'We zijn in een gat gesprongen'

INTERVIEW..

ANTWERPEN Vlaams, Yevgueni? ‘En we spelen een nieuw nummer, en we hopen dat het meevalt’, zingt voorman en tekstschrijver Klaas Delrue (33) in We zijn hier nu toch – alsof de bescheidenheid er al niet genoeg afdruipt. ‘Ik kan het niet helpen: als ik iets op papier zet over de grote vragen des levens, komt altijd de ironie om de hoek kijken, en de zelfrelativering. Waar maak ik me toch druk om? Futiliteiten zijn het. Luxeproblemen.’

Vlaams, Yevgueni? ‘Onze platenfirma zegt ook dat het een kutnaam is. Evguénie Sokolov is een schetenlater in een boek van Serge Gainsbourg. Toen we in 2002 als duo begonnen op een studentenfestival, moesten we iets opvallends kiezen.’

Voor naamswijziging is het te laat. Vlaanderen is gevallen voor de Nederlandstalige elektro-akoestische nummers op het snijvlak van kleinkunst en pop. Yevgueni heeft er prijzen mee gewonnen, trekt volle zalen en scoort hits. En ambitie heeft van schuchterheid gewonnen: de groep wil de grens bij Wuustwezel over. Na enkele optredens voor de radio, presenteert Yevgueni zondagavond in Paradiso in Amsterdam de cd We zijn hier nu toch, geproduceerd door Stef Kamil Carlens (Zita Swoon, dEUS) en Wouter van Belle (Novastar, Flip Kowlier). Delrue: ‘Hier voel je bijna fysiek de aanwezigheid van dat hele taalgebied boven je hoofd. Daar zal toch ook wel interesse zijn, zeker?’

De geschiedenis van Nederlandstalige muziek leert dat succes in Vlaanderen allerminst een garantie is voor een warm onthaal in Nederland. Van Johan Verminnen tot Gorki of Noordkaap – tot brede omarming is het nooit gekomen. Clouseau lukte het één keer; alleen Raymond van het Groenewoud was langer een graag geziene gast. In omgekeerde richting lukt het beter. Vlamingen houden van Stef Bos, Boudewijn de Groot, Thé Lau en ook van Marco Borsato.

Heeft Delrue een verklaring? ‘Nee, eigenlijk niet. Is het misschien het accent? Staat Vlaanderen meer open voor artiesten van buitenaf? Zijn de Nederlanders chauvinistischer? Is het kwaliteit, aanbod, concurrentie? Je kunt je suf analyseren. Ik heb het er een keer met Stef Bos over gehad. Hij had zes adviezen: spelen, spelen, spelen, en geduld, geduld, geduld. Er zijn zoveel factoren: een nummer op het juiste moment, een tussenpersoon, een radiostation dat je ziet zitten. Je hebt niet op alles invloed. Andersom lukt het ook niet altijd: Bløf of Acda en de Munnik doen hier ook niet veel.’

In Vlaanderen zette een tv-programma, Zo is er maar één, Yevgueni op de kaart. De groep won in 2006 de competitie met een vertolking van Louis Neefs’ Laat me een bloem.

Weet Delrue wel waarom er succes in Vlaanderen is? ‘Op de eerste plaats denk ik dat we mijn generatie aanspreken, de generatie die het eigenlijk betrekkelijk goed heeft gehad, die zich nergens tegen af heeft moeten zetten, maar zich toch vragen stelt. Hoe nu verder? Nu een gezin? Nu kinderen? Die twijfels hebben velen, net zoals de nostalgie naar die onbezorgde tijd, toen die dilemma’s nog niet aan de orde waren. Maar het blijkt dat ook ouderen dat gevoel herkennen. Ik denk dat wij in dat gat gesprongen zijn. Wat we helemaal niet konden voorzien, was dat vaders en moeders onze cd’s meenamen in de auto op vakantie. Kinderen zingen mee.’

Inmiddels is de baan als medewerker van een Vlaams parlementslid van de milieupartij Groen! opgezegd. Engagement is gebleven. ‘Ik wil in mijn nummers best vertellen dat de wereld naar de kloten dreigt te gaan. Verwacht alleen niet dat Yevgueni de oplossing aandraagt. Ik neig de laatste tijd juist wat meer naar cryptischer teksten. Dat geeft een meer poëtische lading. Maar het mag niet onbegrijpelijk worden.’

Aanvankelijk werd de groep gerekend tot kleinkunst. Studio Brussel heeft Yevgueni dan ook links laten liggen; de zender waarnaar de band zelf luistert. Volgens Delrue is het stempel aan het vervagen. ‘We zaten erg in het stramien van het chanson. Zoals bij Brassens. Als de tekst stopt, houdt de muziek ook op. Nu wedijveren die elementen meer met elkaar. Dat komt ook door Stef Kamil Carmens. Binnen onze groep bestaat geen enkele hiërarchie. Maar hij daagt ons uit. Tijdens repetities staat hij tussen ons in te zwaaien. Eis je plek op!’

Het gevolg: in besprekingen duiken vergelijkingen met buitenlandse acts op. ‘Wilco en The Beautiful South, lazen we. Britse vrienden hoorden The Cure. Maar ik hoop toch in mijn teksten Vlaams te blijven. Het mag niet grootsprakig zijn. Het krijgt al snel iets potsierlijks. Dit is België, waar er tussen stad en dorp nauwelijks verschillen zijn. Hier kun je moeilijk een Bruce Springsteen gaan uithangen.’

Meer over