Review

Weergaloos mooi en duizelingwekkend breed

Hollandse schepen naar Azië brachten eind 16de eeuw Oosterse luxe-producten mee terug. Dat werden hebbedingen voor Hollandse burgers, die direct met kopiëren begonnen. Nu allemaal te zien in een weergaloos mooie tentoonstelling.

Bloemstilleven Dirck van Rijswijck (1596-1679). Beeld Rijksmuseum
Bloemstilleven Dirck van Rijswijck (1596-1679).Beeld Rijksmuseum

Het belangrijkste eerst: de turboslak. De turboslak, turbo marmoratus voor kenners, is eigenlijk een heel gewone zeeslak: weekdier, afkomstig uit onder meer de Indische oceaan, op haar rug uiteraard een schelp. Om die schelp gaat het hier. Die is zo groot als een meloen (honing, niet water) en uitzonderlijk mooi; groen gevlekt van buiten en zacht glanzend van binnen - vissers jagen erop voor parelmoer. Ze werden vaak gemonteerd op een zilveren standaard. Een zoöloog die zo' n schelp bezat, was een tevreden man.

De Haarlemse textielkoopman Jan Govertsen van der Aer (1544-1612) bezat er een. Op het portret door Hendrick Goltzius poseert hij ermee: een wellevend heerschap in een zwarte tuniek, de trek rond zijn mond zou je in een minder welwillende bui omschrijven als minachtend. Op tafel voor hem: meer schelpen waaronder een zeldzame Tritonshoorn van de Bahama's. Zulke schelpen, dat voel je op je klompen aan, boden dubbel plezier. Ze vertegenwoordigden exotische (ongeziene) werelden en vormden een bron van studie; tegelijk waren het ook gewoon 'mooie dingen'. Vanaf het eind van de 16de eeuw, toen Hollandse kooplieden meer voet aan de grond kregen in Azië en Oosterse luxe-producten voor bredere, maar zeker niet alle lagen van de bevolking beschikbaar werden, kregen ze gezelschap van porselein uit China, snijwerk uit Ceylon, zilverwerk uit Indonesië, kleden uit India, japonnen uit Japan en andere hebbedingen. Over de intrede van zulke spulletjes - en over hoe zij de vaderlandse kunstnijverheid beïnvloedden en erdoor beïnvloed werden - gaat de expositie Azië > Amsterdam in het Rijksmuseum.

Die tentoonstelling, een samenwerking met het Peabody Essex Museum, Massachusetts, is weergaloos mooi en duizelingwekkend breed. Zij toont het effect van geïmporteerde Aziatica op de Hollandse- en Europese wooncultuur tijdens de Gouden Eeuw im großen und ganzen, en achter dat ene woordje, Aziatica, gaat een goed gevuld pakhuis schuil aan toegepaste kunst, mode, edelsmederij, krijgskunde: Indiase miniaturen, boterschalen van porselein, een kabinet van eboniet en schildpadschild, een aardewerken schenkkannetje in de vorm van een olifant: dingen waarvan de enige overeenkomst soms zit in het feit dat ze ongeveer rond dezelfde tijd in Amsterdam belandden. Zo'n riante greep draagt een gevaar in zich: willekeur, een reeks vignetten, het one damn thing after another-gevoel. Dat dat niet gebeurd is, tenminste niet als storend wordt ervaren, komt door de kwaliteit van de objecten, die hoogwaardig is, de zorgvuldige dosering en de vormgeving van Kiki van Eijk: een behang van opgeblazen, uitgebleekte aquarellen. Het effect is coherent en bedwelmend tegelijk. De rijkdom zonder het onbehagen.

Porselein

En rijkdom was het, wat de Mauritius en de Hollant en al die andere VOC-schepen meenamen naar de haven van Amsterdam. Een rijkdom die in herenhuizen en elders al snel vanzelfsprekend werd. Dat merk je direct in de eerste zaal, bij de stillevens van Kalf, Heda, Snijders en anderen. 'Denkt u alles uit Azië weg', hoorde ik een rondleidster voor zo'n banket met kaas en fruit (Floris van Dijck) tegen een clubje senioren zeggen. En inderdaad: haal de import weg, en het wordt stil op zo'n stilleven. Het betekent: weg porseleinen bordje onder de olijven, weg klapmuts (diepe schaal) met appels. Het betekent ook: weg damasten tafellaken en aardewerken schenkkannetje. Deze (en de andere getoonde) spullen verkeerden niet in een cultureel vacuüm, zoals eigenlijk al blijkt uit het feit dat Van Dijck ze vereeuwigde. Zij leidden tot nieuwe specifieke wensen bij de kopers en tot kopieerdrift bij Hollandse handwerklieden, ongeveer zoals Chinezen tot voor kort deden met zo'n beetje alles van 'ons' waaraan een stekker zat. In de Republiek stikte het van het nagebootste ivoor, eboniet, parelmoer en lakwerk. De ondernemer Willem Kick, om er nog een vergeten figuur bij te slepen, maakte bijvoorbeeld fortuin met zijn zogenaamde 'konstverlak', een succes in eigen land én bij de Deense koning. En dan was er het porselein.

Dat was natuurlijk het ultieme materiaal. Door de textuur, de combinatie van lichtheid en hardheid, door het hoge, pinnige geluid dat het maakt als je er tegenaan tikt, door de kleur, natuurlijk. Ah, de kleur van porselein. Was ik de keramist Edmund de Waal dan schreef ik hier: 'De kleur van de vacht van een poolvos sluipend door verse sneeuw, duizenden witte haren wuivend in de wind, maar ik ben hem niet. Vandaar: 'De kleur van melk'. Van Campina, uit een kartonnen pakje. Aardewerk met de kleur van een zuivelproduct voor in de school-pauze: daar hielden Hollanders van. Ze haalden het uit Jingdezhen, China 'één grote oven met talloze ventilatieopeningen waar vlammen uitkwamen', onuitputtelijke producent van schalen, koppen, schotels en ook mosterdpotten.

Artikel gaat verder onder foto

null Beeld Rijksmuseum
Beeld Rijksmuseum
Stilleven met kazen, Floris Claesz. van Dijck, ca. 1615. Beeld Rijksmuseum
Stilleven met kazen, Floris Claesz. van Dijck, ca. 1615.Beeld Rijksmuseum

Hollants porceleyn

Uiteraard mocht het niet teveel kosten. Het Hollandse import-porselein, meldt de catalogus verdekt, was kruideniers-porselein. Niet het 'witte goud' waarmee Habsburgse aristocraten elkaar de loef afstaken, maar een aardigheid voor well-to-do burgers. Volkskrant-lezers, hadden die toen bestaan, zouden het in huis hebben gehad. Die hadden er van gegeten en het waarschijnlijk ook gebruikt ter aankleding van hun keuken. Op een werk van een onbekende meester uit 1630 van een Hollandse familie uit de hogere middenklasse - tunieken, molenkragen, geblokte tegelvloer, houten lambrisering, en daarbovenop, in het gelid, borden en zogenaamde kraaikopjes - is dat ook precies de indruk die het porselein wekt: als iets dat een kamer aankleedt. Sommige verzamelaars schrokken er niet voor terug om hun porselein op te (laten) kalefateren. Ze lieten het feller en meer opzichtig beschilderen of van koperen of gouden ornamenten voorzien. Een enkeling liet er een verguld dekseltje op zetten. Uiteraard met familiewapen.

Hollandse keramisten zagen dat niet lijdzaam aan. Die zetten zich, bij gebrek aan een werkbaar recept voor porselein (kaolien en kwarts, verhit op rond de 1.200 graden Celsius, pas in de 18de eeuw werd het in Europa bekend) aan het vervaardigen van authentieke fake: het zogenaamde Hollants porceleyn. Daarin gingen zij bijzonder voortvarend te werk. Een plateelbakkerij als de Grieksche A uit Delft had bijvoorbeeld een klantenkring tot ver buiten de landsgrenzen. Aldus kon het zomaar gebeuren dat een Fransman zich een fijn stuk Chinees porselein aanschafte - uit Holland. Zulk imitatie-porselein - in feite steen met een hoog kalkgehalte afgewerkt met tin-oxide - laat zich wel herkennen en dan met name aan het glazuur en de decoraties. Die hebben niet het verfijnde van de originelen en kenmerken zich door een EurAziatische iconografie. Een porseleinen bord met Chinese figuurtjes, maar dan wel met ronde Europese gezichten die worden toegesproken vanaf een Europese kansel, bijvoorbeeld. Een bord met Chinese patronen op de rand en een Nassau-wapen in het hart. Een bloemvaas in de vorm van een pagode.

Artikel gaat verder onder foto

null Beeld -
Beeld -

Rariteit van de week

De turboschelp - pronkstuk van menig rariteitenkabinet. De turboschelp - hebbeding waarmee je je als liefhebber van het maritieme graag liet portretteren. Deze turboschelp gaf zijn schoonheid niet zomaar prijs. Pas na een intensieve behandeling met zuur en langdurig polijsten veranderde hij van grijs naar groen naar het karakteristieke olie-achtige roze. De voet waarop men hem vervolgens graag monteerde, stelde vaak ook iets voor. Een opengesperde vissenbek, bijvoorbeeld.

null Beeld Rijksmuseum
Beeld Rijksmuseum
De turboschelp waarmee je je als liefhebber van het maritieme graag liet portretteren. Beeld Asia-Amsterdam
De turboschelp waarmee je je als liefhebber van het maritieme graag liet portretteren.Beeld Asia-Amsterdam

Chinoiserie

Sommige handwerkslieden gingen nog verder. Enkele van de mooiste en meest curieuze objecten op de tentoonstelling in het Rijksmuseum vallen onder het kopje chinoiserie: objecten die de Westerse blik op China tonen of slechts qua sfeer en gevoel nog iets Oosters hebben.

Wie in die context zeker genoemd moet worden is Dirck van Rijswijck (1596-1679), een Amsterdamse zilversmid die faam verwierf met panelen van rozenhout en parelmoer. Zijn Stilleven met bloemen (1654) is oogverblindend ding, een fantasmagorie van lelie's, pioenrozen, dahlia's, anjers, cosmea's; op de voorgrond zit een parkiet. Er is geen reden meer om naar China te reizen, merkte Vondel op na het zien van Van Rijswijcks paneel, maar dat getuigde wellicht meer van vleierij dan van realiteitszin. Van Rijswijcks paneel is precies dat: een exotische droom, bedwelmend maar verzonnen. Met het werkelijke China had het weinig van doen.

null Beeld Rijksmuseum
Beeld Rijksmuseum

Azië>Amsterdam. Rijksmuseum (Philipsvleugel), Amsterdam, te zien tot: 17/1/2016. catalogus: euro 40,00.

undefined

Meer over