Weltschmerz is mij vreemd; Drs. P wil nooit meer optreden

Aan geweeklaag heeft Drs. P een hekel. Hij tobt niet over het ouder worden, bereidt welgemoed een nieuwe bundel verzen voor, en is diep tevreden dat hij onlangs besloot de podia vaarwel te zeggen....

DRS. P ZEGT geen woord te veel, hij zegt geen woord te weinig, hij zegt precies wat hij zeggen moet, en vrijwel altijd met een vleugje understatement. Na een uitgebreide vraag: 'Dat is juist.' Na een opmerking over erkenning: 'Daar hunker ik niet naar.' En ondertussen klopt hij de as van zijn sigaar, en grijnst hij - hoewel hij geen poseur is - eens veelbetekenend. 'Wilt u ook een sigaar? Nee? Dat komt goed uit. Ik heb, vrees ik, nogal onbesuisd gehandeld. Deze sigaren droeg ik in mijn broekzak. Dat wreekt zich nu. Ze zijn enigszins geknakt.'

Drs. P - pseudoniem voor Heinz Hermann Polzer (78) - is beleefd en bedachtzaam. Geen misbaar, geen getob over alledaagse verdrietelijkheden. 'Ik ben niet erg gevoelig. Laat ik het zo zeggen: ik ben niet sentimenteel. Nooit geweest ook. Als jongen al was Weltschmerz mij vreemd.'

Hij blijft op afstand, neemt waar, en geniet met volle teugen. 'De laatste keer dat ik boos was?' Lange stilte. 'Me dunkt toen ik het nieuws hoorde over Louise Woodward, die verantwoordelijk werd gesteld voor de dood van een baby. Op mij maakte zij een onschuldige en niet al te scherpzinnige indruk - maar zeker niet een moorddadige. Toch werd zij door de jury vrij klakkeloos veroordeeld.'

Maar later las hij in The Spectator een opmerkelijk verhaal. 'Waaruit blijkt dat zij toch niet zo pril en onbevangen is als ze lijkt. Zij heeft in Boston een buitengewoon aanstootgevende film bekeken.' Dat moet iedereen toch voor zichzelf weten? 'Eén keer zou ik best kunnen billijken. Maar zij schijnt deze krasse film over drugs en inteelt twéé keer gezien te hebben. Zelfs de verslaggever van The Spectator is tijdens de vertoning weggelopen.'

Nederlandse kranten leest Drs. P zelden. Het nieuws volgt hij op televisie. Nooit, in al die jaren, schreef hij een geëngageerde tekst. 'Ik ben geen getuiger of boodschapper. Ik vind het vervelend als er onophoudelijk gemekkerd en geweeklaagd wordt. Dat doet zich gewoonlijk voor bij mensen die tekort komen of tekortschieten - of beide.'

Als Louise Woodward al in een van zijn liedjes zou opduiken, dan zou haar lot ongetwijfeld op vrolijke wijze bezegeld worden. 'Humor is, in lectuur en in het leven, een kostbaar instrument. Ik hanteer het met graagte.'

Gruwelijkheden worden door Drs. P steevast tegen het decor van feestelijke melodieën gepresenteerd. Een moordlustige commensaal, een man die, in de hit Dodenrit, vrouw en kinderen van de trojka werpt om zich zo hongerige wolven van het lijf te houden: Drs. P voorziet het tranendal immer van een kwinkslag. Zijn fans - hij hoort het woord met vreugde aan, zegt: 'Godzijdank bestaat er bij mijn weten geen fanclub' - presenteerde hij, op podia in Nederland en Vlaanderen, jarenlang met plezier zijn absurditeiten. Met optreden is hij inmiddels gestopt. 'Die beslissing heb ik afgelopen voorjaar genomen, in de trein naar België, op een volkomen willekeurig moment. Dat er werkelijk geen aanleiding was is nu juist de aanleiding: dat de beslissing geheel onnodig was vind ik een erg goed motief.'

En de operatie die hij enige tijd geleden onderging speelde bij dat besluit geen rol? 'Ach nee - die operatie was tamelijk bijkomstig van aard. Door mijn rookgewoonte was mijn bloedsomloop nogal onwennig geworden. Ze hebben de slagader in mijn onderlichaam vervangen door een kunstmatig buizenstelsel.' Stralend: 'Ziekte zou voor mij juist een reden zijn om door te gaan. Als compensatie voor de plotselinge wending in mijn bestaan.'

Aanstaande zondag, 30 november, krijgt Drs. P in Amsterdam de tweejaarlijkse Blijvend Applaus-prijs uitgereikt wegens zijn bijzondere bijdragen als uitvoerder en tekstdichter aan de Nederlandse kleinkunst. De prijs, die al in de jaren zestig bestond, maar deze maand nieuw leven wordt ingeblazen, wil 'oud-podiumkunstenaars eren en waarderen voordat de vergetelheid toeslaat'. 'Ik aanvaard de prijs als een blijk van waardering, maar ik was er niet op belust. Nooit eerder had ik van deze formule gehoord. Ik ontvang straks een beeldje en een nogal symbolisch bedrag. Voor mensen die - anders dan ik - werkelijk nooddruftig zijn zou dat mooi meegenomen zijn.

'Mag ik nog iets zeggen? Gesuggereerd wordt misschien dat ik inmiddels improductief ben. Dat is in het geheel niet waar.'

Drs. P stuit nog altijd op animerende ideeën die tot teksten kunnen leiden. Komend jaar verschijnt een nieuwe versie van Heen en weer, een bloemlezing uit zijn werk; ook wordt in het voorjaar Dozijnen onzijnen gepubliceerd, een verzameling elfregelige verzen met begeleidende beschouwingen. Maar hij schrijft niet meer zoveel als vroeger. Ook trekt hij zich steeds nadrukkelijker terug uit het openbare leven.

Zelfs de kameraden met wie hij avonden lang plezierdichten declameerde - de term is van Drs. P - ziet hij nog maar af en toe. Jan Boerstoel, één van die collega-tekstdichters, maakte onlangs bekend dat hij is gestopt met het schrijven van liedteksten, omdat de vertolkers er de laatste jaren zo onzorgvuldig mee omspringen. 'Ik begrijp zijn grief goed. Het is vaak mensonterend zoals vocalisten in je teksten rommelen. Dat er, zonder het minste overleg, veranderingen worden doorgevoerd vind ik zeer onbeschoft.

'Het is mij ook overkomen. Ik was werkelijk ontsticht. Nee, ik noem geen namen. En ik heb die juffrouw ook niet gebeld. Ik trek mijn conclusies, en zie van verder contact af. Sommige zaken zijn zo essentieel dat je beter kunt zwijgen. Vergelijk het met het restaurant waar je om een chateaubriand vraagt en een broodje halfom geserveerd krijgt: dat gaat zo zeer tegen elk goed gebruik en tegen elke logica in dat je sprakeloos bent.' Gelukkig voerde hij zijn teksten - anders dan Boerstoel - voor een groot deel zelf uit. 'Mag ik in dit verband nog signaleren dat ik ook mijn eigen muziek kan leveren?'

Drs. P schreef talloze liedjes die op plaat - Hiep Hiep Hoezee voor Drs. P - en cd - Drs. P compilé sur cd - verschenen. Hij maakte carnavalskrakers - het door Adèle Bloemendaal bekend gemaakte Hallelujah kameraden -, bedacht nieuwe versvormen, en zette in wervelende beschouwingen de noodzaak van vormvaste - of liever: vormvriendelijke - poëzie uiteen. Al vaak genoeg jubelde hij over het taalgebruik van Jules Verne en Willem Elsschot, en sprak hij minachtend over de degeneratie die werd ingezet door de Tachtigers - om over de taalgebruikers van nu maar niet te spreken. 'Ik meen me te herinneren dat F.B. Hotz vrij zorgvuldig Nederlands bezigt. Ik geloof niet dat zijn voorbeeld gevolgd wordt door de nieuwe generatie.'

0H OE ZOU HIJ het kunnen weten? Drs. P is bij uitstek de man die de zaken niet op de voet volgt. Al vroeger, op school, was hij een buitenbeentje. 'Ik was, laat ik het zo zeggen, nogal ouwelijk.' Nauwelijks betrokken bij de zielenroerselen van zijn klasgenoten, geen held in gymnastiek, niet al te ijverig ook: hij bleef twee keer in dezelfde klas zitten. Ik had geen grote mond - maar wel een slagvaardige.' Was hij een prettig kind voor zijn ouders? 'Och, er was sprake van een tamelijk rimpelloos huishouden.

'Ik kon redelijk zwijgzaam zijn. Mijn moeder was gelovig en nogal sentimenteel: zij hechtte er aan dat er jaarlijks een kerstboom werd geplaatst. Mij zei dat niets, maar ik onthield me van kritisch commentaar.

'Ik heb altijd wel met mijn moeder kunnen opschieten, maar we wisselden nooit zoveel woorden. De omgang was niet innig.'

Hij groeide op met de tweede echtgenoot van zijn moeder. Toen hij drie was scheidde zijn moeder van zijn vader, en verhuisde het tweetal van Zwitserland - zijn vader was een tot Zwitser geneutraliseerde Oostenrijker - naar Velp in Nederland. Zijn vader zag hij pas vele jaren later terug, toen hij veertien was. 'Hij woonde inmiddels in Duitsland, in een dorpje dicht bij Potsdam. Ik geloof dat het initiatief voor het weerzien van hem is uitgegaan.

'Het was geen onplezierige ontmoeting, maar er was geen herkenning - niet in het minst. Ik wist amper iets van de man af. Toen ik drie jaar was had ik uiteraard nog buitengewoon weinig inzicht in de menselijke natuur.'

Een tweede ontmoeting bleef uit. 'Mijn vader was een zeer bevlogen nationaal-socialist geworden. Dat maakte ons contact niet goed denkbaar.' Zag hij hem ooit nog terug? 'Hij is in 1945 overleden aan een Nerven-erschütterung, een nervous breakdown.' Zo'n ervaring tekent wellicht je leven, of zou anders, op zijn minst, de bron voor een mooi lied kunnen zijn. 'Autobiografische elementen zijn voor mijn teksten niet van belang.'

De doctorandus doet er voor even het zwijgen toe. En glimlacht verheugd als hij merkt dat een nieuw onderwerp wordt aangesneden. Voor hij copywriter werd bij een groot reclamebureau in Indonesië, en vervolgens, nadat hij in Nederland was teruggekeerd, als tekstdichter bij een groot publiek bekend werd, studeerde hij, vanaf 1939, bedrijfseconomie in Rotterdam. Niet omdat hij zo graag economie studeerde - zijn passie voor taal was evident -, maar omdat hij hield van Rotterdam.

'Van die stad ging een grote bekoring uit, en dat niet alleen omdat ik Merijntje Gijzens jeugd had gelezen, waarvan het vierde deel in Rotterdam speelt. Het begrip havenstad maakte iets in me wakker - het biedt, om het eens buitengewoon origineel te zeggen, een venster op de wereld. Niet dat ik in die tijd scherpomlijnde reisplannen had, maar wél was er het gevoel dat vanuit Rotterdam de hele planeet bereikbaar was.

'Rotterdam deed zich bovendien niet voor als geinig of jolig of verantwoord cultureel. Je kon er plezier maken, was de verwachting, en dat niet alleen als zeeman - en in die verwachting werd ik niet beschaamd.

'Als ik 's ochtends vroeg uit de studentensociëteit kwam, ging ik in het park ontbijten en had ik, vanaf een heuvelachtig deel, uitzicht op de Maas. Je zag de rivier, je rook specerijen - dat was tastbare romantiek.

'Ach, als student kun je een stad veel beter onderzoeken dan de mensen die tijdig op hun kantoor moeten zijn. Als student ben je voortdurend met vakantie.' Het is een besef dat voor hem al lang geen eye-opener meer is. 'Ik was in die jaren geen onderdeel van een machinerie of van de maatschappij. Je stond er buiten en je was toeschouwer - dat gevoel heb ik eigenlijk altijd wel behouden.'

In zijn bestaan als tekstdichter/componist/zanger kon hij zijn eigen gang gaan, steeds op zoek naar een nieuwe versvorm of een taalvondst. 'Nieuwsgierigheid is altijd meer de drijfveer geweest dan ambitie. Ik heb het goed getroffen. Nooit was er reguliere broodwinning, nooit ben ik te werk gesteld - de bewegingsvrijheid is altijd groot geweest.'

Hij woont al veertig jaar in Amsterdam, in een prettige buurt - 'niet crimineel, niet vreugdeloos of banaal' -, en is al vele jaren gelukkig getrouwd. Geen keurslijf, geen kinderen, vooral. 'Daarover zijn mijn vrouw en ik het altijd eens geweest.' Hij veert op. 'Kijk, kinderen - dát zou nou een bron van ernstige zorg zijn. Ik beklaag de mensen die er kinderen op nahouden. Hun bestaan wordt de laatste jaren tamelijk sterk bedreigd. Een kind kun je er tegenwoordig niet meer alleen op uitsturen voor een boodschap - zeker niet op een schemerige avond in een verdachte buurt.

'Bovendien zie je op televisie steeds vaker beelden van kinderen die gruwelijk zijn omgebracht of zelf tot misdaad vervallen, of totaal mislukken op school en dan gedwongen zijn een nederig beroep te kiezen.'

De doctorandus zegt dit soort dingen, zo lijkt het, met satanisch genoegen. Overdrijft hij niet een beetje? Plechtig: 'Ik ben zeer gesteld op katten. Ik bewonder hun eigenzinnigheid. Onze kat is onlangs gestorven. We missen haar nog elke dag.'

Omdat hij geen kinderen heeft hoeft hij ook geen Sinterklaas te vieren. 'Ik houd niet van opgelegde gezelligheid - dat gedoe van pakjes en versjes is gewoonlijk flauw en kunstmatig.' In het - mede door Ivo de Wijs samengestelde - handboek Het Rijmschap Compleet dient Drs. P gelegenheidsdichters van repliek:

Het metrum - och, daar zit men niet zo mee

In deze lage landen bij de zee

Ongelijke regels, behept met een schromelijk gebrek aan maat

Beschouwt men hier als adequaat

Zolang in elk geval het rijm maar klopt

(Een klein verschil valt bijna niemand op)

Triomfantelijk: 'Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een Sinterklaasgedicht heb geschreven.' Of toch. 'Toen ik student was konden klanten van de Bijenkorf die een bepaald bedrag hadden besteed kostenloos bij mij een gedichtje verkrijgen. Het procédé was eenvoudig: ik noemde een heel aantal dingen die niets met het cadeau te maken hadden, en eindigde dan steevast met de zinnen: Hierna trok de Sint bedaard/ een . . . uit zijn baard.'

0 O OP EEN afstand spreekt die Sinterklaasrijmelarij wel tot de verbeelding. Drs. P grijnst, wie weet doet een argeloze lezer er zijn voordeel mee. Hij steekt een sigaret op. 'Ik vind dat het uur van de sherry wel is aangebroken.' 's Avonds voor het slapen gaan drinkt hij meestal een whisky. 'Ik beschouw het ouder worden niet als vervelend. Dat kwalijke punt heb ik nog niet bereikt. De angst dat mijn fysieke vermogens zullen afnemen is voor mij een nogal theoretische. Wél houd ik mijn hart vast bij de gedachte dat ik ooit seniel zal worden. Nee, daarover heb ik geen afspraken gemaakt. Ik ga er gevallig van uit dat het mij niet zal gebeuren.

'Ik ben blijkbaar optimistisch ingesteld. Grote zorgen ken ik niet. Ook als ik schrijf heb ik nooit het idee dat het me niet zal lukken. Er waren wel eens problemen, maar op den duur kreeg ik het zoals ik het hebben wilde. Het komt altijd voor elkaar.' Hij neemt een slokje van zijn sherry. 'Mijn vrouw werpt mij wel eens voor de voeten dat ik te luchthartig ben.'

Dan maar een opmerking van enig gewicht. 'Als je jarenlang geschreven hebt blijft er hopelijk iets van je bestaan. In die zin zijn mijn teksten een klein beetje te beschouwen als kinderen die je zullen overleven.'

Hij trekt zijn jas aan, om, vanuit het café waar we hebben zitten praten, goedgeluimd de donkere avond in te gaan. Spottend zegt hij dat onervaren journalisten - meestal meisjes, met een cassetterecorder - hem soms de vraag stellen of hij ook bang is voor de dood. Zoveel diepzinnigheid lapt hij aan zijn laars. Zalig zijn degenen die met niets tevreden zijn. Zal hij besluiten met een typische Drs. P-observatie? 'In Djakarta lag, op een brede straat aan een kanaal, altijd een kind op het trottoir naar boven te kijken. Het was een mongooltje, het had een buitengewoon dom voorkomen - maar het was dolgelukkig.' Grote grijns. 'Benijden deed ik dat kind niet. Het wist niet wat er aan het leven mankeert.'

Zondagmiddag 30 november krijgt Drs. P in de Kleine Komedie, Amsterdam, tijdens een feestelijk programma de Blijvend Applaus-prijs uitgereikt.

Meer over