowel gever als ontvanger. In de diplomatieke zaal zijn naast poppen ook nog mango’s te vinden. De mango’s van Mao. Die kreeg de grote dictator van een delegatie uit Pakistan, leuk, maar hij kende de vrucht niet en gaf ze weg aan getrouwen, wat in het China van gedwongen Mao-verering leidde tot een heuse mango-madness. Want die hadden ze nog nooit gezien. Er werden optochten gehouden met de mango’s, ze werden nagemaakt en er kwam heuse mango-merchandise: spiegels, speldjes, bekers, schalen en sigarettenpakjes, allemaal met mango’s erop. Een cadeau kan raar uitpakken.

Geklopte boombast van papiermoerbeiboom. Nationaal Museum van Wereldculturen; Tonga-Polynesische culturen; Tonga; 1990. Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen
Geklopte boombast van papiermoerbeiboom. Nationaal Museum van Wereldculturen; Tonga-Polynesische culturen; Tonga; 1990.Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Mensen wisselen spullen uit, en niet alleen om economische redenen. Het ritueel van geven en ontvangen maakt materiële objecten in elke cultuur tot ‘instrumenten van een andere orde: invloed, macht, sympathie, status, en emotie’, volgens de 20ste-eeuwse antropoloog Claude Lévi-Strauss. Het spel van geven en ontvangen is daarmee een complex geheel van manoeuvres om zekerheid te verkrijgen en om jezelf te beschermen tegen risico’s van rivaliteit door banden te smeden. Wie had dat gedacht, bij het krijgen van een geurkaars? Cadeaus kun je inzetten om een vriendschap te versterken, te manipuleren of zelfs af te breken; een beledigend cadeau kan een levenslang effect hebben. Cadeaus vormen dus een onderdeel van overleving en stabilisering van menselijke banden, schrijft sociaal wetenschapper Aafke Komter in het onderzoek, dat mede de basis was voor deze tentoonstelling.

Met deze stevige basis is het een prettige, waaierende presentatie over menselijk gedrag, gevat in wonderlijke voorwerpen. De informatie is zo afgestemd dat de tentoonstelling ideaal is om met kinderen te bezoeken (‘maak een verlanglijst voor een ander!’), en bouwt mooi terloops op van het persoonlijke – Sintsurprises, kerstcadeaus, bruidscadeaus, rite-de-passagegiften – via religieuze offers aan verschillende goden naar culturele cadeaus, eindigend bij politieke giftuitwisseling: de mango’s en de poppen, maar ook een kostbaar kamerscherm; een van de veertig schermen en duizend waaiers en nog meer voorwerpen die de shogun van Japan in 1855 gaf aan Willem III als wedergift nadat Japan van Nederland een stoomschip had gekregen. Het viel niet in goede aarde, kamerschermen en waaiers als dank voor een schip. Willem III gaf alles door aan musea.

Namaak-mango van was. Museum Rietberg Zürich, schenking Alfreda Murck; China; 1968. Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen
Namaak-mango van was. Museum Rietberg Zürich, schenking Alfreda Murck; China; 1968.Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Wie nog dacht dat cadeaus geven een onschuldige, altruïstische bezigheid is, gaat na de tentoonstelling wel anders kijken. Met een cadeau kun je worden gemanipuleerd in een eeuwige draaimolen van afgedwongen dankbaarheid en machtsverhoudingen – sommigen hebben genoeg aan een (schoon)moeder om dit te weten. De expo voorziet in voorbeelden op macroniveau: toen kroonprins Willem II trouwde met Anna Paulowna in 1816, gaf de stad Amsterdam hen een protserig en enorm zilveren tafelstuk, met een 419-delig zilveren servies. Op het tafelstuk stond heel groot ‘de stad Amsterdam’. Cadeaus zijn soms manifestaties van competitie en macht. Als het had gekund, hadden de panda’s van China er perfect tussen gepast.

Maar het bijzondere is toch dat het zien van zo veel met zorg gemaakte voorwerpen uit zo veel verschillende landen inzicht geeft in de waarde van objecten voor menselijke emoties en contact. Een goed cadeau draagt betekenis en symboliseert de band tussen mensen. En het laat zien wat we doorgeven van onszelf.

Een klein gouden doosje waarin een speciaal amuletje voor een baby als welkomstcadeau werd gegeven in Bali bijvoorbeeld, maakt voelbaar hoe liefde en traditie in een ding besloten zitten; de gever gaat ervan uit dat de baby niet nieuw is, maar de ziel draagt van iemand die eerder leefde. Wat voor anderen een gewoon sieraad lijkt, is dus een tastbaar voorwerp om een ziel welkom (terug) te heten. Zo maken de verschillende persoonlijke cadeaus de liefde en tradities zichtbaar waaruit ze voortkomen. Zoals ook de mooi beschilderde doeken van de bast van een papiermeiboom, die meisjes in Tonga maken voor hun broers als ze, volgens traditie, van hen de eerste oogst krijgen. De jongens gebruiken die doeken in hun latere leven bij nieuwe ceremonieën zoals een huwelijk. Een cadeau kan soms een hele cultuur ontvouwen, en voortzetten.

Cadeau, hoezo?, t/m 5 maart 2023, Tropenmuseum Amsterdam.

Het voorouderaltaar van de familie Kan, Han en Tan:

Het voorouderaltaar van de familie Kan, Han en Tan in de tentoonstelling Nationaal Museum van Wereldculturen; Peranakan; Jakarta, Indonesië en China; 1890-1910. Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen
Het voorouderaltaar van de familie Kan, Han en Tan in de tentoonstelling Nationaal Museum van Wereldculturen; Peranakan; Jakarta, Indonesië en China; 1890-1910.Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Mevrouw Kan uit Rotterdam: ‘Ons huisaltaar is al 150 jaar in de familie, het reisde mee vanuit Indonesië. Rond Chinees Nieuwjaar waren er soms wel honderd mensen te gast en vierden we het bij dit altaar. We hebben het aan het Tropenmuseum geschonken, maar mijn broer en ik hebben ieder nog één tafeltje thuis. In 1971 zijn we definitief naar Nederland gekomen, toen zei een oud-tante, neem nou het altaar mee, het wordt toch kort en klein geslagen als er een pogrom is. In veel steden waren de altaren van de Chinezen niet veilig.

‘Het altaar is drie generaties gebruikt. Het verschil met huisaltaren in China is het materiaal: dit houtsnijwerk is door lokale houtbewerkers gemaakt in opdracht. Subtiel is dat je door Indonesisch houtsnijwerk heen kunt kijken, als maaswerk.

‘De metalen objecten zijn sirikaya’s, die lijken op artisjokken maar ze hebben wit vruchtvlees, waar je op kunt zuigen en koekjes van kunt maken, en ze staan symbool voor vruchtbaarheid. Voor Chinezen is het belangrijk dat wij onze voorouders vereren, maar dat kun je alleen in stand houden als je kinderen hebt en het ongeluk wil dat mijn broers en ik geen kinderen hebben. We sterven uit. Je kunt beter schenken als je leeft, we hebben geleerd veel voor de maatschappij te doen. De Chinese gemeenschap uit Indonesië is een gesloten gemeenschap en een gemeenschap die wilde vernieuwen, met nieuwe namen, niet Chinees. We zijn zo voorzichtig dat we nergens sporen achterlaten, maar daarmee gaan ook culturele waarden en kennis verloren, mijn broer verzamelt nu de verhalen. Nu pas valt het kwartje; je kunt niet zonder de historie. Voorouderverering komt voort uit een combinatie van confucianisme en taoïsme. We offeren eten, vooral zoetigheden. Geesten houden van zoete dingen. We zijn ook christelijk, dat is uit een soort zelfbehoud, dan was je veiliger in Indonesië.

‘Elke halve maand en elk begin van de maand en elke verjaardag van de voorouders, plus Oudjaar en Nieuwjaar en officiële feestdagen, Allerzielen, speciale feesten - het werd allemaal gevierd bij dit altaar. Maar dat was niet vol te houden in Nederland, hoor. We vierden er alleen nog Chinees Nieuwjaar en dan ben je dus twee dagen bezig met koken.’

De kopro beki van mevr. Stjeward-Schubert uit Rotterdam:

Kopro beki gekleed door Jane Stjeward-Schubert. Nationaal Museum van Wereldculturen; Nederland; 2020; koper, katoen.  Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen
Kopro beki gekleed door Jane Stjeward-Schubert. Nationaal Museum van Wereldculturen; Nederland; 2020; koper, katoen.Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Jane Stjeward-Schubert: ‘Mijn eerste kopro beki kreeg ik van mijn moeder, minstens dertig jaar geleden. In een kopro beki, een koperen bekken, kun je cadeaus aanbieden bij verschillende feestelijke gelegenheden. Sommige dingen moet je eigenlijk niet kopen maar krijgen. Mijn kopro beki is niet supermooi maar dat is niet de waarde. Ik moet hem poetsen en onderhouden, dat geeft voldoening. Ik zal er nooit iets in doen wat niet van waarde is. Ik heb er ook een speciale stoel bij gekocht, daar zet ik de kopro beki op, niemand mag er zomaar op zitten. Je kunt een kopro beki schenken, of je brengt er een boodschap mee over en je kunt ook samen een kopro beki geven. Meestal worden er cadeaus mee gegeven. Het is bedoeld voor momenten dat mensen aandacht krijgen. Wat ik er in doe? Ik koos voor mini angisa’s, Surinaamse hoofddoeken, als kleine attenties. Deze kunnen allerlei betekenis hebben. Er is een millennium angisa met een foto van Anton de Kom, om Suriname te gedenken in de 20ste eeuw. En dan kun je het opvullen met dat wat de ander zou verblijden. Ananas, parfum. Ik geef het niet zonder meer, als de persoon de feeling er niet mee heeft, dan niet. Maar ik kan ook met de kopro beki geven aan niet-Surinaamse mensen. Als ze de betekenis snappen en van de cultuur houden, maakt het niet uit of de roots Surinaams zijn.’

Bruidsjurk en bruidspak met geldlinten van Pinar en Güney uit Nijmegen:

Pinar (wil niet met achternaam in expo en krant): ‘Wij hebben het cadeaugedeelte van onze bruiloft gedaan volgens de Turkse traditie. Daarbij wordt voor de gasten zichtbaar gemaakt wat de bruid heeft gekregen en er wordt zelfs omgeroepen hoe hoog de bedragen zijn. Geld werd vastgespeld op het lint op mijn jurk en daarna danste ik daarmee. Deels is dat om het ego te strelen van familie en schoonfamilie, je laat ermee zien dat er voldoende geld is om het huwelijk te bekrachtigen. Op dat moment dachten we: het moet gewoon zo, maar achteraf, toen ik de video zag, dacht ik toch: zo wil ik het nooit meer. Het zit niet in ons karakter om het zo te laten zien, het kan ongemakkelijk zijn voor mensen die het niet breed hebben. Dankzij corona zie je dat er aanpassingen aan de tradities worden gedaan. Turken trouwen nu op kleinere locaties, het is helemaal kleinschaliger. Eigenlijk is dat knusser en warmer. Mijn zusje heeft het ook zo gedaan, mijn ouders vonden dat goed.

De bruidsjurk van Pinar, het bruidspak van Güney en de huwelijkscadeaus in de tentoonstelling. Pinar & Güney; Turkije en Nederland; 2013. Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen
De bruidsjurk van Pinar, het bruidspak van Güney en de huwelijkscadeaus in de tentoonstelling. Pinar & Güney; Turkije en Nederland; 2013.Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

‘Natuurlijk heeft een kleinschaliger bruiloft ook gevolgen voor de cadeautraditie. Het is dubbel: hoe groter het feest, hoe meer cadeaus, maar je betaalt ook voor een groter feest. Als je geluk hebt, krijg je het geld terug. Vaak is het zo dat mensen een grote bruiloft organiseren met hoop op geld van de gasten, zodat ze achteraf de bruiloft kunnen betalen. Soms is het dus een teleurstelling aan het einde van de dag, dan is er stress of ‘het is gelukt’. Dan voel je sociale druk. Dat omroepen van bedragen ook. Wij wilden het niet, maar mijn schoonouders wel. Toen ik met dat lint om mijn nek danste, dacht ik wel even, wat hebben we toegezegd? Het mooiste cadeau op de bruiloft was van mijn overleden oma, zij had voor haar dood voor alle kleinkinderen al iets gekocht. Een traditionele Turkse munt met omlijsting als medaille, met gouden ketting.’

Meer over