Welwillend luisteren naar ongebruikelijke jazz

Op het Tilburgse festival Stranger Than Paranoia kun je geconcentreerd naar jazz luisteren, of er met een biertje doorheen ouwehoeren....

Een avond lekker bandjes kijken. Bij popmuziek is het heel gebruikelijk, bij jazz veel minder. Tussen officieel concertbezoek en kroegjazz zit weinig. Het Tilburgse festival Stranger Than Paranoia vult niet alleen het concertarme gat tussen kerst en oudjaar, maar ook de kloof tussen opgeprikte jazz en muziek waar je doorheen kunt ouwehoeren.

Zijn ongedwongenheid heeft Paranoia te danken aan de locatie. Dat is al dertien jaar het muziekpodium Paradox, waar je aan een tafeltje vooraan geconcentreerd kunt luisteren of achterin staand een biertje kunt drinken. Toonde het festival voorheen een dwarsdoorsnede van de betere Nederlandse jazz en aanverwante muziek, dit jaar is de aanpak internationaler met musici uit onder meer Kroatië, Engeland, Vietnam, Oostenrijk en Frankrijk. Het is het streven van programmeur en altsaxofonist Paul van Kemenade dat die trend zich de komende jaren doorzet.

Van Kemenade heeft een neus voor bands die buiten de mainstream vallen, die ongebruikelijk klinken maar toch een breed publiek kunnen aanspreken. Dinsdag, op de derde dag van het vijfdaagse festival, speelden drie groepen die voor veel bezoekers onbekend waren. Het zorgde voor een prettige, verwachtingsvolle sfeer. ‘Verras ons maar’, straalde het publiek uit. En dat gebeurde.

Er blijkt namelijk zoiets te bestaan als gothmetaljazz. Met cello en traporgel. Het wordt gespeeld door de Finse band Alamaailman Vasarat. Over strak pompende drums, overstuurd scheurende cello en een vervreemdend gorgelorgeltje smeten de bijzonder langharige trombonist Erno Haukkala en de zwaar bebaarde bandleider en saxofonist Jarno Sarkula met fysieke bravoure hun vette thema’s en compacte solo’s. De muziek was duister maar tegelijk fris. De brute kracht van metal werd gecombineerd met de spanning en dynamiek van crimejazz en de feestelijkheid van klezmer. Het maakte de band tot publieksfavoriet.

Daarvoor speelde de pianist Andrzej Jagodzinski met zijn trio. De 52-jarige Poolse jazzvedette heeft een grote liefde voor Frederic Chopin. Hij speelt swingende versies van diens composities. Klassiek op z’n jazz, het is al vaker gedaan en helaas wist het integere maar wat rommelig klinkende trio slechts bij vlagen boven het materiaal uit te stijgen.

De avond werd afgesloten door de Groningse band Cheb Nordin & The Raï Rebels. De zeskoppige band met Algerijnse en Nederlandse musici speelde raïmuziek met een monotone, simpele groove en af en toe gecompliceerdere lijntjes van bas en trompet. Er zijn in Nederland maar een paar goede raïbands, de rest ontstijgt niet aan het amateurniveau. Zo ook The Raï Rebels: niet strak gespeeld, geen meeslepende zang en niet stuwend. Het publiek trok zich er niks van aan en ging de dansvloer op.

Het was tekenend voor de sfeer op het festival, waar later in de week nog onder meer de onconventionele Oostenrijkse blazersgroep Heavy Tuba en de Vietnamese zangeres Huong Thanh met gitarist Nguyín Lí zouden spelen. Op Stranger than Paranoia ontmoeten bands een welwillend publiek. De muziek wordt er alleen maar beter van.

Meer over