Taalgebruik!Woord van de week

We kunnen niet zonder dieverdoatsie

Dialect, jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart de Volkskrant een opvallend woord. Zoals: dieverdoatsie.

Waar je in de betere Amsterdamse speeltuin de laatste jaren heel wat Miles’en en Otissen tegenkomt, heeft Groningen zijn eigen, muzikaal-chauvinistische geboortegolfje. Een van Edes. Deze jongetjes zijn vernoemd naar de Groningse volkszanger Ede Staal, die radio-dj’s en mijn opa tot tranen toe kon roeren als hij zong: ’t Het nog nooit, nog nooit zo donker west. (Of ’t wer altied wel weer licht).

Maar sinds ik en mijn medetuiniers dit jaar in koor kunnen zeggen dat het zo’n vreselijk slecht tuinjaar was, denk ik vaak aan Staals moestuinknaller Mien toentje. Omdat hij daarin precies de vrolijke vertwijfeling wist te vatten die een mens, ploeterend op zijn lapje grond, overvalt. Het is allemaal dieverdoatsie, zingt Staal: Gronings voor de tijd vullen met plezierige klusjes. Een heerlijke afleiding.

De sprutters (spreeuwen) vreten d’aalbeerns (aalbessen) op, de vrougen (vroege aardappels) stoan dun, de sloat (sla) schiet alweer door. Alles staat onder ’t roet (onkruid) en de slakken laggen mie oet, zingt hij. Tuinieren heeft allemaal maar nauwelijks zin, je werkt tegen de klippen op met die luizen, hazen, klimaatverandering en zelfs oogst stelende buurtbewoners. Het is een exercitie in futiliteit: hard werken, maar voor de oogst hoef je het niet per se te doen.

En toch kunnen we niet zonder. Dieverdoatsie: we blijven net niet nuttig omklungelen. We zouden het zelfs kunnen beschouwen als de Groningse tegenhanger van het Italiaanse dolce far niente. In dit geval het zalige tijdverdrijf dat een weerbarstige kleigrond biedt.

Kom, we overladen onze geliefden nog een keer met klachten (en bonen) en dan volgend jaar, hup, kop d’r veur, moedig opnieuw beginnen.

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Meer over