Wereldkunst van Hanoi tot Buenos Aires hanteert één beeldtaal

AMSTERDAM..

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

Er was een accountantskantoor dat teleurgesteld reageerde: ze hadden liever schilderijen van pittoreske Indiase straatjes en aquarellen van eeuwenoude Chinese tempels aan de muur gehad. Ook zijn er mensen die zeggen: 'Joris en Martijn, die doen toch in maskers en beeldjes?' Maar Joris Escher en Martijn Kielstra van Canvas World Art bemiddelen juist niet in traditionele, 'typisch Aziatische of Zuid-Amerikaanse' kunst.

De jonge kunstenaars wier werk zij in Nederland promoten, verkopen en verhuren komen uit metropolen als Hanoi, Peking, Buenos Aires en Havana, en hanteren een even internationale beeldtaal als hun collega's uit Amsterdam, Parijs en New York - zoals een ieder die hun onlangs gepubliceerde catalogus Platform 1 bekijkt onmiddellijk zelf kan constateren. Canvas-kunstenaars, zegt Kielstra, zijn de 'slightly irritable young men' zoals je die in elke grote stad kunt vinden. Als je tenminste goed zoekt.

Het zijn eigenlijk jongemannen - en een enkele dame - als zijzelf. Twee jaar geleden gaven Joris Escher en Martijn Kielstra (31) hun banen als respectievelijk organisatieadviseur en belastingconsulent op om 'hun eigen ding' te gaan doen. Ze zijn beide opgegroeid met kunst, hebben altijd veel 'gezien, gelezen en ook zelf gemaakt'. Escher was tijdens zijn werk als organisatieadviseur in Afrika en Latijns-Amerika onder de indruk geraakt van de 'power' en 'energie' van lokale kunstscenes.

Jonge kunstenaars zijn de 'voelsprieten' van snel veranderende samenlevingen en steden, vinden zij. Escher: 'Je ziet dat jonge kunstenaars uit grote steden dezelfde thema's belangrijk vinden, hun werk heeft niets exotisch, zoals veel wordt gedacht. Ze hebben iets te zéggen - zonder dat ze nu meteen vuistkunst maken.'

Maar die stem wordt zelden gehoord in Europa. Escher: 'Bij musea en galeries bestaat een geringe belangstelling voor niet-westerse kunst, vooral omdat er weinig kennis is op dit gebied. Voor je hier een kunstenaar uit Azië of Zuid-Amerika kunt zien, moet hij eerst in eigen land bekend zijn geworden, daarna internationaal beroemd. Canvas wil een aantal stappen overslaan, zodat we direct kunnen laten zien wat er nú gebeurt.'

Escher reisde in 1995 maandenlang door Zuid-Amerika om contacten te leggen met kunstenaars, Kielstra door Azië. Hij wilde ook nog naar Afrika, maar dat bleek niet haalbaar: 'Je ogen gaan sneller over de wereldkaart dan jijzelf. Misschien wordt Afrika later nog aan het pakket toegevoegd.' Ze informeerden bij lokale experts, critici en museumdirecteuren, bezochten ateliers, leerden in elke stad het officiële én het undergroundcircuit kennen. Kielstra: 'Als je in China via de autoriteiten een kunstacademie bezoekt, kom je altijd uit bij de braafsten van de klas. Daarom probeerde ik steeds contact te leggen via oud-studenten of jongere docenten, die zich minder bedreigd voelen door de avantgarde.'

Op zoek naar 'slightly irritable young men' fietste Escher soms vijftig kilometer per dag op Cuba - 'Dat was het laatste land, mijn geld was op' -, en was Kielstra dagenlang onderweg naar een kunstenaar die het in Bangkok 'te heet onder zijn voeten was geworden' en nu, ergens in het Thaise binnenland, alleen nog 'wadend door het water' te bereiken was. En wat het verbazingwekkendste was: 'Niemand zei rot op', zegt Escher. Natuurlijk wil iedereen graag in het Westen exposeren, dat verhoogt de status, nog steeds, maar toch: wat ze te bieden haden was niet meer dan een wervende folder en een idee.

Dat idee begint nu, twee jaar na de oprichting van Canvas, gestaag vorm te krijgen. In het volle kantoor in een Amsterdams bedrijvenpand hangen en staan overal de schilderijen van de zeventig kunstenaars die Canvas vertegenwoordigt. Er zijn figuratieve, expressionistische, kleurrijke, abstracte en minimalistische werken bij, er zijn etsen, gouaches en schilderijen. De kwaliteit is vaak heel behoorlijk, soms ronduit goed.

Bedrijven en particulieren kunnen een werk kopen of huren; 65 procent van de opbrengst is voor de kunstenaar en 35 procent voor Canvas. Escher en Kielstra kunnen zichzelf daar voorlopig nog geen salaris van betalen: de prijzen in Buenos Aires en Peking zijn vergelijkbaar met die in het Westen. 'Het is echt niet zo dat we het voor honderd gulden kopen en voor duizend verkopen.'

Voorlopig moeten ze allebei nog een dag per week in hun oude functie bijklussen. Ze doen het ook niet voor het geld. Belangrijker is een 'uitwisseling' tot stand te brengen, 'vooroordelen weg te nemen'. Zodat 'informatie van daar naar hier stroomt, en geld van hier naar daar'. Nee, met 'ontwikkelingshulp' heeft dat niets te maken. 'Wij geloven juist dat het marktmechanisme de rechtvaardige verdeling van het geld ten goede komt', zegt Escher. 'In de non-profit sector lopen projecten vaak via lokale instanties. Wanneer er dan door een Europese instelling een workshop wordt georganiseerd, zoals vaak gebeurt, kiezen die instanties meestal de tien kunstenaars uit die altíjd al aan bod komen. Voor hen is zo'n workshop twee weken vakantie.'

Canvas bemiddelt juist voor jonge kunstenaars die nog niet 'gearriveerd' zijn, zonder subsidie. Kielstra: 'Er zijn potjes voor Nederlandse kunst in het buitenland, voor vluchtelingenkunst, voor buitenlandse kunst in Nederland, maar niet voor buitenlandse kunst die in het buitenland gemaakt wordt.'

Het kan het duo niet ontmoedigen. De catalogus is er immers ook met sponsoring gekomen. Er zijn plannen voor exposities in samenwerking met galeriehouder Rob Malasch en de Foundation for Indian Artists, er wordt gedroomd over een eigen galerie, en elke keer wanneer er weer een postpakket met een doek binnenkomt, is het feest. Kielstra mag alle pakketten uit Azië openmaken, Escher uit Zuid-Amerika. Kielstra: 'Dat is nog steeds een magisch moment.'

Canvas World Art. Publicatie: 'Platform 1', fl 49,50. Informatie: 020-6162866.

Meer over