Analyse

Welke politieke boeken mag u niet missen?

Van biografieën en diepte-interviews tot snel geschreven essays en pamfletten: de coronacrisis levert een on-Nederlands hoge stapel politieke boeken op. Welke zijn de moeite waard?

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Het zal door de coronacrisis komen, waardoor we aan huis gebonden zijn en in arren moede maar zijn gaan schrijven. Of anders door de beperkte dienstregeling van de Tweede Kamer, die tijd overlaat voor werk van langere adem. Ook de verkiezingen zullen er niet vreemd aan zijn.

Hoe het ook zij, er is een on-Nederlands hoge stapel politieke boeken verschenen. Van figuren die al vele jaren onder de Haagse stolp bivakkeren tot leunstoelwatchers die het Binnenhof alleen kennen van horen zeggen. Van diep doordachte langetermijnvisies tot snel geschreven schotschriften. Van biografieën tot essaybundels, van reportages tot lange interviews. Wat hier aan bod komt, is het topje van de ijsberg.

On-Nederlands is het, omdat er geen grote traditie is van politici die hun diepste overtuigingen of zelfs maar dagelijkse beslommeringen op papier zetten. Rutte moet nog aan zijn eerste boek beginnen. Óver hem wordt wel geschreven – waarover straks meer.

Het zijn ongewisse tijden om nu met een politiek boek te komen, de gevolgen van de pandemie op lange termijn zijn niet te overzien. Juist die ongewisheid is vaak de reden om de toekomst te overdenken. In navolging van historicus Philipp Blom, die al voor de pandemie ‘een breuk in een tijdvak’ voorzag, spreekt Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren van ‘een kanteltijd’. ‘Alles gaat stuk, het midden houdt geen stand; de wereld moet het doen met anarchie’, citeert Joost de Vries in hetzelfde register de dichter W.B. Yeats. Iets nuchterder is de kijk van Klaas Dijkhoff. Schei uit met dat de crisis een kans is, zegt hij. ‘Het is gewoon kut.’

Dat even om de toestand te bepalen.

Weg uit Den Haag

In twee boeken staan politici centraal die Den Haag de rug toekeren, de een vrijwillig, de ander door de omstandigheden gedwongen. Klaas Dijkhoff is de man wiens vertrek ervoor zorgt dat de leegte rond Rutte zich verdiept. Die gedachte wordt versterkt na lezing van Alles komt goed. Het was Dijkhoff die met zijn discussiestuk Liberalisme dat werkt voor mensen wilde voorkomen dat de VVD door machtsbelustheid en geestelijke stilstand in de valkuil zou tuimelen die regeringspartijen na een zeker aantal jaren doorgaans wacht.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

Zijn poging de VVD te vernieuwen terwijl de partij in Den Haag de lakens uitdeelt, is zoiets als rijdend een band verwisselen. Naar buiten toe is van die vernieuwingsdrang weinig te bespeuren, maar in woord wordt in elk geval een kleine koerscorrectie beleden, die ruwweg bestaat uit iets meer geloof in de noodzaak van een corrigerende werking van de overheid.

Het boek is te lezen als een verdere uitwerking van die gedachten. Dijkhoff koos er een originele vorm voor. Hij gaat als Socrates in gesprek met een politieke leerling, Tim Versnel, in de rol van Plato. Versnel is VVD-raadslid in Rotterdam en was betrokken bij het verkiezingsprogramma van de VVD.

Die vorm zit de vergezichten wel in de weg. Dijkhoff wil de politiek een zekere lichtheid meegeven en droeg dat ook uit in de Kamer: laconiek op het nonchalante af, bang dat het te hoogdravend zou worden. Die toon heeft ook het boek gekregen, stand-up-politiek tussen twee kaften. Het begint met ‘schenk iets lekkers in’ en eindigt met:

Wauw

Klaar?

Ja

Klaar.

Tussendoor staat veel behartenswaardigs, dat je er dus met een zeefje uit moet halen. Dijkhoff denkt het liberalisme nog eens door, wat uitmondt in een lofzang op de middenklasse. Mensen ‘die helpen bij de sportclub en een spaarpotje hebben voor tegenvallers, maar die eigenlijk geen twee keer pech in een jaar kunnen hebben’. ‘Goed volk’, vindt Dijkhoff, ‘voor wie je als liberaal wilt opkomen.’ Mensen die misschien wel net als Dijkhoff in een Mitsubishi rijden, waar je zo ‘fijn de kinderwagen in kunt smijten’.

Veel van wat hij betoogt, hoort bij de typisch Nederlandse versie van het liberalisme. Zo benadert hij racisme en het identiteitsdebat niet principieel, maar vanuit pragmatisme. Gelijke kansen op stages en banen is belangrijk. Niet op morele gronden, maar vooral omdat het beter werkt. Sterker: ‘Na de verkiezingen is dit een van de dingen waar ik me voor wil inzetten.’ De grenzen van de morele plicht zijn bij Dijkhoff al snel in zicht. Zo zegt hij volledige controle te willen hebben over wie en hoeveel migranten er binnenkomen. Al het andere noemt hij ‘intellectueel gebrekkig’.

Anders dan Mark Rutte zul je Dijkhoff niet horen beweren dat hij niet geïnteresseerd is in sociologische verklaringen. Zo haalt hij de Amerikaanse politicoloog Lilliana Manson aan, die uitlegt dat als je regelmatig op een van je identiteitskenmerken wordt aangesproken, dat bedreigde kenmerk juist dominant kan worden. Verbazend dat iemand die laat zien de politieke vraagstukken in volle breedte te willen behandelen, de politiek nu de rug toekeert. Een premier is volledig in dienst van het land, zegt Dijkhoff. ‘Dat wil ik niet. Niet nu.’ Zijn pupil Tim vindt het een prachtig besluit.

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Onverhoeds einde

Ook Lodewijk Asscher verdwijnt van het landelijke podium. In zijn geval is dat niet vrijwillig. Lodewijk – Portret van een stoïcijns optimist was de titel die Wilfred Scholten tot een paar weken geleden voor zijn boek in gedachten had. Nu staat er Lodewijk – De val van een politiek talent op de cover. Het laatste hoofdstuk is herschreven nadat Asscher had bekendgemaakt dat hij zich terugtrok als lijsttrekker. De toeslagenaffaire had zijn geloofwaardigheid te sterk aangetast.

Het vreemde is dat ook dit onverhoedse einde goed aansluit bij alles wat eraan voorafgaat. Dat komt doordat de figuur Asscher geen haarscherpe contouren krijgt. Er is veel wat hem min of meer overkomt. Dat geldt voor de campagne om de rosse buurt op te schonen in zijn tijd als Amsterdamse wethouder, maar eigenlijk ook voor de strijd om het lijsttrekkerschap met Samsom: ‘Het hoefde voor hem niet echt, politiek leider worden.’

Daartegenover staat de messcherpe, harde debater en onderhandelaar die Asscher ook is; de man die Zalm in verwarring brengt omdat hij luistert en lang wacht voordat hij met zijn tegenzet komt. Zo zal hij het later als minister in Den Haag ook doen. Een man met ogenschijnlijk tegenstrijdige eigenschappen: empathisch, maar ook de eerste die rechtsomkeert maakt bij straatcampagnes.

Je zou dichterbij willen komen, zijn diepere drijfveren willen kunnen ontwaren, meer willen weten over zijn relatie met die vaak zo knorrige partij, over hoe zijn kleine fractie onder Rutte III functioneerde. Je zou een patroon willen kunnen herkennen in het ogenschijnlijke toeval dat hij nu Den Haag verlaat en wordt opgevolgd door Lilianne Ploumen. In haar boek, De deur naar de macht, valt de naam Asscher één keer. Zelf speelt ze in het boek van Scholten ook geen rol van betekenis. Dat zegt wellicht iets over de continuïteit in het partijleiderschap.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

Eindeloos premier

Komen we nu aan bij het buitenbeentje in dit gezelschap. De essaybundel van journalist en romancier Joost de Vries, De gelukkigste man van Nederland, gaat ogenschijnlijk over Mark Rutte. In heel zijn glanzende tevredenheid staat de premier afgebeeld op de omslag. Hij is aan de wandel in zijn blauwe pak, glimlach om de lippen, dossiermap in de hand.

En ja, De Vries noteert diverse behartenswaardige observaties over de minister-president. Bijvoorbeeld dat hij iemand is die bestuurt zoals een walvis plankton eet, dat wil zeggen: omdat hij dat nu eenmaal doet. In zowat elk essay komt Rutte wel even voorbij. Soms pas helemaal aan het einde, soms met de haren erbij gesleept, vaak ogenschijnlijk verdwaald, zelden als hoofdonderwerp. ‘Ik zie zijn leven voor me en zie een mal waarin ik zoveel rust zou vinden’, schrijft De Vries. ‘Een methode van leven, waarin het werk genoeg is.’ Of even verder: ‘Een gelukkig man. Hij wil niets van jou, en jij wilt op jouw beurt niets van hem.’

Laat hem dan met rust, zou je denken. Maar dat is De Vries te gemakkelijk. Hij voert Rutte ook op als iemand die bij een beklimming van de Mount Everest in het basiskamp volkomen gelukkig zou zijn. Dat lijkt me niet goed gezien. Rutte is een perfectionist, altijd uit op een gegeven de omstandigheden maximaal resultaat. Bij mooi weer zou hij ongetwijfeld een poging wagen om de top te bereiken.

De premier wordt ingezet als het gaat over eenzaamheid, over Lyndon Johnson, Voetbal Inside of De meeste mensen deugen. ‘In een tijdperk waarin Mark Rutte eindeloos premier is, is Rutger Bregman de passende intellectueel (…) alles crescendo, niks an het handje’, schrijft De Vries. Rutte als duizenddingendoekje, het is een rol waar hij zelf niet eens zo ongelukkig mee zou zijn.

null Beeld M.L. Thieme uitgeverij
Beeld M.L. Thieme uitgeverij

Omgang met dieren

Tijd voor de vrijzwevende radicalen. De coronacrisis is goed geweest voor de overtuigingskracht van de Partij voor de Dieren van Esther Ouwehand. Waar Joost de Vries overal kleine spijkertjes inslaat, daar mept de Partij voor de Dieren met een voorhamer steeds op hetzelfde aambeeld; de pandemie is een zoönose, veroorzaakt door onze manier van omgang met dieren – Ouwehand wordt niet moe dat in de Tweede Kamer te herhalen.

De ideeën die daarachter schuilgaan doet ze uit de doeken in Dieren kunnen de pest krijgen, een pamflet dat ook de aftrap is van M.L. Thieme, huisuitgever van de PvdD; de naam is een eerbetoon aan partijoprichter Thieme en een knipoog naar de gelijknamige uitgever van schoolboeken.

De conclusie wordt al vroeg in het boek getrokken: de mens zelf is het dodelijkste virus. Hoogste tijd om in te grijpen in de intensieve veehouderij, en ingrijpen is wat Ouwehand wil bereiken. Ze onderbouwt haar betoog met wetenschappelijk onderzoek en krantenartikelen. Tijdens een gemiddeld coronadebat worden in Nederland een half miljoen dieren gedood, zegt ze. Dat maakt het onmogelijk toezicht te houden op wat ze ‘de doodindustrie’ noemt.

De VVD noemt ze ‘de grote tegenstinker van adequaat preventiebeleid’. Opmerkelijk is dat ze daarbij een uitzondering maakt voor Dijkhoff, die bereid bleek serieus studie te maken van het gebruik van antischimmelmiddelen in de landbouw.

Soms draaft ze door. Zoals wanneer ze stelt dat natuur en dieren geen lobbymacht hebben. Die is er wel degelijk, er zijn legio organisaties die deze belangen behartigen. Waarschijnlijk is wat die organisaties aandragen voor Ouwehand zo vanzelfsprekend dat ze het niet als lobby herkent.

Hoe minder dieren we houden, hoe minder problemen we krijgen, is de oplossing die zij met opgewekt zelfvertrouwen brengt. Er is reden voor dat vertrouwen, want de analyse van de Partij voor de Dieren wordt breder gedeeld. Aan de logische vervolgstap waagt Ouwehand zich niet: uiteindelijk zullen we, om de aarde leefbaar te houden, er ook voor moeten zorgen dat de wereldbevolking zich niet oneindig uitbreidt. De intensieve menshouderij is wellicht iets voor een volgend boek.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

Urgente inzichten

Fascinerend is het boek dat Pieter Omtzigt er nog kort voor de verkiezingen uitperste. Net als Ouwehand doet hij aan systeemkritiek. Maar waar het Ouwehand om het perspectief van het systeem gaat, richt Omtzigt zich op de werking ervan. Hij richt zijn pijlen op de kluwen van politici, ambtenaren en media met goeddeels overlappende belangen die in zijn visie samenhokken onder de Haagse stolp.

Als door een wonder kan hij zelf na lange Haagse dienstjaren nog steeds genoeg afstand houden om te zien wat eraan schort. Of dat ook genoeg is om het systeem te hervormen, zal de tijd moeten leren.

Het eerste deel van zijn boek – Een nieuw sociaal contract – doet denken aan dat van Dijkhoff. Ook Omtzigt wordt eerst tientallen pagina’s lang geïnterviewd over zijn drijfveren. Daarna volgt zijn eigen betoog, over Europa, over hoe Nederland wordt bestuurd aan de hand van modellen die geen ruimte voor de menselijke maat laten, over de toeslagenaffaire in engere en ruime zin. Het boek sluit af met zijn manifest: een nieuw sociaal contract.

Dat Omtzigt het afgelopen jaar is uitgegroeid tot een alom bewonderd Kamerlid, is paradoxaal genoeg te danken aan het feit dat zijn partij, het CDA, hem jarenlang niet serieus nam. Omtzigt besloot, zo vertelt hij, voor een eigen mandaat te gaan. De voorkeurszetel gaf hem de vrijheid die hem in staat stelt zijn huidige rol te spelen. Het is een rol die vaak ver van zijn eigen fractie ligt, zodat hij vrijuit over een ‘zogenaamd onafhankelijke onderzoekscommissie’ kan spreken, ook als CDA-prominenten daarvan deel uitmaken, en kan vinden dat de in Den Haag heilig verklaarde planbureaus de complexiteit van de werkelijkheid geen recht doen. Een constitutioneel hof, een ander kiesstelsel, een veel grondiger werkende Kamer, meer denktanks – dat zijn plannen die hij aandraagt om het vertrouwen van de burger in de overheid te herstellen.

Lang niet alles is voldragen, er moet nog veel doordacht. Maar de uitdaging is er. Het maakt benieuwd of Omtzigt straks, na de verkiezingen, ook de eigen fractie zal kunnen overtuigen van de urgentie van zijn inzichten. Met dit boek heeft het CDA explosief materiaal in huis.

Klaas Dijkhoff en Tim Versnel: Alles komt goed. Prometheus; 304 pagina’s; € 20. ★★☆☆☆

Wilfred Scholten: Lodewijk – De val van een politiek talent. Ambo Anthos; 408 pagina’s; € 24,99. ★★★☆☆

Joost de Vries: De gelukkigste man van Nederland. Prometheus; 224 pagina’s; € 19,99. ★★★☆☆

Esther Ouwehand: Dieren kunnen de pest krijgen. M.L. Thieme uitgeverij; 128 pagina’s; € 9,95. ★★★★☆

Pieter Omtzigt: Een nieuw sociaal contract. Prometheus; 224 pagina’s; € 20. ★★★★☆

Meer over