InterviewDavid Epstein

Wees van vele markten thuis, betoogt wetenschapsjournalist David Epstein

Beeld Thomas Nondh Jansen

Maakt u zich weleens zorgen om uw cv? Vreest u wel eens dat dat oogt als een tamelijk willekeurige opsomming van al dan niet afgemaakte ‘pretstudies’ en hele of halve baantjes waaraan geen werkgever behoefte aan heeft? 

De Amerikaanse wetenschapsjournalist David Epstein (40) heeft geruststellend nieuws. Juist in deze tijd, met functietitels die zo gespecialiseerd klinken dat geen mens meer weet wat ze betekenen (‘Senior Diagnostic Toolset Engineer’), is er behoefte aan generalisten: zij die van geen onderwerp alles weten, maar van veel onderwerpen een beetje. Dat schrijft hij in zijn vorige week verschenen Waarom generalisten verder komen, dat de shortlist haalde van The Financial Times and McKinsey Business Book of the Year Award.

Epstein begint zijn boek met een vergelijking tussen twee sporters. De eerste oefende zijn swing toen hij tien maanden oud was en won zijn eerste golftoernooi, voor tien-minners, op zijn tweede. Op zijn 3de speelde hij, als hij geen mediatraining kreeg van zijn vader, elf boven par op een baan van negen holes.

De ander deed op jonge leeftijd aan skiën, squashen, worstelen, zwemmen, tafeltennis, tennis, badminton en voet-, basket- en handbal. Toen hij als tiener andere sporten opgaf om zich op tennis te richten, waren leeftijdsgenoten al lang in de weer met fitnessbegeleiders, sportpsychologen en diëtisten.

‘Zijn verhaal is compleet anders dan dat van mij’, zou tennisser Roger Federer in 2006 over golfer Tiger Woods zeggen.

Desondanks behaalden beiden de top. Dat heeft te maken met de aard van hun sporten, zegt Epstein telefonisch vanuit Washington. Golf is een typisch voorbeeld van een ‘vriendelijke leeromgeving’, zo citeert hij de psycholoog Robin Hogarth. Dat betekent dat de regels van het spel duidelijk zijn en je snelle en accurate feedback krijgt – als de bal de hole niet haalt, moet je de volgende keer harder slaan. In zo’n omgeving floreren specialisten.

Tennis is een ‘gemenere’ leeromgeving dan golf, zegt Epstein. ‘Je moet raden wat in de toekomst gebeurt, op basis van het lichaam van de tegenstander of aanwijzingen van de bal. Het is veel dynamischer dan golf. Maar vergeleken bij het leven is ook tennis nog heel vriendelijk. De echte wereld is als tennis op Mars: niemand vertelt je de regels, en als je ze eindelijk hebt ontdekt, kunnen ze de volgende dag veranderen. Bovendien is het uiteindelijke doel vaak onduidelijk.’ Bij tennis op Mars, zegt Epstein, gedijen generalisten. 

Les 1: de vaardigheden van generalisten gaan langer mee

Lange tijd was een groot deel van de geïndustrialiseerde wereld ‘vriendelijk’, zegt Epstein. ‘Iemand volgde op jonge leeftijd een opleiding en kon daarmee de rest van zijn leven in de fabriek aan de slag. Toen we een kenniseconomie kregen, veranderde dat. Ontwikkelingen volgen elkaar nu razendsnel op. Het is onwaarschijnlijk dat werknemers hun huidige werk de rest van hun leven behouden. Daarom is het cruciaal dat ze over adaptability, aanpassingsvermogen, beschikken.’

Epstein verwijst naar een opmerkelijk stuk uit The New York Times waaruit blijkt dat studenten liberal arts (een brede studie met vakken als literatuur, biologie, filosofie) uiteindelijk, op hun 40ste, meer verdienen dan studenten techniek of computerwetenschappen. ‘De ingenieurs krijgen eerder een baan en verdienen de eerste jaren beter’, zegt Epstein. ‘Maar hun werkterrein verandert veel sneller en dus zijn hun vaardigheden sneller verouderd. Een vaardigheid als schrijven – informatie structureren en communiceren – kun je blijven toepassen. Soft skills (niet-specialistische vaardigheden als kritisch denken) worden tegenwoordig duurzame skills genoemd.’

Les 2: generalisten weten eerder waar hun talenten liggen

Snuffelen aan uiteenlopende terreinen biedt meer voordelen: je krijgt meer informatie over je match quality. Dat wil zeggen: je weet eerder welk werk bij je kwaliteiten past.

In zijn boek citeert Epstein een onderzoek van de Israëlische hoogleraar Ofer Malamud naar het carrièrepad van duizenden studenten uit Engeland, Wales en Schotland. Studenten uit Engeland en Wales moesten zich specialiseren vóórdat ze naar de universiteit gingen, zodat ze zich voor een specifieke studie konden aanmelden. Schotse studenten moesten tijdens hun eerste twee jaar op de universiteit verschillende vakgebieden blijven volgen.

Gevolg: Engelsen en Welshmen kozen uiteindelijk vaker dan de Schotten voor een heel andere carrière dan waarvoor ze waren opgeleid. De Schotten verdienden aanvankelijk minder, maar haalden hun leeftijdsgenoten in Engeland en Wales uiteindelijk bij. Een vergelijkbare studie in achttien landen leverde dezelfde resultaten op.

Om geschikt werk te vinden is het dus zaak om veel uiteenlopende ervaringen op te doen. Bevalt iets niet, dan stop je en zoek je door: trial and error. Vincent van Gogh had dit in de gaten, zegt Epstein. ‘Hij pinballde tussen carrières. Voordat hij dertig werd, was hij kunsthandelaar, docent, zendeling, boekhandelaar en predikant geweest. En zelfs toen hij was begonnen met schilderen, stuiterde hij tussen stijlen: eerst alleen figuren of mensen, toen alleen natuur, toen alleen zwart, toen nooit meer zwart, toen aquarellen. Met olieverf ontwikkelde hij uiteindelijk een stijl die nog niemand had gezien.’

Shonda Rhimes, bedenker en schrijver van Grey’s Anatomy, vond zichzelf introvert en dwong zichzelf een jaar lang tegen alles ‘ja’ te zeggen, net als Jim Carrey in de film Yes Man. Rhimes, zo schrijft Epstein, ‘sloot het jaar af met een diep besef waarop ze zich wilde richten’.

‘Dit is een heel extreme benadering’, zegt Epstein, ‘maar er zit wijsheid in. Om de maand dwing ik mezelf ja te zeggen tegen voorstellen die ik normaal zou afwijzen. Een cursus Spaans, een cursus fictie schrijven. Soms leert het iets groots, soms iets kleins. Zoals Herminia Ibarra, een hoogleraar aan de London Business School, zegt: ‘We leren wie we zijn in de praktijk, niet in theorie.’’

Uit research van LinkedIn onder een half miljoen leden, zegt Epstein, blijkt dat het aantal banen van een werknemer de beste indicator is of diegene het uiteindelijk schopt tot directeur. Epstein: ‘De baas heeft doorgaans allerlei functies gehad.’

Bedrijven beseffen dit nog onvoldoende, zegt Epstein. Vaak zoeken ze, via algoritmes van datzelfde LinkedIn, kandidaten wier cv perfect aansluit bij de vacature. Iemand van twaalf ambachten, dertien ongelukken valt daardoor al snel buiten de boot. Epstein wilde dit bespreken met LinkedIn, maar dat toonde geen interesse. Volgens het bedrijf is er geen probleem: blijkbaar komen de jobhoppers nu ook al bovendrijven.

Les 3: generalisten zijn betere probleemoplossers

Bedrijven in Silicon Valley nemen cv’s al minder serieus, zegt Epstein. ‘Google en SpaceX adverteren met: het maakt ons niet eens uit of je de middelbare school hebt afgemaakt. We geven je een probleem en als je dat oplost, ben je welkom.’

Voor probleemoplossers vormen analogieën een cruciaal gereedschap. ‘Je kunt daarmee niet alleen een abstract idee concreet overbrengen', zegt Epstein. Als voorbeeld geeft hij de vergelijking tussen bewegende moleculen en botsingen van een biljartbal. ‘Je kunt er ook een probleem op een nieuwe, verhelderende manier mee benaderen.’ En generalisten zijn, beter dan specialisten, in staat om analogisch te denken, om gelijkenissen te zien tussen fenomenen die op het oog weinig gemeen hebben, zegt Epstein.

De Amerikaanse psycholoog Dedre Gentner van Northwestern University heeft studenten ooit kaartjes met verschijnselen gegeven, en gevraagd die te sorteren op domein en structuur, schrijft Epstein in zijn boek. Rentewijzigingen en financiële zeepbellen behoren bijvoorbeeld tot het economische domein. Financiële zeepbellen en smeltende poolkappen hebben dezelfde causale structuur:  de gevolgen ervan zijn zichzelf versterkend. Bij zeepbellen kopen mensen iets omdat ze erop speculeren dat de prijs ervan later zal stijgen, en door hun aankoop stijgt de prijs nog meer. Door smeltende poolkappen reflecteert minder zonlicht de ruimte in. Dat leidt tot hogere temperaturen en nog sneller smeltende poolkappen.

Alle studenten slaagden erin verschijnselen op domein te sorteren. Maar alleen breed opgeleide studenten doorgrondden de causale structuur, zegt Epstein. Desondanks zeiden collega’s van Gentner dat deze studenten achterop raakten, omdat ze niet één hoofdvak hadden gevolgd. Epstein: ‘Tekenend: terwijl onderzoek aantoont dat deze studenten over essentiële kwaliteiten beschikken, zeggen docenten dat ze zich moeten specialiseren.’

Ook Nobelprijswinnaars, probleemoplossers bij uitstek, bijten zich vaak niet alléén maar stuk op hun eigen onderzoek. Vergeleken met hun minder succesvolle collega's is de kans gemiddeld 22 keer groter dat zij artistieke bezigheden uitoefenen naast hun vak, schrijft Epstein. 

The New York Times schreef in een recensie dat Epstein zichzelf in zijn boek tegenspreekt: als de wereld een ‘gemene leeromgeving’ is, moet je zo generalistisch mogelijk blijven. Als het om match quality draait, moet je breed beginnen maar zo snel mogelijk specialiseren zodra je de perfecte baan gevonden hebt. Epstein: ‘Iedereen specialiseert zich op een gegeven moment in meer of mindere mate. Uit al mijn research blijkt dat mensen een reeks uiteenlopende, maar overlappende vaardigheden moeten opbouwen, waardoor ze totaal uniek worden.’

Beeld Thomas Nondh Jansen

Les 4: de ‘tienduizendurenregel’ bestaat niet

Het boek van Epstein gaat lijnrecht in tegen de ‘tienduizendurenregel’, gebaseerd op een onderzoek uit 1993. Daaruit bleek dat de beste violisten voor hun 20ste 10 duizend uur hadden geoefend, meer dan de minder begaafde muzikanten. Het onderzoek suggereerde dat oefening belangrijker was dan aangeboren kenmerken: zoiets als een natuurtalent leek niet te bestaan.

De Canadese schrijver Malcolm Gladwell populariseerde de regel in zijn boek Uitblinkers, waarin hij een neuroloog citeert die zegt dat 10 duizend uur oefenen ‘nodig is om het niveau van beheersing te bereiken dat we verbinden aan een expertise van wereldklasse op welk gebied dan ook’.

De regel deugt niet, zegt Epstein. ‘Ten eerste: toen de studie onlangs werd gerepliceerd, bleven de resultaten niet staan. Ten tweede publiceerden de wetenschappers in 2014 extra data, waaruit bleek dat de fanatiekste violisten soms tot de minder goede behoorden.’ Ten derde noemt Epstein het ‘extreem raar’ om de resultaten van een onderzoek naar violisten (‘vriendelijke leeromgeving’) te betrekken op andere gebieden.

Epstein en Gladwell gingen hardlopen en raakten bevriend. ‘Hij gelooft ook niet meer in de regel. Desondanks blijft die in het hoofd van veel mensen hangen.’

Les 5: specialisten lijden aan tunnelvisie

Specialisten zijn geneigd tot tunnelvisie, zegt Epstein. Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden. Zoals in de medische wereld: interventiecardiologen behandelen patiënten met pijn op de borstkas met stents (buisjes die vernauwingen in bloedvaten opheffen), ook als onderzoek heeft aangetoond dat eenvoudigere behandelingen soms veiliger zijn. ‘Te horen krijgen dat je moest stoppen met het gebruik van stents was alsof je te horen kreeg dat je moest ophouden een interventiecardioloog te zijn’, schrijft Epstein in zijn boek.

Mogelijk, schrijft Epstein, verklaart dit een onderzoek uit 2015, waaruit bleek dat patiënten met hartfalen of een hartstilstand minder kans op overlijden hadden ‘als ze werden opgenomen tijdens een nationale conferentie van cardiologen, toen duizenden topcardiologen weg waren’.

Dit probleem speelt ook bij experts die op tv verschijnen. Epstein haalt Philip E. Tetlock aan, een politicoloog die 82 duizend politieke toekomstvoorspellingen onderzocht en daarover een boek schreef. Epstein: ‘De slechtste voorspellers bleken de meest gespecialiseerde experts, zij die hun hele leven hebben gewijd aan één of twee onderwerpen. De hele wereld gingen zij door die lens bekijken. En hoewel ze er voortdurend naast zaten, waren ze zeer overtuigd van hun mening, wat weer tot telefoontjes van televisieprogramma’s leidde. Een genuanceerde mening – ‘aan de ene kant dit, aan de andere kant dit’ – werkt niet goed op tv.’

David Epstein bij een lezing op TED2014 in Vancouver, Canada.Beeld James Duncan Davidson

Les 6: generalisten en specialisten hebben elkaar nodig

Generalisten, zegt Epstein, worden ondergewaardeerd. ‘Van mijn vrienden die geneeskunde zijn gaan studeren, had niemand als kind de droom om neuroloog te worden. Maar als je vervolgens op de universiteit hoort dat een bestaan als huisarts geen prestige of geld oplevert...’

Let wel: Epstein wil niet de indruk wekken dat specialisten overbodig zijn. ‘Generalisten en specialisten moeten samenwerken. De beste voorspellers waren volgens Tetlock generalisten, maar ze voeren op informatie die ze van specialisten kregen. Aan hen vroegen ze feiten, geen opinie.’ De wereld heeft zowel visionaire vogels nodig als gefocuste kikkers, zo citeert Epstein de vorige week overleden wis- en natuurkundige Freeman Dyson.

Les 7: middelbare scholieren, denk niet: wat wil ik later worden?

Wat adviseert Epstein middelbare scholieren? ‘Zij moeten zich vooral niet bezighouden met: wat wil ik worden? En vooral wel met: wat wil ik dit jaar leren?’

Epstein vertelt over de ‘end-of-history illusion’, een psychologisch begrip over het gevoel van mensen die op een zekere leeftijd ‘af’ denken te zijn, dat hun karakter de rest van hun leven niet meer verandert. ‘Dat gevoel klopt nooit. We blijven altijd veranderen: onze waarden, onze vaardigheden, onze hobby’s, onze voorkeur voor vrienden. Het meest verandert je persoonlijkheid tussen je 18de en je 27ste. Dus als je voor of tijdens die periode kiest wat je de rest van je leven gaat doen, kies je voor een persoon die je niet eens kent die moet gaan functioneren in een wereld die je nog niet kent.’

Cv David Epstein (1980)

Epstein brak zijn studie politieke wetenschappen af om geologie en astronomie te studeren aan Columbia University. Daarnaast volgde hij vakken als literatuur in het Midden-Oosten en India en meesterwerken van de westerse muziek en westerse kunst. Na een aantal jaar werken in een laboratorium ging hij de journalistiek in. Voor New York Daily News draaide hij op straat nachtdiensten. Later schreef hij voor het tijdschrift Sports Illustrated.

In 2013 verscheen zijn eerste boek: The Sports Gene. Daarin onderzoekt Epstein het belang van genen en trainingsuren voor sporters. Waarin verschillen topsporters van amateurs?

Epstein woont met zijn vrouw en kind in Washington D.C.

Meer over