Wens Chardzjijev lijkt te worden vervuld

Uiteindelijk lijkt de wens in vervulling te gaan van de in 1996 gestorven Nikolaj Chardzjijev: zijn enorme collectie Russische avant-garde kunst gaat vrijwel zeker naar het Stedelijk Museum van Amsterdam....

HELLA ROTTENBERG

Van onze verslaggeefster

Hella Rottenberg

AMSTERDAM

Rond de collectie Russische avant-garde van Nikolaj Chardzjijev heerst al jaren geheimzinnigheid. Haast niemand heeft de kunstwerken kunnen zien, noch tijdens het leven van de verzamelaar, noch na zijn dood. Onlangs werd een tipje van de sluier opgelicht, toen een inventarislijst uit 1994 boven water kwam met daarop de omschrijving van meer dan 1350 kunstwerken. Chardzjijev had de lijst persoonlijk afgetekend ter controle van wat er van zijn collectie uit Moskou in Amsterdam was gearriveerd.

Waarschijnlijk zal overdracht van de verzameling aan het Stedelijk Museum licht werpen op de kwaliteit en het belang ervan. De verwachtingen zijn, na de recente tentoonstelling van het schetsboek van Malevitsj, hoog gespannen. Maar pas wanneer de stichting-Chardzjijev openheid van zaken geeft over het testament en de inhoud van de collectie, wordt helder wat er met de nalatenschap is gebeurd en in hoeverre conform de wens van de erflater is gehandeld.

Chardzjijev verzamelde tegen de verdrukking in moderne beeldende kunst en literatuur. Hij wilde niets liever dan dat het Russisch futurisme, dat zijn bloeitijd tussen 1910 en 1930 had, in zijn eigen land bewonderd en bestudeerd werd. Maar het Sovjet-regime maakte dit onmogelijk.

De instorting van het communisme bracht artistieke vrijheid, maar tevens anarchie. Chardzji-jev, inmiddels hoogbejaard, werd bang voor misdadigers die het op zijn collectie hadden voorzien.

Ook in het buitenland was tot kenners doorgedrongen dat in de piepkleine Moskouse flat een schat lag aan twintigste-eeuwse kunst en literatuur, die wachtte op ontdekking. De Nederlandse slavist W. Weststeijn won tenslotte het vertrouwen van Chardzjijev en haalde hem en zijn vrouw in 1993 naar Amsterdam. De Duitse galerie Gmurzynska slaagde er in de hele verzameling kunst en de helft van het archief uit Rusland te smokkelen en bij Chardzjijev in Nederland af te leveren. In ruil voor deze dienst verwierf Gmurzynska tegen een spotprijs van 2,5 miljoen dollar zes werken van Malevitsj.

Het was Chardzjijevs wens om een mooie ruimte in te richten - hij hoopte op een vleugel van het Stedelijk Museum - waar het Russische futurisme een verdiende ereplaats zou krijgen. 'Rusland heeft Malevitsj verworpen', zo stelde hij, dus dient hij elders een thuis te vinden.

Van de manier waarop hij dit idee testamentair en belastingtechnisch vorm kon geven, had Chardzjijev natuurlijk geen flauw benul. Hij moest afgaan op de adviezen van de mensen die hem in Amsterdam toevallig omringden.

De gang van zaken na de dood van Chardzjijev - hij stierf in de zomer van 1996 op 93-jarige leeftijd, zijn vrouw had een half jaar eerder een dodelijke val van de trap gemaakt - doet vermoeden dat hij in handen was gevallen van lieden die de verleiding van zelfverrijking niet konden weerstaan.

De Russische emigrant B. Abarov was door de Chardzjijevs tot hun enig erfgenaam gemaakt. Voor de kunst- en literatuurcollectie liet Chardzjijev een stichting oprichten. Na zijn dood, zo bepaalden de statuten, zou Abarov het beheer overnemen en een bestuur benoemen. Toen het zover was, wilde Abarov zich echter onzichtbaar maken, omdat hij intussen openlijk verdacht werd van malversaties en door Russische kennissen die buit roken, belaagd werd. Zijn plaats als bestuurder liet hij innemen door de executeur-testamentair, mr C. Privé. In strijd met de bepalingen benoemde Privé geen mede-bestuurders en in z'n eentje wijzigde hij vervolgens de statuten. De nieuwe tekst maakte de weg vrij om uitverkoop te houden.

Privé verklaarde eerst dat hij dit had gedaan teneinde met Rusland tot overeenstemming te komen over de juridische status van de collectie. Maar toen uit journalistiek speurwerk enkele dagen later bleek dat uit de nalatenschap onder meer gouaches van Lissitzky waren verkocht aan de Keulse kunsthandel Gmurzynska, kwam hij met een ander verhaal op de proppen: er was geld nodig voor het afdoen van successierechten.

Privé werd in december ziek en droeg de afhandeling van de nalatenschap over aan zijn advocaat, mr J.Fruytier. Deze geeft thans een derde versie over de noodzaak tot verkoop van werk uit de Chardzjijev-collectie. Niet de Nederlandse fiscus eiste geld - de besprekingen over een gunstige regeling zijn nog gaande - maar erfgenaam Abarov.

Abarov stelde zich niet tevreden met de opbrengst van drie huizen plus een flink kapitaal, maar maakte ook aanspraak op de collectie zelf, aldus Fruytier. Volgens de jurist had Chardzjijev de verzameling niet scherp gescheiden van de rest van de nalatenschap. 'In het testament stond dat de stichting keuzerecht kreeg over wat overbleef uit de nalatenschap', zegt Fruytier.

Ook deze voorstelling van zaken roept vragen op. Als het klopt, waarom zou Abarov dan niet de hele verzameling, die tientallen miljoenen waard is, hebben opgeeist en te gelde gemaakt? Waarom zou hij dan, na moeizame onderhandelingen met Privé en Fruytier, in november akkoord zijn gegaan met een afkoop? Over de inhoud van die regeling tussen de stichting en Abarov wil Fruytier niets zeggen. 'Abarov heeft een dikke veer moeten laten', zegt hij alleen. Aan Abarov kan het niet gevraagd worden: hij is op 1 januari geëmigreerd naar Nieuw-Zeeland.

Volgens Fruytier zijn er in 'drie tranches' zaken gedaan met kunsthandel Gmurzynska. Eerst kocht Gmurzynska van Chardzjijev zelf vier kostbare doeken en twee tekeningen van Malevitsj voor de somma van 2,5 miljoen dollar. Na Chardzjijevs dood heeft Privé voor die transactie een forse bijbetaling bedongen, aldus Fruytier. Dit was de voorwaarde om tot verdere zaken met Gmurzynska te komen. Daarna zijn er door mr Privé andere schilderijen van Malevitsj verkocht (het zou gaan om de minder belangrijke en beschadigde doeken) en een aantal tekeningen en gouaches.

Bovendien zijn - door een misverstand? - een paar topstukken in Keulen terechtgekomen, die naar Fruytiers zeggen binnenkort door Gmurzynska teruggestuurd zullen worden naar Amsterdam. Daaronder bevindt zich het lievelingsdoek van Chardzjijev: het Rode Vierkant van Malevitsj.

Over hoeveel stukken en geld in totaal van eigenaar zijn gewisseld, laten Fruytier en galerie Gmurzynska niets los. Fruytier zegt slechts dat er 'heel veel geld' mee is gemoeid. 'Niet de hele opbrengst is naar de afkoop van Abarov gegaan. Ook de stichting beschikt nu over een dikke zak centen om restauraties en experts te bekostigen en de collectie te beheren.'

Deze week, nu de nalatenschap van Chardzjijev of wat er van over is, bijna afgewikkeld is, zijn de oorspronkelijke statuten van de stichting hersteld. Daarin wordt weer als hoofddoel genoemd: het exposeren en bijeenhouden van Chardzjijevs levenswerk.

Meer over