InterviewMaarten Ducrot

‘We proberen het niet te vaak met elkaar eens te zijn, dat houdt het spannend’

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

Wat zijn dit voor vragen? Tien dilemma’s voor commentator en oud-wielrenner Maarten Ducrot, naar aanleiding van de start van de Tour de France.

Frankrijk of Hilversum?

‘Vorig jaar hebben Joris van den Berg en ik voor het eerst vanuit Hilversum commentaar gegeven op de Tour de France. Het kon niet anders, vanwege corona. We zaten in een studio van 6 bij 6 meter. Dat beviel beter dan ons hokje van 2 bij 1 bij de eindstreep van een Touretappe. Dit jaar, vanaf zaterdag 26 juni, doen we het weer vanuit Hilversum. Voor ons is dat relaxter.

‘In Frankrijk was ik vaak van half 7 ’s ochtends tot half 11 ’s avonds in touw. ’s Ochtends informatie verzamelen bij de start, praten met renners en hun entourage. Met de auto naar de aankomst, een paar honderd kilometer verderop. Daar commentaar geven op de rit van de dag. Naar een hotel. Drie weken lang.

‘De groep journalisten die zich verdringt om renners en jaagt op nieuwtjes wordt groter en groter. Het is mensonterend en het gevolg is dat renners niets spannends meer zeggen. Het is belangrijk dat de NOS vooruitgeschoven posten in de Tour heeft, zoals verslaggever Han Kock en presentator Herman van der Zandt. Maar ik leg liever contact tijdens andere, minder drukke koersen. En als ik de komende weken iets wil weten, bel ik met ploegleiders en renners. Daar heb ik meer aan.’

De tv-kijker vermaken of de koers duiden?

‘Dat is een onmogelijke keuze. Goed commentaar is een combinatie van beide. Los van elkaar wordt het saai, of olala-journalistiek: ‘O, Piet wint!’ Ja, en? Het gaat om meer dan de winnaar.

‘Een commentator heeft vier rollen, die soms overlappen en die we steeds beter combineren. Bij Joris van den Berg, of Herbert Dijkstra, met wie ik ook vaak werk, ligt de nadruk op de eerste twee: de circusdirecteur die het publiek welkom heet en de journalist die alles weet. Ik ben meer duider en verhalenverteller en praat over mijn proftijd en renners van nu. Verder proberen we het niet te vaak met elkaar eens te zijn; dat houdt het spannend.’

Vlissingen of Bruchem?

‘Bruchem. Ik ben geboren en getogen in Vlissingen, en voel me Zeeuw. Maar voor mijn werk moet ik vaak in de Randstad zijn. Daarom wonen mijn vrouw en ik in Bruchem, bij Zaltbommel, in een verbouwde boerderij. Dit is ons paradijs.

‘In Zeeland heb ik geleerd mijn eigen problemen op te lossen. Mijn vader was loods. Hij nam het gezin – drie meiden, twee jongens – mee op avontuur en bedacht van alles. Hij zei bijvoorbeeld: ‘Maarten, we gaan op vakantie, maar de auto is te klein. Jij moet met de fiets vooruit naar de Dordogne, om een kampeerplek te vinden. Bel maar als het is gelukt.’ Als 16-jarig jochie fietste ik met een vriend naar de Dordogne, zo’n 900 kilometer. Daar regelde ik in mijn beste Frans een plek bij een boer. Ik vond het geweldig.’

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

Frankrijk of Hilversum (2)

‘Vorig jaar heb ik tijdens de Tour twee weken intensief telefonisch contact gehad met Allan Peiper, de ploegleider van Tadej Pogacar. Peiper zei al snel dat hij zijn twijfels had over de tactiek van Jumbo-Visma, dat steeds op kop reed voor Primoz Roglic. Zo’n tactiek kost veel energie. Pogacar heeft tot het laatst gewacht voordat hij toesloeg, met succes. Ik vond het prachtig om te zien.

‘Ik hoop en vermoed dat de NOS volgend jaar weer zal kiezen voor commentaar vanuit Hilversum. Vergis je niet hoe zwaar het is, van start tot finish verslag doen. Dat doen we niet omdat het mooie televisie oplevert, maar omdat sponsors dat willen. Soms zit je zes uur naar groeiend gras te kijken en voel ik me als een kikker in een pan water die op het vuur staat.’

Sporza of NPO 1?

‘De Tour? Op NPO 1, natuurlijk. Ik hoor mensen soms zeggen dat ze nooit wielrennen kijken bij ons, maar op de Belg. Omdat de commentatoren beter zouden zijn. Of omdat iemand mij een lul vindt. Ik vind het typisch Nederlands, dat NOS-bashen. Zeker omdat uit de kijkcijfers blijkt dat ze bijna allemaal de Tour bij ons volgen.

‘Hoe ik terugkijk op kritiek uit 2019, bij die stilgelegde etappe door noodweer? Ik koos, zoals meestal, het perspectief van de renners. Toen Egan Bernal, die op kop lag, te horen kreeg dat hij moest stoppen, kon hij het niet geloven. Ik ook niet. Ik zei: wat is dat voor flauwekul? Dat meende ik. Even later bleek dat de weg onbegaanbaar was door een modderstroom en hagel. Toen ging ik grappen maken, zoals: waarom laten ze de renners niet klunen? Het was ironie, een gespeelde discussie met Herbert. Dat kwam niet over bij de kijker. Ik had moeten zeggen: ‘Ik neem alles terug, deze beelden bewijzen mijn ongelijk, dit is afschuwelijk.’

‘Dat zeg ik niet vanwege die kritiek, trouwens. Ik luister alleen naar een selecte groep collega’s en Mart Smeets, die me er in 2004 bij heeft gehaald. Ik geniet me suf en ben goed in dit werk. Dus mij maak je de pis echt niet lauw.’

Etappezege in de Tour of winst in de Coors Classic?

‘Die rit in de Amerikaanse Coors Classic, in 1986, is mijn mooiste overwinning. Omdat het een serieuze bergetappe was, in de Rocky Mountains, onder meer over de Fremont Pass, die 3.450 meter hoog is. Omdat ik de beste renners eraf reed, zoals Greg LeMond en Bernard Hinault. Een kilometer voor de top, op 20 kilometer van de finish, demarreerde ik uit de kopgroep. Ze pakten me niet meer terug. Daar ben ik zeer trots op.

‘Na dat seizoen kreeg ik minder vrijheid van ploegleiders, die wilden dat ik in dienst van anderen ging rijden. Wielrennen begon me tegen te staan. In 1991 ben ik gedesillusioneerd gestopt.’

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

Presteren van binnenuit of moetisme?

‘Ik heb sociale psychologie gestudeerd en ben in 1992 organisatieadviseur geworden. Ik laat klanten zien hoe het werkt als je iets wilt als bedrijf en mensen verantwoordelijkheid en autonomie geeft.

‘Veel ploegleiders pakken het verkeerd aan, vind ik. Hun renners rijden rond als robots die wachten op instructies, via hun oortje. Dat noem ik moetisme: iets doen omdat iemand het zegt. Als een keuze van binnenuit komt, presteren mensen beter.

‘Bij Alpecin-Fenix snappen ze het wel: zij geven Mathieu van der Poel kansen én vrijheid. Dit jaar bijvoorbeeld, in de Tirreno-Adriatico, een Italiaanse ronde. De ploegleiding zei toen: zullen we eens kijken wat je kunt in een bergetappe? Van der Poel gaf er een andere draai aan: ‘Ik los in de eerste meter van de eerste berg’, zei hij, ‘en dan win ik de volgende heuveletappe.’ Dat lukte.’

Koning van Biafra of Concorde?

‘Concorde was mijn mooiste bijnaam. Die kreeg ik vanwege mijn grote neus. Die sneed als een vliegtuig door de wind, omdat ik laag op de fiets zat.

‘Ik was vrij mager en berucht om mijn hongerklop: soms had ik ineens geen energie meer. Daarom lette de ploeg erop dat ik bleef eten. Als er na het diner iets over was, zei mijn ploeggenoot Leo van Vliet: ‘Alles inzamelen voor de koning van Biafra.’ In Biafra, een provincie in Nigeria, was eerder hongersnood geweest.

‘Er waren wel renners met eetproblemen, net als nu. Ik ging uiteindelijk ook experimenteren met voeding. Ik telde calorieën, at eiwit apart van koolhydraten en viel af van 74 naar 68 kilo in de hoop beter te klimmen. Dat ging aanvankelijk goed, maar al snel snapte ik niet meer wanneer ik honger had of verzadigd was. Ik was te ver gegaan. Patrick Lefevre, mijn ploegleider, zag dit en heeft mij geholpen.’

Paardrijden of gitaarspelen?

‘Paardrijden! Dat vind ik fascinerend. Toen ik begon, dacht ik: ik zal eens laten zien wat ik kan. Over sloten springen, raggen. Dat deed mijn paard geen goed: binnen twee jaar was hij 200 kilo afgevallen. Wat bleek? Het lag aan mij. Ik wilde van alles waar het paard nog niet klaar voor was. Hij kreeg er stress van. Ik leerde te zorgen dat het paard zich veilig voelt bij mij, te wachten tot hij iets snapt en mijn ego aan de kant te zetten. Paardrijden heeft een beter mens van me gemaakt.’

Pogacar of Roglic?

‘Als Tourwinnaar? Als het aan mij ligt iemand die minder voor de hand ligt. Wat ik heel interessant vind, is dat Ineos een andere tactiek heeft dan vroeger. Ze spelen drie kopmannen uit: Porte, Carapaz en Thomas. Uiteindelijk kiezen ze diegene die er het best voorstaat. Dat is de essentie van wielrennen: handelen naar bevinding. Daar wint Ineos koersen mee. Ik hoop dat zij winnen. Of Wilco Kelderman, dat mag ook.’

CV Maarten Ducrot

1958Geboren op 8 april in Vlissingen

1976-1987Sociale- en organisatiepsychologie, Universiteit Utrecht

1982Wereldkampioen ploegentijdrit, amateurs

1984Olympische Spelen: 4de op 100 km ploegentijdrit

1985Wint 9de etappe Tour de France

1986Ritzege: Dauphiné, Romandië, Coors Classic

1987Boek Berichten uit de Tour

1992-hedenOrganisatieadviseur

2001-2003 Columnist de Volkskrant

2004-hedenWielercommentator NOS

2010Boek Wie de trui past, trekke hem aan

2019Podcast met Steven Dalebout: Crotcast

Maarten Ducrot is getrouwd en heeft twee dochters en een zoon.