‘We moeten een instrument van God zijn’

Interview met componist Osvaldo Golijov.

‘Voor Johann Sebastian Bach was het componeren van een passie een eerbetoon aan God’, zegt Osvaldo Golijov, componist van La Pasión según San Marcos, ‘maar voor mij was het veeleer een eerbetoon aan Latijns-Amerika. De boodschap van Jezus Christus was bovenal een manier van leven, geen theologie, maar een ethiek. In de situatie waarin Hij optrad, in een land bezet door een vreemde mogendheid, had iedereen in beginsel de verlosser kunnen zijn.

‘Waar het om ging, was de mensen te inspireren, ze voor te houden dat ze moesten blijven geloven in een betere wereld. Dat is waar het mij ook om begonnen was. Vanuit mijn achtergrond wilde ik de aandacht vestigen op Latijns-Amerika, het tragische continent – om hoop te blijven bieden, hoop ondanks alles, ondanks de politieke willekeur, ondanks de dictaturen, ondanks de natuurrampen.’

Bevrijdingstheologie, wortelend in het energieke en opgetogen katholicisme van de jaren zeventig van de vorige eeuw, uitgedost in het kleed van een danig oecumenisch soort opvatting van het christelijke lijdensverhaal, het wordt de luisteraar stevig ingepeperd, in Golijovs passiemuziek. Jezus Christus is een kleurling. ‘Uiteraard’, zegt de componist, ‘ik ben zowel in Bethlehem als in Jeruzalem geweest en reken maar dat niemand daar lijkt op de lelieblanke personages van de Italiaanse schilderijen die het Westerse christendom koestert als beeltenis van de heiland.’ Partituur en libretto bevatten, behalve de tekst van het lijdensverhaal zoals opgetekend door de evangelist Marcus, een kaddisj uit de joodse traditie en een gedicht van de 19de-eeuwse Galicische dichteres Rosalia de Castro, die het opnam voor de verworpenen in haar deel van de wereld. De vissers, uit het begin van het stuk, heb je, tenslotte, overal: Jezus Christus rekruteerde zijn eerste volgelingen onder de beroepsbevolking langs het Meer van Galilea, maar ook in Latijns-Amerika zijn zij geen onbekenden.

‘Of ik een eclecticus ben’, reageert Golijv desgevraagd, schouderophalend. ‘Ik weet het niet: oppervlakkig beschouwd misschien wel, maar ten diepste juist niet. Kijk, verschillende culturen hebben door de tijd heen verschillende thema’s onderzocht. Ik heb mij daarvan, al naar gelang de vragen die ik mijzelf stelde, eigen gemaakt wat ik nodig had; alleen de muziek van het Verre Oosten is voor mij een gesloten boek. Wat je ontdekt, is dat er onder die verschillen wel degelijk overeenkomsten in streven schuil gaan. Bovendien, wanneer je als componist verschillende stijlen gebruikt, uit verschillende tradities put, dan geef je daar tenslotte toch altijd je eigen timbre aan mee. Denk maar aan Igor Stravinsky. Die gebruikte ook een keur aan stijlen en tradities – en toch hoor je altijd onmiddellijk dat het Igor Stravinsky is.’

Golijov kreeg de catalogus van tradities en verschillende culturen met de moedermelk binnen – en dat is in veel van zijn muziek onmiskenbaar terug te vinden. In de liederencyclus Ayre – geschreven voor en in het lopende Holland Festival ook uitgevoerd door de sopraan Dawn Upshaw – weefde hij Arabische, Sefardische en Spaanse melodieën tot een nieuw tapijt, in het strijkkwartet Yiddishbuk combineerde hij eeuwenoude Hebreeuwse motieven met modernistische technieken. Zijn ouders waren Oost-Europese joden, die in Buenos Aires waren beland. Zijn moeder kwam uit een orthodox gezin uit Roemenië, zijn vader uit de goddeloze Sovjet-Unie – en in Argentinië leefden zij in een hoofdzakelijk rooms-katholieke omgeving. ‘Als kind was ik actief in de synagoge’, vertelt de thans 48-jarige Golijov. ‘Ik speelde er op het orgel en zong mee in een koor. Maar ik was tegelijkertijd omgeven door volslagen andere muziek, van popmuziek tot de sacrale muziek van de Barok en de opera. Vergeet niet dat een joods milieu in Argentinië hemelsbreed verschilt van de wereld van het Oost-Europese jodendom waaruit mijn ouders afkomstig waren: die van de kleine dorpjes in Polen, Rusland of de Roemeense Karpaten. Later, toen ik in Jeruzalem studeerde, heb ik de Sefardische muziek ontdekt, de muziek van de joden uit Jemen en Noord-Afrika.’

Zijn Marcus-passie vindt zijn oorsprong in de feestelijkheden die voor het Bach-herdenkingsjaar 2000 werden georganiseerd. ‘De Internationale Bach-Akademie uit Stuttgart wilde ter ere van de 250ste sterfdag van Bach vier nieuwe passies laten componeren.’ Dat resulteerde in een Mattheus-passie van Tan Dun, een Lucas-passie van Wolfgang Rihm en een Johannes-passie van Sofia Goebaidoelina. ‘En mij vroegen zij ook’, zegt Golijov, ‘in 1996 al.’ Hij had de vrije keus en koos voor de versie van Marcus.

‘Dat was niet alleen omdat Marcus van het viertal evangelisten de enige is die niet antisemitisch is (‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’, de quote waarmee het katholieke antisemitisme zichzelf eeuwenlang legitimeerde, komt bij Marcus niet voor, red,) maar ook omdat het verhaal door hem direct en eenvoudig geschreven is, zonder filosofische bagage.’

Kende hij de tekst vooraf, als kind van een andere traditie? ‘Nauwelijks’, antwoordt Golijov, ‘pas toen dat verzoek kwam, ben ik er voor gaan zitten en heb ik het Nieuwe Testament voor het eerst nauwgezet gelezen. Zelf heb ik op een joodse school gezeten en daar leerden wij dat alles wat Jezus Christus te berde heeft gebracht in feite in het Oude Testament staat. Maar dat bleek niet het geval te zijn. Er stond voor mij veel nieuws in, veel ook dat ik niet begrijp. Gelukkig gaf ik toen al les op een Jezuïetencollege, het Holy Cross College in Boston, zodat ik een beroep kon doen op mijn studenten. Die zijn ermee opgegroeid.’

Met hen besprak hij de thema’s. ‘We hadden eindeloze discussies over de strekking van het verhaal. Tenslotte is het belangrijkste en ontroerendste daaraan dat Jezus Christus de angst voor de dood te baas tracht te worden. Vergeet niet dat hij betrekkelijk jong was toen hij werd geconfronteerd met de opdracht zijn leven te geven: 33 nog maar. Marcus legt in zijn verhaal de nadruk op zijn worsteling, een nacht lang, in de Hof van Gethsemane. Tot tweemaal toe vraagt Jezus aan zijn hemelse vader of het niet hoeft, terwijl de gebeurtenissen en hijzelf tegelijkertijd doordrongen zijn van fatalisme. Het verhaal ontvouwt zich als een ritueel: alles erin is voorspeld, het voorspelde wordt systematisch uitgevoerd. Jezus wordt gedwongen de dood recht in het gezicht te kijken.’

Was dat geen eigenaardige materie voor hem? Het jodendom heeft doorgaans niet veel op met het lijdensverhaal. ‘In Stuttgart wilden ze een Latijns-Amerikaanse passie’, vertelt Golijov. ‘Ik vroeg ze vanzelfsprekend of ze daar dan niet liever een christelijke componist voor zouden vragen. Maar ze wilden mij – en ik hield mijzelf voor dat Jezus ook een gelovige jood was, dat wil zeggen, begonnen is als gelovige jood. Dat is iets dat ik ook wil zijn, met alle tekortkomingen. Vanaf dat moment gold voor mij bovenal de weerklank die de stervenswoorden van Jezus in Latijns-Amerika hebben gevonden, ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’. Daar komt gemakkelijk een vorm van identificatie uit voort. Wat wij ervan kunnen leren, is dat wij een instrument van God moeten zijn. Wat je altijd treft in de geschiedenis van Latijns-Amerika, is de lijdzaamheid waarmee de mensen er hun lot ondergaan.’

Twee, drie jaar kauwde Golijov op de opdracht, alvorens met het componeren zelf te beginnen. ‘Bach op de achtergrond was een belasting, het christendom was dat, maar het enorm krachtige verhaal op zichzelf ook. Voordeel was dat mijn persoonlijkheid meer geneigd is tot passiemuziek, tot religieus drama, dan tot opera. Dat heeft niet zozeer met de religiositeit te maken, als wel met het soort vragen dat aan de orde komt, vragen naar de betekenis van het leven. Soms leek het tijdens het componeren wel alsof ik tussen mijn nieuwe christelijke vrienden in de Verenigde Staten mijn eigen achtergrond had opgegeven. Maar al die tijd ben ik mij bewust geweest van het verschillende perspectief. In de vier jaar dat ik met dit stuk in de weer ben geweest, waren die grote vragen onafgebroken in mijn achterhoofd aanwezig.’

Het lijkt bij uitstek zijn thema: in zijn opera Ainadamar, enkele jaren geleden geënsceneerd door Peter Sellars, concentreerde Golijov zich op de executie van de dichter Federico Garcia Lorca. Die werd in augustus 1936 tijdens de Spaanse Burgeroorlog door de fascisten terechtgesteld, op een plek die in het Arabisch traditioneel ‘tranenbron’ heette, ‘Ainadamar’. De parallellen zijn frappant. ‘Je bedoelt het beeld van oog in oog met de dood staan?’, vraagt Golijov. ‘Ja, maar daar zit dan nog wel iets achter: het gaat me erom de huiver voor de ander op te geven, die ander tegemoet te treden. Het is altijd gemakkelijker om nee te zeggen. Dat ben ik zelf pas goed onder ogen gaan zien toen ik enige tijd in Israël woonde. Voor het eerst maakte ik geen deel uit van een minderheid, maar behoorde ik tot een meerderheid. Ik hoefde niet langer uit te leggen wat het is om joods te zijn. Ik moet zeggen, dat was even wennen.’

Op de dag dat wij elkaar spreken, enkele uren voordat zijn Marcus-passie in Rome in première zal gaan, zit Golijov er verslagen bij. Die ochtend is wereldkundig gemaakt dat de filmregisseur Anthony Minghella gestorven is. ‘Hij en ik hebben elkaar de afgelopen twee, drie jaar vaak ontmoet’, vertelt de componist. ‘Op verzoek van de Metropolitan Opera in New York waren wij bezig met een opera en zodoende hebben wij veel uren samen doorgebracht. Het is tragisch dat hij er niet meer is. Hoe het verder moet met die opera weet ik nu even niet. Wij wilden de onze wijden aan Dedalus, aan het menselijk vermogen te scheppen én te vernielen. Niets is immers menselijker.’

Osvaldo Golijov: La Pasión según San Marcos. Orquesta La Pasión o.l.v. Mikael Ringquist en Gonzalo Grau, Schola Cantorum de Venezuela o.l.v. Robert Spano. Carré, 22 juni, 21.00 uur (Holland Festival). Osvaldo Golijov: Ayre, door Dawn Upshaw, het Brodsky Quartet en The Andalusian Dogs. 15 juni, Muziekgebouw aan ‘t IJ, 20.30 uur (Holland Festival). Muziek van Osvaldo Golijov en Alberto Ginastera, door Amsterdam Sinfonietta en diverse solisten, o.l.v. Jorna Panula. 6 juni, Muziekgebouw aan ’t IJ, 20.30 uur (HF).

Meer over