Werk van B.A.C.A.-winnaar Huws blijft bij dorre citaten

Kapitein Haddock wil niet mee naar de maan. ‘Nooit!’, schreeuwt hij in de hoorn die professor Zonnebloem wegens doofheid aan zijn oor houdt....

Sacha Bronwasser

Spraakverwarring; niet alleen het album Raket naar de maan staat er vol mee, het is een onuitputtelijke bron voor grappen in films, strips en boeken. In Maastricht wint de kunstenares Bethan Huws uit Wales de prestigieuze B.A.C.A.-prijs met een oeuvre dat gebouwd is op spraakverwarring, vertalen en dubbele betekenissen. Haalde ze daarmee maar het niveau van Kuifje. Helaas, zo is het niet.

De jury die haar werk uitverkoos, denkt daar anders over: die ziet in het werk van Huws ‘diepgaande bespiegelingen op kunst’ en ‘een buitengewoon concrete en persoonlijke benadering van de mens als sociaal wezen’. Humoristisch zou het ook zijn. Huws wint 50 duizend euro, een tentoonstelling en een oeuvre-catalogus.

‘What did you do this afternoon?’ ‘I read a bit of Beckett.’ ‘You played a bit of cricket? I didn’t know you played cricket.’ ‘Neither did I.’ Deze en andere teksten heeft Bethan Huws op ‘Word-vitrines’ geprikt: van die zwarte kunststof borden waar je letters in kunt schuiven. ‘Ceci n’est pas un miroir’ (‘Dit is geen spiegel’) zet ze elders in precies zo’n vitrine. Een variant op het schilderij Ceci n’est pas une pipe van René Magritte.

Het oeuvre van de kunstenares wordt grotendeels bepaald door haar afkomst en de drie talen die ze spreekt: Welsh, Engels en Frans. De verwarring, de verrijking en soms de wanhoop die het heen en weer schakelen tussen verschillende talen met zich meebrengt, is herkenbaar voor wie in meerdere talen thuis is. Huws schrijft er aardig over in de catalogus.

Liet ze het maar bij schrijven. In het Bonnefantenmuseum wordt de bezoeker getracteerd op teksten in vitrines, enkele films, een installatie en aquarellen. Werken die vrijwel allemaal taal blijven en geen beeld worden. En daardoor typisch werk zijn voor een kunstenaar die in de jaren tachtig is opgeleid, toen het Franse deconstructivisme hoogtij vierde. Bovendien leunt Huws erg zwaar op werk van grote voorgangers in de kunst.

Zo is de film The Chocolate Bar opgebouwd rond een klein tekstje waarin chocolate bar twee betekenissen heeft (‘bar’ en ‘reep’) en een Mars zowel een reep als een planeet is. In beeld husselt ze wat Marcel Duchamp, Beckett en Orson Welles door elkaar. Het resultaat is een uitgekauwde taalgrap waaraan we kunnen afzien dat Bethan Huws niet van de straat is. Zoals je ook elders ziet dat Huws schatplichtig is aan Marcel Broodthaers, On Kawara, nog meer Duchamp, Richard Serra en Ben Vautier. Het blijft bij dorre citaten.

Het Bonnefanten Museum wil met de prijs een doorstart maken na het verlies van The Vincent, de prijs die naar het Stedelijk Museum in Amsterdam vertrok. Wat de jury van de B.A.C.A., bestaande uit bobo-curator Maria de Corral en Van Abbemuseum-directeur Charles Esche, heeft bewogen is een raadsel. Ze zochten een kunstenaar die ‘aanwijsbaar invloed heeft op het huidige discours in hedendaagse kunst’ – zo’n kunstenaar is Huws niet. Het Bonnefantenmuseum, dat met prijswinnaars als Neo Rauch en Pawel Althamer wel dergelijke kunstenaars in huis had, moet zich ook afvragen wie het met deze tentoonstelling een plezier doet: het publiek dat het zo hard nodig heeft of collega’s uit de kunst.

Want dat is vrijwel de enige beroepsgroep die aansluiting vindt bij Huws’ werk. Waarbinnen ze misschien wel al te lang verkeert. In de film ION/ON steekt een acteur, struinend door ruïnes en velden, een lange monoloog af die is opgebouwd uit flarden gesprek tussen een kunstenaar en een curator. Wie wil dat horen? Als je als kunstenaar denkt dat je vakjargon tot kunst geworden is, is het hoog tijd weer eens een raam open te zetten.

Sacha Bronwasser

Meer over