essay

‘We wachten allemaal op tekenen, bij gebrek aan beter verzinnen we die tekenen soms zelf’

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Paula wilde niet langer huisbaas zijn en verkocht haar gebouw in Brooklyn aan een investeerder. Maar het gebouw was niet alleen haar pensioen, het was haar leven. Net zoals schrijven leven is voor Arnon Grunberg, schrijft hij.

In het midden van de pandemie, op een ongelukkig moment mag je dus zeggen, verkocht mijn vriendin Paula een gebouw in Brooklyn dat ze aan het begin van de jaren negentig samen met haar in Italië woonachtige broer voor een habbekrats had aangeschaft. Veel buurten in Brooklyn waren nog niet hip in die tijd, er kon daar behoorlijk wat voor een habbekrats worden opgekocht.

Een van Paula’s dochters wilde niet langer wachten op het geld, daarnaast liep Paula tegen de tachtig en ze zag er tegenop nog langer huisbaas te zijn. Pandemie of geen pandemie, ze moest ervan af. Na een paar bezoeken aan waarzeggers en helderzienden en maanden wachten op een teken hakte ze de knoop door, ze verkocht het gebouw aan een investeerder die er een luxueus appartementencomplex van wilde maken. Welk teken ze had ontvangen wilde ze alleen niet zeggen.

We wachten allemaal op tekenen, bij gebrek aan beter verzinnen we die tekenen soms zelf bij ons leven om niet in volledige lethargie te vervallen.

De huurders

De uiteindelijke verkoop had wat voeten in de aarde, want zo’n investeerder koopt bij voorkeur zonder huurders, maar met enige moeite was het Paula gelukt haar huurders uit te kopen. In New York heb je een systeem dat ‘rent controlled’ en ‘rent stabilized’ heet, wat inhoudt dat de huur van appartementen die onder een van beide beschikkingen vallen niet exorbitant kan stijgen. Soms biedt de huisbaas de huurder geld aan om te vertrekken. Dat kan oplopen tot een ton of meer, met een beetje geluk is dat het begin van een koopwoning.

Een scheidingsadvocaat in New York heb ik een keer op een feestje horen zeggen: ‘Mijn cliënten hebben dan wel een partner verloren, maar ik zorg ervoor dat ze een fortuin hebben gewonnen.’ De liefde begint met uitkleden en daar eindigt ze soms ook mee. En zo kan het ook gaan tussen huisbaas en huurder.

Paula onderhield vriendschappelijke betrekkingen met veel van haar huurders, maar toen het aankwam op uitkopen namen sommige van de huurders een advocaat in de arm, wat Paula ervoer als een mes in haar rug. Dat een van de huurders seksuele betrekkingen onderhield met Paula’s kleindochter maakte het nog ingewikkelder. Ik geloof dat de huurder zelfs verliefd was op de kleindochter, maar toen hij moest kiezen tussen geld en liefde koos hij voor het geld en dat begrijp ik goed. Je kunt proberen te wonen in de liefde, maar zij die daartoe pogingen hebben ondernomen zijn er doorgaans aan ten onder gegaan.

Zakelijk instinct en gevoel

De onthechte mens heeft de toekomst, dat is zelden anders geweest. Zonder sentiment gaat het echter niet en precies dat is een van de redenen dat ik van Paula houd, ze schuwt haar gevoel niet, ze is het levende bewijs dat zakelijk instinct en gevoel uitstekend samen kunnen gaan. In restaurants neemt ze alles mee waarvoor betaald is en wat toch niet is opgegeten of opgedronken, bij voorkeur neem ze ook nog een paar dingen mee waarvoor níét betaald is. Daarin doet ze me aan mijn moeder denken. Misschien is het iets van die generatie.

Veel mensen zullen bij het woord ‘huisbaas’ aan huisjesmelkers denken, aan harteloze ondernemers, maar het mag duidelijk zijn dat Paula zo’n huisbaas niet was. Eigenlijk waren haar huurders haar beste vrienden, ook mij heeft ze weleens een woning in dat gebouw aangeboden onder uiterst gunstige condities, maar ik ben daar niet op ingegaan. Vriendschap gedijt beter bij onafhankelijkheid; een vliegje kan wel bevriend zijn met een spin, maar zelden duurt die vriendschap lang.

Een jaar of 25 geleden kon je bij Paula nog korting krijgen als je de huur contant betaalde. Een van de eerste huurders was ervandoor gegaan met Paula’s jongste dochter, zij had de opdracht van haar moeder gekregen de huur te incasseren en van het een kwam het ander. Een gegeven overigens dat mij mede inspireerde tot mijn roman Tirza. Je kunt je kinderen inzetten als deurwaarder, het is goedkoop, misschien leren ze er veel van, maar weet waaraan je begint.

Paula heeft weleens tegen mij gezegd: ‘Hij heeft mijn dochter van me afgepakt. Ze was nog geen 20.’

‘Hij was een goede huurder’, antwoordde ik.

Uiteindelijk werd haar dochter zwanger van de huurder; wat begon met het incasseren van de huur eindigde met een kind, daarna kwam de scheiding. Het mag allicht ironisch zijn dat de dochter die van de liefde en de huur overbleef op haar beurt een relatie begon met een van Paula’s huurders, en zij hoefde niet eens de huur te incasseren.

Niet genoeg

Het gebouw in Brooklyn, dat Paula consequent the building noemde, was veel meer dan alleen haar pensioen, het was haar leven, zoals schrijven voor mij leven is. Er hangt van alles aan vast, kinderen, liefde, bedrog en wanhoop, euforie met hier en daar een lekkende kraan

Maar nu was het gebouw verkocht. Ze had weliswaar tegen me gezegd: ‘Waarom heb je me niet tegengehouden?’ Maar het was te laat en het was ook niet aan mij om haar tegen te houden.

Toen eenmaal alle huurders waren uitgekocht en het geld was verdeeld tussen Paula’s broer en haar dochters, die ze nu ook al iets wilde geven, bleek het restant niet toereikend voor een pensioen. Ze moest het investeren, wilde ze er straks nog van leven en de banken boden nauwelijks meer dan negatieve rente.

Het probleem kwam mij bekend voor. Mijn accountant had mij meer dan eens uitgelegd dat het pensioen van de overheid toereikend was voor een cappuccino per maand. Ik moest zelf voor mijn pensioen gaan sparen en op die rekening stond 20 duizend dollar, wat betekende dat het schrijven tot de dood zou worden, iets waarop ik me eigenlijk verheugde.

Hotel

Eind april begonnen geruchten de ronde te doen dat Paula een klein hotel had gekocht in de Catskills, twee uur rijden van New York City, in de winter kan er geskied worden.

Ik belde haar meteen op. ‘Is het waar?’, vroeg ik.

‘Ja’, zei ze, ‘het is waar. Mijn dochters verklaren me voor gek, maar ik zei, ‘alle rationele beslissingen die ik heb genomen zijn op mislukkingen uitgelopen. Ik moet naar mijn gevoel luisteren.’ En ik heb geluisterd.’

‘Het teken is gekomen?’

‘Ja,’ zei ze.

Een paar dagen later zag ik haar in restaurant Gennaro, waar we wekelijks eten. Ze biechtte op dat ze het hotel niets eens was gaan bekijken, ze had online foto’s en filmpjes gezien, maar dat was genoeg voor een teken. Het hotel heette The Dewitt Oak Hill in Oak Hill en het was tot midden september volgeboekt, omdat er mensen uit de stad in zaten die erheen waren gegaan op de vlucht voor covid. The Dewitt Oak Hill was kind- en diervriendelijk en ze hadden een drankvergunning, die nu Paula’s drankvergunning was.

‘Iedereen keurt het af’, zei ze terwijl ze haar risotto naar binnen lepelde, ‘jij bent eigenlijk de enige die meteen enthousiast was. Ik denk dat ik daar verse pasta ga verkopen.’

Toegegeven, dat was het moment dat ook ik aan de onderneming begon te twijfelen. Zouden de mensen in de Catskills op verse pasta van een tachtigjarige zitten te wachten? Misschien nu wel.

‘Hoe zie je het precies voor je?’, vroeg ik.

‘Ik moet mensen om me heen verzamelen die me kunnen helpen’, zei ze. ‘Misschien kan jij af en toe barman worden. Er is voor jou altijd een kamer.’

Barman in de Catskills, dat leek me meer dan noodlot, het leek me een roeping. Als ik 80 was en ik literair gezien ongetwijfeld iets minder productief zou zijn kon ik altijd nog mijn pensioen aanvullen met het schudden van cocktails in The Dewitt Oak Hill.

‘Luister’, zei ik, ‘als Biden op jouw leeftijd president kan worden dan kan jij op jouw leeftijd een hotel uitbaten in het New Yorkse middelgebergte.’

Terwijl een fles mineraalwater waar nog een bodempje in zat in haar tas verdween zei ze: ‘Eigenlijk had ik gedacht dat ik zou sterven in Italië met uitzicht op zee, maar achter het hotel is een riviertje, zonder dat riviertje had ik het niet gekocht.’

We liepen naar haar huis. Ze greep mijn arm. Het riviertje was het teken geweest.

‘Sterven in de Catskills terwijl je hotel vol met gasten zit is ook heel mooi’, mompelde ik.

Sociale zekerheid is een groot goed, ik ben erg voor het Rijnlandse model maar in Amerika heb ik begrepen dat zekerheid vroeg of laat altijd ook de dood is.

‘Ik ben bang,’ zei ze, ‘dat ik straks moederziel alleen in de Catskills in dat hotel zit.’

Ik antwoordde: ‘I’m your barman.’

Meer over