Wee de Romeinen

'VAE VICTIS', 'wee de overwonnenen'. Deze uitspraak van de Gallische hoofdman Brennus, hem in de mond gelegd door de Romeinse geschiedschrijver Livius, laat aan duidelijkheid niets te wensen over....

Na hun nederlaag bij de Allia, een zijriviertje van de Tiber, waren de Romeinen niet in staat geweest Rome te behoeden voor inneming en plundering door Galliërs (die in Griekse en Latijnse bronnen ook wel Kelten heten; de beide namen zijn inwisselbaar). Weliswaar bleef de burcht van Rome, het Capitool, in Romeinse handen, maar de soldaten daar waren na verloop van tijd doodmoe en snakten naar het einde van de strijd. Toen tijdens een onderhoud van Brennus met een Romeinse legerofficier de Gallische aanvoerder bereid bleek voor een losprijs van duizend pond goud de belegering van het Capitool op te geven, gingen de Romeinen hiermee dan ook akkoord, al was het met pijn in het hart.

De toch al niet geringe vernedering werd voor de Romeinen nog groter toen ze het vermoeden kregen dat de Galliërs knoeiden met de gewichten bij het afwegen van het goud. Maar protesten hielpen niet. Bij wijze van antwoord legde Brennus zijn zwaard bij het gewicht in de schaal, onder het uitspreken van de woorden die hem een plaats in vrijwel elk citatenboek hebben bezorgd: 'Wee de overwonnenen.'

Aan deze nasleep van de Romeinse nederlaag bij de Allia besteedt Peter Berresford Ellis ruim aandacht in zijn Celt and Roman - The Celts in Italy. Van zijn hand is al eerder een aantal boeken over Keltische geschiedenis verschenen, zoals The Druids (1994), Celtic Women (1995) en Celt and Greek (1997). Terecht wijst hij erop dat de overlevering eenzijdig is (Keltische verhalende bronnen ontbreken) en sterk gekleurd.

Zo is volgens Livius, de voornaamste zegsman voor de vroege geschiedenis van Rome, de in ballingschap levende Romeinse patriciër Camillus met een legertje in Rome teruggekeerd om het goud, dat nog niet helemaal was afgewogen, weg te pakken en de Galliërs te verslaan. En dat terwijl het 'wee de overwonnenen' nog maar nauwelijks was verklonken. Dit optreden van Camillus als een deus ex machina is buitengewoon onwaarschijnlijk. Het verhaal moet verzonnen zijn om de pil van de Romeinse schande te vergulden.

Het trauma van de 'Dag van de Allia' en van de daarop volgende plundering van Rome bleef nog lang nawerken. Het heeft gemaakt dat in Rome al wat Gallisch was met wantrouwen werd bezien en dat de Gallische stammen die zich in het noorden van Italië hadden gevestigd, nauwlettend in de gaten werden gehouden. Elke actie lokte onmiddellijk een tegenactie uit.

Aan dit proces van oorlogvoering, dat met allerlei onderbrekingen zo'n drie eeuwen in beslag heeft genomen, is Celt and Roman gewijd. Er kwam pas definitief een eind aan de confrontaties toen Gallia Cisalpina ('Gallië aan deze zijde van de Alpen', gezien vanuit Rome) geheel en al was onderworpen en tot een Romeinse provincie gemaakt.

In zijn verslag van de strijd tussen Galliërs en Romeinen kiest Berresford Ellis zonder aarzeling partij voor de Galliërs. Hij betreurt het in hoge mate dat zij spoedig na 390 voor Christus de rol van overwinnaars moesten verruilen voor die van overwonnenen en dat gaandeweg de Gallische cultuur in Noord-Italië door de Romeinen werd overvleugeld.

Hij constateert met spijt wat de oorzaak daarvan was: de Galliërs, hoewel moedige strijders, voor wie oorlog een zaak was van eer en individuele dapperheid, konden niet op tegen de goed geoliede oorlogsmachine van Rome. De haat jegens de Galliërs, waarmee de Romeinse legioensoldaten van jongs af aan waren opgegroeid, deed de rest: Rome deinsde er niet voor terug om Gallia Cisalpina 'etnisch' te 'zuiveren'.

Celt and Roman is vlot geschreven en het engagement van Berresford Ellis is verfrissend. Maar soms slaat hij op hol. Natuurlijk, van het Romeinse imperialisme valt veel kwaads te zeggen. Het oorspronkelijk kleine dorpje aan de Tiber, dat erin is geslaagd Italië (en later de rest van de wereld) zijn wil op te leggen, ging niet zachtzinnig te werk. Maar om de romanisering van Gallia Cisalpina met de 'etnische zuiveringen' in het voormalige Joegoslavië te vergelijken gaat te ver.

In zijn ijver de Romeinen zwart te maken, begaat Ellis de fout de Galliërs en hun cultuur fraaier voor te stellen dan in werkelijkheid het geval was. Hij beweert bijvoorbeeld dat de Kelten op het gebied van de medische wetenschap niet alleen gunstig afstaken bij de Romeinen, maar ook bij de Grieken; voor het gemak worden artsen als Hippokrates en Galenus (om slechts de twee beroemdste medici uit de klassieke Oudheid te noemen) en hun talrijke geschriften buiten beschouwing gelaten. Ook voor zijn bewering dat niet de Romeinen, maar de Galliërs in Europa een uitgebreid wegennet hebben aangelegd, lijkt de wens de vader van de gedachte.

Feitenkennis is toch niet een van Ellis' sterkste kanten. Hij weet kennelijk niet dat de slag bij Arausio (het huidige Orange) in 105 voor Christus op een daverende nederlaag van de Romeinen tegen de Kimbren is uitgelopen, en niet op een overwinning. De stad Agrigentum situeert hij op het vasteland van Italië in plaats van op Sicilië. Hij meent dat Justinianus, de keizer die in de zesde eeuw na Christus gezorgd heeft voor een invloedrijke rechtscodificatie, het Corpus Iuris Civilis, een geschiedschrijver was die over de Kelten schreef.

Zijn dit op zichzelf ergerlijke, maar voor de strekking van het betoog onbelangrijke fouten (helaas wemelt het ervan), ernstiger wordt het als Ellis bepaalde zaken zo voorstelt dat de Romeinen er ongunstiger van afkomen dan nodig is.

Neem de anekdote over Atilius Regulus. Deze Romeinse consul was tijdens de eerste Punische oorlog (264-241) door de Carthagers verslagen en gevangen gezet. Na enige tijd werd hij naar Rome gezonden om onderhandelingen te beginnen. Daar aangekomen ried hij de senaat met klem af in te gaan op de Carthaagse voorstellen, hoewel dit betekende dat hij zelf in gevangenschap zou blijven, want hij had de Carthagers op zijn erewoord beloofd naar Carthago terug te keren, als de onderhandelingen mislukten. Hij is in een Carthaagse gevangenis gestorven.

Wat maakt Ellis hiervan? 'Naar Rome teruggestuurd om te onderhandelen werd Regulus op last van de Romeinse senaat gemarteld en gedood. Rome hield niet van generaals die gefaald hadden.' Commentaar overbodig.

Hans Teitler

Peter Berresford Ellis: Celt and Roman - The Celts in Italy.

Constable, import Nilsson & Lamm; 288 pagina's; * 76,20.

ISBN 0 09 475820 4.

Meer over