reportage

Wereldster in Weert: Museum W wil alles zijn wat het voorheen niet was

De Wunderkammers van Job Smeets zijn een gedurfd statement van het heropende gemeentemuseum, net als de gouden gevel van de nieuwe aanbouw.

Karolien Knols
Maurice Mentjens ontwierp de nieuwbouw van Museum W als een reliekschrijn. Beeld Arjen Schmitz
Maurice Mentjens ontwierp de nieuwbouw van Museum W als een reliekschrijn.Beeld Arjen Schmitz

Job Smeets zegt het eerlijk: toen hem vier jaar geleden werd gevraagd of hij de heropeningstentoonstelling wilde verzorgen van (toen nog) Gemeentemuseum Weert, stond hij niet meteen te springen. Smeets, oprichter van Studio Job, een van Nederlands meest vermaarde designers met klanten en tentoonstellingen over de hele wereld, had het provinciestadje immers op zijn 17de verlaten om er niet meer terug te keren.

Maar toen werd hij drie jaar geleden voor het eerst vader, en kwam er een soort rust over hem. In 2020 gaf de gemeente Weert hem de opdracht een beeld te vervaardigen aan de Zuid-Willemsvaart, waaraan ooit de Weertse industrie bloeide. Niet veel later kocht hij twee gymzalen van zijn oude school, ontworpen door de Limburgse architect Theo Boosten.

Dus nu klopt het dat hij hier staat, in de vier zalen die hij inrichtte als Wunderkammers. Barstensvol eigen werk, aangevuld met stukken uit de collectie van het museum, en met kunst die hij kocht of ruilde: Donald Judd, Constant Permeke, Maurizio Cattelan, Piet Hein Eek, Andy Warhol. ‘Het is net mijn eigen huis in Milaan’, zegt hij, ‘het is mijn meest persoonlijke tentoonstelling ooit.’

Forever Endeavor is de eerste tentoonstelling van Job Smeets op Nederlandse bodem sinds 2010. Beeld  Arjen Schmitz
Forever Endeavor is de eerste tentoonstelling van Job Smeets op Nederlandse bodem sinds 2010.Beeld Arjen Schmitz

Zijn jongensbed staat er, een ontwerp van Rietveld, met een gehaakte plaid van zijn nicht Connie die ook weleens iets voor Viktor & Rolf heeft gemaakt. Een portret dat zijn vader van hem schilderde en daarboven een dat Karel Appel maakte van de vader van een schoolvriendje, het museum kreeg het in bruikleen. Piece for Peace, in 2010 gemaakt voor het kantoor van de eerste voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy. Een kop van Mao bovenop de Chinese muur – de Chinese opdrachtgever heeft hem nooit ontvangen omdat beeltenissen van Mao China niet binnenkomen.

Je eigen levenspad

Het is vol, het is brutaal, het is kleurrijk, het is alles wat Weert op deze doordeweekse dag niet is. Dat maakt het meteen een gedurfd statement van een klein stadsmuseum dat vóór de sluiting een ingedut bestaan leidde als schatkamer van religieuze kunst van de minderbroeders franciscanen in Nederland, en van regionale en lokale (cultuur)geschiedenis. Even was er in de jaren negentig de ambitie ook een (landelijk) aantrekkelijk programma van hedendaagse kunst toe te voegen, maar na één tentoonstelling (en een bezuinigingsronde) verdween dat idee in de la. Wat resteerde, was een kleine collectie met werk van onder anderen Jan Dibbets, Frans Franciscus, Gijs Frieling, Rob Birza en Fons Haagmans.

In 2015 besloot de gemeente het museum nieuw leven in te blazen. Er kwam een kwartiermaker, een nieuwe museumvisie, een nieuwe naam (Museum W) en er werd een vormgever aangesteld, Maurice Mentjens, die niet alleen het oude pand (het voormalige stadhuis) op de schop nam, maar ook een spectaculaire nieuwe aanbouw met ‘gouden’ gevelbekleding realiseerde.

Het tentoonstellingsplan steunt nu op drie pijlers: een vaste collectieopstelling, twee wisselende tentoonstellingen per jaar en een programma buiten de muren. Alle drie gaan ze uit van dezelfde vraag: hoe ben ik als mens gevormd? ‘Een tocht door het museum’, zo staat het op de website, ‘is als het bewandelen van je levenspad.’

Freelance curator Patricia van der Lugt (Schunck, Scheringa Museum) werd aangetrokken voor de wisselende tentoonstellingen. Die zullen niet allemaal van het kaliber Job Smeets zijn – daarvoor is het budget niet toereikend. Ze zegt een groot fan te zijn van Stedelijk Museum Schiedam, dat een paar jaar geleden onder leiding van Deirdre Carasso een koerswijziging doorvoerde. ‘Die kun je samenvatten als: hoe doe ik een handreiking naar het publiek zonder aan kwaliteit in te boeten.’

De zaal Macht en Pracht, uit de vaste collectieopstelling.  Beeld Arjen Schmitz
De zaal Macht en Pracht, uit de vaste collectieopstelling.Beeld Arjen Schmitz

In het najaar is onder meer The Essential van de audiovisuele kunstenaars Martin en Inge Riebeek te zien: videoportretten uit 23 landen, draaiend rond de vraag: ‘Wat geeft jouw leven zin?’ Van der Lugt: ‘En een expositie die hier ook goed zou passen, noem ik maar even bij de werktitel Skin Ego: een tentoonstelling over hoe huid mede je identiteit bepaalt. Daar kun je ook plaatselijke tattooshops bij betrekken. Of we sturen een jonge fotograaf de wijken in om tattoos vast te leggen en de verhalen van de dragers op te tekenen.’

De vaste collectie is opgedeeld in tien thema's ‘van de wieg tot het graf’, waaronder lichaam, gezin, macht en pracht, geloof en bijgeloof en lijden en dood. In evenzoveel zalen zien we kruisbeelden, piëta’s en Mariabeelden, veel religieus edelsmeedwerk uit de befaamde Weertse Kunstwerkplaatsen Esser-Werz, 16de-eeuwse tinnen kannen, verenigingsvaandels, munten en gebruiksvoorwerpen uit de regio, aangevuld met werk van hedendaagse kunstenaars.

Inclusiviteit

Vraag conservator John van Cauteren hoe de rooms-katholieke artefacten uit de collectie een spiegel kunnen zijn voor de diverse Weertse bevolking (een op de vijf Weertenaren heeft een niet-westerse achtergrond) en hij reageert licht gestoken: ‘Ik vind inclusiviteit en diversiteit in musea belangrijk. Bij de keuze voor de thema's en de bruiklenen heb ik daar zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Maar waar ik recalcitrant van word, is de druk die ik voel doordat met name de randstedelijke museale wereld de neiging heeft alle musea op inclusiviteit af te rekenen. Ook als hun collecties zich daarvoor niet zozeer lenen, zoals de onze. Natuurlijk zullen we in ons educatieve programma allerlei verbintenissen leggen naar de samenleving van nu. De wisselende tentoonstellingen bieden die mogelijkheid ook. Maar ik heb niet de illusie dat door het geforceerd toevoegen van objecten de niet-westerse Weertenaren ineens naar het museum zullen komen.’

Welke bezoekers Museum W met de nieuwe programmering zal gaan trekken? Patricia van der Lugt mikt op de geoefende én ongeoefende museumbezoeker, uit de regio en daarbuiten. De gemeente – volledig eigenaar – hoopt in het eerste jaar vooral de Weertenaren te bereiken. Cadeautje van de stad: met 30 duizend gouden tickets, in huis-aan-huisbladen afgedrukt, kunnen die straks gratis naar binnen.

Buitententoonstelling

In de gevel van de nieuwbouw zitten twee vijf meter hoge ledpanelen. Daarop is een video-installatie te zien van kunstenaar en fotograaf Emily Bates. Lost Spring. Lost Year brengt de voorbijgangers terug naar de eerste lente van de coronapandemie. Van haar dagelijkse wandelingen bracht Bates bloesems mee en zo ontstond het idee voor een wekelijks zelfportret met gezichtsmaskers van bloemen. Museum W zal elk jaar een andere kunstenaar uitnodigen voor deze ‘buitententoonstelling’.

Meer over