Drama

Wendy and Lucy

Goed gevoel voor tijdgeest

Bedrieglijk eenvoudig is de openingsscène van Wendy and Lucy, en daarin uiterst effectief. Een meisje wandelt met haar hond langs de bosrand, speelt wat met het dier, en raakt het even later kwijt. Ze vindt het terug bij een groepje moderne hobo's, die rond een kampvuur in het bos slapen. Dakloze verschoppelingen zijn het, die van staat naar staat trekken op zoek naar seizoenswerk. Mannen en vrouwen met slechte gebitten, piercings en dreadlocks, die het naar haar hond zoekende meisje vriendelijk doch wat ruw verwelkomen.

Als kijker vermoed je een brede kloof tussen de wereld van het meisje, de Wendy uit de titel, en die van de vervuilde zwervers. Maar die kloof blijkt een stuk dunner dan gedacht, en makkelijk te dichten. Een paar misstappen en wat domme pech is voldoende om aan de andere kant te belanden, zo blijkt in het delicate onheilsdrama Wendy and Lucy.

Wanneer regisseurs de tijdgeest echt goed aanvoelen, valt dat meestal pas een poosje later vast te stellen, zo ook hier. In haar derde speelfilm trekt de Amerikaanse filmer Kelly Reichardt (Old Joy, 2006), die Wendy and Lucy opnam vóór de crisis toesloeg, verschillende parallellen met de Grote Depressie van de jaren dertig. Ook toen trokken mensen net als nu van de ene kant van Amerika naar de andere, in de hoop op werk. En aan de onderkant van die migratie stond de hobo, de dankzij de Amerikaanse literatuur bijna mythisch geworden zwerver, die zich verstopt in goederenwagons voortbewoog. Eventuele romantische sentimenten over zo’n bestaan snijdt Reichardt als vanzelfsprekend weg, zonder er veel woorden of shots aan te verspillen.

Wendy and Lucy volgt een paar moeizame dagen uit het leven van een jonge vrouw en haar hond Lucy. Die zijn vanuit de Midwest onderweg naar Alaska, waar wellicht een baantje wacht in een visconservenfabriek, maar stranden met autopech in een non-descript Amerikaans plaatsje. Geld voor een reparatie van haar oude Honda heeft Wendy eigenlijk niet, en vervolgens ontrolt de film zich naar de wet van Murphy – elke handeling brengt Wendy dieper in de problemen, ook haar hond raakt ze kwijt. Daarbij hanteert Reichhardt een weinig nieuwe, maar uiterst effectieve vertelstructuur: de kijker heeft net als Wendy geen idee wat er in de volgende scène zal gebeuren, niks kondigt zich aan.

Hoofdrolspeelster Michelle Williams, doorgaans te zien als vamp, maar hier muizig, is voortreffelijk als de kwetsbare Wendy, die zich nog wel dapper verzet tegen het noodlot, maar in haar lichaamstaal en blik allang uitstraalt dat haar route omlaag gaat, niet omhoog.

Meer over